Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 6 sur 62 pages
Resume

Samenvatting biologische psychologie I

Document preview thumbnail
Aperçu 6 sur 62 pages

Samenvatting biologische psychologie I. Behaalde een 17/20.

Aperçu du contenu

Biologische psychologie

H1: EVOLUTIE EN GEDRAGSGENETICA

1. EVOLUTIE
1.1 Definiëring perspectief
1.1.1 GRONDVOORWAARDEN NATUURLIJKE SELECTIE

1 Overerving: er zijn overerfbare eigenschappen (minstens gedeeltelijk overerfbaar)
2 Variatie: er bestaat variabiliteit in deze eigenschappen (nieuwe variatie door o.a. via
mutatie, fouten bij transcriptie gebeuren vooral bij DNA vd zaadcellen)
3 Selectie: sommige van deze eigenschappen hangen in een bepaalde context samen met
groter reproductief succes (aantal geslachtsrijpe nakomelingen) => dus niet langer leven,
maar gewoon reproduceren
→ genen die samenhangen met deze eigenschappen zullen in frequentie toenemen id volgende
generatie
→ontstaan van genetische verschillen tn vorige en volgende generaties: evolutie
→natuurlijke selectie is een proces dat leidt tot evolutie
Blijven leven/ overleven =/= reproductief succes

1.1.2 SELECTIE

1 De kever met een groen schild komt frequenter voor want valt minder hard
op tussen het gras en wordt dus minder opgegeten. => selectie meer
groene dan oranje
2 Een bepaalde vogel (klimaatverandering, vogel komt van ergens anders)
komt in een bepaald klimaat terecht en jaagt selectief op de groene
kevers => context verandert en dus ook de selectie. Oranje schild is nu het
beste
3 Alle kevers die zich nu voortplanten zijn nu vooral oranje => groene
worden allemaal opgegeten tot het punt dat die verdwijnen

➔ Dit is de evolutie

(2 delen in zelfde klimaat => 1 met vogel en andere groep niet met vogel dus oranje
vs Groen => zijn er genoeg nakomelingen dan kunnen die hun waarschijnlijk als ze
dan weer samenkomen niet meer voortplanten)


- “Survival of the fittest”
o Niet per se de sterkste / slimste / ...
o Fit van een individu met veranderlijke omgeving cruciaal
▪ Omgevingen veranderen; een eigenschap die super voordelig was in het
verleden, kan nu niet meer voordelig zijn en echt slecht zijn
▪ vb. peper-en-zout vlinder
o Vermogen om te overleven in een bepaalde omgeving → impact op reproductief
succes – het aantal geslachtsrijpe nakomelingen dat je voortbrengt
- Dragen bij tot fitness/reproductief succes van een individu:
o Overleven (mortaliteitsselectie)
o Aantal nakomelingen (vruchtbaarheidsselectie = hoeveel nakomelingen kan je
voortbrengen in tijd dat je leeft)
o Gelegenheid tot voortplanten (seksuele selectie): je wordt geselecteerd op
kenmerken die rechtstreeks je aantrekkelijkheid voor seksuele partners kan vergroten
(ook al zijn die kenmerken “onhandig”)
 Pauw met mooie grote staart kan meer vrouwtjes versieren en is mss ook een pauw met
veel eten, maar een lange staart kan je makkelijker gepakt worden door een vos. Dus hier
zie je dat mortaliteitsselectie en seksuele selectie gepaard gaan met elkaar

