VAKFICHE GESCHIEDENIS 3KSO & 3TSO
EXAMENCOMMISSIE SECUNDAIR ONDERWIJS 2026-27
Studierichting
3e graad kso
Muziek (*stopt in 2025)
Beeldende Vorming (*stopt in 2025)
3e graad tso
Handel
Fotografie (*stopt in 2025)
Lichamelijke Opvoeding en Sport (*stopt in 2025)
Onthaal en Public Relations
Secretariaat Talen
Sociale en Technische Wetenschappen
Farmaceutisch Technisch Assistent (*stopt in 2025)
Referentiekader
Eindtermen : http://eindtermen.vlaanderen.be/index.htm
,2
Inhoud
Waarom leer je dit vak?
Wat moet je leren?
Welke opdracht moet je uitvoeren?
Hoe verloopt het examen?
Hoe beoordelen we het examen?
Met welk materiaal bereid je je voor?
Waarom leer je dit vak?
Vaak vragen we ons af: waarom moeten we weten wat er in het verleden
gebeurd is? Dat is toch allemaal voorbij. Kunnen we dan zeggen dat een vak
geschiedenis zinloos is? Eigenlijk niet.
Geschiedenis is de dialoog tussen verleden, heden en toekomst. Door inzicht te
krijgen in wat vroeger gebeurd is, kan je de huidige samenleving beter
begrijpen. Je zal inzien dat de situatie van vandaag het resultaat is van een
vroegere evolutie. Zonder het ontstaan van de landbouw en de verbeteringen
die in de loop van de tijd zijn aangebracht, zouden we bijvoorbeeld nu nog
rondtrekkende groepen zijn die voor hun voeding afhankelijk zijn van een
geslaagde jacht. Zo kunnen we ervan uitgaan dat ook onze samenleving niet
stilstaat: allerlei vernieuwingen zorgen ervoor dat we ons als mensen
voortdurend aanpassen.
In de zoektocht naar je eigen persoonlijke identiteit speelt de studie van het
verleden onbewust een grote rol: je leert je eigen positie bepalen door ideeën
en samenlevingen te bestuderen. Je leert af te wegen wat de voor- en nadelen
zijn. Je beseft wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn. Je bent in staat om
,3
maatschappelijke fenomenen vanuit meerdere perspectieven te bekijken. Zo
breng je respect op voor andere meningen en vel je niet te snel een oordeel.
De media kunnen een gebeurtenis vandaag als iets positief of als iets negatief
voorstellen. Zo gebeurt het ook bij de studie over het verleden. Bronnen
bieden geen exacte weergave van dat verleden. Op basis van een kritische
bronnenanalyse maken historici een bepaald beeld van het verleden. Dat beeld
hangt af van hun persoonlijke situatie en van de context waarin ze leven. Het
komt er dus op aan om altijd kritisch te zijn over de teksten die je leest of de
afbeeldingen die je ziet. Dat is een vaardigheid die je ook vandaag zeker van
pas zal komen.
Geschiedenis is meer dan data alleen. Geschiedenis is meer dan losse feitjes
alleen. Data en feiten zijn meer een kapstok die je een goede achtergrond
bieden om een stapje verder te gaan. Het is zinvol om te begrijpen hoe en
waarom iets in de tijd verandert of gelijk blijft. Het is leerrijk om te verklaren
waarom bijvoorbeeld een politieke verandering tot een sociale verandering kan
leiden. Het is boeiend om te analyseren welke invloed een lokaal proces op het
internationale vlak heeft. Het is verrassend om te zien wat je allemaal uit
foto's, spotprenten of films kan afleiden.
In het vak geschiedenis van de derde graad bestudeer je de samenlevingen na
het ancien régime: de nieuwste tijd en de eigen tijd. Je toont belangstelling en
waardering voor de samenleving uit deze historische periodes.
, 4
Wat moet je leren?
UIT WELKE COMPONENTEN BESTAAT HET VAK?
Het historisch referentiekader
De samenleving in de nieuwste tijd
De samenleving in de eigen tijd
WAT IS DE INHOUD VAN HET VAK?
In de volgende tabellen vind je wat je voor elke leerinhoud moet kennen en kunnen. Er zijn historische vaardigheden die je
op elke leerinhoud moet toepassen Die vind je hier. We gebruiken in de vakfiche altijd dezelfde werkwoorden. Om te
weten wat die werkwoorden precies inhouden, lees je best de betekenis hieronder. Tenslotte krijg je nog enkele tips over
het gebruik van een atlas en een begrippenlijst.
HISTORISCHE VAARDIGHEDEN
Op alle leerinhouden zal je historische vaardigheden moeten toepassen. Deze zijn noodzakelijk om op een correcte manier
om te gaan met bronnen. Je moet op het examen aantonen dat je de volgende vaardigheden beheerst:
informatie uit gevarieerd bronnenmateriaal zoals afbeeldingen, brieven, dagboekfragmenten, diagrammen, films, foto’s,
kaarten, memoires, reisverslagen, schema’s, spotprenten, tabellen, tekeningen…opzoeken, ordenen, selecteren,
vergelijken en structureren;