SAMENVATTING SPRAAK – THERAPIE
DEEL 1 – MOTORISCHE STOORNISSEN
1. ALGEMENE INFORMATIE
Lesplanning:
HC 1 Algemene beschouwing in de behandeling van motorische spraakstoornissen
OC 1 Toepassing HC 1
HC 2 De behandeling van spraakapraxie
OC 2 Toepassing HC2
HC 3 De behandeling van dysartrie
OC 3 Toepassing HC 3
HC 4 De behandeling van hypokinetische dysartrie bij de ziekte van Parkinson
OC 4 Toepassing HC 4
HC 5 Specifieke therapie-interventies van motorische spraakstoornissen
2. ALGEMEEN BESCHOUWINGEN IN BEHANDELING VAN MSS
2.1. LEERDOELEN
Na dit hoofdstuk ben je in staat om ...
1) De drie benaderingen in de behandeling van motorische spraakstoornissen (MSS’en) te begrijpen en
toe te lichten: de medische benadering, de prothetische benadering en de gedragsinterventie.
2) De beïnvloedende variabelen die gerelateerd zijn aan de doeltreffendheid van een gedragsinterventie
bij MSS’en te begrijpen en toe te lichten.
3) De neurale herstelmechanismen, neurale reactivatie en neurale aanpassing (reorganisatie en
compensatie) en hun bijhorende therapiebenaderingen (stimulatie/facilitatietherapie en
strategietraining waaronder faciliterende strategietraining en adaptieve strategietraining) te begrijpen
en toe te lichten.
4) De motorische leerprincipes en de toepassing ervan in de spraakmotorische therapie te begrijpen en
toe te lichten.
2.2. INLEIDING
Spraak is combinatie van 1) talige processen, 2) cognitieve processen en 3) sensorimotorische processen:
• Taalprocessen: ideeën → woorden, zinnen, verhaal, ...
• Cognitieve processen = executieve vaardigheden (plannen, organiseren, zelfmonitoring), geheugen,
aandacht en concentratie
• Sensorimotorische processen:
o Sensorische/zintuiglijke verwerking van spraakklanken
▪ Voornamelijk auditief, ook tactiel en proprioceptief
o Motorische verwerking
▪ Planning en programmering van spraakbewegingen
▪ Controle en uitvoering van spraak
Pagina 1 van 54
, • Tijdens spraakontwikkeling in eerste levensjaren leren deze verwerkingsprocessen samenwerken → door
continue uitwisseling van sensorische en motorische informatie:
o Info afkomstig van spraakbewegingen
o Info afkomstig van geproduceerde spraakgeluiden
• Resultaat = complex interactief netwerk tussen sensorische geheugens
en motorische geheugens over spraakbewegingen
o De precieze werking van dit netwerk met deelprocessen wordt
nog actief onderzocht
o DIVA-model is voorbeeld van een computationeel model dat de
werking van de sensorimotorische controle van spraak
bestudeert
▪ Wordt gebruikt om beter te begrijpen hoe
spraakproductie ontstaat en gereguleerd wordt
Focus van deze cursus: hoe kunnen we de sensorimotorische processen van de spraak beïnvloeden met de
huidige kennis die we hebben vanuit wetenschappelijk onderzoek?
• Door intacte sensorimotorische processen kunnen we woorden en zinnen vloeiend en accuraat
uitspreken in een opeenvolging van spraakklanken → motorisch opgeslagen als syllaben
o Hierdoor wordt opeenvolging van spraakklanken in syllaben:
▪ Zorgvuldig gepland en geprogrammeerd in concrete spierinstructies
▪ Worden de spraakbewegingen haarfijn uitgevoerd, gecoördineerd en eventueel
bijgestuurd
• Hersenschade of schade aan craniale
zenuwen kan sensorimotorische
verwerking van spraak aantasten →
ontstaan motorische spraakstoornis
(MSS → spraakapraxie of dysartrie)
Verlies aan spraakverstaanbaarheid in communicatie treft psychosociaal functioneren van persoon met MSS →
doel van de behandeling:
• Optimaliseren van dagelijkse communicatie
• Verbeteren psychosociaal welbevinden van persoon met MSS
Therapie motorische spraakstoornissen (MSS):
• Hindernissen:
o Therapie-effectstudies zijn bijzonder schaars
o Geen effectmetingen t.a.v. activiteiten, participatie en psychosociaal welbevinden
o Zeer veel beïnvloedende therapievariabelen
• Er zijn meer inspanningen gedaan om spraakstoornissen te beschrijven en begrijpen, minder onderzoek
naar behandelen
• Er zijn wel verschuivingen in tendensen, vroeger werd er enkel en alleen naar functie gekeken,
ondertussen wordt er wel veel meer onderzoek en metingen voor ontwikkeld
Pagina 2 van 54
,2.3. MANAGEMENTBENADERINGEN
Belangrijk: er is geen eenduidige benadering in behandeling voor MSS. Ze verschillen in:
• Ernst → discreet, mild, matig, ernstig, zeer ernstig
• Onderliggende pathofysiologie → planning/programmering, incoördinatie, hypo- of hyperkinesie,
slapte, spasticiteit
• Specifieke spraakkarakteristieken → ademhaling, stem, resonantie, articulatie, prosodie
• Multiple begeleidende factoren → bijv. prognose, etiologie, fase van neurologisch herstel,
persoonlijkheid, cognitieve mogelijkheden, omgeving, noden, emotionele beleving van de beperking, ...
