Craniale -/ Hersenzenuwen
Algemeen
- Behoren tot het perifere zenuwstelsel
- Ontspringen rechtstreeks uit hersenen en hersenstam (spinale zenuwen ontspringen uit
ruggenmerg)
- Verlaten de schedelholte langs verschillende foramina en fissurae
- 12 paar
- Zorgen voor uitwisseling van sensorische of motorische informatie, tussen de hersenen en
het lichaam (vooral in het hoofd en de halsregio)
Uittredingspunt schedel
→ Zie interactieve tool leerpad 10
C naam uitgang functie
I n. olfactorius Lamina cribosa (os ethmoidale) reukzin
• Maken hier vlak boven een
synaps in de bulbus
olfactorius
• Via hier gaat info via
tractus olfactorius naar
hersenen
II n. opticus Canalis opticus (os spenoidale) Info van fotoreceptoren à
(gezichtszenuw) à info uit retina via zenuwen naar corpus hersenen
geniculatum laterale in thalamus • Plaats waar zenuw
oog verlaat= blinde
vlek
III n. occulomotorius Fissura orbitalis superior (os spenoidale) Oog beweging zenuw à
uitwenidge oogspier
bezenuwen
2 motorische vezels:
-somato: bezenuwen uitwendige
oogspier
, -visero/parasympatisch:
inwendige oogspieren
bezenuwenà oogspier
verkleinen
IV n. trochlearis Fissura orbitalis superior (os spenoidale) Inervatie van m. obiquus sup.
V n. trigeminus Motorische inervatie gezicht
Va N. opthalaminus Fissura orbitalis superior (os spenoidale)
Vb N. Maxillaris Via Foramen rotundum uitkomen in fossa
pterygopalatinum– os spenoidale
Vc N. Mandibularis Formanen ovale – os spenoidale Motorisch: huid rond oor,
voorste 2/3 van tong en
wangslijmvlies
Sensorisch: tanden V. onderkaak
VI n. abducens Fissura orbitalis superior- os spenoidale Inervatie M. rectus lateralis
VII n. facialis Meatus acusticus internus en dan via aangezichtszenuw
formanen stylomastoideum- os
temporale
IIX n. Meatus acusticus internus Gehoor en evenwicht
vestibulocochlearis Splitst in 2: radix vestibularis en
radix cochlearis (slakkenhuis
innerveren )
IX n. Formanen jugularis Innerveren keelvernauwers via
glossopharyngheus plexus pharyngeus, achterste 1/3
van tong, zacht gehemelte en
slijmvlies in oor en keel
(sensorisch)
X n. vagus Formanen jugularis Innervatie verschillende spieren
en organen (belangrijkste
parasympatische zenuw)
XI n. accessorius Formanen jugularis Inervatie M trapeium en M SCM
XII n. hypoglossus Canalis hypoglossus Ondertong zenuw
Verwijzing naar cursustekst LP 10 Craniale zenuwen en somatische plexussen
→ Zie aparte bundel
III, IV, VI= oogspierzenuwen à zorgt dat oog in verschillende manieren kan bewegen
Nervus trochearis en oculomotorius liggen in mesencephalon
Nervus abducens ligt in pons
Te kennen structuren buiten de craniale zenuwen →cursustekst LP10
Prevertebrale en laterale vertebrale spieren
,- Rami van de cervicale plexus innerveren ook de prevertebrale en laterale vertebrale
spieren, namelijk: Mm. Rectus capitis anterior en lateralis, M. Longus colli en M. Longus
capitis
- Rami van de cervicale plexus = kleine takjes (zenuwuitlopers) van het
zenuwvlechtwerk in de nek (de plexus cervicalis).
- Deze takjes sturen motorische signalen naar een aantal diepe spieren in de hals die
dicht tegen de wervelkolom liggen.
- De genoemde spieren zijn:
o mm. rectus capitis anterior en lateralis → helpen het hoofd vooroverbuigen en
zijwaarts bewegen.
o m. longus colli → helpt de nek buigen (voorover).
o m. longus capitis → helpt het hoofd naar voren buigen.
- Prevertebrale en laterale vertebrale spieren = verzamelnaam voor deze diepe
halsspieren die voor en naast de wervelkolom liggen
Ansa cervicalis
- Cervicale plexus draagt bij tot radix superior en inferior van ansa cervicalis
- Lussen ansa cervicalis liggen oppervlakkig op de vagina carotica
- Takken van ansa cervicalis verzorgen de bezenuwing van drie van de vier Mm. Infrahoidei:
▪ M. Sternothyroideus
▪ M. Sternohyoideus
▪ M. Omohyoideus
(M. Thyrohoideus wordt bezenuwd door C1 via de N. Hypoglossus)
- Opgebouwd uit
▪ Radix superior uit C1 na anastomose met de N. Hypoglossus
Radix superior daalt af op de vagina carotica
Geeft takken naar de Mm. Infrahyoidale
➢ M. Sternothyroideus
➢ M. Sternohyoideus
➢ Venter superior van de M. Omohyoideus)
, Om vervolgens samen te komen met de radix inferior
▪ Radix inferior
Opgebouwd uit spinale zenuwen van C2 en C3
Geeft takken naar de
➢ Venter inferior van de M. Omohyoideus
➢ Lagere stukken van M. Sternohyoideus
➢ Lagere stukken van M. Sternothyroideus
Cutane takken
- Liggen oppervlakkig
- Komen aan de posterieure zijde van de M. Sternocleidomastoideus uit aan punctum
nervosum (het punt van Erb)
- Van hieruit vertakken vier belangrijke zenuwen
▪ N. Occipitalis minor (C2)
▪ N. Auricularis magnus (C2,3)
▪ N. Transversus colli (C2,C3)
▪ Nn. Supraclaviculares (C3, 4, media, intermedia en lateralis)
Om zo elke een specifieke regio van de huid te innerveren.
Plexus brachialis
Bouw (van mediaal naar lateraal)
- Rami (wortels)
- Trunci (stammen)
- Divisiones (verdelingen/ divisies)