Familiaal vermogensrecht
DEEL 1: HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
1. Rela:evormen
Er zijn 3 mogelijke vormen voor een rela1e:
o Feitelijk samenwonen
o We8elijk samenwonen
o Binnen een huwelijk samenwonen
Samenwonen = in eenzelfde woning gehuisvest zijn, een gezamenlijke huishouding voeren en onderlinge
solidariteit tonen.
ð Gezamenlijke huishouding = de kosten van huisves1gin, voeding, etc.
Koppel = 2 of meerdere personen, ongeacht het geslacht, die omwille van een persoonlijke, emo1onele
band ervoor gekozen hebben om binnen een in1eme rela1e een duurzame levensgemeenschap tot stand
te brengen.
ð Is dit de grens die het recht mag stellen? Hier kan over nagedacht worden
ð Wat zou het juridisch beletsel kunnen zijn om niet over 2 personen te spreken maar over 3
personen in het recht?
1.1. Huwelijk
!! Het huwelijk staat nog steeds voorop. Het huwelijk heeI lange 1jd een centrale plaats ingenomen in de
samenleving:
o In de Code Napoléon van 1804 was het de enige erkende vorm van samenleven en tot het einde
van de twin1gste eeuw bleef het de dominante rela1evorm.
o In 2003 kwam er een belangrijke ontwikkeling met de invoering van het huwelijk voor personen
van hetzelfde geslacht.
o Eeuwenlang werd het huwelijk beschouwd als een steunpunt om rela1es vorm te geven.
Dat komt doordat het voor de mens één van de meest dierbare ins1tu1es is en omdat
het recht in de samenleving fungeert als een soort wegcode: wanneer er geen juridische
regels bestaan, dreigt er chaos. Door rela1es te regelen kon men burgeroorlog en grote
conflicten vermijden. Het verlangen om samen te zijn met iemand is een natuurlijke
drijfveer, en omdat dit zo wezenlijk is voor het menselijk bestaan, heeI het huwelijk al1jd
een bijzondere juridische uitwerking gekregen. Het brengt stabiliteit in de samenleving.
Het huwelijk wordt beschouwd als een plech1ge rechtshandeling. De wet legt zelf vast welke
verplich1ngen echtgenoten tegenover elkaar hebben en het huwelijk heeI verregaande rechtsgevolgen.
ð Indien er GEEN huwelijkscontract wordt gesloten, ontstaat er automa1sch een
huwelijksgemeenschap die grote gevolgen heeI voor het vermogen van de echtgenoten.
In de loop van de 1jd hebben zich echter ontwikkelingen voorgedaan: de greep van de samenleving op het
huwelijk is afgenomen, het homohuwelijk werd mogelijk gemaakt en er vond een loskoppeling plaats van
het huwelijk en ver1cale rela1es zoals het opvoedingskader. Dit riep nieuwe vragen op, zoals: wat met
kinderen van homoseksuele ouders? En wat met kinderen die buiten een huwelijk worden geboren?
Vroeger hadden buitenechtelijke kinderen namelijk niet dezelfde rechten als kinderen die binnen een
huwelijk ter wereld kwamen.
1.2. We;elijke samenwoning
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 1
,De we8elijke samenwoning werd in 1998 ingevoerd en wordt vaak omschreven als een soort
“minihuwelijk”.
ó In vergelijking met het huwelijk is het veel minder plech1g, legt het veel minder verplich1ngen op en
verloopt de beëindiging ervan minder omslach1g. Het schept een veel zwakkere rechtsband en brengt
minder verregaande gevolgen met zich mee dan een huwelijk. Toch is er door de jaren heen een duidelijke
evolu1e merkbaar naar steeds meer gelijkstelling met gehuwden, al blijven er nog al1jd zeer belangrijke
verschillen bestaan.
ð De RS is tevens vanoordeel dat we8elijke samenwoners dezelfde rechten moeten hebben als
gehuweden, maar het GWH volgt deze opinie tot op een zekere hoogte.
Een opvallend kenmerk van de we8elijke samenwoning is dat deze ook kan bestaan zonder dat er sprake is
van een emo1onele of seksuele rela1e.
Het gaat vooral om een contractueel vermogenskader dat niet noodzakelijk impliceert dat de betrokkenen
een koppel vormen.
ð Hierdoor staat het ook open voor nauwe verwanten die samenwonen.
Ä VOORBEELD: ouder met kind of broer met broer.