Voor elke persoon met MSS interventie individueel opgesteld, aangepast aan individuele noden van cliënt en
omgeving. We volgen de verdeling in managementbenaderingen volgens Duffy (2013, 2020):
• Medische benadering → farmacologisch, chirurgisch
• Prothetische benadering → mechanische en elektronische hulpmiddelen
• Gedragsinterventie → spraakgeoriënteerd, communicatiegeoriënteerd, spraak- en
communicatiegeoriënteerd
Deze 3 benaderingen hebben hetzelfde doel, namelijk: verbeteren van de communicatie
2.3.1. MEDISCHE BENADERING
• Medicatie = inwerken op onderliggende ziekte
o Gunstige effecten van medicatie bij neurologische aandoeningen kunnen spreken gunstig
beïnvloeden (bijv. Mestinon bij myasthenia gravis, dopaminerge medicatie bij de ziekte van
Parkinson, Medrol om de druk door vocht rond het letsel in de hersenen weg te nemen in het geval
van een hersentumor)
o Sommige medicatie kunnen neveneffecten vertonen en symptomen van bijv. dysartrie
verslechteren (bijv. behandeling met levodopa kan ontstaan van dyskinesieën activeren bij
personen met hypokinetische dysartrie en ziekte van Parkinson)
o Samenwerking met arts is belangrijk! → soms behandeling uitstellen tot de start van de medicatie
om het effect te zien, medicatie kan een gedragstherapeutische interventie overbodig maken.
Wel communicatieafhankelijk, soms communicatienood opvangen.
• Chirurgie
o Oncologische problemen (hersentumor, mondvloercarcinoom, slagaderverkalking) → oorzaak
wordt direct aangepakt en de symptomen verdwijnen, verbeteren, verslechteren, ...
o Aneurysma of bij slagaderverkalking
o Soms worden de (spraak)symptomen hiermee opgelost, verbeterd, gestabiliseerd of verslechterd
2.3.2. PROSTHETISCHE BENADERING
Verwijst naar gebruik van mechanische en elektronische hulpmiddelen.
• Sommige hulpmiddelen verbeteren spraak en verstaanbaarheid
• Andere versterken of vervangen de mondelinge communicatie
2.3.3. GEDRAGSINTERVENTIE
• Omvat alle interventies die niet alleen medisch en/of prothetisch gericht zijn. Ene benadering sluit dus
de andere niet uit.
• Soms heeft een persoon met MSS nood aan de toepassing van de 3 benaderingen.
Pagina 3 van 54
, • Spraaktherapie wordt toegepast bij het grootste deel van de populatie met een MSS in vergelijking met
de medische en de prothetische benadering.
• Doel spraaktherapie: maximaliseren van communicatie met strategie die de meest natuurlijke en
effectieve resultaten oplevert → voor de meeste personen betekent dit dat de therapie
spraakgeoriënteerd is en dat de spraak direct aangepakt wordt.
• Spraaktherapie kan daarnaast ook communicatie georiënteerd zijn of spraak- en communicatie
georiënteerd zijn.
2.4. THERAPIEDOELEN EN BEÏNVLOEDENDE VARIABELEN
2.4.1. THERAPIEDOELEN
Doel van behandeling van MSS → maximaliseren van communicatie en dus verbeteren van welbevinden van
persoon met MSS → hierdoor wordt verbeteren van spraakverstaanbaarheid, begrijpelijkheid, efficiëntie en
natuurlijkheid van het spreken benadrukt in de behandeling
Om ...
• Maximale efficiëntie → spreeksnelheid verhogen zonder verstaanbaarheid/begrijpelijkheid te verlagen
• Maximale effectiviteit → maximale spraakverstaanbaarheid/begrijpelijkheid
• Maximale natuurlijkheid → prosodie
... van de communicatie te bereiken, worden er inspanningen gevraagd die één of meerdere richtingen uitgaan.
• In geval van milde aanwezigheid MSS zal spreekefficiëntie en natuurlijkheid van spreken benadrukt
worden
o therapeut richt zich dan op maximaliseren van de vooruitgang in spraakmotorische productie ten
aanzien van vloeiendheid en accuraatheid in spreken, die gemeten wordt tijdens ...
▪ verwervingsfase (tijdens oefening)
▪ retentiefase (uitgesteld effect van oefening, na de oefening)
▪ generalisatiefase (transfer naar andere spreektaken- en contexten met dezelfde
motorische vaardigheden)
• In geval van ernstige MSS zal de therapie zich richten op het gebruik van efficiënte en effectieve
alternatieve manieren van communiceren
• Spraakgeoriënteerde therapie kan op volgende parameters ingrijpen: ademhaling, stem, resonantie,
articulatie en prosodie
2.4.2. BEÏNVLOEDENDE FACTOREN IN DE KEUZE VOOR OF TEGEN THERAPIE, EN DE
DOELTREFFENDHEID VAN DE SPRAAKMOTORISCHE THERAPIE
Niet elke persoon met MSS is kandidaat voor therapie → beslissing om een behandeling op te starten of te
selecteren en de doeltreffendheid van de therapie zijn sterk afhankelijk van verschillende factoren
De medische diagnose of prognose:
• Hoe zal het ziekteproces verlopen? Zal de ziekte spontaan herstellen of zal ze progressief verbeteren tot
het herstel zich stabiliseert in een chronische fase of zal de ziekte eerder progressief verslechteren? Zal
het proces snel of traag evolueren? Bestaat er een medische oplossing om de oorzaak te behandelen (bv.
medicatie)? Wanneer kan deze behandeling gestart worden en resulteert deze behandeling onmiddellijk
of na enige tijd in opmerkelijke verbeteringen in de spraak?
Pagina 4 van 54
DEEL 1 – MOTORISCHE STOORNISSEN
1. ALGEMENE INFORMATIE
Lesplanning:
HC 1 Algemene beschouwing in de behandeling van motorische spraakstoornissen
OC 1 Toepassing HC 1
HC 2 De behandeling van spraakapraxie
OC 2 Toepassing HC2
HC 3 De behandeling van dysartrie
OC 3 Toepassing HC 3
HC 4 De behandeling van hypokinetische dysartrie bij de ziekte van Parkinson
OC 4 Toepassing HC 4
HC 5 Specifieke therapie-interventies van motorische spraakstoornissen
2. ALGEMEEN BESCHOUWINGEN IN BEHANDELING VAN MSS
2.1. LEERDOELEN
Na dit hoofdstuk ben je in staat om ...
1) De drie benaderingen in de behandeling van motorische spraakstoornissen (MSS’en) te begrijpen en
toe te lichten: de medische benadering, de prothetische benadering en de gedragsinterventie.
2) De beïnvloedende variabelen die gerelateerd zijn aan de doeltreffendheid van een gedragsinterventie
bij MSS’en te begrijpen en toe te lichten.
3) De neurale herstelmechanismen, neurale reactivatie en neurale aanpassing (reorganisatie en
compensatie) en hun bijhorende therapiebenaderingen (stimulatie/facilitatietherapie en
strategietraining waaronder faciliterende strategietraining en adaptieve strategietraining) te begrijpen
en toe te lichten.
4) De motorische leerprincipes en de toepassing ervan in de spraakmotorische therapie te begrijpen en
toe te lichten.
2.2. INLEIDING
Spraak is combinatie van 1) talige processen, 2) cognitieve processen en 3) sensorimotorische processen:
• Taalprocessen: ideeën → woorden, zinnen, verhaal, ...
