1. Wat is politieke communicatie?
Vaak bijzonder ruim gedefinieerd:
- Rol v communicatie in politiek proces
welke rollen/functies? (watchdog/kritische functie, informerende functie,
persuasieve functie, reproductieve functie…)
wat is het politieke proces precies?
- Interactief proces over transmissie v info tussen politici, media en publiek
welke info? enkel info-uitwisseling?
hoe ‘publiek’ opvatten? Hoe ‘media’ opvatten? Wie beschouwen als ‘politici’?
- Constructie, verzenden, ontvangen en verwerken v boodschappen die mogelijks
significant (direct/indirect) effect hebben op politiek, zender/ontvanger kan politici,
burger of media zijn
aandacht voor productie, distributie en verwerking v media-boodschappen
blijft onduidelijk wat met ‘politiek’ bedoeld wordt
gaat het enkel om politici, journalisten en burgers?
wat met organisaties en instituties?
McNair (2017): politieke communicatie = doelgerichte communicatie over politiek
nadruk op intentionaliteit v communicatie
1. Alle vormen v communicatie door politici en andere actoren
2. Communicatie gericht aan deze actoren door niet-politici (bv. stemmers, activisten)
3. Communicatie over politici en andere actoren (bv. nieuws, politieke commentaar)
=> alle vormen v politieke communicatie?
-> verbaal, geschreven, audiovisueel, digitale communicatie met impact op politieke
imago’s en identiteiten (medium niet v belang)
=> McNair sluit interpersoonlijke communicatie uit (om pragmatische redenen)
=> voor McNair gaat het om intentionele (bewuste, geplande, strategische) communicatie
-> wat met niet-intentionele/impliciet politieke of ideologische boodschappen in
massamedia?
Karen Sanders (2009): politieke communicatie = gebied v praktijk en studie over menselijke
activiteit v communiceren over politiek
- politiek = menselijke activiteit die wordt uitgevoerd door groepen met uiteenlopende
belangen die worden verzoend door gevestigde orde
activiteit omvat daden en woorden met zowel instrumentele als symbolische
betekenissen die verband houden met besluitvorming en toewijzing v schaarste
* instrumentele betekenis: welke doelstellingen?
* symbolische betekenis: bepaald beeld/imago scheppen
=> hoe moeten we ‘instrumentele’ en ‘symbolische’ betekenis v politieke beslissingen
opvatten?
=> over wat voor schaarse hulpbronnen zou het kunnen gaan?
,Politiek & politieke communicatie: gaan ook over (de-)legitimeren en/of (de)politiseren v
maatschappelijke keuzes mbt verdeling v sociaal, economisch en cultureel kapitaal
politieke communicatie = strijd om betekenis met als doel om definitie vd werkelijkheid
op te leggen aan tegenstrever
- Hoe bepalen maatschappelijke actoren wat er besproken wordt? Wie bepaalt wiens
agenda?
- Hoe definieer je de werkelijkheid? Welke terminologie gebruik je? Welke categorieën?
Welke beelden?
- Welke invulling geeft men impliciet of expliciet aan abstracte begrippen als vrijheid,
democratie?
- Hoe worden de contouren van een maatschappelijk debat bepaald? Wat is (niet)
bespreekbaar?
* overtone window = geeft aan wat acceptabele/legitieme meningen zijn
° grens proberen verleggen of juist behouden
- Hoe labelen en omschrijven sociale actoren mekaars standpunten, identiteiten, discoursen?
- Welke ideologieën (of ideologische discoursen) structureren het gemediatiseerde discours?
Politieke communicatie ≠ monopolie v partijpolitici
ook journalisten, intellectuelen, burgers en middenveldorganisaties bepalen contouren vh
debat mee
2. De studie v politieke communicatie
Richt zich niet enkel op vraag: “who, says, what to whom with what effect” (Laswell)
niet enkel studie v (effecten v) inhoud v boodschappen
meer systematische/structurele vragen:
- Welke invloed heeft politiek-economische organisatie v medialandschap op relaties
tss (partij)politiek, media en publiek?
- Op welke manier beïnvloeden technologische innovaties en mediaformats manier
waarop politiek debat gevoerd wordt, hoe politici met elkaar en burgers
communiceren?
- In welke mate opereren media en politiek volgens eigen logica’s? Passen politici zich
aan de mediaomgeving aan of andersom? Op welke manier?
Wetenschappelijk interdisciplinair OZ-domein met wortels in psychologie, psychoanalyse,
politieke wetenschappen, sociologie, filosofie en communicatiewetenschappen
variatie aan onderwerpen en benaderingen
Klassieke spanningsvelden & paradigma’s die sociale/humane wetenschappen
doorkruisen vinden we ook terug in studie v politieke communicatie
Karen Sanders: nuttig overzicht vd theoretische perspectieven, methoden en thema’s
waarmee politieke communicatie benaderd wordt
onderscheid tss positivistische, kritische & hermeneutische benaderingen
- Historische kadering:
Sinds interbellum: veel aandacht naar potentiële effecten v
mediaboodschappen & politieke campagnes vanuit positivistisch perspectief
, Vanaf jaren ’60 en ‘70: veel aandacht voor institutionele dimensie v media en
politiek
politiek-economische en kritische empirische analyses winnen aan belang
Vanaf jaren ‘80: aandacht voor betekenisconstructie, symboliek en
interpretatie
hermeneutische en andere interpretatieve benaderingen winnen aan
belang
=> paradigma’s vervangen elkaar niet, eerder co-existentie, competitie en symbiose
=> tss politiek-economische/kritische en hermeneutische benaderingen: geen strikte
scheiding -> complementariteit?
Studie v politieke communicatie gaat over veel meer dan effecten v boodschappen op
individuen, gedragingen, attitudes en/of opinies
Geloof in quasi-almachtige media was incentive voor 1ste wet. OZ naar media-effecten
- uitgangspunt: media als propaganda-apparaten die op efficiënte wijze ideeën konden
injecteren in publiek v weerloze individuen, sterk geloof in korte-termijn effecten
Traditioneel 3 fasen onderscheiden in effect-OZ:
1. Beperkte media-effecten: wetenschappelijk OZ naar korte-termijn effecten v
massamedia leidt tot reality-check
massacommunicatie ≠ afdoende oorzaak v publiekseffecten, eerder samenstel v
mediërende factoren
2. Subtielere media-effecten: agenda-setting, framing, spiral of silence, cultivatie-
effecten
3. Onderhandelde media-invloed: potentieel actieve publieken gebruiken, decoderen,
interpreteren en negotiëren mediaboodschappen op actieve wijze (oiv kritische,
hermeneutische benaderingen)
, Enkele kritieken op klassieke periodisering v effecten-OZ in commwet:
1. Carrey (1988): (geloof in) macht vd media ook afhangt v historische context
- interbellum: periode v massieve socio-politieke onrust
intellectuele elites geloofden sterk in macht vd media
- jaren 1950: relatief stabiele periode gekenmerkt door OZ dat vaak slechts minimale
korte-termijn effecten vaststelde
- jaren 1970-1980: weer meer sociale onrust: groeiende populariteit kritische theorie
& OZ naar alternatieve, subtielere, maar potentieel sterkere media-effecten
=> in tijden v crisis lijkt men zich vaak zorgen te maken over potentiële macht v media
2. Redenen waarom media machtiger kunnen zijn in tijden v crisis:
Mensen voelen nood om zich te oriënteren in tijden v crisis
hoe meer onzekerheid, hoe meer nood aan info, context, duiding…
Mediaboodschappen zijn niet altijd invloedrijk, maar als het gaat over
thema’s/gebeurtenissen die buiten persoonlijke ervaringswereld vallen, zijn
media vaak belangrijskte bron v info
In periodes v onrust/crisis kunnen media info en uitleg voorzien, maar ook rol
spelen in constructie v solidariteit en in mobilisatie v mensen
In crisistijd worden meer pogingen ondernomen om media te
instrumentaliseren voor eigen doeleinden (propaganda, lobbying, PR)
3. Effect-OZ is 1 vd moeilijkste OZ-disciplines in studie v politieke communicatie
resultaten zijn gemixt, verwarrend en vaak contradictorisch
Bennet & Iyengar (2008): relevant effect-OZ moet rekening houden met maatschappelijke
en technologische transformaties
- “the stage is again set for confusion about findings given that the social and technological contexts of
contemporary political communication are changing as rapidly as they did in that earlier era between the
1960s and 1990s in which strong media effects can be traced to conditions of declining group
memberships and the rise of broadcast technologies that made vast audiences accessible via relatively few
channels”
* proliferatie (uitbreiding) v mediakanalen
* fragmentatie v publieken
* complexere identificatieprocessen
=> volgens Bennet en Iyengar zijn we in een nieuw ‘turning point’ v sociale structuren en
identiteitsvorming die invloed hebben op gedragingen v doelgroepen
Aeron Davis: stelt dat we ons middenin 4de fase v effect-OZ bevinden
verlies aan vertrouwen in legacy media (traditionele media)
gefragmenteerde media en publieken
uitbreiding v mediakanalen
gefragmenteerde media-aandacht & multitasking
mircro-targeting en (politieke) marketing
mediaconsumenten als ‘prosumers’: individuen creëren ook zelf content
algoritmische logica’s, selectieprocessen, filter-bubbles
=> hoe is het nog mogelijk om effecten vast te stellen/te meten? Is effect-OZ dood?
Volgens A. Davis 4 redenen waarom effect-OZ niet dood is, maar moet herdacht worden: