H1 – OVERGEWICHT, OBESITAS & LIPIDEN
1. EPIDEMIOLOGIE & MAATSCHAPPIJ
Obesitas stijgt wereldwijd, zowel in rijke landen als in
lage-inkomenslanden.
België: ±50% van volwassenen heeft overgewicht; ±20% obesitas.
COVID-19 toonde hoe kwetsbaar mensen met obesitas zijn (meer beademing,
langere hospitalisatie).
Obesitas is een chronische ziekte, geen “wilskwestie”.
2. STIGMA & CONSULTATIE
Waarom is dit belangrijk?
Mensen met obesitas ervaren levenslang stigma, vooral in de kindertijd.
Stigma schaadt therapietrouw, psychisch welzijn en zorgrelatie.
Hoe vermijd je stigma?
Vraag toestemming om gewicht te bespreken (“Mag ik met u praten over uw
gewicht?”).
Ga niet uit van “te veel eten”.
Erken dat obesitas multifactorieel is.
Vermijd grapjes, verwijten, simplificaties.
Besef dat veel patiënten al talloze diëten geprobeerd hebben.
3. PATHOFYSIOLOGIE VAN OBESITAS
Vroeger: “Obesitas = te veel eten + te weinig bewegen.”
Nu: Obesitas = verstoring van biologische homeostase
→ lichaam verdedigt een te hoog gewicht.
Belangrijke hormonen:
Ghreline → hongerhormoon (stijgt bij gewichtsverlies → rebound).
Leptine → verzadigingshormoon (bij obesitas vaak leptineresistentie).
Insuline → verzadiging, maar bij hyperinsulinemie paradoxaal meer honger.
Cortisol → verhoogt eetlust.
Conclusie:
Obesitas is een biologische, genetische en omgevingsziekte
4. ANAMNESE BIJ OBESITAS
Vragen:
Ontstaan van gewichtstoename
Medicatie (antidepressiva, antipsychotica, corticosteroïden, anticonceptie)
Endocriene oorzaken (hypothyroïdie, Cushing, insulinoma)
Leefstijl, eetgewoonten, beweging
Slaap (OSAS)
Psychisch welzijn
Familiale anamnese (genetische predispositie)
Subjectieve last
5. KLINISCH ONDERZOEK
Metingen:
1
, Gewicht
Lengte
BMI
Buikomtrek (belangrijk voor visceraal vet)
o Mannen < 94 cm
o Vrouwen < 85 cm
Bloeddruk
Tekenen van endocriene ziekten (striae, moon face, dunne benen bij Cushing)
BMI-CATEGORIEËN
BMI Betekenis
ondergewic
< 18.5
ht
18.5–
normaal
25
overgewich
25–30
t
> 30 obesitas
30–35 klasse I
35–40 klasse II
> 40 klasse III
Probleem: BMI zegt niets over vetmassa → buikomtrek en EOSS zijn beter.
Overschatting vet% spiermassa<> onderschatting vet% verminderde spiermassa
(bv ouderen)
RECHTSTREEKSE METINGEN VAN LICHAAMSVET
Bio-elektrische impendantie (BIA):
Hoeveel van lichaam bestaat er uit: vetmassa, spiermassa, water en botten
Zwakke elektrische stroom: vetweefsel geleid slechter, spierweefsel en
lichaamsvocht geleiden beter (veel water)
Geeft geen exact getal, wel schatting van je lichaamssamenstelling
Gebruik: evolutie volgen indien bij gewichtsdaling enkel daling spiermassa:
geen gewenst effect
Dual-Energy Absorptiometry (DXA-meting):
Lage dosis röntgenstralen op 2 energielevels
Gebruik: osteoporose, vetverdeling, obesitasbehandeling en sportgeneeskunde
Nauwkeuriger dan BIA, maar wel duurder + minder toegankelijk
LICHAAMSVETVERDELING
Middelomtrek:
Lintmeter op middelpunt tussen onderste rib-crista iliaca
Meting op einde van uitademhaling
Onafhankelijke voorspelbare factor: hoge middelomtrek geassocieerd met
toegenomen risico DM2 en dyslipidemie + hypertensie
Waist-to-height ratio (WHtR):
Middelomtrek (cm) / lengte (cm)
2
, Beoordeling of iemand teveel buikvet heeft in verhouding met lichaamslengte
Waarden:
o <0,5: gezond ‘middelomtrek moet minder zijn dan de helft van je
lengte’
o >=0,5: verhoogd risico metabole en CV ziekten
o >=0,6: sterk verhoogd risico
6.EOSS – EDMONTON OBESITY STAGING SYSTEM
Een klinische classificatie die obesitas beoordeelt op basis van gezondheid, niet
gewicht.
