DEEL 2: ERFRECHT
DEEL 1: ERFRECHT
EXAMEN:
o Casus van zowel vereffening en verdeling
o Meerkeuzeveragen (zie einde van elke slide)
1. Erven
De materie van het erfrecht is, net zoals het huwelijksvermogensrecht, inhoudelijk grondig hervormd door
de erfwe?en van 2017 en 2018. De iniFële grote hervorming gebeurde via de wet van 2017 en de wet van
2018 heeI daarna nog een aantal correcFes aangebracht.
Er zijn enkele fundamentele en ingrijpende hervormingen doorgevoerd, bijvoorbeeld met betrekking tot
de inhoud van de reserve (het voorbehouden erfdeel van de kinderen en de LLE).
Na 2017 en 2018 volgde de codificaFe van boek 4, waardoor de oude arFkelen werden geïntegreerd in
boek 4 van het NBW.
ð De wetgever heeI daarbij de bestaande regels omgezet naar geldend recht, en ook aanpassingen
gedaan die voornamelijk vormelijk waren.
ð Het ging dus om een herstructurering van verschillende arFkelen die voordien niet in een logische
structuur waren ondergebracht, het verwijderen van verouderde terminologie (zoals ‘broeders en
zusters’), enzovoort. Dit gebeurde zonder inhoudelijke wijzigingen.
Het erfrecht is een materie die sterk ideologisch geladen is. Het familievermogensrecht in het algemeen is
dat al, maar het erfrecht nog meer dan het huwelijksvermogensrecht. Dit komt doordat er veel
tegenstrijdige belangen spelen:
o Enerzijds het belang van de persoon die zelf moet kunnen beslissen wat er met zijn vermogen
gebeurt na zijn overlijden (de wilsvrijheid)
o Anderzijds de bescherming van de personen die hij nalaat, zoals zijn kinderen of de langstlevende
echtgenoot.
àHet is telkens een afweging aan wie men de meeste mogelijkheden wil bieden (de erflater of de
kinderen/LLE). Er is dus alFjd sprake van een belangenafweging, en dat vormt ook de basis van de
meeste regels die vandaag het geldend recht uitmaken.
1.1. Basisbegrippen
Erven = het verkrijgen van vermogen ten gevolge van een overlijden.
Het erfrecht houdt zich bezig met de vraag op welke wijze vermogen na overlijden wordt verkregen: hoe
de nalatenschap wordt verdeeld, wie aanspraak kan maken op een deel daarvan en welke personen
volgens de wet als voldoende belangrijk worden aangemerkt om iets uit de nalatenschap te verkrijgen.
ð Erfrecht = het geheel van rechtsregels die de nieuwe Ftularissen van het geërfde vermogen
aanwijst en dat de regels bevat betreffende de wijze waarop de vermogensovergang plaatsvndt,
en betreffende de gevolgen daarvan.
Belangrijk onderscheid: erfgerechFgde versus erfgenaam:
Een erfgerech8gde = een persoon die volgens de regels van het erfrecht op grond van de wet of op grond
van een uiterste wil in aanmerking komt om te erven. (art. 4.2 BW)
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 171
, ð VOORBEELD: wanneer in een testament persoon X wordt aangewezen als erfgenaam, is X
daarmee een erfgerech>gde op basis van de uiterste wil. Dit betekent echter niet automa>sch dat
X daadwerkelijk erE. Voor daadwerkelijke verkrijging is aanvaarding van de nalatenschap vereist.
Erfgenaam = de handeling die bestaat in het aanvaarden van de NS de status overgaat
van erfgerechFgde (potenFële verkrijger) naar erfgenaam (daadwerkelijke verkrijger).
ð DUS een erfgenaam is de persoon die de nalatenschap ook effecFef verkrijgt.
Sommige rechten komen uitsluitend toe aan erfgenamen, terwijl andere regels gelden voor zowel
erfgerechFgden als erfgenamen.
Daarnaast geldt een belangrijke algemene voorwaarde om te kunnen erven: de vereiste er\ekwaamheid.
Er;ekwaamheid = om erfgerechFgde, en dus ook erfgenaam, te kunnen zijn, moet sprake zijn van
er\ekwaamheid. Dit houdt in dat de betrokkene moet bestaan op het moment (art. 4.4 BW), moet blijven
bestaan (art. 4.5 BW) en niet erfonwaardig mag zijn (art. 4.6 BW).
