PUBLIEKE FINANCIËN – SAMENVATTING
TOPIC 0: INLEIDENDE LESSEN
0. INLEIDING
0.1 OMVANG OVERHEID
• Dit deel is summiere opsomming van belangrijke cijfers van de belangrijkste spelers
• Hoe belangrijk? Verschillende maatstaven
o Uitgaven nationale overheid als % BBP = overheidsbeslag (zie 2.1)
o Nationale rekeningen: bevat ook OH als institutionele factor
Nationale Rekeningen = registratie van alle transacties in een economie
• Nationale rekeningen → sectorrekeningen → jaarlijks gedetailleerde sectorrekeningen
• Economie wordt ingedeeld binnen institutionele sectoren
o S1: transacties volledige binnenlandse economie
- S11: niet-financiële vennootschappen
- S12: financiële instellingen
- S13: overheid
- S14: huishoudens
- S15: vzw’s ten behoeve van de huishoudens
o S2: transacties met buitenland
S13 in nationale rekeningen
• Rekeningen genummerd van I tot V
• Waar BBP vinden? Bij productierekening, TW BBP
• TW: in productie-rekening (I): S1 & S3
Sectoren Nationale Rekening België 2022: TW aan basisprijzen
TW-overheid: OH creëert TW door
• Verwijzen naar productie ‘publieke’ goederen (zie 1.2)
• Te onderscheiden van elders gecreëerde TW herverdelen
o OH-ambtenaren betalen belastingen & sociale bijdragen
o Omvang OH: alles wat langs OH passeert
1
,OH-uitgaven bevatten…
• Uitgaven om TW te creëren (zoals lonen & wedden)
• Uitgaven gerelateerd aan herverdeling
• Andere uitgaven
GEVOLG: totale uitgaven groter dan TW-OH
• Vaak overheidsbeslag genoemd
• B.1g_S13: €80 miljard (2022)
• Uitgaven gezamenlijke OH: €295 miljard (2022), meer dan de helft van het BBP
• Uitgaven vind je terug in begroting & NR
0.2 UITGAVEN OVERHEID
• Uitgaven in %BBP 2023: BE heeft een OH dat prominent aanwezig is in economie tov. andere landen
• Niet persé iets slecht
• Onderscheid maken met eenmalige uitgaven (bv. COVID)
• OH-beslag ansich zegt niet veel over hoe welvarend een economie is
• Als we kijken naar de feiten zien we wel dat een hoger OH-beslag voorkomt in welvarendere landen
• Uitgaven als antwoord op de vraag: “wat moet de OH doen”
1910-2007: Richard Musgrave: onderscheiden van 3 taken van de OH
• Schrijft ‘Theory of public finance: a study in public economy’
• 1977: eerste Gaston Eyskensleerstoel
• Allocatieve functie (= corrigeren marktfalingen) (A)
• Herverdelingsfunctie (B)
• Macro-economische stabilisatie-functie (C)
Typische marktfalingen
• Externaliteiten (bv. klimaatuitstoot) zit niet mee in prijs van een goed
• OH kan hier wel voor optreden, vaak door accijnzen
Uitdagingen: taken linken aan uitgavenposten
• Is niet één-op-één
• Beloning werknemers: allocatie
• Sociale uitkeringen: herverdeling (ook deels allocatief)
• Corona-uitgaven: stabilisatie
1970-2022: uitgaven OH: % van totale uitgaven
• 2005: overname spoorweginfrastructuur
• Allemaal details, niet heel nuttig
• Sociale uitkeringen: grootste deel, toename door
vergrijzing
• Beloning werknemers + intermediaire uitgaven
relatief stabiel (bv. straatverlichting)
• Kapitaaluitgaven = OH-investeringen
2
,2023: uitgaven OH: structuur sociale uitkeringen
• Werkloosheid relatief beperkt, heeft die werkloosheid in de tijd dan wel zijn?
