Celbiologie
Ppt. + cursus
1. Chemische componenten van de cel
Ca, Na , K heel veel gebruikt
-Mg wordt gebruikt bij polymerase
70% van het menselijk lichaam bestaat uit water
- Bio-elementen= bouwelementen + spoorelementen
- Bouwelementen zijn elementen macrohoeveelheden (>0,05%)
- Spoorelementen zijn elementen in microhoeveelheden (<0,05%)
- Oligo-elementen zijn een deel van de spoorelementen die absoluut
noodzakelijke voor een organisme =vb. vr een mens: I, Fe , Cu , Co ,
Mn , Zn , Se,..)
Mens is parasitair
Te weinig ijzer anomie (ziekte), zie dia 22
Levende organismen = “open” systeem
Er is een constante uitwisseling van energie en materie met de
omgeving
Globaal= streven nr winst
winst verlies
voedsel Fecaliën
drank urine
ademhaling ademhalin
g
energie Warmte
huid
Organische componenten van de cel:
-belangrijke anorganische moleculen:
, H2O
belangrijkste deel van de cel: 70%
Oplos-, reactie-, transportmiddel,
Warmteregulatie
O2
Om organisch materiaal te oxideren
CO2
Afvalproduct van verbranding organisch materiaal
Organische moleculen:
Suikers polysachariden
Vetzuren vetten, lipiden en membranen
Aminozuren proteïnen
Nucleotiden nucleïnezuren
20 aminozuren in proteïne
Hoe groter de molecule hoe meer hydroxil groepen
Suikers hebben meestal een ring structuur (kunnen herkennen)
EXAMEN: figuren en kunnen zeggen wat het is
Isomeren => zelfde molecuulformule maar een verschillend ruimtelijke
structuur
Bv: glucose, galactose en mannose
Suikers kunnen onderverdeeld worden in mono-, di-, en
polysachariden
Monosacchariden bevatten altijd een ketongroep of een aldehydegroep
worden ook wel ingedeeld ketosen en aldosen.
-Afhankelijk van de richting van de OH-groep aan het eerste
koolstofatoom, onderscheidt men -glucose en -glucose =>
stereochemische isomeren.
Belangen van monosacchariden :
,-de vele stofwisslingsprocessen in cellen , bv ; glucose levert bij afbraak
energie
-ondeerdeel van frotere moleculen , bv ; ribose is een bouwsteen van
RNA en ATP
disacchariden en polysacchariden aaneengekoppelde monosacchariden
(monomeren)
-polymeriseren = aaneenkoppelen van kleine moleculen tot lange ketens
zo worden polymeren gevormd
Twee hexose moleculen worden gekoppeld (onder afsplitsing van een
molecule water) =>dissacharide
de disachariden sacharose en lactose zijn bestanddelen van
voedingsmiddelen. Maltose ontstaat als tussenproduct bij de afbraak van
zetmeel
Polysachariden zetmeel , glycogeen en cellulose
zetmeel en cellulose zijn opslagvormen van -glucose
cellulosemoleculen zijn opgebouwd uit -glucose-eenheden en
hebben een draadvormige structuur. verlenen stevigheid aan de
wanden van den plantencellen (bv; hout)
Vetzuren als basis voor de lipiden of vetten
Vetzuurmolecule bestaat uit
-een lange waterstofketen ; deze is hydrofoob en weinig chemisch
reactief hydrofobe staart
-een carboxylgroep(-COOH) ; gedraagt zich als een zuur : ioniseert in
een waterige oplossing (-COO-) ,extreemhydrofiel en chemisch reactief
hydrofiele kop
Bijna alle vetzuren in een cel zijn covalent gebonden met andere
moleculen via hun carboxylgroep.
-vetzuren onverzadigde bindingen
Opgebouwd uit een hydrofobe koolwaterstofketen en een hydrofiele
carboxylgroep
-verzadigd vetzuur enkele bindingen
, -onverzadigd vetzuur1of meer dubbele bindingen.
1 dubbele binding
=>enkelvoudig
Lipiden zijn opgebouwd uit : C , H , O en soms P en N elementen. zijn
apolair dus slecht oplosbaar in water , MAAR goed oplosbaar in apolaire
oplosmiddelen
Eenvoudige lipiden esters van vetzuren met een alcohol
belangerijke groep : triglyceriden opgebouwd uit 1 molecuul glycerol,
waarvan drie moleculen vetzuren zijn veresterd.
Samengestelde lipiden bevatten een alcohol (meestal glycerol) en
vetzuren nog en andere groep. wnr het een fosfaatgroep is dan spreekt
men van een fosfolipiden.
Fosfolipiden de hydrofiele kop is gericht naar het water.
Afgeleide lipiden behoren stoffen met een vetachtig karakter (slecht
oplosbaar in water) behoren in vet oplosbare vitaminen A, D, E en K ,
geslachtshormonen en carotenoïden. Bevinden zich in de
membranen van chloroplasten.
- Geslachts- en bijnierschorshormonen en cholesterol zijn steroïden
Aminozuren vormen de bouwstenen voor de eiwitten of proteïnen.
20
basisbouwstenen
De meeste aminozuren bezitten dus een positieve en negatieve lading =>
zwitterion
De verschillen tussen de aminozuren worden bepaald door het verschil in
restgroep
Kan men apolaire , polaire en elektrisch geladen aminozuren
onderscheiden.
Eiwitten zijn polymeren van aminozuren die met elkaar verbonden zijn in
een lange keten die vervolgens opgeplooid wordt in een 3D structuur.
De carboxylgroep en de aminogroep van 2 aminozuurmoleculen kunnen
(onder afsplitsing van een molecuul water) een binding vormen.
Ppt. + cursus
1. Chemische componenten van de cel
Ca, Na , K heel veel gebruikt
-Mg wordt gebruikt bij polymerase
70% van het menselijk lichaam bestaat uit water
- Bio-elementen= bouwelementen + spoorelementen
- Bouwelementen zijn elementen macrohoeveelheden (>0,05%)
- Spoorelementen zijn elementen in microhoeveelheden (<0,05%)
- Oligo-elementen zijn een deel van de spoorelementen die absoluut
noodzakelijke voor een organisme =vb. vr een mens: I, Fe , Cu , Co ,
Mn , Zn , Se,..)
Mens is parasitair
Te weinig ijzer anomie (ziekte), zie dia 22
Levende organismen = “open” systeem
Er is een constante uitwisseling van energie en materie met de
omgeving
Globaal= streven nr winst
winst verlies
voedsel Fecaliën
drank urine
ademhaling ademhalin
g
energie Warmte
huid
Organische componenten van de cel:
-belangrijke anorganische moleculen:
, H2O
belangrijkste deel van de cel: 70%
Oplos-, reactie-, transportmiddel,
Warmteregulatie
O2
Om organisch materiaal te oxideren
CO2
Afvalproduct van verbranding organisch materiaal
Organische moleculen:
Suikers polysachariden
Vetzuren vetten, lipiden en membranen
Aminozuren proteïnen
Nucleotiden nucleïnezuren
20 aminozuren in proteïne
Hoe groter de molecule hoe meer hydroxil groepen
Suikers hebben meestal een ring structuur (kunnen herkennen)
EXAMEN: figuren en kunnen zeggen wat het is
Isomeren => zelfde molecuulformule maar een verschillend ruimtelijke
structuur
Bv: glucose, galactose en mannose
Suikers kunnen onderverdeeld worden in mono-, di-, en
polysachariden
Monosacchariden bevatten altijd een ketongroep of een aldehydegroep
worden ook wel ingedeeld ketosen en aldosen.
-Afhankelijk van de richting van de OH-groep aan het eerste
koolstofatoom, onderscheidt men -glucose en -glucose =>
stereochemische isomeren.
Belangen van monosacchariden :
,-de vele stofwisslingsprocessen in cellen , bv ; glucose levert bij afbraak
energie
-ondeerdeel van frotere moleculen , bv ; ribose is een bouwsteen van
RNA en ATP
disacchariden en polysacchariden aaneengekoppelde monosacchariden
(monomeren)
-polymeriseren = aaneenkoppelen van kleine moleculen tot lange ketens
zo worden polymeren gevormd
Twee hexose moleculen worden gekoppeld (onder afsplitsing van een
molecule water) =>dissacharide
de disachariden sacharose en lactose zijn bestanddelen van
voedingsmiddelen. Maltose ontstaat als tussenproduct bij de afbraak van
zetmeel
Polysachariden zetmeel , glycogeen en cellulose
zetmeel en cellulose zijn opslagvormen van -glucose
cellulosemoleculen zijn opgebouwd uit -glucose-eenheden en
hebben een draadvormige structuur. verlenen stevigheid aan de
wanden van den plantencellen (bv; hout)
Vetzuren als basis voor de lipiden of vetten
Vetzuurmolecule bestaat uit
-een lange waterstofketen ; deze is hydrofoob en weinig chemisch
reactief hydrofobe staart
-een carboxylgroep(-COOH) ; gedraagt zich als een zuur : ioniseert in
een waterige oplossing (-COO-) ,extreemhydrofiel en chemisch reactief
hydrofiele kop
Bijna alle vetzuren in een cel zijn covalent gebonden met andere
moleculen via hun carboxylgroep.
-vetzuren onverzadigde bindingen
Opgebouwd uit een hydrofobe koolwaterstofketen en een hydrofiele
carboxylgroep
-verzadigd vetzuur enkele bindingen
, -onverzadigd vetzuur1of meer dubbele bindingen.
1 dubbele binding
=>enkelvoudig
Lipiden zijn opgebouwd uit : C , H , O en soms P en N elementen. zijn
apolair dus slecht oplosbaar in water , MAAR goed oplosbaar in apolaire
oplosmiddelen
Eenvoudige lipiden esters van vetzuren met een alcohol
belangerijke groep : triglyceriden opgebouwd uit 1 molecuul glycerol,
waarvan drie moleculen vetzuren zijn veresterd.
Samengestelde lipiden bevatten een alcohol (meestal glycerol) en
vetzuren nog en andere groep. wnr het een fosfaatgroep is dan spreekt
men van een fosfolipiden.
Fosfolipiden de hydrofiele kop is gericht naar het water.
Afgeleide lipiden behoren stoffen met een vetachtig karakter (slecht
oplosbaar in water) behoren in vet oplosbare vitaminen A, D, E en K ,
geslachtshormonen en carotenoïden. Bevinden zich in de
membranen van chloroplasten.
- Geslachts- en bijnierschorshormonen en cholesterol zijn steroïden
Aminozuren vormen de bouwstenen voor de eiwitten of proteïnen.
20
basisbouwstenen
De meeste aminozuren bezitten dus een positieve en negatieve lading =>
zwitterion
De verschillen tussen de aminozuren worden bepaald door het verschil in
restgroep
Kan men apolaire , polaire en elektrisch geladen aminozuren
onderscheiden.
Eiwitten zijn polymeren van aminozuren die met elkaar verbonden zijn in
een lange keten die vervolgens opgeplooid wordt in een 3D structuur.
De carboxylgroep en de aminogroep van 2 aminozuurmoleculen kunnen
(onder afsplitsing van een molecuul water) een binding vormen.