,Biologische psychologie
- Tot nu toe allemaal vormen van directe fitness (persoonlijk reproductief succes)
- Inclusieve fitness: directe fitness + indirecte fitness
- Verwantenselectie: ook genen geassocieerd met het reproductief succes van verwanten
zullen meer voorkomen in volgende generaties
o Selectie gebeurt niet op het niveau van individuen, maar van genen
o Kosten/baten: mate van verwantheid + kost voor het eigen reproductief succes
o “Ik zou met plezier het leven geven voor twee broers, twee kinderen of acht kozijnen”
o vb. steriele honingbij (werkers): zijn steriel. Die hun persoonlijk reproductief succes =
0. werksters zijn zeer sterk verwant aan elkaar en aan de koningin, die legt een paar
duizend eieren en de werksters die zorgen dan dat die eitjes blijven leven => doordat
die samenwerken zijn ze sterk collectief => werksters hebben zelf niets aan maar
dragen bij aan een systeem dat zorgt dat haar genen worden doorgegeven.
o Indirecte fitness => reproductiviteit van persoonlijke verwanten gaan toenemen,
zodat hun geven ook in volgende generaties gaan voordoen
o Belangrijke psychologische implicaties: herkennen van verwanten, psychologie van
het altruïsme (ouders vs achterneven redden), zorg, ...
1.1.3 PSYCHOLOGISCHE RELEVANTIE
- Indien belangrijke psychische kenmerken ook geworteld zijn in ons lichaam: rechtstreekse
erfelijke invloed op deze kenmerken (vb. grootte brein in belangrijke mate genetisch bepaald,
correleert met IQ)
- Erfelijke invloed kan ook lopen via “banale” fysieke eigenschappen (vb. link extraversie met
lichaamslengte en/of attractiviteit)
- Leer van de overerfbaarheid van gedrag = gedragsgenetica
o Sterke negatieve connotaties via o.a. eugenetica en andere racistische theorieën
1.2 Primaten

Boom des levens, alles stamt af v
eencellige organismes. Mensen stammen
niet af van apen, wel v eencellige
organismen en visachtige.
Primaten = een subgroep vd zoogdieren.
- Generalisten: kunnen allemaal op 2
voeten lopen
- Groot brein
- Aangepast aan leven in bomen
o Grijphanden (/-voeten)
o Schoudergewricht → slingeren
o Frontaal ingeplante ogen (dieptezicht)
o Typisch relatief goed zicht, relatief slechte geur

,Biologische psychologie
Grijze kaders zijn allemaal zijtakken tov ons. Lemuren v alle primaten zijn het minst verwant aan
mens. Kleurzicht met de 3 kegels is typerend voor apen vd oude wereld. Homo sapiens enige
geslacht vd homo dat er nog is (homo erectus, homo neanderthaler). Wij stammen absoluut niet
af vd apen; geen enkle v die dieren is volgens de stamboom een voorouder van ons. Wij hebben
wel een gemeenschappelijke voorouder => alle primaten hebben een gemeenschappelijke
voorouder. Genetisch zien is een chimpansee heel heel genetisch nauw verwant aan ons => dus
geneesmiddel testen aan chimpansee, geeft correcter beeld dan bv een muis. Wij zijn een soort
aap.
1.3 Homo sapiens sapiens

- Homo sapiens sapiens zijn de ondersoorten afkomstig van Homo sapiens; ze omvatten
alleen de moderne mens. De wetenschappelijke naam van de mens is Homo sapiens
sapiens. Homo sapiens sapiens is de definitie van de moderne Homo sapiens
- Ontstaan teruggevoerd op +/- 100,000 jaar geleden, Oost-Afrika
- Geruime tijd overlap met andere soorten (vb. neanderthaler +/- 40,000 jaar geleden
uitgestorven)
o +/- 1-4% van ons DNA geschat van Neanderthaler-oorsprong (cross breeding)
- Migratie in verschillende fasen
Schattingen van gedeeld DNA:
- +/- 98,8% gedeeld met chimpansee (= ongeveer 35 miljoen verschillende baseparen in elke
cel)
- +/- 99,7% gedeeld met neanderthaler
- +/- 99,9% gedeeld met willekeurige andere mens

1.3.1 KENMERKEN

- Tweevoeter
o overzicht tijdens trekken (lange afstand wandelingen)
o transport van werktuigen en buit => dingen vastpakken en meenemen
o versmald geboortekanaal => smalle heupen nodig tov andere primaten om op 2
voeten te lopen
- Groot / exceptioneel brein

1.3.2 EXCEPTIONEEL BREIN?
- Zeker niet absoluut grootste massa (vb. Potvis: 9 kg versus mens 1,2-1,4 kg)
- Ook niet grootste relatieve massa tov. lichaamsgewicht (vb. spitsmuis: 3,3% versus mens
2%)
- Noch meeste neuronen (vb. olifant: 3x zo veel)
- Ook niet meest rimpelige hersenen, hoe rimpeliger, hoe meer cortex. Buitenste laag
(cortex): belangrijk voor cognitieve functies (vb. olifanten, walvissen, zebra’s, lama’s:
rimpeliger dan de onze)



Logaritmisch zowel x als y
x-as = lichaamsgewicht ; y-as = masa vh brein.
De driehoeken = primaten.
Lijn vd primaten is steiler, dus als groep hebben die
een relatief zwaarder brein dan op grond v hun
lichaamsmassa.

