Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting 1VRK6: Genetica, voortplanting en embryologie

Note
-
Vendu
-
Pages
51
Publié le
09-03-2026
Écrit en
2025/2026

Een complete, duidelijke samenvatting van het onderdeel 1VRK6 (Genetica, voortplanting en embryologie) in de studie Vroedkunde.

Aperçu du contenu

1VRK6: Genetica, voortplanting en embryologie – Module 3
Genetica: niet chromosomale overerving

Mitochondriale overerving Ø Bepaalde eigenschappen uitsluitend van moeder overgeërfd
Ø Betekent niet: bij mitochondriale DNA-afwijking automatisch aangetast (hangt af van
hoeveelheid mitochondriaal DNA dat afwijking draagt)
Ø Elke mitochondriale DNA-ring bevat 37 genen (steeds dezelfde)
- Homoplasmie: alle circulaire DNA-moleculen in 1 cel identiek
- Heteroplasmie: niet alle circulaire DNA-moleculen in 1 cel identiek
= belang bij al dan niet tot uitdrukking komen overgeërfde mitochondriale aandoeningen
Ø Elke cel: bevat 100-1000+ mitochondriën (bevatten elk mitochondriale DNA-moleculen)
Ø Als alle mitochondriën in 1 cel hetzelfde DNA bevatten à andere situatie dan als er
mengeling is van normaal en gemuteerd mtDNA
Ø Percentage aanwezig mutant mtDNA bepaalt mate expressie van aandoening
Ø Problemen mtDNA à moeilijk diagnosticeren
Ø Mitochondriale afwijkingen: basis multisysteemaandoeningen à tasten bv. spierstelsel en
zenuwstelsel aan
Multifactoriële erfelijkheid = Verschillende elementen aan basis van eigenschap/aandoening
Ø afhankelijk samenwerking tussen verschillende genen en externe factoren
Ø Ziekte genetisch à getriggerd door omgevingsfactoren
Ø Normale multifactoriële kenmerken: lichaamsgestalte, intelligentie
Ø Bv. spina bifida (open ruggetje), lip- en verhemeltespleet
Polygenie = Meerdere genen gelegen op verschillende loci op eenzelfde/verschillende chromosomen maar
samen invloed uitoefenen op verschijnen bepaald kenmerk
Ø Soorten
- Cumulatieve polygenie (= additieve polygenie)
® Zichtbaar effect: verschillende genen dicht bij elkaar voegen
® Gauss curve onder bevolking
® Bv. huidskleur, lichaamslengte

- Drempelpolygenie
® Zichtbaar effect: manifesteert wanneer bepaalde hoeveelheid genen aanwezig is
® Bv. spina bifida anencefalie, pylorusstenose, klompvoet,…
Penetrantie VS expressiviteit Ø Penetratie
- Volledige penetratie: bij bepaalde genencombinatie altijd kenmerken te zien (bv.
diabetes insipidus)
- Beperkte penetratie: bij bepaalde genencombinatie soms kenmerken te zien

Ø Expressiviteit
- Mate/periode tot uiting komen varieert
- Constante en variabele expressiviteit (bv. allergie,…)
Epistase, hypostase Ø Epistase
- 2 genen die niet op dezelfde locus gelegen, en toch eenzelfde eigenschap beïnvloeden
en één ander kan onderdrukken
- Bv. albinisme

Ø Hypostase
- 2 genen die niet op dezelfde locus gelegen, en toch eenzelfde eigenschap beïnvloeden
en één wordt onderdrukt
- Bv. roodharigheid




1

,1VRK6: Genetica, voortplanting en embryologie – Module 3
Genetica: mutaties

Mutatie = plotse wijziging van DNA
Ø Soorten mutaties
- Gen mutatie: verandering blijft beperkt tot 1 gen
- Chromosoommutatie: verandering van stuk chromosoom = vele genen
- Genoommutaties: aantal chromosomen veranderd
Genmutaties = wijziging in volgorde nucleotiden/basen waaruit bepaald gen is samengesteld
Ø Afhankelijk van soort fout à 4 soorten genmutaties
- Puntmutatie: 1 van basen (A,C,G,T) vervangen door andere
- Insertie: 1 of meerdere basenparen werden toegevoegd
- Deletie: 1 of enkele basenparen verloren gegaan
- Inversie: stuk streng losgekomen en op zelfde plaats ingeplakt in omgekeerde volgorde

Ø Effecten
- Stille mutatie: verandering in basenvolgorde heeft geen effect op vorming eiwitten
- Missense-mutatie: verandering in samenstelling van eiwit (enkele AZ door ander
vervangen)
- Nonsensmutatie: gewoon codon vervangen door stopcodon (gevolg: ingekort eiwit
ontstaat dat niet in staat is om functie van oorspronkelijke eiwit over te nemen)
- Frameshift-mutatie: door deletie/insertie keurige indelingen in codons/tripletten
verloren gegaan

Ø Gevolgen voor individu:
- Geen effect à door kleine deleties op korte arm x-chromosoom geen dystrofiene
aangemaakt (bv. idiosuncrasie)
- Ernstig effect à door mutatie ontstaat overgevoeligheid voor bepaalde stof
Chromosoommutatie = niet aantal maar vorm van 1/meerdere chromosomen is gewijzigd
Ø Isochromosomen: verkeerde deling van chromosoom
- Bij mitose of 2de deling meiose à ipv normale overlangse deling, met vorming 2
gelijke dochterchromosomen, kan moederschromosomen in dwarse richting doorbreken
thv centromeer

Ø Deleties: stukje chromosoom afgebroken en verloren gegaan
Ø Translocatie: stuk DNA losgekomen van oorspronkelijk chromosoom en is vastgehecht op
een ander niet homoloog chromosoom
- = plaatsverandering
- Eenvoudige/reciproque translocatie
- Robertsoniaanse translocatie: eerst dwarse splitsing à met verschil dat er nu dwarse
splitsing is in tegelijk 2 niet homologe chromosomen, vervolgns groeien 2 lange en 2
korte armen van verkeerd gesplitste chromosomen aan elkaar
Genoommutatie Ø Soorten genoommutaties
- Polyploïdie: mutatie geeft veelvoud van normaal aantal chromosomen (bv. 3n 69
chromosomen)
- Aneuploïdie: mutatie geeft veelvoud van haploïde aantal (2n + 1, 2n - 2enz)
- Trisomie: 1 bepaald chromosoom komt 3x voor (trisomie 21 = downsyndroom)
- Monosomie: 1 bepaald chromosoom komt 1x voor (XO ipv XX/XY)

Ø Ontstaan mechanisme van trisomie en monosomie
- Mislukte paring/asynapsis
- Non-disjunctie
- Chromosoom verlies tijdens anafase

Ø Mozaïeken: organisme opgebouwd uit cellen met verschillende chromosoom samenstelling
(oorzaak: meestal non-disjunctie tijdens mitotische deling)




2

,1VRK6: Genetica, voortplanting en embryologie – Module 3
Genetica: Celstructuren en functie

Celkern = grootste meest opvallende structuur in cel
Ø Alle informatie opgeslagen
Ø Bepaalt structuur van cel en functies die deze kan verrichten
RNA en DNA Ø RNA: stof in cel die helpt bij maken eiwitten
- RNA à kopie stukje DNA
- Brengt informatie van DNA naar plek waar eiwitten worden gemaakt
- Eiwitten nodig voor groei/werking cel

Ø DNA: erfelijk materiaal cel
- 2 lange strengen van nucleotiden
- Dubbele helix
- 4 bases verbonden met waterstofbruggen
- Thymine (T), adenine (A), guanine (G), cytosine (C)
Eiwitsynthese Ø Verband tussen DNA en erfelijke kenmerken
Ø DNA à (transcriptie locatie: kern) à m-RNA à translatie locatie: cytosol à eiwit
Verschil structuur kern in Ø Kern in rust
rust en kern bij celdeling - DNA los en dun verspreid als chromatine
- Kernmembraan aanwezig
- Kernlichaampje zichtbaar

Ø Kern in celdeling
- DNA opgerold tot chromosomen
- Kernmembraan verdwijnt
- Kernlichaampje verdwijnt
Mitose = proces waarbij 1 cel deelt in 2 identieke dochtercellen
Ø Belang: groei, herstel beschadigde cellen, vervangen oude/dode cellen
Celdifferentiatie = proces waarbij cellen specialiseren en specifieke functie krijgen
Ø Belang: verschillende soorten cellen mogelijk maken, vormen weefsels/organen
Geslachtsdeling VS gewone Ø Gewone deling (mitose)
deling - 1 cel à 2 identieke cellen
- Aantal chromosomen blijft hetzelfde
- Groei en herstel lichaam

Ø Geslachtsdeling (meiose)
- 1 cel à 4 verschillende geslachtscellen
- Aantal chromosomen gehalveerd
- Voortplanting (zaad- en eicellen)
Mitose VS meiose Ø Verschil
- Mitose: 1-deling, 2 identieke dochtercellen, chromosomen aantal blijft gelijk
- Meiose: 2-delingen, 4 verschillende geslachtscellen, chromosomen aantal gehalveerd

Ø Gelijkenis
- Beide vormen celdeling
- DNA 1ste gekopieerd
- Ontstaan nieuwe cellen




3

, 1VRK6: Genetica, voortplanting en embryologie – Module 3
Genetica: voortplantingsstelsel

Spermatogenese Ø Bestaat uit 3 stappen
- Spermatogonia
- Spermatocyten
- Spermiogenese
Spermatogonia Ø Begint met mitotische delingen van stamcellen
Spermatocyten Ø Cellen die via meiose haploïde spermatiden produceren
Spermiogenese Ø Laatste stadium spermatogenese waarin spermatiden rijpen tot beweeglijke spermacellen
(spermatozoa)
Secundaire spermatocyt Ø Cel die ontstaat uit meiose 1 van spermatocyt tijdens spermatogenese
Spermatiden Ø Haploïde cellen die ontstaan uit meiose 2 van spermatocyten tijdens spermatogenese
Spermacel Ø Beweeglijke mannelijke cel die DNA naar eicel brengt
Acrosoom Ø Kop zaadcel
Ø Bevat enzymen
Ø Harde buitenlaag van eicel afbreken
Oögenese Ø Proces waarbij vrouwelijke oöcyt wordt gevormd
Oögonia Ø Voorlopers eicellen in vrouwelijke gonaden (eierstokken)
Ø Ontstaan tijdens embryonale ontwikkeling
Poollichaampje Ø Klein cellichaampje dat ontstaat tijdens meiose van eicel
Ø Functie: verwijdert overtollig chromosomen
Primaire/secundaire oöcyt Ø Primaire oöcyt
- Onrijpe vrouwelijke eicel in eierstok
- Ontstaat uit oögonium en meiose 1 start (stopt in profase)

Ø Secundaire oöcyt
- Onrijpe haploïde eicel
- Ontstaat uit primaire oöcyt na 1ste meiotische deling tijdens oögenese
Zona pellucida Ø Beschermlaag rond eicel à maakt bevruchting mogelijk




4

Infos sur le Document

Publié le
9 mars 2026
Nombre de pages
51
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME
€9,99
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
lentldepermentier

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
lentldepermentier Arteveldehogeschool
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
1
Membre depuis
8 mois
Nombre de followers
0
Documents
8
Dernière vente
7 mois de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions