H1: De doorbraak van de burgerlijke
parlementair-constitutionele staat
LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
Conflict: Katholieke kerk <-> tegenstanders Economie bepaalt wie het goed of slecht heeft, wie Conflict tussen Franstaligen en Nederlandstaligen
• Kieswet 1831: lagere cijns op het platteland iets te zeggen heeft en wie niet. Taal = sociaal en essentieel voor een politiek debat
• Economische opkomst in Wallonië door industrie • Taalvrijheid, verfransing en taalminnaren in het
• Onderwijs 1842: onderwijs was een manier om (grondstoffen) verzet
mensen te doen deelnemen aan iets. - Jan-Frans Willems was niet tegen BE maar
Er werd een wet gestemd door de katholieken en • MY transformeert van agrarisch (landbouw) naar vond dat NL essentieel is voor de BE nationaliteit
liberalen: elke gemeente moet 1 school hebben en industrieel
die school wordt dan door de gemeente • Voorgeschiedenis
gefinancierd; als er al een katholieke school is, is • Afbreuk aan de huisnijverheid door opkomst van Frans is altijd al een grotere taal geweest en kent
dat ook goed, door die financiering worden de de fabrieken -> veel mensen verliezen hun zijn mooiste tijd in de 18e eeuw (taal van de
katholieke scholen officieel. inkomen -> moeten verhuizen naar de steden en verlichting)
Op vlak van de universiteiten werd de ook in de fabrieken gaan werken = - Oostenrijks bewind
rijksuniversiteit van Leuven afgeschaft (1835) en plattelandsvlucht - Franse Periode: ook de Vlaamse elites spreken
werd het de KU Leuven. Frans, NL is een volkstaal
• Maar de landbouw blijft nog steeds bepalend: - Willem I wil NL verplichten en daardoor wil de
• Invoering van zegelbelasting (tax op dagbladen), - Hongerwinter in Vlaanderen (1845-’47) elite hem weg
censuur en toezicht op theaters - Crisis huisnijverheid
- Hoge pacht- en graanprijzen (komt door de • De Gw. is in principe voor taalvrijheid maar in
• Kieswijkenwet 1842 (steden): de partijen gaan macht van de GGB) praktijk is Frans de enigste officiële taal en is de
de grenzen van gebieden zo aanpassen dat ze - Vergelijking tussen Vlaanderen en Ierland Franse cultuur superieur -> Brussel verfranst
meer stemmen kunnen halen. De katholieken (aardappelenpest -> emigratie naar de VS)
delen de steden op in districten waardoor het extra verzet
moeilijk wordt voor de liberalen om de • De industrie groeit
meerderheid te halen. Boom van de industrie in Wallonië + Brussels • De literatoren doen het NL overleven (Jan-Frans
Zonder kiesdistricten moet alle kiezers stemmen kapitaal Willems, Henri Consience, Theo van Reeswijck);
voor elke zetel; met kiesdistricten is de stad - Nieuwe technieken voor metaal/steenkool maar daar blijft het bij want ze hebben weinig
opgedeeld in verschillende deeltjes en moet een - Nood aan meer kapitaal -> oprichting N.V. prestige en geen contact met de volksmassa dus
deel van alle kiezers maar op sommige zetels (Naamloze Vennootschap = rechtspersoon met er ontstaat geen 3e politieke partij
stemmen. een eigen vermogen)
- Financiering gebeurt door de Société Générale;
Banque de Belgique
, H1: De doorbraak van de burgerlijke
parlementair-constitutionele staat
LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
reactie tegen macht kerk • Overheid vergemakkelijkt de export
- Wegen & spoorwegen (Rogier 1833-’34), kanalen
• Wie zijn ze (liberalen)? - Handelsverdragen met Duitsland en Frankrijk;
- Ideologisch: middenklasse, kopers van Kerkelijke maar door de neutraliteit van BE zijn hier
goederen beperkingen (Coalitieverbod)
- Economisch: tegen protectionisme - Conservatieve tegenwerking door De Theux
(bescherming van de nationale economie)
• Sociale politiek = onbestaande
• Twee vleugels: - De vrijheid van arbeiders wordt geëxploiteerd
- Sociaal-conservatief: Frère, Verhaegen, Lebau - Verboden om te staken, vakbonden zijn illegaal
- Linkervleugel: steunen de ideeën van de FR en alleen liefdadigheid is toegelaten
Revolutie; willen stemrecht uitbreiden, een beter (Coalitieverbod)
lot voor arbeiders
• Opkomst vroeg-socialisme
• Verwezenlijkingen van de oppositie: Revolutionairen - Democraten (1830)
- Oprichting van de ULB door Verhaegen (1834) - In Brussel
- In Gent, Luik en Verviers zijn ze ijverig maar
• Liberaal Congres Brussel (1846): hebben ze weinig succes
Programma: - Invloed van Saint Simon (visie: de MY moet
- Scheiding Kerk-Staat gestuurd worden door intellectuelen), Babeuf en
- Afschaffing kieswet Fourrier
- Beter lot arbeiders - Gelijkheidsideaal (economisch, geen geweld,
-… rede)
- Arbeiders zijn niet politiek bewust dus kunnen
• Liberale doorbraak (1847) niet in opstand komen (uitz. Kats: bracht teksten in
het NL uit)
, H1: De doorbraak van de burgerlijke
parlementair-constitutionele staat
LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
• Leopold I (leidt de uitvoerende macht en doet zo
veel mogelijk zijn zin)
Blijft een Ancien Regime-figuur:
- Tegen de Gw., interpreteert het in zijn eigen
voordeel
- Beheerst buitenlandse politiek
- Wil Unionistische Kabinetten (= zelf minister
benoemen & ontslaan)
Regeringen:
- Homogeen-liberaal intermezzo (1840-’41), wil
mengeling van partijen in het kabinet
- De Theux/Nothomb
- Liberale meerderheid maakt een einde aan het
Unionisme
• Gemeentewet (1836):
De Koning zorgt ervoor dat de Orangisten sterk
stonden. Hij gaat zelf de burgemeester benoemen
die de gemeentes hem voorstellen, hij mag ook
een benoeming weigeren.
• Koning heeft nauwe banden met de Société
Générale
• Hij doet pogingen om het parlement buitenspel te
zetten
, H1: De doorbraak van de burgerlijke
parlementair-constitutionele staat
LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
• De Regering Rogier (liberaal) -Frère Orban
(radicaal)
• Programma van de liberalen:
- Onderwijs via de Staat
- Afschaffen gemeentekieswet 1842
- Verlagen van de kiescijns
- Afschaffen lagere school wet
• Schrik voor revolutie (Marx)
reactie liberale regering
• Opstanden in 1848:
- Kiescijns verlagen = democratische kiezers weg
van de revolutie houden
- Afschaffing zegelrecht = pers wordt vrij
- Afschaffen ambtenarenparlement -> exit
magistraten
- Afschaffen kieswijkenwet = mogelijkheid om
liberale meerderheid te halen in de steden ->
oppositie krimpt tot kleine kern en behoud van de
bestaande orde
parlementair-constitutionele staat
LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
Conflict: Katholieke kerk <-> tegenstanders Economie bepaalt wie het goed of slecht heeft, wie Conflict tussen Franstaligen en Nederlandstaligen
• Kieswet 1831: lagere cijns op het platteland iets te zeggen heeft en wie niet. Taal = sociaal en essentieel voor een politiek debat
• Economische opkomst in Wallonië door industrie • Taalvrijheid, verfransing en taalminnaren in het
• Onderwijs 1842: onderwijs was een manier om (grondstoffen) verzet
mensen te doen deelnemen aan iets. - Jan-Frans Willems was niet tegen BE maar
Er werd een wet gestemd door de katholieken en • MY transformeert van agrarisch (landbouw) naar vond dat NL essentieel is voor de BE nationaliteit
liberalen: elke gemeente moet 1 school hebben en industrieel
die school wordt dan door de gemeente • Voorgeschiedenis
gefinancierd; als er al een katholieke school is, is • Afbreuk aan de huisnijverheid door opkomst van Frans is altijd al een grotere taal geweest en kent
dat ook goed, door die financiering worden de de fabrieken -> veel mensen verliezen hun zijn mooiste tijd in de 18e eeuw (taal van de
katholieke scholen officieel. inkomen -> moeten verhuizen naar de steden en verlichting)
Op vlak van de universiteiten werd de ook in de fabrieken gaan werken = - Oostenrijks bewind
rijksuniversiteit van Leuven afgeschaft (1835) en plattelandsvlucht - Franse Periode: ook de Vlaamse elites spreken
werd het de KU Leuven. Frans, NL is een volkstaal
• Maar de landbouw blijft nog steeds bepalend: - Willem I wil NL verplichten en daardoor wil de
• Invoering van zegelbelasting (tax op dagbladen), - Hongerwinter in Vlaanderen (1845-’47) elite hem weg
censuur en toezicht op theaters - Crisis huisnijverheid
- Hoge pacht- en graanprijzen (komt door de • De Gw. is in principe voor taalvrijheid maar in
• Kieswijkenwet 1842 (steden): de partijen gaan macht van de GGB) praktijk is Frans de enigste officiële taal en is de
de grenzen van gebieden zo aanpassen dat ze - Vergelijking tussen Vlaanderen en Ierland Franse cultuur superieur -> Brussel verfranst
meer stemmen kunnen halen. De katholieken (aardappelenpest -> emigratie naar de VS)
delen de steden op in districten waardoor het extra verzet
moeilijk wordt voor de liberalen om de • De industrie groeit
meerderheid te halen. Boom van de industrie in Wallonië + Brussels • De literatoren doen het NL overleven (Jan-Frans
Zonder kiesdistricten moet alle kiezers stemmen kapitaal Willems, Henri Consience, Theo van Reeswijck);
voor elke zetel; met kiesdistricten is de stad - Nieuwe technieken voor metaal/steenkool maar daar blijft het bij want ze hebben weinig
opgedeeld in verschillende deeltjes en moet een - Nood aan meer kapitaal -> oprichting N.V. prestige en geen contact met de volksmassa dus
deel van alle kiezers maar op sommige zetels (Naamloze Vennootschap = rechtspersoon met er ontstaat geen 3e politieke partij
stemmen. een eigen vermogen)
- Financiering gebeurt door de Société Générale;
Banque de Belgique
, H1: De doorbraak van de burgerlijke
parlementair-constitutionele staat
LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
reactie tegen macht kerk • Overheid vergemakkelijkt de export
- Wegen & spoorwegen (Rogier 1833-’34), kanalen
• Wie zijn ze (liberalen)? - Handelsverdragen met Duitsland en Frankrijk;
- Ideologisch: middenklasse, kopers van Kerkelijke maar door de neutraliteit van BE zijn hier
goederen beperkingen (Coalitieverbod)
- Economisch: tegen protectionisme - Conservatieve tegenwerking door De Theux
(bescherming van de nationale economie)
• Sociale politiek = onbestaande
• Twee vleugels: - De vrijheid van arbeiders wordt geëxploiteerd
- Sociaal-conservatief: Frère, Verhaegen, Lebau - Verboden om te staken, vakbonden zijn illegaal
- Linkervleugel: steunen de ideeën van de FR en alleen liefdadigheid is toegelaten
Revolutie; willen stemrecht uitbreiden, een beter (Coalitieverbod)
lot voor arbeiders
• Opkomst vroeg-socialisme
• Verwezenlijkingen van de oppositie: Revolutionairen - Democraten (1830)
- Oprichting van de ULB door Verhaegen (1834) - In Brussel
- In Gent, Luik en Verviers zijn ze ijverig maar
• Liberaal Congres Brussel (1846): hebben ze weinig succes
Programma: - Invloed van Saint Simon (visie: de MY moet
- Scheiding Kerk-Staat gestuurd worden door intellectuelen), Babeuf en
- Afschaffing kieswet Fourrier
- Beter lot arbeiders - Gelijkheidsideaal (economisch, geen geweld,
-… rede)
- Arbeiders zijn niet politiek bewust dus kunnen
• Liberale doorbraak (1847) niet in opstand komen (uitz. Kats: bracht teksten in
het NL uit)
, H1: De doorbraak van de burgerlijke
parlementair-constitutionele staat
LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
• Leopold I (leidt de uitvoerende macht en doet zo
veel mogelijk zijn zin)
Blijft een Ancien Regime-figuur:
- Tegen de Gw., interpreteert het in zijn eigen
voordeel
- Beheerst buitenlandse politiek
- Wil Unionistische Kabinetten (= zelf minister
benoemen & ontslaan)
Regeringen:
- Homogeen-liberaal intermezzo (1840-’41), wil
mengeling van partijen in het kabinet
- De Theux/Nothomb
- Liberale meerderheid maakt een einde aan het
Unionisme
• Gemeentewet (1836):
De Koning zorgt ervoor dat de Orangisten sterk
stonden. Hij gaat zelf de burgemeester benoemen
die de gemeentes hem voorstellen, hij mag ook
een benoeming weigeren.
• Koning heeft nauwe banden met de Société
Générale
• Hij doet pogingen om het parlement buitenspel te
zetten
, H1: De doorbraak van de burgerlijke
parlementair-constitutionele staat
LEVENSBESCHOUWELIJKE BREUKLIJN SOCIAAL-ECONOMISCHE BREUKLIJN COMMUNAUTAIRE BREUKLIJN
• De Regering Rogier (liberaal) -Frère Orban
(radicaal)
• Programma van de liberalen:
- Onderwijs via de Staat
- Afschaffen gemeentekieswet 1842
- Verlagen van de kiescijns
- Afschaffen lagere school wet
• Schrik voor revolutie (Marx)
reactie liberale regering
• Opstanden in 1848:
- Kiescijns verlagen = democratische kiezers weg
van de revolutie houden
- Afschaffing zegelrecht = pers wordt vrij
- Afschaffen ambtenarenparlement -> exit
magistraten
- Afschaffen kieswijkenwet = mogelijkheid om
liberale meerderheid te halen in de steden ->
oppositie krimpt tot kleine kern en behoud van de
bestaande orde