Medische, mentaal en functioneel
EOSS voorspelt mortaliteit beter dan BMI.
Waardevol hulpmiddel therapeutische beslissingen (BMI is dat NIET)
Stadiu
Betekenis
m
0 geen risicofactoren
1 subklinische afwijkingen
duidelijke comorbiditeiten (DM2, HT,
2
OSAS)
3 ernstige orgaanschade
invaliderende ziekte, slechte
4
prognose
7. GEVOLGEN VAN OBESITAS
Mechanisch:
Artrose
Reflux
OSAS
Urine-incontinentie
Intertrigo
Metabool:
Metabool syndroom
Type 2 diabetes
Dyslipidemie
Hypertensie
Jicht
NASH
Mentaal:
Depressie
Angst
Slecht zelfbeeld
Reproductief:
PCOS
Infertiliteit
Oncologisch:
Borstkanker
Slokdarmkanker
Coloncarcinoom
8. BLOEDONDERZOEK BIJ OBESITAS
Lipidenprofiel
3
, TSH
Nuchtere glycemie + HbA1c
C-peptide (insulineresistentie)
Leverfunctie
Nierfunctie
Vitamines: B12, folaat, D, E, K
IJzer (laag door inflammatie)
Belangrijk: Jonge mensen met obesitas → vaak hyperinsulinemie met normale
glycemie.
9. BEHANDELING VAN OBESITAS
1. Leefstijl (altijd!)
Energie-inname:
500 kcal/dag deficit → 0.5 kg/week gewichtsverlies
Eiwitrijke voeding → minder honger, behoud spiermassa
Minder snelle koolhydraten → minder insulinepieken
Vetten van plantaardige oorsprong beter dan dierlijke verzadigde vetten
Koolhydraten beperken werkt vaak beter dan vetten beperken
Gedragstherapie:
Eetdagboek
Stimuluscontrole
Trager eten
Pauzes tijdens maaltijd
Zelfbeloning
Fysieke activiteit:
Essentieel voor behoud van gewichtsverlies
Vetverbranding pas na 20 min
Verbetert insulinegevoeligheid
Verbetert stemming (endorfines)
10. FARMACOTHERAPIE
Indicaties:
BMI ≥ 30
BMI ≥ 27 met comorbiditeit
Belangrijkste medicatie:
1. GLP-1 agonisten
Saxenda → ±6% gewichtsverlies
Wegovy (semaglutide) → 16–20%
Mounjaro (tirzepatide) → tot 25% (bijna bariatrisch niveau)
Mechanisme:
Verzadiging ↑
Maaglediging ↓
Insuline ↑
Honger ↓
2. Mysimba (bupropion/naltrexon)
Werkt op POMC-neuronen
Goed bij verslavingsgevoeligheid
Niet bij epilepsie
Blokkeert opioïden (oppassen bij pijnmedicatie)
3. Metformine
Niet officieel voor obesitas
Verhoogt insulinegevoeligheid
Soms gebruikt bij hyperinsulinemie
11. ENDOCRINE OORZAKEN VAN OBESITAS
1. Cushing
Endogene cortisoloverproductie
Tekenen: dunne benen, striae, moon face, centrale adipositas
Diagnose: 24u urine cortisol
4
1. EPIDEMIOLOGIE & MAATSCHAPPIJ
Obesitas stijgt wereldwijd, zowel in rijke landen als in
lage-inkomenslanden.
België: ±50% van volwassenen heeft overgewicht; ±20% obesitas.
COVID-19 toonde hoe kwetsbaar mensen met obesitas zijn (meer beademing,
langere hospitalisatie).
Obesitas is een chronische ziekte, geen “wilskwestie”.
2. STIGMA & CONSULTATIE
Waarom is dit belangrijk?
Mensen met obesitas ervaren levenslang stigma, vooral in de kindertijd.
Stigma schaadt therapietrouw, psychisch welzijn en zorgrelatie.
Hoe vermijd je stigma?
Vraag toestemming om gewicht te bespreken (“Mag ik met u praten over uw
gewicht?”).
Ga niet uit van “te veel eten”.
Erken dat obesitas multifactorieel is.
Vermijd grapjes, verwijten, simplificaties.
Besef dat veel patiënten al talloze diëten geprobeerd hebben.
3. PATHOFYSIOLOGIE VAN OBESITAS
Vroeger: “Obesitas = te veel eten + te weinig bewegen.”
Nu: Obesitas = verstoring van biologische homeostase
→ lichaam verdedigt een te hoog gewicht.
Belangrijke hormonen:
Ghreline → hongerhormoon (stijgt bij gewichtsverlies → rebound).
Leptine → verzadigingshormoon (bij obesitas vaak leptineresistentie).
Insuline → verzadiging, maar bij hyperinsulinemie paradoxaal meer honger.
Cortisol → verhoogt eetlust.
Conclusie:
Obesitas is een biologische, genetische en omgevingsziekte
4. ANAMNESE BIJ OBESITAS
Vragen:
Ontstaan van gewichtstoename
Medicatie (antidepressiva, antipsychotica, corticosteroïden, anticonceptie)
Endocriene oorzaken (hypothyroïdie, Cushing, insulinoma)
Leefstijl, eetgewoonten, beweging
Slaap (OSAS)
Psychisch welzijn
Familiale anamnese (genetische predispositie)
Subjectieve last
5. KLINISCH ONDERZOEK
Metingen:
1
, Gewicht
Lengte
BMI
Buikomtrek (belangrijk voor visceraal vet)
o Mannen < 94 cm
o Vrouwen < 85 cm
Bloeddruk
Tekenen van endocriene ziekten (striae, moon face, dunne benen bij Cushing)
BMI-CATEGORIEËN
BMI Betekenis
ondergewic
< 18.5
ht
18.5–
normaal
25
overgewich
25–30
t
> 30 obesitas
30–35 klasse I
35–40 klasse II
> 40 klasse III
Probleem: BMI zegt niets over vetmassa → buikomtrek en EOSS zijn beter.
Overschatting vet% spiermassa<> onderschatting vet% verminderde spiermassa
(bv ouderen)
RECHTSTREEKSE METINGEN VAN LICHAAMSVET
Bio-elektrische impendantie (BIA):
Hoeveel van lichaam bestaat er uit: vetmassa, spiermassa, water en botten
Zwakke elektrische stroom: vetweefsel geleid slechter, spierweefsel en
lichaamsvocht geleiden beter (veel water)
Geeft geen exact getal, wel schatting van je lichaamssamenstelling
Gebruik: evolutie volgen indien bij gewichtsdaling enkel daling spiermassa:
geen gewenst effect
Dual-Energy Absorptiometry (DXA-meting):
Lage dosis röntgenstralen op 2 energielevels
Gebruik: osteoporose, vetverdeling, obesitasbehandeling en sportgeneeskunde
Nauwkeuriger dan BIA, maar wel duurder + minder toegankelijk
LICHAAMSVETVERDELING
Middelomtrek:
Lintmeter op middelpunt tussen onderste rib-crista iliaca
Meting op einde van uitademhaling
Onafhankelijke voorspelbare factor: hoge middelomtrek geassocieerd met
toegenomen risico DM2 en dyslipidemie + hypertensie
Waist-to-height ratio (WHtR):
Middelomtrek (cm) / lengte (cm)
2
, Beoordeling of iemand teveel buikvet heeft in verhouding met lichaamslengte
Waarden:
o <0,5: gezond ‘middelomtrek moet minder zijn dan de helft van je
lengte’
o >=0,5: verhoogd risico metabole en CV ziekten
o >=0,6: sterk verhoogd risico
6.EOSS – EDMONTON OBESITY STAGING SYSTEM
Een klinische classificatie die obesitas beoordeelt op basis van gezondheid, niet
gewicht.
Medische, mentaal en functioneel
EOSS voorspelt mortaliteit beter dan BMI.
Waardevol hulpmiddel therapeutische beslissingen (BMI is dat NIET)
Stadiu
Betekenis
m
0 geen risicofactoren
1 subklinische afwijkingen
duidelijke comorbiditeiten (DM2, HT,
2
OSAS)
3 ernstige orgaanschade
invaliderende ziekte, slechte
4
prognose
7. GEVOLGEN VAN OBESITAS
Mechanisch:
Artrose
Reflux
OSAS
Urine-incontinentie
Intertrigo
Metabool:
Metabool syndroom
Type 2 diabetes
Dyslipidemie
Hypertensie
Jicht
NASH
Mentaal:
Depressie
Angst
Slecht zelfbeeld
Reproductief:
PCOS
Infertiliteit
Oncologisch:
Borstkanker
Slokdarmkanker
Coloncarcinoom
8. BLOEDONDERZOEK BIJ OBESITAS
Lipidenprofiel
3
, TSH
Nuchtere glycemie + HbA1c
C-peptide (insulineresistentie)
Leverfunctie
Nierfunctie
Vitamines: B12, folaat, D, E, K
IJzer (laag door inflammatie)
Belangrijk: Jonge mensen met obesitas → vaak hyperinsulinemie met normale
glycemie.
9. BEHANDELING VAN OBESITAS
1. Leefstijl (altijd!)
Energie-inname:
500 kcal/dag deficit → 0.5 kg/week gewichtsverlies
Eiwitrijke voeding → minder honger, behoud spiermassa
Minder snelle koolhydraten → minder insulinepieken
Vetten van plantaardige oorsprong beter dan dierlijke verzadigde vetten
Koolhydraten beperken werkt vaak beter dan vetten beperken
Gedragstherapie:
Eetdagboek
Stimuluscontrole
Trager eten
Pauzes tijdens maaltijd
Zelfbeloning
Fysieke activiteit:
Essentieel voor behoud van gewichtsverlies
Vetverbranding pas na 20 min
Verbetert insulinegevoeligheid
Verbetert stemming (endorfines)
10. FARMACOTHERAPIE
Indicaties:
BMI ≥ 30
BMI ≥ 27 met comorbiditeit
Belangrijkste medicatie:
1. GLP-1 agonisten
Saxenda → ±6% gewichtsverlies
Wegovy (semaglutide) → 16–20%
Mounjaro (tirzepatide) → tot 25% (bijna bariatrisch niveau)
Mechanisme:
Verzadiging ↑
Maaglediging ↓
Insuline ↑
Honger ↓
2. Mysimba (bupropion/naltrexon)
Werkt op POMC-neuronen
Goed bij verslavingsgevoeligheid
Niet bij epilepsie
Blokkeert opioïden (oppassen bij pijnmedicatie)
3. Metformine
Niet officieel voor obesitas
Verhoogt insulinegevoeligheid
Soms gebruikt bij hyperinsulinemie
11. ENDOCRINE OORZAKEN VAN OBESITAS
1. Cushing
Endogene cortisoloverproductie
Tekenen: dunne benen, striae, moon face, centrale adipositas
Diagnose: 24u urine cortisol
4