,Biologische psychologie

x-as = # neuronen ih brein v dieren (in miljoenen);
Neuronen = cellen in het zenuwstelsel die het
meeste info bevatten (hoe meer hoe beter)
y-as = massa vh brein.

Primaten: per gram brein meer neuronen dan andere
dieren.
Mens helemaal vanboven




x-as = massa vh brein; y-as = welk percentage vh
gewicht vh brein bestaat uit cortex/schors
olifant heel veel neuronen in cerebellum en niet in
cortex. Primaten meer cortex per gewicht aan brein.



- Relatieve breinmassa, neuronen / breinmassa en proportie cortex / breinmassa allemaal in
het verlengde van de primaten
- Maar:
o Primaten scoren echter om te beginnen zeer goed op al deze parameters
o ! + Mens is bij de grootste primaten
▪ Wat dan met gorilla’s en orang-oetans? Brein gorilla slechts +/- 33% volume
mens - disproportioneel klein brein in verhouding tot andere primaten
- Voor zover geweten: homo sapiens grootste aantal corticale neuronen van alle dieren, in het
bijzonder prefrontaal (ook al is de prefrontale cortex van vb. een potvis veel groter)
- Bovendien dicht op elkaar → snelle communicatie mogelijk (prefrontale cortex belangrijk
voor taal, plannen, strategieën, sociaal contact = dat maakt ons tot mens)
- Alles heeft zijn prijs → groot brein ook nadelen
o Neuronen, ih. bijzonder corticale zijn erg duur: met 2% van de lichaamsmassa
verbruikt het brein +/- 20% van onze energie (vergelijk: +/- 5% bij katten)
▪ Invloedrijke theorie: mogelijk gemaakt door koken van voedsel => celwanden
afbreken => makkelijker verteren => veel efficiënter energie
o Obstetrisch dilemma-hypothese (verklaring voor een fenomeen)
▪ evolutionaire druk in twee richtingen: smal bekken versus wijd bekken
▪ groot brein + smal geboortekanaal → complicaties bij baren
▪ verklaring voor rijpingsvertraging: kinderen geboren met een zeer immatuur
brein (typisch niet voltooid op 19j!)
1.3.3 NEOTENIE / RIJPINGSVERTRAGING

Brein:
- belangrijke periode van postnatale groei en ontwikkeling brein in mensen versus meeste
andere soorten
o mensen: 70-75% van groei brein na geboorte
o chimpanzee slechts +/- 60%
- bij geboorte +/- 350 g, bevat wel reeds alle neuronen
- rijping tot in late adolescentie: aanmaken connecties, vermeerdering steuncellen, groei tot
+/- 1,4 kg
- niet alleen aanmaken nieuwe contacten, ook “snoeien” (pruning)

,Biologische psychologie
- laat toe om “bedrading” af te stemmen op omgeving en ervaring; ih. bijzonder sociale
functies
1.3.4 PRUNING
- op 2-3 jaar 50% meer verbindingen dan in volwassenen; dan tot zeker late adolescentie
belangrijke reductie (verband met “geheugenverlies” kinderen?)
o “Te veel” connecties aanmaken om de beste te behouden
o verband met “geheugenverlies” kinderen?
- gebeurt in hele brein, van achteraan → vooraan
o in late adolescentie prefrontale cortex laatst “aan de beurt”
▪ cruciaal voor sociaal functioneren, flexibiliteit, zelfregulatie, ...
o in verband gebracht met oa. intelligentie, psychopathologie (vb. schizofrenie)

Exceptioneel brein? Samengevat (mensenbrein):
- Absoluut en relatief zwaar
- Neuronen dicht opeen gepakt
- Sterk gegroefd → meer cortex in schedel
- Relatief grote cortex
- Grootste aantal corticale neuronen, voor zover geweten, in het bijzonder prefrontaal →
alleen hier de beste
- Maturatie in belangrijke mate na de geboorte
o zeer veel connecties aanmaken/ wegsnoeien

1.3.5 WAT LEVERT HET OP?

Sociale brein-hypothese:
- Complexiteit van sociaal leven als drijvende factor achter vergroting (vooral frontale) cortex
- Belangrijkste tweedeling id biologie ivm sociale functies: paarvormende soorten (1x tinder,
meer complexe sociaal psychologische gedragingen nodig) <-> niet-paarvormende
- Bij primaten: grootte groep voorspelt corticaal volume, vooral prefrontaal
- Vermogen om na te denken / rekening te houden met wat hier en nu niet is
- Sociaal leren, onderwijzen, taal

1.4 Evolutionaire psychologie
- Bekijken van psychologie door een evolutionaire bril, met nadruk op processen van
natuurlijke selectie
- Vaak: verklaring van hedendaags menselijk gedrag vanuit vermeende leefwijze van onze jager-
verzamelaar voorouders
- Belangrijke kritiek: evolutionair perspectief vaak gehanteerd als verklaring voor bepaalde
feiten, zonder dat deze empirisch getoetst kunnen worden (“maar verhalen”)
o vb. geslachtsverschillen in criteria partnerkeuze
- Gevaar van de overschatting van adaptiviteit = het idee dat alle kenmerken / trekken een
functie hebben of het gevolg zijn van adaptieve evolutie (vb. navel => is een gevolg van)
- De evolutie geeft geen ballen om het idee dat het nuttig is nu ; maar dat het id evolutie vroeger
wel een selectie op gebeurd is
- Homoseksualiteit is lastig vanuit evolutionaire psychologie => want heeft negatieve impact
op aantal nakomelingen dat je voorbrengt.
o Homoseksualiteit komt voor bij tal van diersoorten
o Belangrijke erfelijke component bij mensen
o Verwantenselectie een mogelijke verklaring?
▪ Beperkte evidentie voor bv. “gullere nonkels”
▪ Relatief weinig ondersteuning

, Biologische psychologie




CRUCIAAL inzicht: lichaam van nu tot stand gekomen in evolutionaire druk v gisteren

2. GEDRAGSGENETICA
2.1 Erfelijkheidsfactoren

Leo Kanner
- Suggereert belangrijke impact van natuur (aanleg) versus nurture (omgeving) in nagenoeg
alle psychologische eigenschappen
- Implicaties:
o Verdienste, vrije wil & verantwoordelijkheid, ...?
o Impact van opvoeding, opleiding, ...?
o Ontschuldigend / relativerend versus hopeloosheid

2.1.1 HERITABILITEIT
- Heritabilteit/ overerfbaarheid = mate waarin variabiliteit in een eigenschap verklaard wordt
door genetische variabiliteit - steeds in een bepaalde omgeving / groep
- ! 2 mensen delen meer dan 99% van hun DNA; verschillen zitten hem in de resterende <1%
- Systematische samenhang bestuderen tussen:
o Mate van overeenkomst in omgeving en/of genetica enerzijds
o Mate van overeenkomst in bepaalde eigenschappen anderzijds
- Dominante methoden: A window into human nature
o tweelingenstudies: genetische verwantschap
o adoptiestudies: gedeelde omgeving zonder verwantschap
o combinaties

2.1.2 TWEELINGEN

Monozygotisch/ eeneiïg: Dizygotisch/ tweeiïg:
één bevruchte eicel splitst in twee individuele gelijktijdige bevruchting van twee rijpe
embryo’s; genetisch identiek (dus ook zelfde eicellen – zelfde mate van genetische
geslacht) verwantschap als andere broers/zussen (50%)

- Concordantie : mate waarin tweelingen eenzelfde eigenschap vertonen (vb. zelfde
haarkleur, diagnose autisme, ziekte van Alzheimer, ...) maar ook voor continue
eigenschappen (IQ, lengte, lichaamsgewicht)
(Concordantie => gaat over een groep individuen)

Infos sur le Document

Publié le
4 février 2026
Nombre de pages
62
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
2
Abonnés
0
Éléments
5
Dernière vente
1 mois de cela


Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions