Nederlands
Les 1
1. Wat is jouw taak als kleuterleerkracht?
- Begeleiden van de kleuters in hun ontwikkelingsproces
- De basis leggen voor de verdere ontwikkeling van kleuters
1.1. Wat is daar voor nodig?
Doelgerichte activiteiten aanbieden
- Kleuters uitdagen en prikkelen
- Ontstaan leereffect
Beginsituatie
= alle kennis, , vaardigheden en houdingen (attitudes) die de
kleuters moeten bezitten om jouw vooropgestelde activiteit te kunnen
volgen
1.2. Waarom is taalonderwijs zo belangrijk?
De taalontwikkeling
- grotendeels in eerstelevensjaren
- grote snelheid
- heel complex
- activatie in contact meteen talig milieu
- basis: gelegd in de kleuterklas
Als KO onderwijzer ben je:
- de ontwikkelingsspecialist
- Voor Nederlands de specialist aangaande de taalontwikkeling
1
, 1.3. Wat is communicatie?
Non- verbale communicatie (70%)
- Signalen en symbolen (pictogrammen)
- Lichaamshouding of lichaamstaal
- Gedrag (gezichtsexpressie)
Paraverbaal: Een onderdeel van non-verbale communicatie dat zich specifiek richt
op de stem: intonatie, spreektempo, volume, pauzes en toon.
Verbale communicatie
- Mondelinge communicatie
- Schriftelijke communicatie
De basis voor alle leren
= welbevinden en betrokkenheid
2. Bepalen van de begin situatie ; Brede kijk
Spreek durf= durven spreken
Spreekangst= niet durven praten
Bv je voelt je goed in de klas maar het
kind durft niet te
Taalbegrip: passief je begrijpt wat ik zeg
bv instructies begrijpen
Taalproductie: actief komt vaak veel laten
dan het begrijpen
Bv je voelt je goed in de klas maar het
kind durft niet te praten wat kan je dan doen?
2
, 1. 1 op 1 gesprek met de persoon
2. Een aantal kinderen erbij nemen waarmee het kindje speekt
3. Zo bouw je het verder op
2.1. De didactische beginsituatie
- Het algemeen taalniveau
- De luisterattitude
- De concentratieduur
2.2. Hoe bepaal ik het taalniveau? Welke deelaspecten
moet ik observeren?
Hoe en waarom verwerft men taal?
theoretische manier (verschillende visies)
Waaruit is taalvaardigheid opgebouwd?
taalkundige manier (taalcomponenten en verschillende bouwstenen)
Wanneer verwerft een kind taal en in welke stappen?
chronologische manier (tijdstip van verwerving)
3. Drie theorieën belichten
- Behaviorisme
- Nativisme
- interactionisme
1) Behaviorisme
Gedrag wordt positief beloond en negatief gedrag wordt afgekeurd. Alles is
IMITATIE.
- Skinner, 1957
2) Nativisme
AANGEBOREN AANLEG: een universele grammatica die de basis legt voor
alle talen.
3
, - Chomsky, jaren 70
Drie stappen :
1. ontdekking van een regel
2. ontdekking van een nieuwe regel met generalisering (=
overregularisering)
3. bijsturing en correcte toepassing van beide regels
Nativisten zoals Noam Chomsky suggereren dat er een universele
grammatica bestaat die aangeboren is en de basis legt voor alle talen, wat
het mogelijk maakt voor kinderen om taal snel en efficiënt te leren.
3) Interactionisme
Wisselwerking van interactie en de omgeving
- jaren 90
Interactie:
Dit perspectief stelt dat taalverwerving voortkomt uit de wisselwerking
tussen biologische aanleg en de sociale en omgevingsinvloeden.
Rol van Omgeving:
De kwaliteit van het taalaanbod, de herhaling van woorden, en de sociale
interactie spelen een cruciale rol bij de ontwikkeling van taal.
Sociaal-cultureel:
Het kind ontwikkelt taal niet in een vacuüm, maar als onderdeel van zijn
sociale en culturele omgeving.
Het verschil tussen nativisme en interactionisme ligt in hun kijk op de
oorsprong van taal en kennis: het nativisme benadrukt aangeboren
aanleg en biologische mechanismen (zoals bij Chomsky's universele
grammatica), terwijl het interactionisme de nadruk legt op de
interactie tussen biologische factoren én de sociale en
omgevingsinvloeden, zoals taalgebruik en culturele context, in de
taalverwerving.
De boodschap
- Zorg voor een rijk taalaanbod
4
Les 1
1. Wat is jouw taak als kleuterleerkracht?
- Begeleiden van de kleuters in hun ontwikkelingsproces
- De basis leggen voor de verdere ontwikkeling van kleuters
1.1. Wat is daar voor nodig?
Doelgerichte activiteiten aanbieden
- Kleuters uitdagen en prikkelen
- Ontstaan leereffect
Beginsituatie
= alle kennis, , vaardigheden en houdingen (attitudes) die de
kleuters moeten bezitten om jouw vooropgestelde activiteit te kunnen
volgen
1.2. Waarom is taalonderwijs zo belangrijk?
De taalontwikkeling
- grotendeels in eerstelevensjaren
- grote snelheid
- heel complex
- activatie in contact meteen talig milieu
- basis: gelegd in de kleuterklas
Als KO onderwijzer ben je:
- de ontwikkelingsspecialist
- Voor Nederlands de specialist aangaande de taalontwikkeling
1
, 1.3. Wat is communicatie?
Non- verbale communicatie (70%)
- Signalen en symbolen (pictogrammen)
- Lichaamshouding of lichaamstaal
- Gedrag (gezichtsexpressie)
Paraverbaal: Een onderdeel van non-verbale communicatie dat zich specifiek richt
op de stem: intonatie, spreektempo, volume, pauzes en toon.
Verbale communicatie
- Mondelinge communicatie
- Schriftelijke communicatie
De basis voor alle leren
= welbevinden en betrokkenheid
2. Bepalen van de begin situatie ; Brede kijk
Spreek durf= durven spreken
Spreekangst= niet durven praten
Bv je voelt je goed in de klas maar het
kind durft niet te
Taalbegrip: passief je begrijpt wat ik zeg
bv instructies begrijpen
Taalproductie: actief komt vaak veel laten
dan het begrijpen
Bv je voelt je goed in de klas maar het
kind durft niet te praten wat kan je dan doen?
2
, 1. 1 op 1 gesprek met de persoon
2. Een aantal kinderen erbij nemen waarmee het kindje speekt
3. Zo bouw je het verder op
2.1. De didactische beginsituatie
- Het algemeen taalniveau
- De luisterattitude
- De concentratieduur
2.2. Hoe bepaal ik het taalniveau? Welke deelaspecten
moet ik observeren?
Hoe en waarom verwerft men taal?
theoretische manier (verschillende visies)
Waaruit is taalvaardigheid opgebouwd?
taalkundige manier (taalcomponenten en verschillende bouwstenen)
Wanneer verwerft een kind taal en in welke stappen?
chronologische manier (tijdstip van verwerving)
3. Drie theorieën belichten
- Behaviorisme
- Nativisme
- interactionisme
1) Behaviorisme
Gedrag wordt positief beloond en negatief gedrag wordt afgekeurd. Alles is
IMITATIE.
- Skinner, 1957
2) Nativisme
AANGEBOREN AANLEG: een universele grammatica die de basis legt voor
alle talen.
3
, - Chomsky, jaren 70
Drie stappen :
1. ontdekking van een regel
2. ontdekking van een nieuwe regel met generalisering (=
overregularisering)
3. bijsturing en correcte toepassing van beide regels
Nativisten zoals Noam Chomsky suggereren dat er een universele
grammatica bestaat die aangeboren is en de basis legt voor alle talen, wat
het mogelijk maakt voor kinderen om taal snel en efficiënt te leren.
3) Interactionisme
Wisselwerking van interactie en de omgeving
- jaren 90
Interactie:
Dit perspectief stelt dat taalverwerving voortkomt uit de wisselwerking
tussen biologische aanleg en de sociale en omgevingsinvloeden.
Rol van Omgeving:
De kwaliteit van het taalaanbod, de herhaling van woorden, en de sociale
interactie spelen een cruciale rol bij de ontwikkeling van taal.
Sociaal-cultureel:
Het kind ontwikkelt taal niet in een vacuüm, maar als onderdeel van zijn
sociale en culturele omgeving.
Het verschil tussen nativisme en interactionisme ligt in hun kijk op de
oorsprong van taal en kennis: het nativisme benadrukt aangeboren
aanleg en biologische mechanismen (zoals bij Chomsky's universele
grammatica), terwijl het interactionisme de nadruk legt op de
interactie tussen biologische factoren én de sociale en
omgevingsinvloeden, zoals taalgebruik en culturele context, in de
taalverwerving.
De boodschap
- Zorg voor een rijk taalaanbod
4