De regels met betrekking tot de we8elijke samenwoning zijn bovendien nog NIET opgenomen in het
nieuwe Burgerlijk Wetboek (Boek 4), maar worden nog steeds geregeld in het oude Burgerlijk Wetboek
(art. 1478 e.v. oud BW).
Wat de cijfers betreI: in 2022 werden er ongeveer 39.000 we8elijke samenwoningen afgesloten, een
aantal dat vrij stabiel blijI. Daartegenover stonden ongeveer 29.000 beëindigingen, een cijfer dat s1jgend
is, deels als inhaalbeweging na de coronaperiode. Van deze beëindigingen gebeurde 36,3% op verzoek van
een partner, 58,5% door een huwelijk en 5,2% door overlijden.
1.3. Feitelijke samenwoning
De feitelijke samenwoning werd tot het einde van de jaren zeven1g nog als ongeoorloofd beschouwd en
kreeg de benaming “concubinaat”, dat in het strafrecht en burgerlijk recht als ongeoorloofd of zelfs
gezagsondermijnend werd gezien.
ð Er was dus een spanning tussen de maatschappelijke realiteit, waarin steeds meer koppels
ongehuwd samenwoonden, en de juridische realiteit, die dit niet erkende.
Ä Toch werd er soms rekening gehouden met feitelijke samenwoning in het recht,
bijvoorbeeld bij het beslagrecht of in het socialezekerheidsrecht. In dat laatste domein
gebeurde dit rela1ef vroeg, onder andere in de regeling van de kinderbijslag. Dit is
verklaarbaar omdat de sociale zekerheid zich richt op feitelijke situa1es en minder belang
hecht aan de juridische of geformaliseerde vorm van familiale verhoudingen.
Ook in de familierechtelijke RS is er geleidelijk een evolu1e merkbaar geweest: steeds vaker werd erkend
dat aan feitelijke rela1es ook juridische gevolgen kunnen worden verbonden. Hierbij speelt de spanning
tussen de vrije keuze van de wetgever en de realiteit van het liefdesleven. In theorie is het immers een
vrije keuze om een rela1e al dan niet in een we8elijke vorm te gieten, maar in de prak1jk kan dit anders
liggen. Soms wordt een rela1evorm door één van de partners opgelegd aan de andere, bijvoorbeeld
wanneer één van beiden niet wil trouwen.
ð In dat geval spreekt men van een wilsgebrek van de liefde. Er is wel degelijk een keuze om een
rela1e aan te gaan, maar niet al1jd een even vrije keuze om deze in een bepaalde juridische vorm
vast te leggen.
2. Rela:erecht
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 2
,2.1. We;elijke regeling van het samenwonen
Bij de drie mogelijke vormen van samenwonen moet men nagaan hoe men deze rela1evorm start en
welke voorwaarden daaraan verbonden zijn, welke gevolgen daardoor ontstaan en hoe deze rela1evorm
beëindigd kan worden. = civile gevolgen van de relaBe
2.1.1. Feitelijk samenwonen
Het feitelijk samenwonen is een informeel gebeuren:
o Een louter feit (evt.) ingeschreven in het bevolkingsregister
o 2 personen beslissen dus om samen te wonen.
o Er wordt aangegeven of deze personen al of niet een gezin vormen
o VOORBEELD: een kotstudent kan op hetzelfde aderes wonen als de huisbaar,
maar daarom zijn zij niet FS.
o Er wordt NIET nagegaan wat de beweegredenen zijn
o Er worden ook geen bijkomende vormvereisten opgelegd
o Geen civielrechtelijk statuut, wel ad hoc verwijzingen
o FS wordt NIET in het oud BW als rela1evorm benoemd.
o Feitelijke samenwoners verwerven GEEN status waaraan we8elijke gevolgen verbonden
zijn
o VOORBEELD: mbt erfrecht.
o Hier en daar zijn er wel een aantal bepalingen in het burgerlijk wetboek die verwijzen
naar samenwonen MAAR het gaat steeds om losse regels.
o VOORBEELD: regels omtrent adopFe.
o Fiscale wetgeving en wetgeving omtrent sociale zekerheid (NIET regeling inzake
overlevingspensioen) houdt er wel soms rekening mee.
o Zelf vrij regelingen treffen
o VOORBEELD: via een samenwoningscontract of testament
o Ook beëindiging is een louter feit (bevolkingsregisters) – informele beëindiging.
o Dit gebeurt in onderlinge overeenstemming of op ini1a1ef van één van hen.
o De enige formaliteit die daarmee gepaard moet gaan is de wijziging van de inschrijving in
het bevolkingsregister. Dit kan ook ambtshalve gebeuren.
o Geen we8elijke alimenta1e, evt. conven1oneel of schadevergoeding/natuurlijke verbintenis
2.1.2. WeIelijk samenwonen
2.1.2.1. Verklaring van WS
De we8elijke samenwoning gebeurt door een verklaring voor de ABS waarin het koppel verklaart dat het
we8elijk wil samenwonen (art. 1475 oud BW). Deze verklaring wordt ingeschreven in het
bevolkingsregister, maar er wordt GEEN akte van de burgerlijke stand opgesteld.
Raakt staat van de persoon? Evolutie RS en RL: De wetgever beweerde dat de staat door de wettelijke
samenwoning niet gewijzigd zou worden zoals dit wel het geval is bij huwelijk kunt deze bewering is NIET
helemaal correct.
ð Staat van persoon = die zijn bekwaamheid en zijn bevoegdheid om in het rechtsverkeer opt te
treden nader bepaalt.
ð De wettelijke samenwoning beïnvloedt immers wel de bevoegdheid in het rechtsverkeer
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 3
, Ä VOORBEELD: bescherming van de gezinswoning
!! De verklaring is GEEN samenwoningscontract:
o De verklaring van WS is een gezamenlijke verklaring
o Er is slechts sprake van een samenwoningscontract indien de samenwoners die de verklaring
hebben afgelegd of zullen afleggen bovendien een contract afsluiten waarin ze bepaalde
vermogensrechtelijke gevolgen van hun relatie vastleggen net zoals gehuwden dat doen in een
huwelijksovereenkomst.
2.1.2.2. Gevolgen wat de persoon betreft?
Wettelijk zijn er GEEN persoonlijke verplichtingen die uit de WS ontstaan. Dit is wel zo bij het huwelijk à
samenwoning, getrouwdheid en bijstand.
Een conventionele afwijking van deze regelingen is in principe niet mogelijk, aangezien er geen aantasting
of beperking van de persoonlijke vrijheid mogelijk is.
ð VOORBEELD: geen getrouwheidsverplichting
ð VOORBEELD: geen bijstandsverplichting (moreel en affectieve dimensie)
Het gaat hier dus om louter persoonlijke verbintenissen en niet om geldelijke of vermogensrechtelijke
verplichtingen. Dergelijke verplichtingen zijn immers aantastingen of beperkingen van de individuele
vrijheid die alleen binnen het huwelijk aanvaard kan worden.
2.1.2.3. Gevolgen wat de vermogens betreft?
Samenwoners kunnen echter wel een overeenkomst aangaan in verband met de vermogensrechtelijke en
geldelijke gevolgen van hun relatie.
ð Het gaat onder meer over de verplichting tot materiële of financiële hulp tijdens en na de relatie
MAAR opgelet wat beëindiging betreft: er mag geen geldelijke sanctie gekoppeld worden aan de
verplichting tot voortzetting van de samenwoningomdat de vrijheid om de relatie te verbreken
onaangetast moet blijven
ð VOORBEELD: “Je mag me niet verlaten en als je dat toch doet moet je me x euro betalen”
Wat wel zou kunnen is een ovk waarbij de ene zich tegenover de andere verbindt om de relatie niet
abrupt te beëindigen en levensgenoot in financiële moeilijkheden te brengen.
2.1.2.4. Primair samenwoningsstelsel (art. 1477 oud BW):
Er zijn bij de wet vastgelegde regels over gezinslasten, gezinswoning en gezinsbescherming, in dat
verband spreekt men dus van het primair huwelijksstelsel. Het primair samenwoningsstelsel wordt dus
vergeleken met het primair huwelijksstelsel.
2.1.2.5. Erfrecht
Er is een beperkt erfrecht ingevoerd tvv de LLWS of partner, met de mogelijkheid om bv. het erfrecht van
de kinderen te beperken.
2.1.2.6. Fiscaal en socialezekerheidsrechtelijk
o Fiscaal: doorgevoerde gelijkschakeling van de situa1e van de WS met deze van gehuwde
o VOORBEELD: directe belasFngen, schenkbelasFngen,...
o Socialezekerheidsrechtelijk bij we8elijke samenwoners = feitelijke samenwoners, met enkele
belangrijke uitzonderingen zoals in pensioenvoorzieningen en arbeidsongevallen- en
beroepsziektenverzekering
2.1.2.7. Beëindiging relatie van wettelijke samenwoning (art. 1476, § 2 oud BW)
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 4
DEEL 1: HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
1. Rela:evormen
Er zijn 3 mogelijke vormen voor een rela1e:
o Feitelijk samenwonen
o We8elijk samenwonen
o Binnen een huwelijk samenwonen
Samenwonen = in eenzelfde woning gehuisvest zijn, een gezamenlijke huishouding voeren en onderlinge
solidariteit tonen.
ð Gezamenlijke huishouding = de kosten van huisves1gin, voeding, etc.
Koppel = 2 of meerdere personen, ongeacht het geslacht, die omwille van een persoonlijke, emo1onele
band ervoor gekozen hebben om binnen een in1eme rela1e een duurzame levensgemeenschap tot stand
te brengen.
ð Is dit de grens die het recht mag stellen? Hier kan over nagedacht worden
ð Wat zou het juridisch beletsel kunnen zijn om niet over 2 personen te spreken maar over 3
personen in het recht?
1.1. Huwelijk
!! Het huwelijk staat nog steeds voorop. Het huwelijk heeI lange 1jd een centrale plaats ingenomen in de
samenleving:
o In de Code Napoléon van 1804 was het de enige erkende vorm van samenleven en tot het einde
van de twin1gste eeuw bleef het de dominante rela1evorm.
o In 2003 kwam er een belangrijke ontwikkeling met de invoering van het huwelijk voor personen
van hetzelfde geslacht.
o Eeuwenlang werd het huwelijk beschouwd als een steunpunt om rela1es vorm te geven.
Dat komt doordat het voor de mens één van de meest dierbare ins1tu1es is en omdat
het recht in de samenleving fungeert als een soort wegcode: wanneer er geen juridische
regels bestaan, dreigt er chaos. Door rela1es te regelen kon men burgeroorlog en grote
conflicten vermijden. Het verlangen om samen te zijn met iemand is een natuurlijke
drijfveer, en omdat dit zo wezenlijk is voor het menselijk bestaan, heeI het huwelijk al1jd
een bijzondere juridische uitwerking gekregen. Het brengt stabiliteit in de samenleving.
Het huwelijk wordt beschouwd als een plech1ge rechtshandeling. De wet legt zelf vast welke
verplich1ngen echtgenoten tegenover elkaar hebben en het huwelijk heeI verregaande rechtsgevolgen.
ð Indien er GEEN huwelijkscontract wordt gesloten, ontstaat er automa1sch een
huwelijksgemeenschap die grote gevolgen heeI voor het vermogen van de echtgenoten.
In de loop van de 1jd hebben zich echter ontwikkelingen voorgedaan: de greep van de samenleving op het
huwelijk is afgenomen, het homohuwelijk werd mogelijk gemaakt en er vond een loskoppeling plaats van
het huwelijk en ver1cale rela1es zoals het opvoedingskader. Dit riep nieuwe vragen op, zoals: wat met
kinderen van homoseksuele ouders? En wat met kinderen die buiten een huwelijk worden geboren?
Vroeger hadden buitenechtelijke kinderen namelijk niet dezelfde rechten als kinderen die binnen een
huwelijk ter wereld kwamen.
1.2. We;elijke samenwoning
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 1
,De we8elijke samenwoning werd in 1998 ingevoerd en wordt vaak omschreven als een soort
“minihuwelijk”.
ó In vergelijking met het huwelijk is het veel minder plech1g, legt het veel minder verplich1ngen op en
verloopt de beëindiging ervan minder omslach1g. Het schept een veel zwakkere rechtsband en brengt
minder verregaande gevolgen met zich mee dan een huwelijk. Toch is er door de jaren heen een duidelijke
evolu1e merkbaar naar steeds meer gelijkstelling met gehuwden, al blijven er nog al1jd zeer belangrijke
verschillen bestaan.
ð De RS is tevens vanoordeel dat we8elijke samenwoners dezelfde rechten moeten hebben als
gehuweden, maar het GWH volgt deze opinie tot op een zekere hoogte.
Een opvallend kenmerk van de we8elijke samenwoning is dat deze ook kan bestaan zonder dat er sprake is
van een emo1onele of seksuele rela1e.
Het gaat vooral om een contractueel vermogenskader dat niet noodzakelijk impliceert dat de betrokkenen
een koppel vormen.
ð Hierdoor staat het ook open voor nauwe verwanten die samenwonen.
Ä VOORBEELD: ouder met kind of broer met broer.
