STRAFRECHT
WAT IS STRAFRECHT?
Een van de meeste bekende rechtsgebieden
Wat is strafbaar? Wat is een misdrijf?
o Schending van fundamentele waarden van onze samenleving?
Legaliteitsbeginsel
o Iedereen wordt geacht de wet te kennen
Strafrecht gaat om
o Misdrijven
Wat is een misdrijf?
o Politie, procureurs des Konings, (onderzoeks)rechters, rechtbanken en hoven
Wat mogen zij doen om misdrijven en misdadigers op te sporen, te
ontdekken en te veroordelen?
o En slachtoffers
Mogen ze zich uitspreken wat volgens hen de straf moet zijn? Enkel
schadevergoeding vorderen? Hoeveel inspraak hebben zij?
STRAFRECHT
Materieel strafrecht
o De rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en
welke sancties opgelegd kunnen worden
“wat men niet mag” (let op: soms wat men niet mag weigeren te doen
‘schuldig verzuim’)
o Belangrijkste bron: strafwetboek
Formeel strafrecht (strafvordering/strafprocesrecht) = penitentiair recht
o De regels aangaande het verloop van het strafproces
o Belangrijkste bron: wetboek van strafvordering
o Strafprocedure, strafvordering, strafrechtspleging, tenuitvoerlegging, rechtshulp
(vb. aan andere land hulp vragen)
“wat er moet gedaan worden als er een misdrijf is gepleegd”
VERBAND TUSSEN MATERIEEL EN FORMEEL STRAFRECHT
Materieel strafrecht komt tot leven in een strafprocedure
o Impact strafrecht op strafprocesrecht
Vb. drempels voor voorlopige hechtenis, verjaringstermijnen
o Strafprocesrecht als kader voor de sanctionering van strafrechtelijk relevant
gedrag
o SR en SPR = beschermende functie
Vermijden onrechtmatig overheidsingrijpen
Vb. vrijheidsberoving of huiszoekingen
Bestraffing van onschuldigen vermijden
1
,MATERIEEL STRAFRECHT
Wat is strafbaar? Misdrijven
Wie moet gestraft worden? Misdadigers (alleen mensen?)
o Vb. natuurlijke personen, rechtspersonen, systemen,…
Wanneer moet iemand gestraft worden voor iets wat strafbaar is?
o Voorwaarden voor individuele aansprakelijkheid en strafrechtelijke sancties
Strafrechtelijke sancties = straffen die op misdrijven staan
Moeilijkste vraag: wat zou strafrecht moeten doen/zijn?
o Geen gepast antwoord op, omwille van verschillende visies
IDEOLOGIEËN STRAFRECHT
Waarom is strafrecht nuttig?
Wat is het doel van strafrecht?
o Straffen?!
o Strafrecht als beleidsinstrument
Normconform gedrag afdwingen
In tal van domeinen
Vb. seksueel strafrecht, fiscaal strafrecht, milieustrafrecht,
sociaal strafrecht,…
Wat is het doel van straffen?
o Reactie tegen/vergelding voor laakbare gedragingen
Vergelding = je hebt iets fout gedaan, je verdient een straf
Vb. taliowet: ‘oog om oog, tand om tand’ (twaalftalenwet)
Strafrecht als beteugeld recht tot straffen
o Preventie van laakbare gedragingen (= vermijden dat mensen misdrijf gaan
plegen)
Positieve preventie: voorkomen dat daders/criminelen wederom in de
fout gaan
Negatieve preventie: voorkomen dat mensen (alle burgers) in de fout
gaan
o Resocialisatie van misdadigers
= gedetineerden vb. op hun terugkeer naar maatschappij
o Andere?
Maatschappij reguleren, moraliteit beschermen,…
Strafdoelen anno 2026
o Art. 27 NSw.
o Strafdoelen wettelijk bepaald:
Het uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de
overtreding van de strafwet
Het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en
van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade
Het bevorderen van maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van
de dader
Het beschermen van de maatschappij
2
,WORTELS VAN HUIDIG MATERIEEL STRAFRECHT
Modern strafrecht- Verlichting
o Montesquieu, Voltaire, Bentham,…
o Rationaliseren
Wat is de grondslag van het recht op straffen?
Hun idee was om strafrecht op rationele manier te gebruiken
o Humaniseren (menselijker maken)
Geen politieke doelstellingen meer
o Vermijd willekeur
In die tijd veel willekeur aanwezig
Filosofen van Verlichting willen deze willekeur weg
Oorsprong van ‘klassieke school’ van strafrechtsdenken:
o Men ging uit van homo economicus met vrije wil
De persoon heeft een vrije wil en kan bepalen wat hij/zij kan doen
Persoon moet weten wat er strafbaar is en de gevolgen ervan
o Strafrecht als ultima ratio (= laatste middel)
Repressieve functie: beperkt tot schending van essentiële goederen (bv.
leven, eigendommen …)
Als er geen andere manier is om iets te controleren, gebruiken we het
strafrecht
In extreme gevallen enkel, als het te gemakkelijk is om iets
strafrechtelijk te doen, gaat strafrecht een repressieve functie
krijgen
o Aandacht voor ‘criminele feiten’
Meer aandacht voor ‘criminele feiten’ dan voor daders
Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (“verklaring van de rechten van de
mens en de burger”) – 26 augustus 1789)
o Art. 5 – schade
De wet heeft slechts het recht handelingen te verbieden, die schadelijke
zijn voor de maatschappij
o Art. 7 – Legaliteit I
Niemand kan beschuldigd, aangehouden of gevangen worden dan in bij
de wet bepaalde gevallen en in de vormen, die zij heeft voorgeschreven (+
verbod op willekeur)
o Art. 8 – Legaliteit II en proportionaliteitstraf
De wet kan slechts strikte enweliswaar noodzakelijke straffen opleggen,
en niemand kan gestraft worden dan door een wet die is vastgelegd en
uitgevaardigd voorafgaand aan het delict en op wettige wijze toegepast
o Art. 9 – vermoeden van onschuld
3
, Franse wetboeken tijdens en na de revolutie
o Verklaringen, ideeën en beginselen van Verlichting
Franse code revolutionair 1791 + Franse code revolutionair 1795 (‘Code
merlin’)
o Napoleontische tijd Frans Wetboek 1810
Blijft trouw aan sommige beginselen van de verlichting (vb. legaliteit)
Maar → uitbreiding van misdrijven tegen de veiligheid en het politieke
regime (absoluut regime)
BELGIË – GESCHIEDENIS
Belgische onafhankelijkheid (1830)
o Franse Code pénal 1810 van toepassing
o Art. 139 GW 1831 “binnen de kortst mogelijke tijd”
o Strafwetboek 1867
Op basis van Franse wetboek
Heersend klassieke strafrechtsdenken
Mens als homo economicus
o Persoon is rationeel en kan vrij zijn gedrag kiezen
o Wet op de Verzachtende omstandigheden correctionaliseren van misdaden
Talloze procedures voor Hof van assisen vermijden
o Ook nadien vele nieuwe wetten onder invloed van vb. sociaal verweer (=
bescherming van maatschappij tegen ‘gevaarlijke personen’)
Individuele eigenschappen en maatschappelijke omstandigheden
invloed op individu
OUD STRAFWETBOEK (SW.)
Twee boeken
o Algemeen gedeelte (boek I) (art. 1-100)
Elf hoofdstukken
Fundamentele regels die van toepassing zijn op alle misdrijven
o Bijzonder gedeelte (boek II) (vanaf art. 101)
Specifieke misdrijven (vb. moord, corruptie, diefstal …)
X Titels + IV (I-bis, I-ter, VI-bis, IX-bis)
Misdrijven tegen:
openbare trouw, personen, eigendommen, de familiale orde en
de openbare zedelijkheid, openbare veiligheid, openbare orde …
Verdeling volgens verschillende rechtsgoederen
Meer en meer vervuild door recente wetten
Complementaire wetten
o Wetten die niet in Boek I van het Strafwetboek staan, maar die er logisch en
integraal deel van uitmaken
Bv.: Wet van 8 april 1965 Jeugdbescherming; Wet van 29 juni 1964
opschorting, uitstel en probatie; Wet 1 juli 1964 ter bescherming van de
maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers; Wet 26
4
WAT IS STRAFRECHT?
Een van de meeste bekende rechtsgebieden
Wat is strafbaar? Wat is een misdrijf?
o Schending van fundamentele waarden van onze samenleving?
Legaliteitsbeginsel
o Iedereen wordt geacht de wet te kennen
Strafrecht gaat om
o Misdrijven
Wat is een misdrijf?
o Politie, procureurs des Konings, (onderzoeks)rechters, rechtbanken en hoven
Wat mogen zij doen om misdrijven en misdadigers op te sporen, te
ontdekken en te veroordelen?
o En slachtoffers
Mogen ze zich uitspreken wat volgens hen de straf moet zijn? Enkel
schadevergoeding vorderen? Hoeveel inspraak hebben zij?
STRAFRECHT
Materieel strafrecht
o De rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en
welke sancties opgelegd kunnen worden
“wat men niet mag” (let op: soms wat men niet mag weigeren te doen
‘schuldig verzuim’)
o Belangrijkste bron: strafwetboek
Formeel strafrecht (strafvordering/strafprocesrecht) = penitentiair recht
o De regels aangaande het verloop van het strafproces
o Belangrijkste bron: wetboek van strafvordering
o Strafprocedure, strafvordering, strafrechtspleging, tenuitvoerlegging, rechtshulp
(vb. aan andere land hulp vragen)
“wat er moet gedaan worden als er een misdrijf is gepleegd”
VERBAND TUSSEN MATERIEEL EN FORMEEL STRAFRECHT
Materieel strafrecht komt tot leven in een strafprocedure
o Impact strafrecht op strafprocesrecht
Vb. drempels voor voorlopige hechtenis, verjaringstermijnen
o Strafprocesrecht als kader voor de sanctionering van strafrechtelijk relevant
gedrag
o SR en SPR = beschermende functie
Vermijden onrechtmatig overheidsingrijpen
Vb. vrijheidsberoving of huiszoekingen
Bestraffing van onschuldigen vermijden
1
,MATERIEEL STRAFRECHT
Wat is strafbaar? Misdrijven
Wie moet gestraft worden? Misdadigers (alleen mensen?)
o Vb. natuurlijke personen, rechtspersonen, systemen,…
Wanneer moet iemand gestraft worden voor iets wat strafbaar is?
o Voorwaarden voor individuele aansprakelijkheid en strafrechtelijke sancties
Strafrechtelijke sancties = straffen die op misdrijven staan
Moeilijkste vraag: wat zou strafrecht moeten doen/zijn?
o Geen gepast antwoord op, omwille van verschillende visies
IDEOLOGIEËN STRAFRECHT
Waarom is strafrecht nuttig?
Wat is het doel van strafrecht?
o Straffen?!
o Strafrecht als beleidsinstrument
Normconform gedrag afdwingen
In tal van domeinen
Vb. seksueel strafrecht, fiscaal strafrecht, milieustrafrecht,
sociaal strafrecht,…
Wat is het doel van straffen?
o Reactie tegen/vergelding voor laakbare gedragingen
Vergelding = je hebt iets fout gedaan, je verdient een straf
Vb. taliowet: ‘oog om oog, tand om tand’ (twaalftalenwet)
Strafrecht als beteugeld recht tot straffen
o Preventie van laakbare gedragingen (= vermijden dat mensen misdrijf gaan
plegen)
Positieve preventie: voorkomen dat daders/criminelen wederom in de
fout gaan
Negatieve preventie: voorkomen dat mensen (alle burgers) in de fout
gaan
o Resocialisatie van misdadigers
= gedetineerden vb. op hun terugkeer naar maatschappij
o Andere?
Maatschappij reguleren, moraliteit beschermen,…
Strafdoelen anno 2026
o Art. 27 NSw.
o Strafdoelen wettelijk bepaald:
Het uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de
overtreding van de strafwet
Het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en
van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade
Het bevorderen van maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van
de dader
Het beschermen van de maatschappij
2
,WORTELS VAN HUIDIG MATERIEEL STRAFRECHT
Modern strafrecht- Verlichting
o Montesquieu, Voltaire, Bentham,…
o Rationaliseren
Wat is de grondslag van het recht op straffen?
Hun idee was om strafrecht op rationele manier te gebruiken
o Humaniseren (menselijker maken)
Geen politieke doelstellingen meer
o Vermijd willekeur
In die tijd veel willekeur aanwezig
Filosofen van Verlichting willen deze willekeur weg
Oorsprong van ‘klassieke school’ van strafrechtsdenken:
o Men ging uit van homo economicus met vrije wil
De persoon heeft een vrije wil en kan bepalen wat hij/zij kan doen
Persoon moet weten wat er strafbaar is en de gevolgen ervan
o Strafrecht als ultima ratio (= laatste middel)
Repressieve functie: beperkt tot schending van essentiële goederen (bv.
leven, eigendommen …)
Als er geen andere manier is om iets te controleren, gebruiken we het
strafrecht
In extreme gevallen enkel, als het te gemakkelijk is om iets
strafrechtelijk te doen, gaat strafrecht een repressieve functie
krijgen
o Aandacht voor ‘criminele feiten’
Meer aandacht voor ‘criminele feiten’ dan voor daders
Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (“verklaring van de rechten van de
mens en de burger”) – 26 augustus 1789)
o Art. 5 – schade
De wet heeft slechts het recht handelingen te verbieden, die schadelijke
zijn voor de maatschappij
o Art. 7 – Legaliteit I
Niemand kan beschuldigd, aangehouden of gevangen worden dan in bij
de wet bepaalde gevallen en in de vormen, die zij heeft voorgeschreven (+
verbod op willekeur)
o Art. 8 – Legaliteit II en proportionaliteitstraf
De wet kan slechts strikte enweliswaar noodzakelijke straffen opleggen,
en niemand kan gestraft worden dan door een wet die is vastgelegd en
uitgevaardigd voorafgaand aan het delict en op wettige wijze toegepast
o Art. 9 – vermoeden van onschuld
3
, Franse wetboeken tijdens en na de revolutie
o Verklaringen, ideeën en beginselen van Verlichting
Franse code revolutionair 1791 + Franse code revolutionair 1795 (‘Code
merlin’)
o Napoleontische tijd Frans Wetboek 1810
Blijft trouw aan sommige beginselen van de verlichting (vb. legaliteit)
Maar → uitbreiding van misdrijven tegen de veiligheid en het politieke
regime (absoluut regime)
BELGIË – GESCHIEDENIS
Belgische onafhankelijkheid (1830)
o Franse Code pénal 1810 van toepassing
o Art. 139 GW 1831 “binnen de kortst mogelijke tijd”
o Strafwetboek 1867
Op basis van Franse wetboek
Heersend klassieke strafrechtsdenken
Mens als homo economicus
o Persoon is rationeel en kan vrij zijn gedrag kiezen
o Wet op de Verzachtende omstandigheden correctionaliseren van misdaden
Talloze procedures voor Hof van assisen vermijden
o Ook nadien vele nieuwe wetten onder invloed van vb. sociaal verweer (=
bescherming van maatschappij tegen ‘gevaarlijke personen’)
Individuele eigenschappen en maatschappelijke omstandigheden
invloed op individu
OUD STRAFWETBOEK (SW.)
Twee boeken
o Algemeen gedeelte (boek I) (art. 1-100)
Elf hoofdstukken
Fundamentele regels die van toepassing zijn op alle misdrijven
o Bijzonder gedeelte (boek II) (vanaf art. 101)
Specifieke misdrijven (vb. moord, corruptie, diefstal …)
X Titels + IV (I-bis, I-ter, VI-bis, IX-bis)
Misdrijven tegen:
openbare trouw, personen, eigendommen, de familiale orde en
de openbare zedelijkheid, openbare veiligheid, openbare orde …
Verdeling volgens verschillende rechtsgoederen
Meer en meer vervuild door recente wetten
Complementaire wetten
o Wetten die niet in Boek I van het Strafwetboek staan, maar die er logisch en
integraal deel van uitmaken
Bv.: Wet van 8 april 1965 Jeugdbescherming; Wet van 29 juni 1964
opschorting, uitstel en probatie; Wet 1 juli 1964 ter bescherming van de
maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers; Wet 26
4