Wat is ondernemingsrecht?
Ondernemingsrecht is het deel van het recht dat gaat over bedrijven en
zelfstandigen. Het legt uit wie als onderneming wordt gezien en
welke regels voor hen gelden. Het gaat dus niet over gewone
privépersonen, maar over mensen of organisaties die actief zijn in het
economisch leven.
De meeste regels van het ondernemingsrecht staan in het Wetboek van
Economisch Recht (WER). Voor het examen moet je niet weten wat er in
elk boek staat, maar wel begrijpen dat ondernemingen speciale regels
hebben die soms anders zijn dan het gewone burgerlijk recht.
Wat is een onderneming?
Een onderneming is in het recht:
Een zelfstandige natuurlijk persoon (bv. een zelfstandige, freelancer,
eenmanszaak)
Een rechtspersoon (bv. BV, NV, soms ook een VZW)
Sommige organisaties zonder rechtspersoonlijkheid
Maar: niet iedereen is een onderneming!
Voorbeelden van geen ondernemingen:
Een student die één keer iets verkoopt op Vinted. Hier is geen sprake
van een duurzame economische activiteit.
Een VZW die geen winst uitkeert en dat ook niet doet in de praktijk.
De overheid (staat, gewesten, provincies, enz).
Gebruik CODEX:
WER – Boek I (Definities), art. I.1 WER
Dit artikel moet je gebruiken als je moet bepalen of iemand een
onderneming is, of niet.
Bijvoorbeeld: “X is een onderneming in de zin van art. I.1 WER.”
1
,Formeel vs. functioneel ondernemingsbegrip
Formeel ondernemingsbegrip
Dit gaat over situaties waarin iemand juridisch als onderneming wordt
behandeld omdat daar gevolgen aan vast hangen.
Denk aan: faillissement, boekhoudplicht, welke rechtbank bevoegd is, enz.
Het gaat hier dus vooral over regels en procedures.
Functioneel ondernemingsbegrip
Dit wordt gebruikt wanneer men kijkt naar economisch gedrag.
Denk aan:
Concurrentie tussen bedrijven
Bescherming van consumenten
Marktpraktijken
Hier kijkt men minder naar de juridische vorm en meer naar wat iemand
effectief doet op de markt.
Gebruik CODEX:
Gerechtelijk Wetboek – Art. 573 Ger.W.
Dit artikel wordt gebruikt als de vraag gaat over: welke rechtbank bevoegd
is, de ondernemingsrechtbank of de formele behandeling als onderneming.
(!!) Bij functioneel ondernemingsbegrip heb je geen vast artikel.
De basisverplichtingen van een onderneming:
2
,Als iemand een onderneming is, dan moet die persoon of organisatie zich
aan een aantal basisregels houden.
Zo moet een onderneming:
Ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO)
Een ondernemingsnummer gebruiken
Werken met een bankrekening
Facturen maken
Een boekhouding bijhouden
Correcte informatie geven aan klanten en andere ondernemingen
Waarom moet dit? Zodat alles transparant en controleerbaar is.
Chartaal geld = cash: munten en biljetten.
Giraal geld = geld op rekening: overschrijving, kaart (alles ‘via
bankrekening’).
Ondernemingen betalen de in de praktijk vaak grote bedragen en de wet
wil:
Betalingen beter traceerbaar maken (anti-fraude/ anti-witwas).
En castbetaling beperken
Daarom KB nr. 56 van 10 november 1967, art. 3.: ondernemingen moeten
bij betalingen tussen ondernemingen van minstens 247,89 euro een
betaling via cheque of overschrijving aanvaarden. Let op: moet B2B zijn!!
Gebruik CODEX:
WER – Boek III
Art. III.16 WER – geregistreerde entiteiten
Art. III.49 WER – inschrijving plichtige ondernemingen
Deze artikels gebruik je wanneer er gevraagd wordt of iemand zich moet
inschrijven in de KBO of als het ondernemingsnummer ter sprake komt.
Art. VI.7/4 WER – cash weigeren consument
Bijzondere regels tussen ondernemingen
3
, Tussen ondernemingen gelden soms strengere regels dan tussen gewone
mensen. Dit is zo omdat ondernemingen geacht worden professioneler te
zijn dan anderen. Zij krijgen dus minder bescherming en meer
verantwoordelijkheid.
Een belangrijk voorbeeld is hoofdelijke aansprakelijkheid. Normaal betaalt
iedereen alleen zijn eigen deel. Tussen ondernemingen wordt vaak
verondersteld dat elke onderneming kan aangesproken worden voor de
volledige schuld.
Voorbeeld:
Jij en je vriendin lenen samen 1000 euro. Jullie spreken af: ieder
betaalt 500 euro. In dit geval kan jij alleen aangesproken worden
voor jou deel.
Maar stel onderneming A en B sluiten een contract, ze moeten
samen 1000 euro betalen. De schuldeiser mag dan zowel A als B
aanspreken voor zijn 1000 euro.
= Dit is passieve hoofdelijke aansprakelijkheid
= “In B2B wordt passieve hoofdelijkheid vaak van rechtswege
aangenomen (art. 5.160 BW).
Bewijs in ondernemingszaken
Het bewijsrecht in ondernemingszaken wijkt af van het gewone
bewijsrecht.
Tussen ondernemingen dient bijna alles als bewijs:
E-mails
Facturen
Boekhouding
Getuigen
…
Maar: als je bewijst tegen een consument, dan gelden die soepele regels
niet. De consument wordt extra beschermd.
Vermelden op examen: tussen ondernemingen geldt het vrije bewijsstelsel.
Gebruik CODEX:
Burgerlijk Wetboek – Boek 8 (Bewijs)
art. 8.11 BW
4