De regels met betrekking tot de we8elijke samenwoning zijn bovendien nog NIET opgenomen in het
nieuwe Burgerlijk Wetboek (Boek 4), maar worden nog steeds geregeld in het oude Burgerlijk Wetboek
(art. 1478 e.v. oud BW).
Wat de cijfers betreI: in 2022 werden er ongeveer 39.000 we8elijke samenwoningen afgesloten, een
aantal dat vrij stabiel blijI. Daartegenover stonden ongeveer 29.000 beëindigingen, een cijfer dat s1jgend
is, deels als inhaalbeweging na de coronaperiode. Van deze beëindigingen gebeurde 36,3% op verzoek van
een partner, 58,5% door een huwelijk en 5,2% door overlijden.
1.3. Feitelijke samenwoning
De feitelijke samenwoning werd tot het einde van de jaren zeven1g nog als ongeoorloofd beschouwd en
kreeg de benaming “concubinaat”, dat in het strafrecht en burgerlijk recht als ongeoorloofd of zelfs
gezagsondermijnend werd gezien.
ð Er was dus een spanning tussen de maatschappelijke realiteit, waarin steeds meer koppels
ongehuwd samenwoonden, en de juridische realiteit, die dit niet erkende.
Ä Toch werd er soms rekening gehouden met feitelijke samenwoning in het recht,
bijvoorbeeld bij het beslagrecht of in het socialezekerheidsrecht. In dat laatste domein
gebeurde dit rela1ef vroeg, onder andere in de regeling van de kinderbijslag. Dit is
verklaarbaar omdat de sociale zekerheid zich richt op feitelijke situa1es en minder belang
hecht aan de juridische of geformaliseerde vorm van familiale verhoudingen.
Ook in de familierechtelijke RS is er geleidelijk een evolu1e merkbaar geweest: steeds vaker werd erkend
dat aan feitelijke rela1es ook juridische gevolgen kunnen worden verbonden. Hierbij speelt de spanning
tussen de vrije keuze van de wetgever en de realiteit van het liefdesleven. In theorie is het immers een
vrije keuze om een rela1e al dan niet in een we8elijke vorm te gieten, maar in de prak1jk kan dit anders
liggen. Soms wordt een rela1evorm door één van de partners opgelegd aan de andere, bijvoorbeeld
wanneer één van beiden niet wil trouwen.
ð In dat geval spreekt men van een wilsgebrek van de liefde. Er is wel degelijk een keuze om een
rela1e aan te gaan, maar niet al1jd een even vrije keuze om deze in een bepaalde juridische vorm
vast te leggen.
2. Rela:erecht
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 2
,2.1. We;elijke regeling van het samenwonen
Bij de drie mogelijke vormen van samenwonen moet men nagaan hoe men deze rela1evorm start en
welke voorwaarden daaraan verbonden zijn, welke gevolgen daardoor ontstaan en hoe deze rela1evorm
beëindigd kan worden. = civile gevolgen van de relaBe
2.1.1. Feitelijk samenwonen
Het feitelijk samenwonen is een informeel gebeuren:
o Een louter feit (evt.) ingeschreven in het bevolkingsregister
o 2 personen beslissen dus om samen te wonen.
o Er wordt aangegeven of deze personen al of niet een gezin vormen
o VOORBEELD: een kotstudent kan op hetzelfde aderes wonen als de huisbaar,
maar daarom zijn zij niet FS.
o Er wordt NIET nagegaan wat de beweegredenen zijn
o Er worden ook geen bijkomende vormvereisten opgelegd
o Geen civielrechtelijk statuut, wel ad hoc verwijzingen
o FS wordt NIET in het oud BW als rela1evorm benoemd.
o Feitelijke samenwoners verwerven GEEN status waaraan we8elijke gevolgen verbonden
zijn
o VOORBEELD: mbt erfrecht.
o Hier en daar zijn er wel een aantal bepalingen in het burgerlijk wetboek die verwijzen
naar samenwonen MAAR het gaat steeds om losse regels.
o VOORBEELD: regels omtrent adopFe.
o Fiscale wetgeving en wetgeving omtrent sociale zekerheid (NIET regeling inzake
overlevingspensioen) houdt er wel soms rekening mee.
o Zelf vrij regelingen treffen
o VOORBEELD: via een samenwoningscontract of testament
o Ook beëindiging is een louter feit (bevolkingsregisters) – informele beëindiging.
o Dit gebeurt in onderlinge overeenstemming of op ini1a1ef van één van hen.
o De enige formaliteit die daarmee gepaard moet gaan is de wijziging van de inschrijving in
het bevolkingsregister. Dit kan ook ambtshalve gebeuren.
o Geen we8elijke alimenta1e, evt. conven1oneel of schadevergoeding/natuurlijke verbintenis
2.1.2. WeIelijk samenwonen
2.1.2.1. Verklaring van WS
De we8elijke samenwoning gebeurt door een verklaring voor de ABS waarin het koppel verklaart dat het
we8elijk wil samenwonen (art. 1475 oud BW). Deze verklaring wordt ingeschreven in het
bevolkingsregister, maar er wordt GEEN akte van de burgerlijke stand opgesteld.
Raakt staat van de persoon? Evolutie RS en RL: De wetgever beweerde dat de staat door de wettelijke
samenwoning niet gewijzigd zou worden zoals dit wel het geval is bij huwelijk kunt deze bewering is NIET
helemaal correct.
ð Staat van persoon = die zijn bekwaamheid en zijn bevoegdheid om in het rechtsverkeer opt te
treden nader bepaalt.
ð De wettelijke samenwoning beïnvloedt immers wel de bevoegdheid in het rechtsverkeer
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 3
, Ä VOORBEELD: bescherming van de gezinswoning
!! De verklaring is GEEN samenwoningscontract:
o De verklaring van WS is een gezamenlijke verklaring
o Er is slechts sprake van een samenwoningscontract indien de samenwoners die de verklaring
hebben afgelegd of zullen afleggen bovendien een contract afsluiten waarin ze bepaalde
vermogensrechtelijke gevolgen van hun relatie vastleggen net zoals gehuwden dat doen in een
huwelijksovereenkomst.
2.1.2.2. Gevolgen wat de persoon betreft?
Wettelijk zijn er GEEN persoonlijke verplichtingen die uit de WS ontstaan. Dit is wel zo bij het huwelijk à
samenwoning, getrouwdheid en bijstand.
Een conventionele afwijking van deze regelingen is in principe niet mogelijk, aangezien er geen aantasting
of beperking van de persoonlijke vrijheid mogelijk is.
ð VOORBEELD: geen getrouwheidsverplichting
ð VOORBEELD: geen bijstandsverplichting (moreel en affectieve dimensie)
Het gaat hier dus om louter persoonlijke verbintenissen en niet om geldelijke of vermogensrechtelijke
verplichtingen. Dergelijke verplichtingen zijn immers aantastingen of beperkingen van de individuele
vrijheid die alleen binnen het huwelijk aanvaard kan worden.
2.1.2.3. Gevolgen wat de vermogens betreft?
Samenwoners kunnen echter wel een overeenkomst aangaan in verband met de vermogensrechtelijke en
geldelijke gevolgen van hun relatie.
ð Het gaat onder meer over de verplichting tot materiële of financiële hulp tijdens en na de relatie
MAAR opgelet wat beëindiging betreft: er mag geen geldelijke sanctie gekoppeld worden aan de
verplichting tot voortzetting van de samenwoningomdat de vrijheid om de relatie te verbreken
onaangetast moet blijven
ð VOORBEELD: “Je mag me niet verlaten en als je dat toch doet moet je me x euro betalen”
Wat wel zou kunnen is een ovk waarbij de ene zich tegenover de andere verbindt om de relatie niet
abrupt te beëindigen en levensgenoot in financiële moeilijkheden te brengen.
2.1.2.4. Primair samenwoningsstelsel (art. 1477 oud BW):
Er zijn bij de wet vastgelegde regels over gezinslasten, gezinswoning en gezinsbescherming, in dat
verband spreekt men dus van het primair huwelijksstelsel. Het primair samenwoningsstelsel wordt dus
vergeleken met het primair huwelijksstelsel.
2.1.2.5. Erfrecht
Er is een beperkt erfrecht ingevoerd tvv de LLWS of partner, met de mogelijkheid om bv. het erfrecht van
de kinderen te beperken.
2.1.2.6. Fiscaal en socialezekerheidsrechtelijk
o Fiscaal: doorgevoerde gelijkschakeling van de situa1e van de WS met deze van gehuwde
o VOORBEELD: directe belasFngen, schenkbelasFngen,...
o Socialezekerheidsrechtelijk bij we8elijke samenwoners = feitelijke samenwoners, met enkele
belangrijke uitzonderingen zoals in pensioenvoorzieningen en arbeidsongevallen- en
beroepsziektenverzekering
2.1.2.7. Beëindiging relatie van wettelijke samenwoning (art. 1476, § 2 oud BW)
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 4