Literatuurgeschiedenis
Het grootste deel van Europa werd(het Frankische Rijk) bestuurd door middel van het
feodale stelsel. God stond bovenaan en daaronder de vorst, de leenheer.
De Middeleeuwen zijn te verdelen in de Vroege Middeleeuwen (500-1000), de Hoge
Middeleeuwen (1000-1300) en de Late Middeleeuwen (1300-1450). In de Vroege
Middeleeuwen waren de priesters (de eerste stand) vrijwel de enigen die konden
schrijven en lezen. Zij kopieerden met de hand religieuze werken. De Middeleeuwen was
namelijk een namelijk een theocentrische tijd, een op God gerichte tijd. Na al dat
overschrijven voor de Nederlandse versie. had de ganzenveer van een monnik niet
genoeg inkt meer. Om te voorkomen dat hij vlekken zou maken op zijn manuscript met
zijn opnieuw geïnkte pen, schreef hij op de laatste bladzijde eerst een ander stukje tekst
op, een zogenaamde pennenproef.
Naast de religieuze geschriften werden er ook andere verhalen verteld. Deze verhalen
werden mondeling overgeleverd. De zogenaamde orale cultuur.
Middeleeuwse literatuur heeft twee functies: lering en vermaak. Er was ook nog niet
echt veel concurrentie van bijvoorbeeld televisie en games, dus de verhalen waren een
belangrijke bron van vermaak. De andere functie was lering. De Middeleeuwer moest ook
wat leren van literatuur. Middeleeuwse exempelen, bijvoorbeeld, zijn korte verhalen over
goed en kwaad. Ze vertellen hoe gewone mensen voortdurend bloot staan aan goede en
slechte invloeden. Ook door mariamirakels, verhalen waarbij iemand in eerste instantie
voor de verleiding zwicht, maar wanneer diegene zich tot Maria wendt, redt Maria het
personage wanneer ze berouw toont en boete doet.
Uit het Oud-Frans zijn de chanson de gestes overgeleverd. Hieruit is de voorhoofse
ridderroman ontstaan. Bij deze ridderroman speelt Keizer Karel de Grote een rol. De
ridders zijn trouw aan hun vorst (Karel de Grote) en er sprake van een eercultuur. In
Karel ende Elegast blijft Elegast trouw aan Karel de Grote ondanks dat Karel hem heeft
verbannen. De vrouw speelt in deze verhalen een ondergeschikte rol. Naast de
voorhoofse roman komt de hoofse ridderroman. Deze hoofsheid, begonnen als
gecultiveerde omgangsvormen binnen de adellijke elite, wordt al snel de norm in bredere
lagen van de middeleeuwse samenleving: je hoort je medemens met respectvolle
gemanierdheid tegemoet te treden, je laat de ander in zijn waarde en plaatst deze niet
voor onaangename verrassingen. De derde soort ridderroman is de oosterse
ridderroman. De oosterse of Byzantijnse roman is de verzamelnaam voor de
middeleeuwse (hoofse) romans (hoofse literatuur) uit de tweede helft van de 12de en uit
de 13de eeuw die ofwel hun stof voor een deel ontlenen aan de Arabische literatuur dan
wel zich grotendeels in de Oriënt afspelen. Ze ontstonden onder invloed van de
kruistochten.
Het grootste deel van Europa werd(het Frankische Rijk) bestuurd door middel van het
feodale stelsel. God stond bovenaan en daaronder de vorst, de leenheer.
De Middeleeuwen zijn te verdelen in de Vroege Middeleeuwen (500-1000), de Hoge
Middeleeuwen (1000-1300) en de Late Middeleeuwen (1300-1450). In de Vroege
Middeleeuwen waren de priesters (de eerste stand) vrijwel de enigen die konden
schrijven en lezen. Zij kopieerden met de hand religieuze werken. De Middeleeuwen was
namelijk een namelijk een theocentrische tijd, een op God gerichte tijd. Na al dat
overschrijven voor de Nederlandse versie. had de ganzenveer van een monnik niet
genoeg inkt meer. Om te voorkomen dat hij vlekken zou maken op zijn manuscript met
zijn opnieuw geïnkte pen, schreef hij op de laatste bladzijde eerst een ander stukje tekst
op, een zogenaamde pennenproef.
Naast de religieuze geschriften werden er ook andere verhalen verteld. Deze verhalen
werden mondeling overgeleverd. De zogenaamde orale cultuur.
Middeleeuwse literatuur heeft twee functies: lering en vermaak. Er was ook nog niet
echt veel concurrentie van bijvoorbeeld televisie en games, dus de verhalen waren een
belangrijke bron van vermaak. De andere functie was lering. De Middeleeuwer moest ook
wat leren van literatuur. Middeleeuwse exempelen, bijvoorbeeld, zijn korte verhalen over
goed en kwaad. Ze vertellen hoe gewone mensen voortdurend bloot staan aan goede en
slechte invloeden. Ook door mariamirakels, verhalen waarbij iemand in eerste instantie
voor de verleiding zwicht, maar wanneer diegene zich tot Maria wendt, redt Maria het
personage wanneer ze berouw toont en boete doet.
Uit het Oud-Frans zijn de chanson de gestes overgeleverd. Hieruit is de voorhoofse
ridderroman ontstaan. Bij deze ridderroman speelt Keizer Karel de Grote een rol. De
ridders zijn trouw aan hun vorst (Karel de Grote) en er sprake van een eercultuur. In
Karel ende Elegast blijft Elegast trouw aan Karel de Grote ondanks dat Karel hem heeft
verbannen. De vrouw speelt in deze verhalen een ondergeschikte rol. Naast de
voorhoofse roman komt de hoofse ridderroman. Deze hoofsheid, begonnen als
gecultiveerde omgangsvormen binnen de adellijke elite, wordt al snel de norm in bredere
lagen van de middeleeuwse samenleving: je hoort je medemens met respectvolle
gemanierdheid tegemoet te treden, je laat de ander in zijn waarde en plaatst deze niet
voor onaangename verrassingen. De derde soort ridderroman is de oosterse
ridderroman. De oosterse of Byzantijnse roman is de verzamelnaam voor de
middeleeuwse (hoofse) romans (hoofse literatuur) uit de tweede helft van de 12de en uit
de 13de eeuw die ofwel hun stof voor een deel ontlenen aan de Arabische literatuur dan
wel zich grotendeels in de Oriënt afspelen. Ze ontstonden onder invloed van de
kruistochten.