SAMENVATTING PSYCHOLOGIE VAN INDIVIDUELE
VERSCHILLEN, DEEL 2 PERSOONLIJKHEID 2026-27
Hoofdstuk 6: Genen en persoonlijkheid Inleiding:
• Gedragsgenetica:
1. Klassieke
2. Moderne
• Segal (1999):
▪ 2 identieke tweelingen gescheiden bij de geboorte
▪ Rond 40 jaar contact opgenomen
▪ Opvallende gelijkenissen:
➢ Zelfde gewicht, lengte en uitzicht
➢ Zelfde job
➢ 2 heer hertrouwd, vrouwen + zoons hadden zelfde naam
➢ Rookten zelfde merk sigaretten, dronken zelfde bier en beten vingernagels
▪ Verschillen:
➢ De ene beter in het verbale de ander in het schrijven
➢ Haar lag anders
A. Het menselijke genoom:
▪ Genoom: de hele verzameling genen die een organisme bezit
= bevat 20.000 genen op 23 paar chromosomen
▪ bestaat uit DNA/ desoxyribonucleïnezuur: dubbele helix (2 lange strengen) opgebouwd
uit nucleotiden
➢ fosfaatgroep ( zuur )
➢ desoxyribose (suiker)
➢ 4 soorten basen: adenine + thymine, cytosine+ guanine
▪ Een gen bestaat uit specifieke combinaties van DNA-nucleotiden die dan coderen voor
een specifiek proteïne/ eigenschap
➢ Bouw van lichaam en functies
➢ Aanleg voor bepaalde aandoeningen
➢ Psychologische eigenschappen
▪ Genen: bevinden zich op de 23 verschillende chromosomen die mensen bezitten,
specifieke sequenties van nucleotiden
= persoon bezit 2 kopieën van elke chromosoom: 1 overgeërfd van de moeder + 1
overgeërfd van de vader
= elke individueel chromosoom is een random combinatie van deeltjes van de 2
chromosomen die de moeder/vader overgeërfd heeft van haar/zijn ouders
* recombinatie: de randomisatie en mixen van deeltjes van chromosomen
,2
▪ 22 paar autonome chromosomen ( gelijk voor man en vrouw )
▪ 1 paar geslachtschromosomen ( vrouw: X chromosomen man: X en Y chromosoom )
▪ Vrouwen kunnen dus alleen een X chromosoom doorgeven
DUS: als kind X chromosoom van vader
overkrijgt = meisje als kind Y chromosoom
van vader overkrijgt = jongen
1
,3
▪ Hetzelfde gen is niet altijd identiek voor alle mensen ( meestal wel )
= genen kunnen 2 of meerdere vormen hebben door mutatie
= mensen hebben 2 kopieën van elk gen, dus deze kopieën kunnen hetzelfde of anders
zijn
= Allelen: verschillende versies van hetzelfde gen
▪ Zonder de info gestockeerd in genen en uitgedrukt door de genen zouden we niet
bestaan!
▪ Genetisch afval: 98% codeert niet ( non-coding regio’s) MAAR toch functioneel want
bepaalt in welke mate omliggende genen tot expressie komen
▪ Human Genome Project: opgezet om de sequentie van het menselijk genoom te
identificeren nl. de specifieke DNA molecule sequenties in de mens
➢ identificeren van de sequenties ≠ identificeren van de functie van elk gen
➢ 2 assumpties:
o Aantal genen in mensen = aantal genen in muizen/wormen
MAAR manier waarop ze gedecodeerd worden in proteïnen
is meer variabel DAAROM observeren we verschillen tussen
mensen en muizen/wormen
o Sommige regio’s op het chromosoom zijn donkerder dan andere regio’s
Donkere regio’s: bezitten regio’s met grote dichtheid van genen = urban centrum
Lichte regio’s: bezitten genetisch afval
▪ Vele eigenschappen worden niet door een enkel gen maar door een combinatie van
genen gedetermineerd + door mate van genexpressie
▪ Meeste genen zijn hetzelfde voor iedereen (lichaamseigenschappen: 2 longen, een hart,
32 tanden, 2 benen, … )
▪ Kleiner aantal genen verschillen tussen mensen ( lichamelijke en psychische trekken:
kleur ogen, extraversie vs introversie)
DUS: mensen verschillen in genoom (genotype) en hoe dit tot uiting komt en dit kan
samenhangen met bepaalde verschillen in hoe ze zijn (fenotype)
B. Doel van gedragsgenetica:
1) Bepalen hoeveel % van verschillen tussen mensen in een bepaalde trek
toegeschreven kunnen worden aan genetische verschillen en hoeveel aan
omgevingsverschillen
= Klassieke gedragsgenetica
2) Hoe gaan genen en omgeving interageren en correleren in het bepalen van individuele
verschillen
= Moderne gedragsgenetica
3) Bepalen welke omgevings- en genetische invloeden een invloed hebben op
individuele verschillen Bv: omgeving: ouders, peers, unieke invloeden
genetisch: enkele genen, complex van genen
, 4
I. Klassieke gedragsgenetica:
• Wat is overerfbaarheid?
▪ Proportie variantie % van geobserveerde verschillen in een groep individuen die
verklaard of toegeschreven worden aan genetische verschillen
= er zijn verschillen/ varianties tussen mensen in gedrag, PH, …
= er is variantie tussen mensen in genen
▪ Hoe hangen deze samen?
▪ Fenotype: uiterlijk voorkomen, eigenschappen van een organisme = gedrag, fysische
kenmerken, PH → eindproduct zoals het zich voordoet
2