1. PRINCIPES VAN NAAMGEVING EN
CLASSIFICATIE
1.1. INLEIDING
Nomenclatuur = naamgeving o.b.v. een formeel systeem. (Voor
plantenbenaming wordt het systeem van ICBN* gebruikt.) Botanische namen
dienen als symbool voor mensen om te kunnen communiceren en refereren.
*ICBN (International Code of Botanical Nomenclature) = regels en
aanbevelingen i.v.m. plantenbenaming, voor zowel levende (extant) als
fossiele (extinct) organismen in het domein v. plantenkunde. (Dus
landplanten, maar ook cyanobacteria, schimmels zoals slijmwzammen, etc)
Een aparte nomenclatuur bestaat voor
zoölogie (International Code of Zoological Nomenclature)
prokaryoten (International Code of Nomenclature of Bacteria).
Dit leidt tot moeilijkheden wanneer organismen onder meerdere
nomenclatuursystemen, onder meerdere codes vallen
Bv. fotosynthetiserende bacteriën vallen zowel onder de ICBN als onder de
bacteriële code
Bv. sommige protisten vallen zowel onder de ICBN als onder de
Zoölogische Code.
sommige organismen 2 namen
(Voorgestelde oplossingen zijn het creëren v. een universele code of
een Phylocode)
*Phylocode = code die gebruik maakt van fylogenetische definities
Een taxon is een groep in de indeling van organismen (bv. soort, familie of
stam.) Er is een verschil tussen hoe organismen worden ingedeeld
(taxonomisch) en hoe ze werkelijk verwant zijn (fylogenetisch). De ICBN
bepaalt welke naamuitgang bij welke rang hoort en wordt gebruikt op 2
manieren:
Om nieuwe groepen te benoemen
Om bestaande correct te hernoemen. (bv. taxa die gesplitst of
veranderd zijn in rang)
(De regels lijken soms op juridische taal.)
+- 2000 nieuwe soorten beschreven per jaar in de wereld
Elke naam die door de ICBN wordt aanvaard, moet volgens haar regels geldig
gepubliceerd zijn. Wijzigingen aan de code worden gestemd tijdens het
Internationaal Botanisch Congres, dat om de zes jaar plaatsvindt.
De belangrijkste principes van de ICBN zijn:
I. Botanische naamgeving staat los van die voor dieren en bacteriën.
II. Namen zijn gekoppeld aan een type-exemplaar.
III. De oudste correcte naam krijgt voorrang.
1
,IV. Elke taxon mag slechts één correcte naam hebben.
V. Wetenschappelijke namen zijn in het Latijn.
VI. De regels werken terug in de tijd, tenzij anders vermeld.
1.2. WETENSCHAPPELIJKE NAMEN
Wetenschappelijke namen zijn Latijnse namen die uit twee delen bestaan:
de genusnaam (met hoofdletter) (mag afgekort worden, maar niet te
vaak om verwarring te vermijden)
en het soort epitheton (zonder hoofdletter)
Beiden de genusnaam en het soort epitheton worden cursief (of
onderstreept) genoteerd.
(bv. Liquidambar styraciflua of L. styraciflua)
Ingevoerd door de Zweedse Carl Linnaeus
In tegenstelling tot wetenschappelijke namen kunnen gewone namen sterk
variëren per regio en taal. Zo heet Bellis perennis bijvoorbeeld madeliefje,
meizoentje of liefkruid, wat verwarrend kan zijn. Daarom zijn
wetenschappelijke namen te verkiezen.
1.3. RANGEN
Taxa worden hiërarchisch ingedeeld: hogere rangen omvatten lagere. Er zijn
hoofd-, secundaire en onderrangen (met sub-). Bijvoorbeeld: Asteridae
(subklasse), Asterales (orde), Asteraceae (familie). Namen boven het genus
worden niet cursief geschreven.
Domein: Eukarya (niet cursief)
Rijk: Animalia (niet cursief)
Stam: Chordata (niet cursief)
Klasse: Mammalia (niet cursief)
Orde: Primates (niet cursief)
Familie: Hominidae (niet cursief)
Geslacht: Homo (cursief)
Soort: Homo sapiens (cursief)
1.4. AUTEURSCHAP
Wetenschappelijke namen hebben auteurs, die de naam geldig hebben
gepubliceerd. (Bijvoorbeeld de familie Rosaceae kan geciteerd worden als
Rosaceae Jussieu omdat de Jussieu de naam geldig heeft gepubliceerd.)
