Personenbelasting
Hoofdstuk 0 – Uitleg van de meneer voor de les
Compliance ( papierwerk)
Advice ( advies)
Burger moet geld geven aan de staat
Minister van financiën = Jan Jambon
De fiscus kan 3 jaar in het verleden gaan
Bij fraude kunnen ze 10 jaar terug in het verleden gaan om uw document
te kijken, daarom alle documenten 10 jaar bijhouden
RSZ = parafiscaal
Hoofdstuk 1 - Inleiding
NIET
Hoofdstuk 2 – Kenmerken
1. Automatische indexatie
= elk bedrag dat voorkomt in het fiscaal wetboek wordt geïndexeerd
Voor het eerst toegepast op de inkomsten van 1990 (aj 1991)
Index = 2,2099; wordt enkel nog toegepast op de BVS en de
bepalingen van PTL
Onderbroken indexen:
- 1,9484: werd voor aj 1994-1999 (=6 jaar) stopgezet; wordt
gebruikt voor de meeste fiscale cijfers
- 1,6325: is meerdere malen stopgezet; nu ook weer voor aj 2021-
2024; is vooral voor RI
- Ingeval van voortdurende indexatie bedraagt de toe te passen
index voor het aanslagjaar 2025 = 2,2099
Vb. Afronding = € 1 800,00 * 2,2099 = € 3 977,82 ~> € 3 980,00
Pagina 1 van 79
, Personenbelasting
2. Eenjarigheid, belastbaar tijdperk, aanslagjaar
De personenbelasting treft belastingplichtigen op hun jaarinkomen. De
voor een bepaald aanslagjaar verschuldigde belasting wordt gevestigd op
de inkomen die de belastingplichtige in het overeenkomstige belastbaar
tijdperk verkregen heeft.
2024 = inkomsten
Brutoloon
-RSZ
----------
Bruto belastbaar
-BV
---------
nettoloon
2025 = aanslagjaar ~ aangifte, formule verschijnt in maart/ april
3. Belastingplichtige
Pagina 2 van 79
, Personenbelasting
= elke rijksinwoner wordt belast op wereldwijde inkomen
Fiscale woonplaats bepaalt soort belasting
Woonplaats op 1 januari aanslagjaar ( = 1 woonplaats per AJ/BP)
= vb. wanneer bp Jan op 11 december 2024 van X naar Y verhuist,
heeft hij op 1 januari 2025 zijn fiscale woonplaats in Y en zal dus het
fiscaal regime van Y voor het volledig jaar 2024 (aanslagjaar 2025)
op hem van toepassing is
Duurzaam verblijf ( is niet gelijk aan domicilie!)
= de bewijslast inzake de woonplaats ligt bij de administratie. De
plaats waar iemand ingeschreven is in het rijksregister
(gedomicilieerd is). Daarnaast heeft de fiscus het ‘onweerlegbaar
wettelijk vermoeden’ ter beschikking dat de fiscale woonplaats van
gehuwden of wettelijk samenwonenden.
= in het verlengde daarvan wordt gesteld dat voor het jaar van een
feitelijke scheiding de fiscale woonplaats geacht wordt overeen te
koen met de laatste echtelijke verblijfplaats van het gezin.
Bepaalt ook gewest (voor opcentiemen – infra)
Administratie moet woonplaats bewijzen
- Rijksregister = weerlegbaar wettelijk vermoeden
- Vestiging gezin = onweerlegbaar wettelijk vermoeden
- Feitelijke scheiding = laatste echtelijke verblijfplaats
4. Overzicht van de belastbare inkomsten
Onroerende inkomsten: inkomsten uit onroerende goederen, bv.
Huuropbrengsten
Roerende inkomsten: inkomsten uit roerende goederen, bv. Uit
geldbeleggingen
Beroepsinkomsten: inkomsten uit arbeidsprestaties, bv. uit
beroepswerkzaamheden
Diverse inkomsten: de overige belastbare inkomsten, bv. alimentatie,
meerwaarden
Pagina 3 van 79
, Personenbelasting
5. De belastende overheden
Gewestelijke opcentiem = 33,257%
Pagina 4 van 79
Hoofdstuk 0 – Uitleg van de meneer voor de les
Compliance ( papierwerk)
Advice ( advies)
Burger moet geld geven aan de staat
Minister van financiën = Jan Jambon
De fiscus kan 3 jaar in het verleden gaan
Bij fraude kunnen ze 10 jaar terug in het verleden gaan om uw document
te kijken, daarom alle documenten 10 jaar bijhouden
RSZ = parafiscaal
Hoofdstuk 1 - Inleiding
NIET
Hoofdstuk 2 – Kenmerken
1. Automatische indexatie
= elk bedrag dat voorkomt in het fiscaal wetboek wordt geïndexeerd
Voor het eerst toegepast op de inkomsten van 1990 (aj 1991)
Index = 2,2099; wordt enkel nog toegepast op de BVS en de
bepalingen van PTL
Onderbroken indexen:
- 1,9484: werd voor aj 1994-1999 (=6 jaar) stopgezet; wordt
gebruikt voor de meeste fiscale cijfers
- 1,6325: is meerdere malen stopgezet; nu ook weer voor aj 2021-
2024; is vooral voor RI
- Ingeval van voortdurende indexatie bedraagt de toe te passen
index voor het aanslagjaar 2025 = 2,2099
Vb. Afronding = € 1 800,00 * 2,2099 = € 3 977,82 ~> € 3 980,00
Pagina 1 van 79
, Personenbelasting
2. Eenjarigheid, belastbaar tijdperk, aanslagjaar
De personenbelasting treft belastingplichtigen op hun jaarinkomen. De
voor een bepaald aanslagjaar verschuldigde belasting wordt gevestigd op
de inkomen die de belastingplichtige in het overeenkomstige belastbaar
tijdperk verkregen heeft.
2024 = inkomsten
Brutoloon
-RSZ
----------
Bruto belastbaar
-BV
---------
nettoloon
2025 = aanslagjaar ~ aangifte, formule verschijnt in maart/ april
3. Belastingplichtige
Pagina 2 van 79
, Personenbelasting
= elke rijksinwoner wordt belast op wereldwijde inkomen
Fiscale woonplaats bepaalt soort belasting
Woonplaats op 1 januari aanslagjaar ( = 1 woonplaats per AJ/BP)
= vb. wanneer bp Jan op 11 december 2024 van X naar Y verhuist,
heeft hij op 1 januari 2025 zijn fiscale woonplaats in Y en zal dus het
fiscaal regime van Y voor het volledig jaar 2024 (aanslagjaar 2025)
op hem van toepassing is
Duurzaam verblijf ( is niet gelijk aan domicilie!)
= de bewijslast inzake de woonplaats ligt bij de administratie. De
plaats waar iemand ingeschreven is in het rijksregister
(gedomicilieerd is). Daarnaast heeft de fiscus het ‘onweerlegbaar
wettelijk vermoeden’ ter beschikking dat de fiscale woonplaats van
gehuwden of wettelijk samenwonenden.
= in het verlengde daarvan wordt gesteld dat voor het jaar van een
feitelijke scheiding de fiscale woonplaats geacht wordt overeen te
koen met de laatste echtelijke verblijfplaats van het gezin.
Bepaalt ook gewest (voor opcentiemen – infra)
Administratie moet woonplaats bewijzen
- Rijksregister = weerlegbaar wettelijk vermoeden
- Vestiging gezin = onweerlegbaar wettelijk vermoeden
- Feitelijke scheiding = laatste echtelijke verblijfplaats
4. Overzicht van de belastbare inkomsten
Onroerende inkomsten: inkomsten uit onroerende goederen, bv.
Huuropbrengsten
Roerende inkomsten: inkomsten uit roerende goederen, bv. Uit
geldbeleggingen
Beroepsinkomsten: inkomsten uit arbeidsprestaties, bv. uit
beroepswerkzaamheden
Diverse inkomsten: de overige belastbare inkomsten, bv. alimentatie,
meerwaarden
Pagina 3 van 79
, Personenbelasting
5. De belastende overheden
Gewestelijke opcentiem = 33,257%
Pagina 4 van 79