DEEL V: BURGERLIJK RECHT
2. PERSONEN (deel 1)
2.1 Natuurlijke personen
2.1.1 Staat
Staat = juridische toestand van een persoon (rechtspositie).
Rechtsbekwaamheid = rechten kunnen hebben.
Handelingsbekwaamheid = rechten zelf kunnen uitoefenen en
verbintenissen aangaan.
Staat in de natie en in de familie kan wijzigen.
Publiciteit (registratie) is noodzakelijk.
2.1.2 Bestaan van personen
Begin: geboorte
Principe: persoon vanaf geboorte.
Uitzondering: kind kan al rechten krijgen als het in zijn voordeel is (bv. kind
erft al voor dat hij geboren is)
Einde: dood
Principe: persoon stopt bij overlijden.
Uitzondering: : je kan rechten geven aan iemand na dood, in het voordeel
van de erfgename/familieleden (bv. erfen kan na dood)
Afwezigheid: vermiste persoon → onzekerheid over bestaan → speciale
procedure over beheer van goederen.
2.1.3 Bekwaamheid
Rechtsbekwaamheid: iedereen heeft ze (bijna geen uitzonderingen).
o Je kan rechtsbekwaamheid verliezen apotheker maakt van
medicijnen drugs, mag later geen apotheker zijn ze nemen recht
af = rechtsonbekwaam (voor apotheker)
Handelingsbekwaamheid: iedereen is handelingsbekwaam, behalve
uitzonderingen (bv. minderjarigen, bescherming).
,2.1.6 Naam
A. Identiteit
Belangrijk voor herkenning in maatschappij en overheid.
B. Aard
Naam = van openbare orde.
C. Soorten
1. Familienaam (verkregen via afstamming)
o keuze: naam vader / moeder / dubbele naam
2. Voornaam: keuze is vrij maar ambtenaar van burgerlijke stand kan naam
wijzigen als naam te belachelijk/ernstig is
3. Ondernemingsnaam
D. Wijzigingen
Naamsverbetering: fout rechtzetten (recht).
Naamsverandering: gunst (geen schade/verwarring veroorzaken).
2.1.7 Woonplaats
Juridische woonplaats = hoofdverblijfplaats voor rechten en plichten.
Verschil met feitelijke verblijfplaats.
Keuze woonplaats: vrije keuze.
o Uitzondering: als je voor werk verplicht in de buurt moet wonen
Voorbeeldvraag: dagvaarding → Mechelen (juridische woonplaats = plaats
waar je bent ingeschreven en bent gaan stemmen).
2.1.8 Nationaliteit
= Juridische band tussen persoon en staat.
Vreemdeling = persoon zonder Belgische nationaliteit.
2.1.9 Burgerlijke stand
A. Begrip en belang
Gemeentedienst die gegevens verzamelt over bestaan, staat en
bekwaamheid.
, Maakt akten en zorgt voor publiciteit.
B. Akten
Geboorte-, huwelijks-, overlijdensakte (authentieke bewijskracht).
C. Publiciteit
Elektronische registers (DABS).
Uittreksel / afschrift.
Privacyregels.
2.1.10 Bescherming van de persoonlijke levenssfeer
= ondernemingen mogen geen persoonsgegevens verwerken en bewaren van
natuurlijke personen.
Uitzonderingen: toestemming, wettelijke verplichting, nodig voor contract.
Beperkingen: enkel noodzakelijke gegevens, enkel voor dat doel, niet
langer bewaren dan nodig.
Verbod op gevoelige gegevens (seksuele voorkeur, afkomst, politieke
mening, gezondheid…).
GDPR → strenge regels.
5. Familie en Gezin
5.3 Gezinsvermogen
5.3.2 Het wettelijk huwelijksvermogensstelsel
A. Samenstelling van het gezinsvermogen
Bij huwelijk ontstaat derde vermogen:
1. Eigen vermogen van elke echtgenoot (2 vermogens)
2. Gemeenschappelijk vermogen (1 vermogen, ontstaat bij huwelijk)
Eigen vermogen bevat o.a.:
Goederen/schulden van vóór huwelijk
Goederen/schulden door erfenissen en schenkingen
Strikt persoonlijke goederen
Beroepsmateriaal voor uitoefenen beroep
, Wederbelegging van eigen goederen
Schulden in belang van eigen vermogen
Gemeenschappelijk vermogen bevat o.a.:
Beroepsinkomsten & beroepsschulden
Inkomsten uit eigen goederen
Huishoudelijke schulden & kinderen
Gezamenlijke schulden
Schulden in belang van gemeenschappelijk vermogen
Vermoeden van gemeenschap: alles is gemeenschappelijk als niet
bewezen dat het eigen is.
Waarom is het van belang om te weten tot welk vermogen
bepaalde goederen of schulden behoren?
Wie wat krijgt wat bij echtscheiding
Op welk vermogen schuldeisers kunnen uitvoeren
B. Rechten van schuldeisers
Regel 1: Eigen schulden → enkel op eigen vermogen
Uitzonderingen:
a. Toch verhaalbaar op eigen inkomsten (deel van gemeenschappelijk vermogen)
b. Op het volledige gemeenschappelijke vermogen als dat verrijkt is door de
eigen schuld
Regel 2: Gemeenschappelijke schulden → op alle drie vermogens
Uitzonderingen:
Buitensporige huishoudelijke schulden → niet op vermogen van niet-
contracterende partner
Beroepsschulden → niet op vermogen van niet-contracterende partner (wel
op gemeenschappelijk vermogen)
5.3.3 Andere stelsels
A. Scheiding van goederen
Slechts twee vermogens: man en vrouw afzonderlijk.