• Cognitieve processen = executieve vaardigheden (plannen, organiseren, zelfmonitoring), geheugen,
aandacht en concentratie
• Sensorimotorische processen:
o Sensorische/zintuiglijke verwerking van spraakklanken
▪ Voornamelijk auditief, ook tactiel en proprioceptief
o Motorische verwerking
▪ Planning en programmering van spraakbewegingen
▪ Controle en uitvoering van spraak
Pagina 1 van 54
, • Tijdens spraakontwikkeling in eerste levensjaren leren deze verwerkingsprocessen samenwerken → door
continue uitwisseling van sensorische en motorische informatie:
o Info afkomstig van spraakbewegingen
o Info afkomstig van geproduceerde spraakgeluiden
• Resultaat = complex interactief netwerk tussen sensorische geheugens
en motorische geheugens over spraakbewegingen
o De precieze werking van dit netwerk met deelprocessen wordt
nog actief onderzocht
o DIVA-model is voorbeeld van een computationeel model dat de
werking van de sensorimotorische controle van spraak
bestudeert
▪ Wordt gebruikt om beter te begrijpen hoe
spraakproductie ontstaat en gereguleerd wordt
Focus van deze cursus: hoe kunnen we de sensorimotorische processen van de spraak beïnvloeden met de
huidige kennis die we hebben vanuit wetenschappelijk onderzoek?
• Door intacte sensorimotorische processen kunnen we woorden en zinnen vloeiend en accuraat
uitspreken in een opeenvolging van spraakklanken → motorisch opgeslagen als syllaben
o Hierdoor wordt opeenvolging van spraakklanken in syllaben:
▪ Zorgvuldig gepland en geprogrammeerd in concrete spierinstructies
▪ Worden de spraakbewegingen haarfijn uitgevoerd, gecoördineerd en eventueel
bijgestuurd
• Hersenschade of schade aan craniale
zenuwen kan sensorimotorische
verwerking van spraak aantasten →
ontstaan motorische spraakstoornis
(MSS → spraakapraxie of dysartrie)
Verlies aan spraakverstaanbaarheid in communicatie treft psychosociaal functioneren van persoon met MSS →
doel van de behandeling:
• Optimaliseren van dagelijkse communicatie
• Verbeteren psychosociaal welbevinden van persoon met MSS
Therapie motorische spraakstoornissen (MSS):
• Hindernissen:
o Therapie-effectstudies zijn bijzonder schaars
o Geen effectmetingen t.a.v. activiteiten, participatie en psychosociaal welbevinden
o Zeer veel beïnvloedende therapievariabelen
• Er zijn meer inspanningen gedaan om spraakstoornissen te beschrijven en begrijpen, minder onderzoek
naar behandelen
• Er zijn wel verschuivingen in tendensen, vroeger werd er enkel en alleen naar functie gekeken,
ondertussen wordt er wel veel meer onderzoek en metingen voor ontwikkeld
Pagina 2 van 54
,2.3. MANAGEMENTBENADERINGEN
Belangrijk: er is geen eenduidige benadering in behandeling voor MSS. Ze verschillen in:
• Ernst → discreet, mild, matig, ernstig, zeer ernstig
• Onderliggende pathofysiologie → planning/programmering, incoördinatie, hypo- of hyperkinesie,
slapte, spasticiteit
• Specifieke spraakkarakteristieken → ademhaling, stem, resonantie, articulatie, prosodie
• Multiple begeleidende factoren → bijv. prognose, etiologie, fase van neurologisch herstel,
persoonlijkheid, cognitieve mogelijkheden, omgeving, noden, emotionele beleving van de beperking, ...
Voor elke persoon met MSS interventie individueel opgesteld, aangepast aan individuele noden van cliënt en
omgeving. We volgen de verdeling in managementbenaderingen volgens Duffy (2013, 2020):
• Medische benadering → farmacologisch, chirurgisch
• Prothetische benadering → mechanische en elektronische hulpmiddelen
• Gedragsinterventie → spraakgeoriënteerd, communicatiegeoriënteerd, spraak- en
communicatiegeoriënteerd
Deze 3 benaderingen hebben hetzelfde doel, namelijk: verbeteren van de communicatie
2.3.1. MEDISCHE BENADERING
• Medicatie = inwerken op onderliggende ziekte
o Gunstige effecten van medicatie bij neurologische aandoeningen kunnen spreken gunstig
beïnvloeden (bijv. Mestinon bij myasthenia gravis, dopaminerge medicatie bij de ziekte van
Parkinson, Medrol om de druk door vocht rond het letsel in de hersenen weg te nemen in het geval
van een hersentumor)
o Sommige medicatie kunnen neveneffecten vertonen en symptomen van bijv. dysartrie
verslechteren (bijv. behandeling met levodopa kan ontstaan van dyskinesieën activeren bij
personen met hypokinetische dysartrie en ziekte van Parkinson)
o Samenwerking met arts is belangrijk! → soms behandeling uitstellen tot de start van de medicatie
om het effect te zien, medicatie kan een gedragstherapeutische interventie overbodig maken.
Wel communicatieafhankelijk, soms communicatienood opvangen.
• Chirurgie
o Oncologische problemen (hersentumor, mondvloercarcinoom, slagaderverkalking) → oorzaak
wordt direct aangepakt en de symptomen verdwijnen, verbeteren, verslechteren, ...
o Aneurysma of bij slagaderverkalking
o Soms worden de (spraak)symptomen hiermee opgelost, verbeterd, gestabiliseerd of verslechterd
2.3.2. PROSTHETISCHE BENADERING
Verwijst naar gebruik van mechanische en elektronische hulpmiddelen.
• Sommige hulpmiddelen verbeteren spraak en verstaanbaarheid
• Andere versterken of vervangen de mondelinge communicatie
2.3.3. GEDRAGSINTERVENTIE
• Omvat alle interventies die niet alleen medisch en/of prothetisch gericht zijn. Ene benadering sluit dus
de andere niet uit.
• Soms heeft een persoon met MSS nood aan de toepassing van de 3 benaderingen.
Pagina 3 van 54
, • Spraaktherapie wordt toegepast bij het grootste deel van de populatie met een MSS in vergelijking met
de medische en de prothetische benadering.
• Doel spraaktherapie: maximaliseren van communicatie met strategie die de meest natuurlijke en
effectieve resultaten oplevert → voor de meeste personen betekent dit dat de therapie
spraakgeoriënteerd is en dat de spraak direct aangepakt wordt.
• Spraaktherapie kan daarnaast ook communicatie georiënteerd zijn of spraak- en communicatie
georiënteerd zijn.
2.4. THERAPIEDOELEN EN BEÏNVLOEDENDE VARIABELEN
2.4.1. THERAPIEDOELEN
Doel van behandeling van MSS → maximaliseren van communicatie en dus verbeteren van welbevinden van
persoon met MSS → hierdoor wordt verbeteren van spraakverstaanbaarheid, begrijpelijkheid, efficiëntie en
natuurlijkheid van het spreken benadrukt in de behandeling
Om ...
• Maximale efficiëntie → spreeksnelheid verhogen zonder verstaanbaarheid/begrijpelijkheid te verlagen
• Maximale effectiviteit → maximale spraakverstaanbaarheid/begrijpelijkheid
• Maximale natuurlijkheid → prosodie
... van de communicatie te bereiken, worden er inspanningen gevraagd die één of meerdere richtingen uitgaan.
• In geval van milde aanwezigheid MSS zal spreekefficiëntie en natuurlijkheid van spreken benadrukt
worden
o therapeut richt zich dan op maximaliseren van de vooruitgang in spraakmotorische productie ten
aanzien van vloeiendheid en accuraatheid in spreken, die gemeten wordt tijdens ...
▪ verwervingsfase (tijdens oefening)
▪ retentiefase (uitgesteld effect van oefening, na de oefening)
▪ generalisatiefase (transfer naar andere spreektaken- en contexten met dezelfde
motorische vaardigheden)
• In geval van ernstige MSS zal de therapie zich richten op het gebruik van efficiënte en effectieve
alternatieve manieren van communiceren
• Spraakgeoriënteerde therapie kan op volgende parameters ingrijpen: ademhaling, stem, resonantie,
articulatie en prosodie
2.4.2. BEÏNVLOEDENDE FACTOREN IN DE KEUZE VOOR OF TEGEN THERAPIE, EN DE
DOELTREFFENDHEID VAN DE SPRAAKMOTORISCHE THERAPIE
Niet elke persoon met MSS is kandidaat voor therapie → beslissing om een behandeling op te starten of te
selecteren en de doeltreffendheid van de therapie zijn sterk afhankelijk van verschillende factoren
De medische diagnose of prognose:
• Hoe zal het ziekteproces verlopen? Zal de ziekte spontaan herstellen of zal ze progressief verbeteren tot
het herstel zich stabiliseert in een chronische fase of zal de ziekte eerder progressief verslechteren? Zal
het proces snel of traag evolueren? Bestaat er een medische oplossing om de oorzaak te behandelen (bv.
medicatie)? Wanneer kan deze behandeling gestart worden en resulteert deze behandeling onmiddellijk
of na enige tijd in opmerkelijke verbeteringen in de spraak?
Pagina 4 van 54