DIGITAL SKILLS - DAVE DE BIE
1 Inleiding 2
2 AP Hogeschool digitale leeromgeving 2
2.1 Digitap 2 -
2.4 ICTpedia of FAQ 3
/
3 ICT-infrastructuur op de AP Hogeschool 4
3.1 Het schoolnetwerk 4
/
3.2 Thin client of fat client? 4
Servers en werkstations:
Server = krachtige centrale computer die bestanden, printers en software beheert
Werkstation = computer waarmee gebruikers werken
Thin client vs fat client:
Thin client = software draait op een server via internet (weinig lokaal geheugen)
= handig voor gedeelde omgevingen
Fat client = sofware is lokaal geïnstalleerd, je verwerkt data op ke eigen toestel.
= handig voor persoonlijke prestaties
Je kan op 3 verschillende manieren op het schoolnetwerk:
In de school vanop elke geïnstalleerde pc (thin client)
In de school via e-campus (fat client)
Thuis via e-campus
3.3 Pc op school 4 -
3.10.2 Taakbeheer starten op e-campus 7
/
4 ICT-begrippen 8
, 4.1 Bits en Bytes 8
4.2 Hardware 8
Hardware = Tastbare of zichtbare onderdelen van de computer (de
systeemeenheid/centrale machine OF randapparatuur)
Processor (CVE/CPU): De hoofdcomponent van de centrale machine is de processor, ofwel
de Centrale Verwerkingseenheid, waar alle verwerkingen plaatsvinden.
Intern geheugen: permanente instructies voor het opstarten + geheugenchips (RAM)
waarin instructies en data geladen worden voor verwerking
Externe geheugens: Applicaties en gegevens worden bewaard op externe geheugens
(schijven) en moeten na verwerking telkens opgeslagen worden op dit externe geheugen,
nadat ze gekopieerd werden naar het vluchtige interne geheugen.
Randapparatuur, die de communivatie met de systeemeenheid mogelijk maakt (printers,
scanners, USB-sticks, schermen, ...)
CVE + intern geheugen = verwerkingseenheid
4.3 OS en AS 9
Software =
OS (Operating System) = besturingsstysteem (Windows, macOS, Linux, ...) 5j levensduur door
applicatie-upgrades
Elke computer heeft een OS. Het OS regelt de communicatie met randapparaten (invoer/uitvoer)
en het interne transport tussen de chips. Zonder een OS kan een computer niet functioneren.
Computers met hetzelfde OS zijn compatibel.
AS (Application Software) = gebruikersprogramma’s (Word, Excel, Outlook, ...)
Dit is de software die nodig is voor taken zoals berekeningen, e-mailen, en teksten verwerken
(bv. MS Office pakketten). De AS communiceert met het OS, dat op zijn beurt de interactie met
de hardware verzorgt. De AS moet dus compatibel zijn met de OS.
AS werkt bovenop het OS.
Blokkerende software oplossen:
, → CTRL + ALT + DEL
4.4 Netwerken 11
Een netwerk is een verzameling computers die via een kabel- of draadloze verbinding met
elkaar kunnen communiceren.
Netwerkprotocol: Computers communiceren via TCP/IP-protocol met IP-adressen
LAN = lokaal netwerk (1 gebouw/complex)
WAN = groter netwerk (meerder locaties)
Cloud computing wordt steeds belangrijker
4.5 Servers 11
Servers zijn krachtige, centrale computers die het netwerk beheert.
Centrale Opslag: Programma's en gegevens (data) zijn centraal op de server aanwezig.
Gebruikers werken aan werkstations, maar kunnen via de server applicaties oproepen en
gegevensbestanden openen.
Taken van servers:
Opslaan van programma’s en gegevens (centrale opslag).
Delen van software en bestanden met gebruikers.
Beheren van toegangsrechten (wie mag wat doen?).
Verwerken van netwerkverkeer (data, e-mail, printers, enz.).
Thuisnetwerk = draadloos, eenvoudig.
Bedrijfsnetwerk = complex, met (vaak meerdere) server(s) en werkstations.
4.6 Werkstations 12
De pc’s waar de gebruikers aan werken.
Diversiteit: Werkstations hoeven niet allemaal hetzelfde te zijn en kunnen verschillen in
kracht, afhankelijk van de taken.
4.7 ICT-begrippenlijst12
5 Microsoft Office 12
5.1 Het lint 12
Het lint bestaat uit een aantal werkbalken bovenaan het venster van Office-programma's.
Het doel ervan is om snel opdrachten te vinden die nodig zijn voor het voltooien van een taak.
1 Inleiding 2
2 AP Hogeschool digitale leeromgeving 2
2.1 Digitap 2 -
2.4 ICTpedia of FAQ 3
/
3 ICT-infrastructuur op de AP Hogeschool 4
3.1 Het schoolnetwerk 4
/
3.2 Thin client of fat client? 4
Servers en werkstations:
Server = krachtige centrale computer die bestanden, printers en software beheert
Werkstation = computer waarmee gebruikers werken
Thin client vs fat client:
Thin client = software draait op een server via internet (weinig lokaal geheugen)
= handig voor gedeelde omgevingen
Fat client = sofware is lokaal geïnstalleerd, je verwerkt data op ke eigen toestel.
= handig voor persoonlijke prestaties
Je kan op 3 verschillende manieren op het schoolnetwerk:
In de school vanop elke geïnstalleerde pc (thin client)
In de school via e-campus (fat client)
Thuis via e-campus
3.3 Pc op school 4 -
3.10.2 Taakbeheer starten op e-campus 7
/
4 ICT-begrippen 8
, 4.1 Bits en Bytes 8
4.2 Hardware 8
Hardware = Tastbare of zichtbare onderdelen van de computer (de
systeemeenheid/centrale machine OF randapparatuur)
Processor (CVE/CPU): De hoofdcomponent van de centrale machine is de processor, ofwel
de Centrale Verwerkingseenheid, waar alle verwerkingen plaatsvinden.
Intern geheugen: permanente instructies voor het opstarten + geheugenchips (RAM)
waarin instructies en data geladen worden voor verwerking
Externe geheugens: Applicaties en gegevens worden bewaard op externe geheugens
(schijven) en moeten na verwerking telkens opgeslagen worden op dit externe geheugen,
nadat ze gekopieerd werden naar het vluchtige interne geheugen.
Randapparatuur, die de communivatie met de systeemeenheid mogelijk maakt (printers,
scanners, USB-sticks, schermen, ...)
CVE + intern geheugen = verwerkingseenheid
4.3 OS en AS 9
Software =
OS (Operating System) = besturingsstysteem (Windows, macOS, Linux, ...) 5j levensduur door
applicatie-upgrades
Elke computer heeft een OS. Het OS regelt de communicatie met randapparaten (invoer/uitvoer)
en het interne transport tussen de chips. Zonder een OS kan een computer niet functioneren.
Computers met hetzelfde OS zijn compatibel.
AS (Application Software) = gebruikersprogramma’s (Word, Excel, Outlook, ...)
Dit is de software die nodig is voor taken zoals berekeningen, e-mailen, en teksten verwerken
(bv. MS Office pakketten). De AS communiceert met het OS, dat op zijn beurt de interactie met
de hardware verzorgt. De AS moet dus compatibel zijn met de OS.
AS werkt bovenop het OS.
Blokkerende software oplossen:
, → CTRL + ALT + DEL
4.4 Netwerken 11
Een netwerk is een verzameling computers die via een kabel- of draadloze verbinding met
elkaar kunnen communiceren.
Netwerkprotocol: Computers communiceren via TCP/IP-protocol met IP-adressen
LAN = lokaal netwerk (1 gebouw/complex)
WAN = groter netwerk (meerder locaties)
Cloud computing wordt steeds belangrijker
4.5 Servers 11
Servers zijn krachtige, centrale computers die het netwerk beheert.
Centrale Opslag: Programma's en gegevens (data) zijn centraal op de server aanwezig.
Gebruikers werken aan werkstations, maar kunnen via de server applicaties oproepen en
gegevensbestanden openen.
Taken van servers:
Opslaan van programma’s en gegevens (centrale opslag).
Delen van software en bestanden met gebruikers.
Beheren van toegangsrechten (wie mag wat doen?).
Verwerken van netwerkverkeer (data, e-mail, printers, enz.).
Thuisnetwerk = draadloos, eenvoudig.
Bedrijfsnetwerk = complex, met (vaak meerdere) server(s) en werkstations.
4.6 Werkstations 12
De pc’s waar de gebruikers aan werken.
Diversiteit: Werkstations hoeven niet allemaal hetzelfde te zijn en kunnen verschillen in
kracht, afhankelijk van de taken.
4.7 ICT-begrippenlijst12
5 Microsoft Office 12
5.1 Het lint 12
Het lint bestaat uit een aantal werkbalken bovenaan het venster van Office-programma's.
Het doel ervan is om snel opdrachten te vinden die nodig zijn voor het voltooien van een taak.