• Grootste probleem zijn die pensioenen: meer gepensioneerden & minder werknemers
• Meeste bevoegdheden hiervan zitten federaal
0.3 INKOMSTEN
• OH heeft inkomsten nodig om die 3 taken te financieren
• Haalt vooral binnen via belastingen (zie topic 3)
• Topic 3.1: beschrijving Belgisch belastingensysteem
Verschillen naar grondslag en tariefstructuur
• Inkomsten personenbelasting
• Winst vennootschappen vennootschapsbelasting
• Consumptie BTW, accijnzen
• Arbeidsinkomen sociale bijdragen: ‘parafiscaliteit’
• Transacties registratierechten, erfenisbelasting etc.
Verschillende belastingen in % totale ontvangsten
• BTW & accijnzen zijn belangrijkste indirecte belastingen
• 25% van de OH-inkomsten komen uit uit indirecte
•
3
, Belastingdruk
• Omvang belastingen (of inkomsten) vaak uitgedrukt als ‘belastingdruk’
• Meerdere maatstaven
o Alle inkomsten delen door BBP (meest ruime belastbare basis)
o Specifieke belastingen gedeeld door bijbehorende belastbare basis
- Macro: uit NR
- Micro: voor een belastingplichtige
• Maatstaf 1: inkomsten in % van BBP
• In België zijn de inkomsten lager dan de uitgaven
Waarom zo laag in Ierland? Het is
daar fiscaal heel voordelig dus veel
multinationals, hebben een speciale
constructie
• Had BE dan niet de “hoogste belastingdruk ter wereld”
• Idee gebaseerd op maatstaf 2: OECD jaarlijkse berekening belastindruk representatieve agenten
• bv. iemand die voltijds werkt aan gemiddeld loon, alleenstaand is zonder kinderen ten laste
• Dan berekenen voor dit specifieke geval (= micro) belastingen & sociale bijdragen
• Dat dan vergelijken over landen → jaarlijkse OECD-publicatie ‘Taxing Wages’
Belastingdruk OECD
• In % van de loonkost
• BE staat aan kop maar:
o Enkel op arbeid
o Afhankelijk van specifieke situatie
o Gaat over gemiddelde druk
• Relatief misleidend dus
• Vaak gebruikt door journalisten
• Belastingdruk stijgt naarmate je aan deze criteria
voldoet (bv. lager loon is minder belastingen)
• Probleem: hoeveel mensen voldoen nu effectief aan
deze criteria
4
TOPIC 0: INLEIDENDE LESSEN
0. INLEIDING
0.1 OMVANG OVERHEID
• Dit deel is summiere opsomming van belangrijke cijfers van de belangrijkste spelers
• Hoe belangrijk? Verschillende maatstaven
o Uitgaven nationale overheid als % BBP = overheidsbeslag (zie 2.1)
o Nationale rekeningen: bevat ook OH als institutionele factor
Nationale Rekeningen = registratie van alle transacties in een economie
• Nationale rekeningen → sectorrekeningen → jaarlijks gedetailleerde sectorrekeningen
• Economie wordt ingedeeld binnen institutionele sectoren
o S1: transacties volledige binnenlandse economie
- S11: niet-financiële vennootschappen
- S12: financiële instellingen
- S13: overheid
- S14: huishoudens
- S15: vzw’s ten behoeve van de huishoudens
o S2: transacties met buitenland
S13 in nationale rekeningen
• Rekeningen genummerd van I tot V
• Waar BBP vinden? Bij productierekening, TW BBP
• TW: in productie-rekening (I): S1 & S3
Sectoren Nationale Rekening België 2022: TW aan basisprijzen
TW-overheid: OH creëert TW door
• Verwijzen naar productie ‘publieke’ goederen (zie 1.2)
• Te onderscheiden van elders gecreëerde TW herverdelen
o OH-ambtenaren betalen belastingen & sociale bijdragen
o Omvang OH: alles wat langs OH passeert
1
,OH-uitgaven bevatten…
• Uitgaven om TW te creëren (zoals lonen & wedden)
• Uitgaven gerelateerd aan herverdeling
• Andere uitgaven
GEVOLG: totale uitgaven groter dan TW-OH
• Vaak overheidsbeslag genoemd
• B.1g_S13: €80 miljard (2022)
• Uitgaven gezamenlijke OH: €295 miljard (2022), meer dan de helft van het BBP
