---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Hc1
● Soorten onderzoek
-probleemgericht onderzoek, zoekt problemen (managementvraag)
-diagnostische onderzoek, vind oorzaak van het probleem (diagnosefase)
-ontwerpgericht onderzoek, welke oplossingen zijn er (pve & herontwerp)
-verandergericht onderzoek, veranderplan & monitor de effecten (implementatie & borging)
-evaluatieonderzoek, heeft de verandering het gewenste resultaat behaald? (evaluatie)
● Managementvraag (begin van ‘t stagetraject)
-de opdr die een stagiair krijgt tijdens ‘t intakegesprek, het idee wat ie heeft en wilt uitvoeren
kenmerken;
-hij heeft een beeld, zonder feiten of iets (aka perceptie)
-opdrgever baseert dat beeld niet op overeenstemming in het bedrijf, ‘t is zijn visie
-opdrgever gaat ervan uit dat jij dat beeld reëel maakt
● Beroepsproblemen (‘t resultaat van de perceptie van belanghebbenden over een
praktijksituatie waarmee ze ontevreden zijn)
-dit gaat over de keuzes, meningen, waarde & belangen van belanghebbenden over dat
probleem
-de ontevredenheid komt uit de huidige situatie en het beeld (oftewel normen) van
belanghebbenden
-er is niet de beste oplossing, er is wel een oplossing die het beste te verantwoorden is
-er is een probleemkluwen (gedoe rond managementvraag, alles wat ermee te maken heeft)
● Praktijkonderzoek (mbv methodische aanpak problemen in praktijk oplossen)
(P&O is hetzelfde als hrm, regelen personeelsbeleid)
extra notes:
problemen van een bedrijf (de ziektes):
-structuurprobleem
-intern afstemmingsprobleem
-(strategie, niet leren)
, Hc2
● Probleem analyse
kwantitatief onderzoek = iets vaststellen (onderzoeksgegevens zijn cijfers)
kwalitatief onderzoek = iets leren (onderzoeksgegevens zijn meestal observaties)
● methodisch onderzoek
dataverzameling, interviews van o.a. stakeholders (c hc 2 voor opbouw interview)
-niet alleen een recorder gebruiken, c 6 W-formule migchelbrink
● alternatief 1 heeft de voorkeur, alternatief 2 gebruik je als je er niet uit komt
data analyse, alternatief 1
-eerst “stapel” je alle antwoorden van een vraag bij elkaar (H.6.5)
-open- & axiale (/samengevoegde) codes, haal zelf de betekenis uit de antwoorden (H.6.5.2)
- -(een code is een tekstfragment waarin de betekenis daarvan wordt uitgewerkt)
-dan maak je een relatiediagram (H.2.1) (met oorzaak-gevolg erin, c sheets)
-oorzaak gevolg boom maken
conclusies trekken,
● 6 W-formule migchelbrink
-1. wat is de aanleiding
-2. waar doet t probleem zich voor
-3. wie heeft het probleem
-4. wanneer is ‘t probleem ontstaan
-5. waarom is ‘t een probleem
-6. wat is het probleem
regels code:
-zijn de codes betekenisvolle teksten of begrippen
-komt de code overeen met de betekenis van het tekstfragment, interview / bedrijfsdocument
-zou je naderhand nog herkennen wat er wordt bedoeld
-er mag geen eigen mening in zitten, blijf objectief
regels relatiediagram:
checks voor een relatiediagram
-zijn alle codes opgenomen in het relatiediagram?
- -zoniet, welke niet en why
-zijn er codes die geen relatie hebben met andere codes?
- -deze kan je eruit halen als het irrelevant is, zet in t verslag de onderbouwing why dit is tho
(-geen pijlen in deze stap)
Hc1
● Soorten onderzoek
-probleemgericht onderzoek, zoekt problemen (managementvraag)
-diagnostische onderzoek, vind oorzaak van het probleem (diagnosefase)
-ontwerpgericht onderzoek, welke oplossingen zijn er (pve & herontwerp)
-verandergericht onderzoek, veranderplan & monitor de effecten (implementatie & borging)
-evaluatieonderzoek, heeft de verandering het gewenste resultaat behaald? (evaluatie)
● Managementvraag (begin van ‘t stagetraject)
-de opdr die een stagiair krijgt tijdens ‘t intakegesprek, het idee wat ie heeft en wilt uitvoeren
kenmerken;
-hij heeft een beeld, zonder feiten of iets (aka perceptie)
-opdrgever baseert dat beeld niet op overeenstemming in het bedrijf, ‘t is zijn visie
-opdrgever gaat ervan uit dat jij dat beeld reëel maakt
● Beroepsproblemen (‘t resultaat van de perceptie van belanghebbenden over een
praktijksituatie waarmee ze ontevreden zijn)
-dit gaat over de keuzes, meningen, waarde & belangen van belanghebbenden over dat
probleem
-de ontevredenheid komt uit de huidige situatie en het beeld (oftewel normen) van
belanghebbenden
-er is niet de beste oplossing, er is wel een oplossing die het beste te verantwoorden is
-er is een probleemkluwen (gedoe rond managementvraag, alles wat ermee te maken heeft)
● Praktijkonderzoek (mbv methodische aanpak problemen in praktijk oplossen)
(P&O is hetzelfde als hrm, regelen personeelsbeleid)
extra notes:
problemen van een bedrijf (de ziektes):
-structuurprobleem
-intern afstemmingsprobleem
-(strategie, niet leren)
, Hc2
● Probleem analyse
kwantitatief onderzoek = iets vaststellen (onderzoeksgegevens zijn cijfers)
kwalitatief onderzoek = iets leren (onderzoeksgegevens zijn meestal observaties)
● methodisch onderzoek
dataverzameling, interviews van o.a. stakeholders (c hc 2 voor opbouw interview)
-niet alleen een recorder gebruiken, c 6 W-formule migchelbrink
● alternatief 1 heeft de voorkeur, alternatief 2 gebruik je als je er niet uit komt
data analyse, alternatief 1
-eerst “stapel” je alle antwoorden van een vraag bij elkaar (H.6.5)
-open- & axiale (/samengevoegde) codes, haal zelf de betekenis uit de antwoorden (H.6.5.2)
- -(een code is een tekstfragment waarin de betekenis daarvan wordt uitgewerkt)
-dan maak je een relatiediagram (H.2.1) (met oorzaak-gevolg erin, c sheets)
-oorzaak gevolg boom maken
conclusies trekken,
● 6 W-formule migchelbrink
-1. wat is de aanleiding
-2. waar doet t probleem zich voor
-3. wie heeft het probleem
-4. wanneer is ‘t probleem ontstaan
-5. waarom is ‘t een probleem
-6. wat is het probleem
regels code:
-zijn de codes betekenisvolle teksten of begrippen
-komt de code overeen met de betekenis van het tekstfragment, interview / bedrijfsdocument
-zou je naderhand nog herkennen wat er wordt bedoeld
-er mag geen eigen mening in zitten, blijf objectief
regels relatiediagram:
checks voor een relatiediagram
-zijn alle codes opgenomen in het relatiediagram?
- -zoniet, welke niet en why
-zijn er codes die geen relatie hebben met andere codes?
- -deze kan je eruit halen als het irrelevant is, zet in t verslag de onderbouwing why dit is tho
(-geen pijlen in deze stap)