1.2. Openvallen van de NS
1.2.1. Openvallen NS
PRINCIPE: de NS valt open op het ogenblik waarop de Ftularis van het vermogen overlijdt (art. 4.1 BW).
Het overlijden wordt bewezen:
o Door de overlijdensakte, opgemaakt door de ABS van de plaats waar de persoon is overleden (art.
55, §1 oud BW) = verklaring van afwezigheid.
o Deze akte vermeldt het FjdsFp van overlijden, evenals onder meer de naam en de
geboorteplaats en -datum van de overledene (art. 41 en 56 oud BW)
o De datum waarp de ABS dit opmaakt, is het moment waarop de NS openvalt.
o Door een vonnis dat het overlijden gerechtelijk vaststelt (art. 126 oud BW) = gerechtelijke
verklaring van overlijden.
o Het vonnis vermeldt de datum van overlijden.
Uitzonderlijk kan de NS openvallen ZONDER dat het overlijden vastgesteld is. Dat gebeurt als een
persoon afwezig verklaard is (art. 118 oud BW).
ð Het vonnis dat die persoon afwezig verklaart, geldt ten ene male voor de datum van de opmaak
van de akte van afwezigheid (art. 121, §2 oud BW).
1.2.2. Devolu>e
De personen die als erfgenaam tot een opengevallen nalatenschap geroepen worden, worden
aangewezen door de regels van de devoluFe (of toewijzing) van de nalatenschap.
Devolu8e = regels die bepalen welke personen als erfgerechFgde optreden in dergelijke opengevallen NS.
Net zoals er we?elijke, testamentaire of contractuele erfgenaam zijn, is er een we?elijke, testamentaire of
contractuele devoluFe.
De we?elijke devoluFe wordt ook de intestaat of ab intestato erfopvolging genoemd.
De regels van de we?elijke devoluFe gelden immers indien de erflater GEEN testament heeI opgemaakt
of indien het testament geen uitwerking heeI. Het is een default-regeling.
1.2.3. Gevolgen van het openvallen van de NS
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 172
,àZie HB, randnummer 6 – alle gevolgen worden uitgebreid opgesomd.
De 2 belangrijke gevolgen van het openvallen van de NS zijn:
o Het FjdsFp waarop de NS openvalt, moet gekend zijn om te bepalen welk vermogen vereffend of
verdeeld kan worden en welke goederen tot de nalatenschap behoren. (art. 4.153 BW)
o Het gaat om het vermogen dat iemand bezit op het ogenblik van overlijden.
o Een ander gevolg is dat binnen de hele vereffenings- en verdelingsoperaFe van een NS ook
rekening moet worden gehouden met schenkingen die Fjdens het leven zijn verricht.
o Aan die schenkingen moeten binnen die operaFe bepaalde waarden worden toegekend.
o De algemene regel houdt in dat schenkingen worden gewaardeerd op het ogenblik
waarop ze zijn gedaan
o VOORBEELD: als in 2010 een schenking werd verricht, wordt de waarde genomen die de
schenking in 2010 had, maar die waarde wordt geïndexeerd.
o Voor het correct toepassen van de indexering moet het eindcijfer van de index bekend
zijn → dit wordt bepaald door het FjdsFp waarop de nalatenschap openvalt.
Andere gevolgen zijn:
o ErfgerechFgden geroepen worden en bekwaam moeten zijn (art. 4.4 BW)
o OG dat als gemeenschappelijke verblijfplaats diende wordt bepaald
o VOORBEELD: was de koppel van plan om te verhuizen na het overlijden blijI de oude
woning als gemeenschappelijke verblijfplaats
o Echtgenoten (art. 2.3.2. derde lid; art. 4.20 en 4.147, § 2 BW)
o We?elijk samenwonenden (art. 4.23, § 1 en § 3 BW)
o Termijnen starten (bv. art. 4.36 BW – termijn voor aanvaarding; art. 4.37, §2, eerste lid BW –
termijn voor inventaris en beraad) termijn start vanaf openvallen nalatenschap
o Waarde van de in te brengen gelegateerde goederen wordt bepaald (art. 4.90, § 1 BW)
o Waarde van de in te brengen schenkingen wordt bepaald indien de schenker pas volle eigenaar
wordt op ogenblik van overlijden (art. 4.90, § 3, tweede lid BW)
o Interesten beginnen lopen op in te brengen goederen (art. 4.91 BW)
1.2.4. Waar valt de NS open?
De wet houdt rekening met de ‘plaats waar de nalatenschap openvalt’ (art. 110 oud BW)
De plaats waar de NS openvalt = de woonplaats van de erflater, d.w.z. daar waar de erflater gedurende
zijn hoofdverblijf had (art. 102 oud BW), ongeacht of hij daar ook in de bevolkingsregisters was
ingeschreven (vgl. art. 32, §9 Ger.W.).
!! de plaats waar de NS openvalt is dys NIET d eplaats waar de erflater overlijdt, maar wel de woonplaats
van de erflater op het FjdFp van zijn overlijden.
ð VOORBEELD: woont een erflater in Brugge, overlijdt hij in Berlijn terwijl hij daar op reis is, dan valt
zijn NS in Brugge open.
Het is b! om de plaats waar de nalatenschap openvalt nader te bepalen omdat deze plaats bepaalt welke
rechtbank territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van een vraag of geschil met betrekking tot een
opengevallen nalatenschap.
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 173
, In een grensoverschrijdende context, en met name in de Europese regelgeving, geldt de ‘gewone
verblijfplaats’ van de erflater als aanknopingspunt voor het bepalen van zowel de bevoegde rechtbank als
het recht dat op zijn nalatenschap toepasselijk is. Hij kan echter ook kiezen voor het forum en het recht
van de staat waarvan hij, op het FjdsFp van de rechtskeuze of op het FjdsFp van overlijden, de
naFonaliteit bezit.
ð VOORBEELD: je overlijdt in Spanje maar je woont in BE, dan is de rechter van BE is bevoegd.
2. Er2ekwaamheid
2.1. Begrip en voorwaarden
ErfgerechFgd + er\ekwaam = erfgenaam
Een persoon die tot de NS van een overleden persoon geroepen is (de erfgenaam), kan in deze NS
daaderlijk erfgenaam worden en deze NS aanvaarden als hij er\ekwaam is, d.w.z. juridisch aan de
voorwaarden voldoet om dit erfenisrecht op te nemen.
De voorwaarden inzake er\ekwaamheid zijn: (4)
o Bij het openvallen van deze nalatenschap bestaan
o Bij het openvallen van deze nalatenschap nog in leven zijn;
o Niet uitgesloten of vervallen verklaard zijn van het recht om van deze persoon te erven;
o Niet onwaardig zijn om van deze persoon te erven.
2.1.1. VOORWAARDE 1: Bestaansvoorwaarde
2.1.1.1. Bestaan
De wet duidt uitsluitend fysieke personen aan als we?elijke erfgenaam.
ó Rechtspersonen kunnen weliswaar testamentair als erfgenaam worden aangewezen, maar ze worden
nooit door de wet aangeduid om te erven.
De erfgerechFgde moet bestaan op het ogenblik dat de NS openvalt (art. 4.4, eerste lid BW).
‘Bestaan’ = betekent voor een fysieke persoon geboren zijn: het juridisch bestaan begint bij de geboorte.
MAAR de bestaansvoorwaarde zoals in het eerste lid van arFkel 4.4 BW vermeld, wordt aangevuld voor
het geval waarin de erflater reeds verwekt was op het ogenblik waarop de nalatenschap openvalt. De
datum van het bestaan wordt dus vervroegd naar het FjdsFp van verwekking.
Een kind dat slechts verwekt en nog niet geboren is, kan tot de NS komen voor zover het
levensvatbaar wordt geboren.
VOORBEELD: Stel echter dat een man overlijdt terwijl zijn vrouw zwanger is van het kind dat hij verwekt
heeE. Het kind wordt pas na het overlijden van zijn vader geboren. Het ‘bestond’ dus nog niet op het
>jds>p van overlijden van zijn vader. En toch kan het van zijn vader erven.
Het kind dat reeds verwekt was, kan dus slechts onder een dubbele voorwaarde erven:
o Het moet geboren worden
o Het moet bij de geboorte levensvatbaar zijn
o Levensvatbaar = het kind dat bij de geboorte alle vitale organen heeI om zelfstandig te
kunnen leven.= de infans conceptus regel.
