Ethiek
Waarom moet ik mij aan de morele verplichtingen houden?
Aan de hand van slides weten wat belangrijk is en dat in handboek leren.
Verschillende hoofdstukken naast elkaar kunnen zetten.
Utilitarisme
Enkele namen
Jeremy Bentham -> speciale man, jurist, filosoof, abolitionist, dierenactivist.
Richtte unief op om unief voor iedereen toegankelijk te maken.
‘Pijn en plezier zijn de richtingslijnen van het leven, het is natuurlijk.’
Kwantitatief hedonisme -> hoe meer genot, hoe waardevoller het leven, maakt niet uit
van waar het komt
John Stuart Mill -> een van de grote liberale.
Samengewerkt met vrouw en stiefdochter, hebben mee boek geschreven, maar
namen staan niet op boek.
‘Wat geluk vergroot moeten we doen en wat geluk verkleind, niet.’
Geluk = genot
Hedonisme is een waardetheorie
Kwalitatief hedonisme -> het is beter om iemand te zijn die zijn leven wijdt aan
intellectuele inspanningen dan aan domme spelletjes
Spanning in Mill zijn theorieën tussen naturalistisch en kwalitatief hedonisme.
Wonderkind, leergierig, intelligent
20 -> depressie, poëzie lezen heeft hem eruit gehaald.
Wat is het?
Niet iedereen moet zijn geluk maximaliseren, maar iedereen moet zorgen voor het
meeste geluk en het minste ongeluk, ook al maakt het hemzelf ongelukkig.
Wiens geluk doet er niet toe. Altijd afwegen wat het meest geluk en minst ongeluk
creëert.
Geen neutrale handelingen. Elke handeling is ofwel moreel verboden ofwel moreel
verplicht. (Niet zoals bij Kant)
Revisionist
Iemand die wil herzien hoe we doorgaans handelen.
Kunnen heilige huisjes om ver werpen.
Wat is er aantrekkelijk aan?
Er is een doel, simpel om te begrijpen, handig in de praktijk
Consequentialisme
- Doen gevolgen er toe?
-> vb. Gladiatorengevecht: maximaliseert geluk, maar handeling is fout.
- Morele kennis mogelijk?
Vaak niet genoeg kennis/tijd.
Mill -> utilitarisme is geen handleiding. Het zegt welke handeling juist is. Het is de juiste
theorie, maar je kan hem beter niet gebruiken. (Niet genoeg tijd/niet slim
genoeg/onmogelijk om alle gevolgen te kennen)
-> vb. Hitler vermoorden door bomaanslag, H kwam te laat op de lezing -> strengere
regels: situatie verergerd.
- Rechten?
Hebben mensen geen rechten?
Bepaalde misdaden zijn verkeerd opzich. We moeten niet eens naar de gevolgen kijken.
- Plicht nooit vervuld?
Singer probeert zo veel mogelijk te leven volgens zijn eigen principes.
, - Waarden en normen
Van een waarde wordt een norm afgeleid. Niet elke vorm van geluk is iets wat waardevol
is.
- Doet onpartijdigheid er altijd en in elke vorm toe?
Of iemand een geliefde is, is moreel gezien onbelangrijk.
Vb.: In het utilisme is er geen probleem, maar moreel wel.
Bevolkingsgroepen
A -> heel gelukkig
B -> zijn minder gelukkig, maar er is evenveel geluk (beter volgens utilisme)
Rights of nature
Sumak Kawsey -> ver vivir
Deontologie
Consequentialisme versus deontologie
Common Sense = er zijn dingen die je gewoon niet doet/algemeen aanvaard
vb. Niet doden/liegen/stelen ... of helpen ...
-> de morele wet
-> Kant vraagt zich af ‘waarom is dit zo, waar komen ze vandaan?’ -> op zoek naar theoretisch
principe.
Immanuel Kant 1724 - 1804
De drie kritieken:
- het ware
- het goede
- het schone
Wat moeten we doen (weet hij) en waarom (weet hij niet)?
We moeten doen wat de wet zegt omdat de wet het ons oplegt.
De goede wil -> bv. Niet alle geluk is tot stand gekomen door goede wil.
Rijk zijn, gelukkig zijn ... is alleen goed als het voort komt uit goede wil. Alleen dan heeft het morele
waarde.
Wat is een goede wil?
Een wil die handelt uit plichtsbesef.
Wat is plichtsbesef?
Een feit van onze reden. We weten wat onze plicht is.
We kunnen altijd handelen uit plicht.
De winkelier handelt niet uit plicht, maar uit eigen belang: geen goede wil.
De filantroop handelt niet uit plicht, het heeft geen morele waarde.
Waarom moet ik mijn plicht nakomen? (Waarom voelen we dit?)
Eigen redelijkheid die ons dat op legt.
Universeel en onvoorwaardelijk
Moreel = categorische imperatief. Geen als ...
A priori -> waar onafhankelijk van de ervaring (Morele kennis wordt hierbij gezet)
A posteriori -> waar afhankelijk van de ervaring
Analytisch oordeel -> door analyse van het concept
Synthetisch oordeel -> niet door analyse
Morele oordelen zijn a priori, maar niet analytisch -> doorbreekt kennis Humme (revolutionair)
Waarom moet ik mij aan de morele verplichtingen houden?
Aan de hand van slides weten wat belangrijk is en dat in handboek leren.
Verschillende hoofdstukken naast elkaar kunnen zetten.
Utilitarisme
Enkele namen
Jeremy Bentham -> speciale man, jurist, filosoof, abolitionist, dierenactivist.
Richtte unief op om unief voor iedereen toegankelijk te maken.
‘Pijn en plezier zijn de richtingslijnen van het leven, het is natuurlijk.’
Kwantitatief hedonisme -> hoe meer genot, hoe waardevoller het leven, maakt niet uit
van waar het komt
John Stuart Mill -> een van de grote liberale.
Samengewerkt met vrouw en stiefdochter, hebben mee boek geschreven, maar
namen staan niet op boek.
‘Wat geluk vergroot moeten we doen en wat geluk verkleind, niet.’
Geluk = genot
Hedonisme is een waardetheorie
Kwalitatief hedonisme -> het is beter om iemand te zijn die zijn leven wijdt aan
intellectuele inspanningen dan aan domme spelletjes
Spanning in Mill zijn theorieën tussen naturalistisch en kwalitatief hedonisme.
Wonderkind, leergierig, intelligent
20 -> depressie, poëzie lezen heeft hem eruit gehaald.
Wat is het?
Niet iedereen moet zijn geluk maximaliseren, maar iedereen moet zorgen voor het
meeste geluk en het minste ongeluk, ook al maakt het hemzelf ongelukkig.
Wiens geluk doet er niet toe. Altijd afwegen wat het meest geluk en minst ongeluk
creëert.
Geen neutrale handelingen. Elke handeling is ofwel moreel verboden ofwel moreel
verplicht. (Niet zoals bij Kant)
Revisionist
Iemand die wil herzien hoe we doorgaans handelen.
Kunnen heilige huisjes om ver werpen.
Wat is er aantrekkelijk aan?
Er is een doel, simpel om te begrijpen, handig in de praktijk
Consequentialisme
- Doen gevolgen er toe?
-> vb. Gladiatorengevecht: maximaliseert geluk, maar handeling is fout.
- Morele kennis mogelijk?
Vaak niet genoeg kennis/tijd.
Mill -> utilitarisme is geen handleiding. Het zegt welke handeling juist is. Het is de juiste
theorie, maar je kan hem beter niet gebruiken. (Niet genoeg tijd/niet slim
genoeg/onmogelijk om alle gevolgen te kennen)
-> vb. Hitler vermoorden door bomaanslag, H kwam te laat op de lezing -> strengere
regels: situatie verergerd.
- Rechten?
Hebben mensen geen rechten?
Bepaalde misdaden zijn verkeerd opzich. We moeten niet eens naar de gevolgen kijken.
- Plicht nooit vervuld?
Singer probeert zo veel mogelijk te leven volgens zijn eigen principes.
, - Waarden en normen
Van een waarde wordt een norm afgeleid. Niet elke vorm van geluk is iets wat waardevol
is.
- Doet onpartijdigheid er altijd en in elke vorm toe?
Of iemand een geliefde is, is moreel gezien onbelangrijk.
Vb.: In het utilisme is er geen probleem, maar moreel wel.
Bevolkingsgroepen
A -> heel gelukkig
B -> zijn minder gelukkig, maar er is evenveel geluk (beter volgens utilisme)
Rights of nature
Sumak Kawsey -> ver vivir
Deontologie
Consequentialisme versus deontologie
Common Sense = er zijn dingen die je gewoon niet doet/algemeen aanvaard
vb. Niet doden/liegen/stelen ... of helpen ...
-> de morele wet
-> Kant vraagt zich af ‘waarom is dit zo, waar komen ze vandaan?’ -> op zoek naar theoretisch
principe.
Immanuel Kant 1724 - 1804
De drie kritieken:
- het ware
- het goede
- het schone
Wat moeten we doen (weet hij) en waarom (weet hij niet)?
We moeten doen wat de wet zegt omdat de wet het ons oplegt.
De goede wil -> bv. Niet alle geluk is tot stand gekomen door goede wil.
Rijk zijn, gelukkig zijn ... is alleen goed als het voort komt uit goede wil. Alleen dan heeft het morele
waarde.
Wat is een goede wil?
Een wil die handelt uit plichtsbesef.
Wat is plichtsbesef?
Een feit van onze reden. We weten wat onze plicht is.
We kunnen altijd handelen uit plicht.
De winkelier handelt niet uit plicht, maar uit eigen belang: geen goede wil.
De filantroop handelt niet uit plicht, het heeft geen morele waarde.
Waarom moet ik mijn plicht nakomen? (Waarom voelen we dit?)
Eigen redelijkheid die ons dat op legt.
Universeel en onvoorwaardelijk
Moreel = categorische imperatief. Geen als ...
A priori -> waar onafhankelijk van de ervaring (Morele kennis wordt hierbij gezet)
A posteriori -> waar afhankelijk van de ervaring
Analytisch oordeel -> door analyse van het concept
Synthetisch oordeel -> niet door analyse
Morele oordelen zijn a priori, maar niet analytisch -> doorbreekt kennis Humme (revolutionair)