Auteurs worden vaak afgekort (bv. R. Br. voor Robert Brown of L. voor
Linnaeus.) De auteursnaam moet minimaal één keer in publicaties
2
,genoemd worden, maar wordt vaak weggelaten voor hogere taxonomische
rangen.
1.6. NOMENCLATURALE TYPES
Het tweede principe van de ICBN stelt dat wetenschappelijke namen
gekoppeld moeten zijn aan een type, meestal een herbariumspecimen of
illustratie, als referentie voor de naam (zie 1.1.).
Er zijn verschillende soorten types, onder andere de volgende:
Holotype: Het originele specimen waarop de naam is gebaseerd, gebruikt
bij de eerste publicatie.
Isotype: Een duplicaat van het holotype, verzameld door dezelfde persoon
op dezelfde plaats.
Lectotype: Specimen gekozen uit het oorspronkelijke materiaal als het
holotype ontbreekt.
Neotype: Nieuw specimen uit niet-originele collectie dat het holotype
vervangt wanneer de originele collectie ontbreekt.
1.7. GELDIGE PUBLICATIE
Een naam moet volgens de ICBN geldig gepubliceerd worden om erkend te
worden. De 4 regels zijn:
Publicatie in een erkend tijdschrift.
Naam in de juiste vorm (Latijn, rang, etc.).
Latijnse beschrijving van het taxon.
Het type specimen moet aangeduid zijn voor het soortniveau en
daaronder. Voor genera en daarboven moet men verwijzen naar een
geldig gepubliceerde soort.
1.8. PRIORITEIT VAN PUBLICATIE
Het principe van prioriteit van publicatie stelt dat de eerst gepubliceerde
naam correct is, maar alleen voor het familieniveau en lager. Bijvoorbeeld,
Mimulus (1753) is prioriteit boven Diplacus (1838). Het prioriteitsprincipe
begon op 1 mei 1753 met Linnaeus' Species Plantarum.
Namen die
voor Carl Linnaeus’s Species Plantarum zijn gepubliceerd, hebben geen
prioriteit.
1.9. CONSERVATIE VAN NAMEN
Ongewenst effect v.d. prioriteitsregel is dat sterk ingeburgerde namen
vervangen moeten worden door andere die prioriteit hebben. Er kan voor deze
sterk ingeburgerde namen dan toch beslist worden om de meest
ingeburgerde namen te behouden. Deze namen worden aangeduid als
Nomina conservanda. De idee hierachter is dat er toch een zekere stabiliteit
is in de nomenclatuur.
1.10. NAAMVERANDERINGEN
De naam van een taxon kan wijzigen omwille van 2 redenen.
3
, men komt tot de vaststelling dat de naam niet volgens de regels is
taxonomische revisie (verdere studie, zoals fylogenetische analyse
heeft uitgewezen dat een taxon anders gedefinieerd of afgebakend
moet worden.)
Een naamsverandering kan het resultaat zijn van vier activiteiten:
Splitsing van een taxon in meerdere taxa als er kenmerken zijn die
toelaten om meerdere taxa te erkennen
o sensu lato (s.l.) voor het bredere taxa (voor de splitsing)
o sensu stricto (s.s.) voor het kleinere taxon (een resultaat v.d.
splitsing)
Verenigen van twee taxa (bv. door ontbrekende onderscheidende
kenmerken of parafyletische groepen.)
Verplaatsen van een taxon naar een ander van dezelfde rang bij fusie
of splitsing van hogere taxa.
Wijziging van rang, met behoud van het soortepitheton.
1.11. SYNONIEMEN
Synoniem = niet-aanvaarde naam v. een taxon met een alreeds
aanvaarde naam. Synoniemen kunnen verworpen zijn omwille van 2
redenen
omdat ze illegitiem zijn (bv. niet volgens de ICBN-regels)
omwille van taxonomische redenen (bv. auteur verwerpt de
gepresenteerde classificatie)
4
CLASSIFICATIE
1.1. INLEIDING
Nomenclatuur = naamgeving o.b.v. een formeel systeem. (Voor
plantenbenaming wordt het systeem van ICBN* gebruikt.) Botanische namen
dienen als symbool voor mensen om te kunnen communiceren en refereren.
*ICBN (International Code of Botanical Nomenclature) = regels en
aanbevelingen i.v.m. plantenbenaming, voor zowel levende (extant) als
fossiele (extinct) organismen in het domein v. plantenkunde. (Dus
landplanten, maar ook cyanobacteria, schimmels zoals slijmwzammen, etc)
Een aparte nomenclatuur bestaat voor
zoölogie (International Code of Zoological Nomenclature)
prokaryoten (International Code of Nomenclature of Bacteria).
Dit leidt tot moeilijkheden wanneer organismen onder meerdere
nomenclatuursystemen, onder meerdere codes vallen
Bv. fotosynthetiserende bacteriën vallen zowel onder de ICBN als onder de
bacteriële code
Bv. sommige protisten vallen zowel onder de ICBN als onder de
Zoölogische Code.
sommige organismen 2 namen
(Voorgestelde oplossingen zijn het creëren v. een universele code of
een Phylocode)
*Phylocode = code die gebruik maakt van fylogenetische definities
Een taxon is een groep in de indeling van organismen (bv. soort, familie of
stam.) Er is een verschil tussen hoe organismen worden ingedeeld
(taxonomisch) en hoe ze werkelijk verwant zijn (fylogenetisch). De ICBN
bepaalt welke naamuitgang bij welke rang hoort en wordt gebruikt op 2
manieren:
Om nieuwe groepen te benoemen
Om bestaande correct te hernoemen. (bv. taxa die gesplitst of
veranderd zijn in rang)
(De regels lijken soms op juridische taal.)
+- 2000 nieuwe soorten beschreven per jaar in de wereld
Elke naam die door de ICBN wordt aanvaard, moet volgens haar regels geldig
gepubliceerd zijn. Wijzigingen aan de code worden gestemd tijdens het
Internationaal Botanisch Congres, dat om de zes jaar plaatsvindt.
De belangrijkste principes van de ICBN zijn:
I. Botanische naamgeving staat los van die voor dieren en bacteriën.
II. Namen zijn gekoppeld aan een type-exemplaar.
III. De oudste correcte naam krijgt voorrang.
1
,IV. Elke taxon mag slechts één correcte naam hebben.
V. Wetenschappelijke namen zijn in het Latijn.
VI. De regels werken terug in de tijd, tenzij anders vermeld.
1.2. WETENSCHAPPELIJKE NAMEN
Wetenschappelijke namen zijn Latijnse namen die uit twee delen bestaan:
de genusnaam (met hoofdletter) (mag afgekort worden, maar niet te
vaak om verwarring te vermijden)
en het soort epitheton (zonder hoofdletter)
Beiden de genusnaam en het soort epitheton worden cursief (of
onderstreept) genoteerd.
(bv. Liquidambar styraciflua of L. styraciflua)
Ingevoerd door de Zweedse Carl Linnaeus
In tegenstelling tot wetenschappelijke namen kunnen gewone namen sterk
variëren per regio en taal. Zo heet Bellis perennis bijvoorbeeld madeliefje,
meizoentje of liefkruid, wat verwarrend kan zijn. Daarom zijn
wetenschappelijke namen te verkiezen.
1.3. RANGEN
Taxa worden hiërarchisch ingedeeld: hogere rangen omvatten lagere. Er zijn
hoofd-, secundaire en onderrangen (met sub-). Bijvoorbeeld: Asteridae
(subklasse), Asterales (orde), Asteraceae (familie). Namen boven het genus
worden niet cursief geschreven.
Domein: Eukarya (niet cursief)
Rijk: Animalia (niet cursief)
Stam: Chordata (niet cursief)
Klasse: Mammalia (niet cursief)
Orde: Primates (niet cursief)
Familie: Hominidae (niet cursief)
Geslacht: Homo (cursief)
Soort: Homo sapiens (cursief)
1.4. AUTEURSCHAP
Wetenschappelijke namen hebben auteurs, die de naam geldig hebben
gepubliceerd. (Bijvoorbeeld de familie Rosaceae kan geciteerd worden als
Rosaceae Jussieu omdat de Jussieu de naam geldig heeft gepubliceerd.)
Auteurs worden vaak afgekort (bv. R. Br. voor Robert Brown of L. voor
Linnaeus.) De auteursnaam moet minimaal één keer in publicaties
2
,genoemd worden, maar wordt vaak weggelaten voor hogere taxonomische
rangen.
1.6. NOMENCLATURALE TYPES
Het tweede principe van de ICBN stelt dat wetenschappelijke namen
gekoppeld moeten zijn aan een type, meestal een herbariumspecimen of
illustratie, als referentie voor de naam (zie 1.1.).
Er zijn verschillende soorten types, onder andere de volgende:
Holotype: Het originele specimen waarop de naam is gebaseerd, gebruikt
bij de eerste publicatie.
Isotype: Een duplicaat van het holotype, verzameld door dezelfde persoon
op dezelfde plaats.
Lectotype: Specimen gekozen uit het oorspronkelijke materiaal als het
holotype ontbreekt.
Neotype: Nieuw specimen uit niet-originele collectie dat het holotype
vervangt wanneer de originele collectie ontbreekt.
1.7. GELDIGE PUBLICATIE
Een naam moet volgens de ICBN geldig gepubliceerd worden om erkend te
worden. De 4 regels zijn:
Publicatie in een erkend tijdschrift.
Naam in de juiste vorm (Latijn, rang, etc.).
Latijnse beschrijving van het taxon.
Het type specimen moet aangeduid zijn voor het soortniveau en
daaronder. Voor genera en daarboven moet men verwijzen naar een
geldig gepubliceerde soort.
1.8. PRIORITEIT VAN PUBLICATIE
Het principe van prioriteit van publicatie stelt dat de eerst gepubliceerde
naam correct is, maar alleen voor het familieniveau en lager. Bijvoorbeeld,
Mimulus (1753) is prioriteit boven Diplacus (1838). Het prioriteitsprincipe
begon op 1 mei 1753 met Linnaeus' Species Plantarum.
Namen die
voor Carl Linnaeus’s Species Plantarum zijn gepubliceerd, hebben geen
prioriteit.
1.9. CONSERVATIE VAN NAMEN
Ongewenst effect v.d. prioriteitsregel is dat sterk ingeburgerde namen
vervangen moeten worden door andere die prioriteit hebben. Er kan voor deze
sterk ingeburgerde namen dan toch beslist worden om de meest
ingeburgerde namen te behouden. Deze namen worden aangeduid als
Nomina conservanda. De idee hierachter is dat er toch een zekere stabiliteit
is in de nomenclatuur.
1.10. NAAMVERANDERINGEN
De naam van een taxon kan wijzigen omwille van 2 redenen.
3
, men komt tot de vaststelling dat de naam niet volgens de regels is
taxonomische revisie (verdere studie, zoals fylogenetische analyse
heeft uitgewezen dat een taxon anders gedefinieerd of afgebakend
moet worden.)
Een naamsverandering kan het resultaat zijn van vier activiteiten:
Splitsing van een taxon in meerdere taxa als er kenmerken zijn die
toelaten om meerdere taxa te erkennen
o sensu lato (s.l.) voor het bredere taxa (voor de splitsing)
o sensu stricto (s.s.) voor het kleinere taxon (een resultaat v.d.
splitsing)
Verenigen van twee taxa (bv. door ontbrekende onderscheidende
kenmerken of parafyletische groepen.)
Verplaatsen van een taxon naar een ander van dezelfde rang bij fusie
of splitsing van hogere taxa.
Wijziging van rang, met behoud van het soortepitheton.
1.11. SYNONIEMEN
Synoniem = niet-aanvaarde naam v. een taxon met een alreeds
aanvaarde naam. Synoniemen kunnen verworpen zijn omwille van 2
redenen
omdat ze illegitiem zijn (bv. niet volgens de ICBN-regels)
omwille van taxonomische redenen (bv. auteur verwerpt de
gepresenteerde classificatie)
4