2.1.1.2. Tijdstip van verwekking
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 174
DEEL 1: ERFRECHT
EXAMEN:
o Casus van zowel vereffening en verdeling
o Meerkeuzeveragen (zie einde van elke slide)
1. Erven
De materie van het erfrecht is, net zoals het huwelijksvermogensrecht, inhoudelijk grondig hervormd door
de erfwe?en van 2017 en 2018. De iniFële grote hervorming gebeurde via de wet van 2017 en de wet van
2018 heeI daarna nog een aantal correcFes aangebracht.
Er zijn enkele fundamentele en ingrijpende hervormingen doorgevoerd, bijvoorbeeld met betrekking tot
de inhoud van de reserve (het voorbehouden erfdeel van de kinderen en de LLE).
Na 2017 en 2018 volgde de codificaFe van boek 4, waardoor de oude arFkelen werden geïntegreerd in
boek 4 van het NBW.
ð De wetgever heeI daarbij de bestaande regels omgezet naar geldend recht, en ook aanpassingen
gedaan die voornamelijk vormelijk waren.
ð Het ging dus om een herstructurering van verschillende arFkelen die voordien niet in een logische
structuur waren ondergebracht, het verwijderen van verouderde terminologie (zoals ‘broeders en
zusters’), enzovoort. Dit gebeurde zonder inhoudelijke wijzigingen.
Het erfrecht is een materie die sterk ideologisch geladen is. Het familievermogensrecht in het algemeen is
dat al, maar het erfrecht nog meer dan het huwelijksvermogensrecht. Dit komt doordat er veel
tegenstrijdige belangen spelen:
o Enerzijds het belang van de persoon die zelf moet kunnen beslissen wat er met zijn vermogen
gebeurt na zijn overlijden (de wilsvrijheid)
o Anderzijds de bescherming van de personen die hij nalaat, zoals zijn kinderen of de langstlevende
echtgenoot.
àHet is telkens een afweging aan wie men de meeste mogelijkheden wil bieden (de erflater of de
kinderen/LLE). Er is dus alFjd sprake van een belangenafweging, en dat vormt ook de basis van de
meeste regels die vandaag het geldend recht uitmaken.
1.1. Basisbegrippen
Erven = het verkrijgen van vermogen ten gevolge van een overlijden.
Het erfrecht houdt zich bezig met de vraag op welke wijze vermogen na overlijden wordt verkregen: hoe
de nalatenschap wordt verdeeld, wie aanspraak kan maken op een deel daarvan en welke personen
volgens de wet als voldoende belangrijk worden aangemerkt om iets uit de nalatenschap te verkrijgen.
ð Erfrecht = het geheel van rechtsregels die de nieuwe Ftularissen van het geërfde vermogen
aanwijst en dat de regels bevat betreffende de wijze waarop de vermogensovergang plaatsvndt,
en betreffende de gevolgen daarvan.
Belangrijk onderscheid: erfgerechFgde versus erfgenaam:
Een erfgerech8gde = een persoon die volgens de regels van het erfrecht op grond van de wet of op grond
van een uiterste wil in aanmerking komt om te erven. (art. 4.2 BW)
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 171
, ð VOORBEELD: wanneer in een testament persoon X wordt aangewezen als erfgenaam, is X
daarmee een erfgerech>gde op basis van de uiterste wil. Dit betekent echter niet automa>sch dat
X daadwerkelijk erE. Voor daadwerkelijke verkrijging is aanvaarding van de nalatenschap vereist.
Erfgenaam = de handeling die bestaat in het aanvaarden van de NS de status overgaat
van erfgerechFgde (potenFële verkrijger) naar erfgenaam (daadwerkelijke verkrijger).
ð DUS een erfgenaam is de persoon die de nalatenschap ook effecFef verkrijgt.
Sommige rechten komen uitsluitend toe aan erfgenamen, terwijl andere regels gelden voor zowel
erfgerechFgden als erfgenamen.
Daarnaast geldt een belangrijke algemene voorwaarde om te kunnen erven: de vereiste er\ekwaamheid.
Er;ekwaamheid = om erfgerechFgde, en dus ook erfgenaam, te kunnen zijn, moet sprake zijn van
er\ekwaamheid. Dit houdt in dat de betrokkene moet bestaan op het moment (art. 4.4 BW), moet blijven
bestaan (art. 4.5 BW) en niet erfonwaardig mag zijn (art. 4.6 BW).
1.2. Openvallen van de NS
1.2.1. Openvallen NS
PRINCIPE: de NS valt open op het ogenblik waarop de Ftularis van het vermogen overlijdt (art. 4.1 BW).
Het overlijden wordt bewezen:
o Door de overlijdensakte, opgemaakt door de ABS van de plaats waar de persoon is overleden (art.
55, §1 oud BW) = verklaring van afwezigheid.
o Deze akte vermeldt het FjdsFp van overlijden, evenals onder meer de naam en de
geboorteplaats en -datum van de overledene (art. 41 en 56 oud BW)
o De datum waarp de ABS dit opmaakt, is het moment waarop de NS openvalt.
o Door een vonnis dat het overlijden gerechtelijk vaststelt (art. 126 oud BW) = gerechtelijke
verklaring van overlijden.
o Het vonnis vermeldt de datum van overlijden.
Uitzonderlijk kan de NS openvallen ZONDER dat het overlijden vastgesteld is. Dat gebeurt als een
persoon afwezig verklaard is (art. 118 oud BW).
ð Het vonnis dat die persoon afwezig verklaart, geldt ten ene male voor de datum van de opmaak
van de akte van afwezigheid (art. 121, §2 oud BW).
1.2.2. Devolu>e
De personen die als erfgenaam tot een opengevallen nalatenschap geroepen worden, worden
aangewezen door de regels van de devoluFe (of toewijzing) van de nalatenschap.
Devolu8e = regels die bepalen welke personen als erfgerechFgde optreden in dergelijke opengevallen NS.
Net zoals er we?elijke, testamentaire of contractuele erfgenaam zijn, is er een we?elijke, testamentaire of
contractuele devoluFe.
De we?elijke devoluFe wordt ook de intestaat of ab intestato erfopvolging genoemd.
De regels van de we?elijke devoluFe gelden immers indien de erflater GEEN testament heeI opgemaakt
of indien het testament geen uitwerking heeI. Het is een default-regeling.
1.2.3. Gevolgen van het openvallen van de NS
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 172
,àZie HB, randnummer 6 – alle gevolgen worden uitgebreid opgesomd.
De 2 belangrijke gevolgen van het openvallen van de NS zijn:
o Het FjdsFp waarop de NS openvalt, moet gekend zijn om te bepalen welk vermogen vereffend of
verdeeld kan worden en welke goederen tot de nalatenschap behoren. (art. 4.153 BW)
o Het gaat om het vermogen dat iemand bezit op het ogenblik van overlijden.
o Een ander gevolg is dat binnen de hele vereffenings- en verdelingsoperaFe van een NS ook
rekening moet worden gehouden met schenkingen die Fjdens het leven zijn verricht.
o Aan die schenkingen moeten binnen die operaFe bepaalde waarden worden toegekend.
o De algemene regel houdt in dat schenkingen worden gewaardeerd op het ogenblik
waarop ze zijn gedaan
o VOORBEELD: als in 2010 een schenking werd verricht, wordt de waarde genomen die de
schenking in 2010 had, maar die waarde wordt geïndexeerd.
o Voor het correct toepassen van de indexering moet het eindcijfer van de index bekend
zijn → dit wordt bepaald door het FjdsFp waarop de nalatenschap openvalt.
Andere gevolgen zijn:
o ErfgerechFgden geroepen worden en bekwaam moeten zijn (art. 4.4 BW)
o OG dat als gemeenschappelijke verblijfplaats diende wordt bepaald
o VOORBEELD: was de koppel van plan om te verhuizen na het overlijden blijI de oude
woning als gemeenschappelijke verblijfplaats
o Echtgenoten (art. 2.3.2. derde lid; art. 4.20 en 4.147, § 2 BW)
o We?elijk samenwonenden (art. 4.23, § 1 en § 3 BW)
o Termijnen starten (bv. art. 4.36 BW – termijn voor aanvaarding; art. 4.37, §2, eerste lid BW –
termijn voor inventaris en beraad) termijn start vanaf openvallen nalatenschap
o Waarde van de in te brengen gelegateerde goederen wordt bepaald (art. 4.90, § 1 BW)
o Waarde van de in te brengen schenkingen wordt bepaald indien de schenker pas volle eigenaar
wordt op ogenblik van overlijden (art. 4.90, § 3, tweede lid BW)
o Interesten beginnen lopen op in te brengen goederen (art. 4.91 BW)
1.2.4. Waar valt de NS open?
De wet houdt rekening met de ‘plaats waar de nalatenschap openvalt’ (art. 110 oud BW)
De plaats waar de NS openvalt = de woonplaats van de erflater, d.w.z. daar waar de erflater gedurende
zijn hoofdverblijf had (art. 102 oud BW), ongeacht of hij daar ook in de bevolkingsregisters was
ingeschreven (vgl. art. 32, §9 Ger.W.).
!! de plaats waar de NS openvalt is dys NIET d eplaats waar de erflater overlijdt, maar wel de woonplaats
van de erflater op het FjdFp van zijn overlijden.
ð VOORBEELD: woont een erflater in Brugge, overlijdt hij in Berlijn terwijl hij daar op reis is, dan valt
zijn NS in Brugge open.
Het is b! om de plaats waar de nalatenschap openvalt nader te bepalen omdat deze plaats bepaalt welke
rechtbank territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van een vraag of geschil met betrekking tot een
opengevallen nalatenschap.
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 173
, In een grensoverschrijdende context, en met name in de Europese regelgeving, geldt de ‘gewone
verblijfplaats’ van de erflater als aanknopingspunt voor het bepalen van zowel de bevoegde rechtbank als
het recht dat op zijn nalatenschap toepasselijk is. Hij kan echter ook kiezen voor het forum en het recht
van de staat waarvan hij, op het FjdsFp van de rechtskeuze of op het FjdsFp van overlijden, de
naFonaliteit bezit.
ð VOORBEELD: je overlijdt in Spanje maar je woont in BE, dan is de rechter van BE is bevoegd.
2. Er2ekwaamheid
2.1. Begrip en voorwaarden
ErfgerechFgd + er\ekwaam = erfgenaam
Een persoon die tot de NS van een overleden persoon geroepen is (de erfgenaam), kan in deze NS
daaderlijk erfgenaam worden en deze NS aanvaarden als hij er\ekwaam is, d.w.z. juridisch aan de
voorwaarden voldoet om dit erfenisrecht op te nemen.
De voorwaarden inzake er\ekwaamheid zijn: (4)
o Bij het openvallen van deze nalatenschap bestaan
o Bij het openvallen van deze nalatenschap nog in leven zijn;
o Niet uitgesloten of vervallen verklaard zijn van het recht om van deze persoon te erven;
o Niet onwaardig zijn om van deze persoon te erven.
2.1.1. VOORWAARDE 1: Bestaansvoorwaarde
2.1.1.1. Bestaan
De wet duidt uitsluitend fysieke personen aan als we?elijke erfgenaam.
ó Rechtspersonen kunnen weliswaar testamentair als erfgenaam worden aangewezen, maar ze worden
nooit door de wet aangeduid om te erven.
De erfgerechFgde moet bestaan op het ogenblik dat de NS openvalt (art. 4.4, eerste lid BW).
‘Bestaan’ = betekent voor een fysieke persoon geboren zijn: het juridisch bestaan begint bij de geboorte.
MAAR de bestaansvoorwaarde zoals in het eerste lid van arFkel 4.4 BW vermeld, wordt aangevuld voor
het geval waarin de erflater reeds verwekt was op het ogenblik waarop de nalatenschap openvalt. De
datum van het bestaan wordt dus vervroegd naar het FjdsFp van verwekking.
Een kind dat slechts verwekt en nog niet geboren is, kan tot de NS komen voor zover het
levensvatbaar wordt geboren.
VOORBEELD: Stel echter dat een man overlijdt terwijl zijn vrouw zwanger is van het kind dat hij verwekt
heeE. Het kind wordt pas na het overlijden van zijn vader geboren. Het ‘bestond’ dus nog niet op het
>jds>p van overlijden van zijn vader. En toch kan het van zijn vader erven.
Het kind dat reeds verwekt was, kan dus slechts onder een dubbele voorwaarde erven:
o Het moet geboren worden
o Het moet bij de geboorte levensvatbaar zijn
o Levensvatbaar = het kind dat bij de geboorte alle vitale organen heeI om zelfstandig te
kunnen leven.= de infans conceptus regel.
2.1.1.2. Tijdstip van verwekking
Gemaakt door: Vanderick Elien & Vermeren Elien 174