• Uitgaven vind je terug in begroting & NR
0.2 UITGAVEN OVERHEID
• Uitgaven in %BBP 2023: BE heeft een OH dat prominent aanwezig is in economie tov. andere landen
• Niet persé iets slecht
• Onderscheid maken met eenmalige uitgaven (bv. COVID)
• OH-beslag ansich zegt niet veel over hoe welvarend een economie is
• Als we kijken naar de feiten zien we wel dat een hoger OH-beslag voorkomt in welvarendere landen
• Uitgaven als antwoord op de vraag: “wat moet de OH doen”
1910-2007: Richard Musgrave: onderscheiden van 3 taken van de OH
• Schrijft ‘Theory of public finance: a study in public economy’
• 1977: eerste Gaston Eyskensleerstoel
• Allocatieve functie (= corrigeren marktfalingen) (A)
• Herverdelingsfunctie (B)
• Macro-economische stabilisatie-functie (C)
Typische marktfalingen
• Externaliteiten (bv. klimaatuitstoot) zit niet mee in prijs van een goed
• OH kan hier wel voor optreden, vaak door accijnzen
Uitdagingen: taken linken aan uitgavenposten
• Is niet één-op-één
• Beloning werknemers: allocatie
• Sociale uitkeringen: herverdeling (ook deels allocatief)
• Corona-uitgaven: stabilisatie
1970-2022: uitgaven OH: % van totale uitgaven
• 2005: overname spoorweginfrastructuur
• Allemaal details, niet heel nuttig
• Sociale uitkeringen: grootste deel, toename door
vergrijzing
• Beloning werknemers + intermediaire uitgaven
relatief stabiel (bv. straatverlichting)
• Kapitaaluitgaven = OH-investeringen
2
,2023: uitgaven OH: structuur sociale uitkeringen
• Werkloosheid relatief beperkt, heeft die werkloosheid in de tijd dan wel zijn?
• Grootste probleem zijn die pensioenen: meer gepensioneerden & minder werknemers
• Meeste bevoegdheden hiervan zitten federaal
0.3 INKOMSTEN
• OH heeft inkomsten nodig om die 3 taken te financieren
• Haalt vooral binnen via belastingen (zie topic 3)
• Topic 3.1: beschrijving Belgisch belastingensysteem
Verschillen naar grondslag en tariefstructuur
• Inkomsten personenbelasting
• Winst vennootschappen vennootschapsbelasting
• Consumptie BTW, accijnzen
• Arbeidsinkomen sociale bijdragen: ‘parafiscaliteit’
• Transacties registratierechten, erfenisbelasting etc.
Verschillende belastingen in % totale ontvangsten
• BTW & accijnzen zijn belangrijkste indirecte belastingen
• 25% van de OH-inkomsten komen uit uit indirecte
•
3
, Belastingdruk
• Omvang belastingen (of inkomsten) vaak uitgedrukt als ‘belastingdruk’
• Meerdere maatstaven
o Alle inkomsten delen door BBP (meest ruime belastbare basis)
o Specifieke belastingen gedeeld door bijbehorende belastbare basis
- Macro: uit NR
- Micro: voor een belastingplichtige
• Maatstaf 1: inkomsten in % van BBP
• In België zijn de inkomsten lager dan de uitgaven
Waarom zo laag in Ierland? Het is
daar fiscaal heel voordelig dus veel
multinationals, hebben een speciale
constructie
• Had BE dan niet de “hoogste belastingdruk ter wereld”
• Idee gebaseerd op maatstaf 2: OECD jaarlijkse berekening belastindruk representatieve agenten
• bv. iemand die voltijds werkt aan gemiddeld loon, alleenstaand is zonder kinderen ten laste
• Dan berekenen voor dit specifieke geval (= micro) belastingen & sociale bijdragen
• Dat dan vergelijken over landen → jaarlijkse OECD-publicatie ‘Taxing Wages’
Belastingdruk OECD
• In % van de loonkost
• BE staat aan kop maar:
o Enkel op arbeid
o Afhankelijk van specifieke situatie
o Gaat over gemiddelde druk
• Relatief misleidend dus
• Vaak gebruikt door journalisten
• Belastingdruk stijgt naarmate je aan deze criteria
voldoet (bv. lager loon is minder belastingen)
• Probleem: hoeveel mensen voldoen nu effectief aan
deze criteria
4