Alle goederen en schulden van voor of tijdens huwelijk vallen ofwel in het
vermogen M ofwel in het vermogen V
2. PERSONEN (deel 1)
2.1 Natuurlijke personen
2.1.1 Staat
Staat = juridische toestand van een persoon (rechtspositie).
Rechtsbekwaamheid = rechten kunnen hebben.
Handelingsbekwaamheid = rechten zelf kunnen uitoefenen en
verbintenissen aangaan.
Staat in de natie en in de familie kan wijzigen.
Publiciteit (registratie) is noodzakelijk.
2.1.2 Bestaan van personen
Begin: geboorte
Principe: persoon vanaf geboorte.
Uitzondering: kind kan al rechten krijgen als het in zijn voordeel is (bv. kind
erft al voor dat hij geboren is)
Einde: dood
Principe: persoon stopt bij overlijden.
Uitzondering: : je kan rechten geven aan iemand na dood, in het voordeel
van de erfgename/familieleden (bv. erfen kan na dood)
Afwezigheid: vermiste persoon → onzekerheid over bestaan → speciale
procedure over beheer van goederen.
2.1.3 Bekwaamheid
Rechtsbekwaamheid: iedereen heeft ze (bijna geen uitzonderingen).
o Je kan rechtsbekwaamheid verliezen apotheker maakt van
medicijnen drugs, mag later geen apotheker zijn ze nemen recht
af = rechtsonbekwaam (voor apotheker)
Handelingsbekwaamheid: iedereen is handelingsbekwaam, behalve
uitzonderingen (bv. minderjarigen, bescherming).
,2.1.6 Naam
A. Identiteit
Belangrijk voor herkenning in maatschappij en overheid.
B. Aard
Naam = van openbare orde.
C. Soorten
1. Familienaam (verkregen via afstamming)
o keuze: naam vader / moeder / dubbele naam
2. Voornaam: keuze is vrij maar ambtenaar van burgerlijke stand kan naam
wijzigen als naam te belachelijk/ernstig is
3. Ondernemingsnaam
D. Wijzigingen
Naamsverbetering: fout rechtzetten (recht).
Naamsverandering: gunst (geen schade/verwarring veroorzaken).
2.1.7 Woonplaats
Juridische woonplaats = hoofdverblijfplaats voor rechten en plichten.
Verschil met feitelijke verblijfplaats.
Keuze woonplaats: vrije keuze.
o Uitzondering: als je voor werk verplicht in de buurt moet wonen
Voorbeeldvraag: dagvaarding → Mechelen (juridische woonplaats = plaats
waar je bent ingeschreven en bent gaan stemmen).
2.1.8 Nationaliteit
= Juridische band tussen persoon en staat.
Vreemdeling = persoon zonder Belgische nationaliteit.
2.1.9 Burgerlijke stand
A. Begrip en belang
Gemeentedienst die gegevens verzamelt over bestaan, staat en
bekwaamheid.
, Maakt akten en zorgt voor publiciteit.
B. Akten
Geboorte-, huwelijks-, overlijdensakte (authentieke bewijskracht).
C. Publiciteit
Elektronische registers (DABS).
Uittreksel / afschrift.
Privacyregels.
2.1.10 Bescherming van de persoonlijke levenssfeer
= ondernemingen mogen geen persoonsgegevens verwerken en bewaren van
natuurlijke personen.
Uitzonderingen: toestemming, wettelijke verplichting, nodig voor contract.
Beperkingen: enkel noodzakelijke gegevens, enkel voor dat doel, niet
langer bewaren dan nodig.
Verbod op gevoelige gegevens (seksuele voorkeur, afkomst, politieke
mening, gezondheid…).
GDPR → strenge regels.
5. Familie en Gezin
5.3 Gezinsvermogen
5.3.2 Het wettelijk huwelijksvermogensstelsel
A. Samenstelling van het gezinsvermogen
Bij huwelijk ontstaat derde vermogen:
1. Eigen vermogen van elke echtgenoot (2 vermogens)
2. Gemeenschappelijk vermogen (1 vermogen, ontstaat bij huwelijk)
Eigen vermogen bevat o.a.:
Goederen/schulden van vóór huwelijk
Goederen/schulden door erfenissen en schenkingen
Strikt persoonlijke goederen
Beroepsmateriaal voor uitoefenen beroep
, Wederbelegging van eigen goederen
Schulden in belang van eigen vermogen
Gemeenschappelijk vermogen bevat o.a.:
Beroepsinkomsten & beroepsschulden
Inkomsten uit eigen goederen
Huishoudelijke schulden & kinderen
Gezamenlijke schulden
Schulden in belang van gemeenschappelijk vermogen
Vermoeden van gemeenschap: alles is gemeenschappelijk als niet
bewezen dat het eigen is.
Waarom is het van belang om te weten tot welk vermogen
bepaalde goederen of schulden behoren?
Wie wat krijgt wat bij echtscheiding
Op welk vermogen schuldeisers kunnen uitvoeren
B. Rechten van schuldeisers
Regel 1: Eigen schulden → enkel op eigen vermogen
Uitzonderingen:
a. Toch verhaalbaar op eigen inkomsten (deel van gemeenschappelijk vermogen)
b. Op het volledige gemeenschappelijke vermogen als dat verrijkt is door de
eigen schuld
Regel 2: Gemeenschappelijke schulden → op alle drie vermogens
Uitzonderingen:
Buitensporige huishoudelijke schulden → niet op vermogen van niet-
contracterende partner
Beroepsschulden → niet op vermogen van niet-contracterende partner (wel
op gemeenschappelijk vermogen)
5.3.3 Andere stelsels
A. Scheiding van goederen
Slechts twee vermogens: man en vrouw afzonderlijk.
Alle goederen en schulden van voor of tijdens huwelijk vallen ofwel in het
vermogen M ofwel in het vermogen V