I. Micro-en rechtseconomie
1. Wat is economie
-Allocatieprobleem (Beperkte middelen maar veel wensen we
moeten kiezen wat, hoe we produceren.)
-Verdelingsprobleem (Hoe wordt het geproduceerde verdeeld over
de mensen)
2. Economische systemen
-Vrijemarktsysteem (door mensen gepland)
-Faalmarkten
-Centrale planning (door overheid gepland)
-Gemengde economie
3. Vrije marktsysteem – Adam Smith
-Invisible hand (Als iedereen in een vrije markt zijn eigen belang
volgt, zorgt dat automatisch voor een evenwicht in de economie)
-Individuele rationaliteit leidt tot collectieve rationaliteit
4. Opportuniteitskost
= De waarde van de beste keuze die je opgeeft wanneer je iets kiest
5. Vraag en aanbod: marktwerking
-Vraag
Prijs stijgt (verschuiving rechts), vraag daalt
Beweging langs V: verandering in prijs
Verschuiving van V: verandering in ander determinant
Vraag is alle gevraagde hoeveelheid (qv) opgeteld
-Aanbod: Prijs stijgt, aanbod stijgt
Reservatieprijs: laagste prijs waarvoor een producent
bereid is om te verkopen.
-Evenwicht: V=A
6. Micro-economische welvaartsmeting
-Welvaart = CS + PS max welvaart bij pc markt zonder
overheidsingrijpen
7. Overheidsingrijpen
-Minimum-en maximumprijzen
Minimum: Boven evenwichtsprijs, aanbodoverschot, welvaartverlies
Maximum: onder de evenwichtsprijs, aabodtekort, welvaartverlies
-Productiequota
Limiet zetten op binnenlandse productie (prijs stijgt, hoeveelheid
daalt)
-Indirecte belastingen/subsidies
Indirect: belastingen van consumenten betalen via tussenpersonen
naar overheid vb. accijnzen
-Invoerrechten
, Invoerrechten heffen: douanerechten, invoerquota (max),
invoervergunningen
Een hoeveelheidsbeperking of productiequotum legt een limiet op de
binnenlandse productie, terwijl een importbeperking een limiet legt op
hoeveel goederen uit het buitenland mogen worden ingevoerd.
HOORCOLLEGE 2 & 3
1. Optimale marktwerking
Voorwaarden: atomisme (veel vraag/aanbod), geen externe effecten,
geen TAK
2. Marktfaling bij marktmacht (monopolie)
Winstmaximalisatie= MO=MK
Monopolie: prijszetter, veel marktmacht PC: prijsnemer,
minder macht
In het streven naar winstmaximalisatie zal de prijs op een markt die
NIET perfect competitief is (vb. monopolie) hoger zijn dan op een
perfect concurrentiële markt= nadeel marktmacht
3. Marktfaling bij externe effecten
Externe kost/baat
Van economisch optimum (pareto inefficiënt) via externe kost naar
maatschappelijk optimum (doel= efficiënt) grafiek
Oplossing= internalisatie (quota, pigouviaanse belasting waar
aanbod daalt dus het maatschappelijk optimum bereikt wordt)
4. Marktfaling bij transactiekosten:
Theorema van Coase (geen rechtsregels nodig om op efficiënte
uitkomst te komen)
5. Marktfaling bij niet private goederen
John Nash- Speltheorie
6. Marktfalingen bij asymmetrische informatie
Averechtse selectie (slechte producten/mensen blijven op mark
over)
II. Macro-economie
1. Bbp: definitie en meting
Bruto binnenlands Product= alle goederen die gedurende 1 jaar in
een land geproduceerd worden
2. Afgeleide begrippen bbp
1. Wat is economie
-Allocatieprobleem (Beperkte middelen maar veel wensen we
moeten kiezen wat, hoe we produceren.)
-Verdelingsprobleem (Hoe wordt het geproduceerde verdeeld over
de mensen)
2. Economische systemen
-Vrijemarktsysteem (door mensen gepland)
-Faalmarkten
-Centrale planning (door overheid gepland)
-Gemengde economie
3. Vrije marktsysteem – Adam Smith
-Invisible hand (Als iedereen in een vrije markt zijn eigen belang
volgt, zorgt dat automatisch voor een evenwicht in de economie)
-Individuele rationaliteit leidt tot collectieve rationaliteit
4. Opportuniteitskost
= De waarde van de beste keuze die je opgeeft wanneer je iets kiest
5. Vraag en aanbod: marktwerking
-Vraag
Prijs stijgt (verschuiving rechts), vraag daalt
Beweging langs V: verandering in prijs
Verschuiving van V: verandering in ander determinant
Vraag is alle gevraagde hoeveelheid (qv) opgeteld
-Aanbod: Prijs stijgt, aanbod stijgt
Reservatieprijs: laagste prijs waarvoor een producent
bereid is om te verkopen.
-Evenwicht: V=A
6. Micro-economische welvaartsmeting
-Welvaart = CS + PS max welvaart bij pc markt zonder
overheidsingrijpen
7. Overheidsingrijpen
-Minimum-en maximumprijzen
Minimum: Boven evenwichtsprijs, aanbodoverschot, welvaartverlies
Maximum: onder de evenwichtsprijs, aabodtekort, welvaartverlies
-Productiequota
Limiet zetten op binnenlandse productie (prijs stijgt, hoeveelheid
daalt)
-Indirecte belastingen/subsidies
Indirect: belastingen van consumenten betalen via tussenpersonen
naar overheid vb. accijnzen
-Invoerrechten
, Invoerrechten heffen: douanerechten, invoerquota (max),
invoervergunningen
Een hoeveelheidsbeperking of productiequotum legt een limiet op de
binnenlandse productie, terwijl een importbeperking een limiet legt op
hoeveel goederen uit het buitenland mogen worden ingevoerd.
HOORCOLLEGE 2 & 3
1. Optimale marktwerking
Voorwaarden: atomisme (veel vraag/aanbod), geen externe effecten,
geen TAK
2. Marktfaling bij marktmacht (monopolie)
Winstmaximalisatie= MO=MK
Monopolie: prijszetter, veel marktmacht PC: prijsnemer,
minder macht
In het streven naar winstmaximalisatie zal de prijs op een markt die
NIET perfect competitief is (vb. monopolie) hoger zijn dan op een
perfect concurrentiële markt= nadeel marktmacht
3. Marktfaling bij externe effecten
Externe kost/baat
Van economisch optimum (pareto inefficiënt) via externe kost naar
maatschappelijk optimum (doel= efficiënt) grafiek
Oplossing= internalisatie (quota, pigouviaanse belasting waar
aanbod daalt dus het maatschappelijk optimum bereikt wordt)
4. Marktfaling bij transactiekosten:
Theorema van Coase (geen rechtsregels nodig om op efficiënte
uitkomst te komen)
5. Marktfaling bij niet private goederen
John Nash- Speltheorie
6. Marktfalingen bij asymmetrische informatie
Averechtse selectie (slechte producten/mensen blijven op mark
over)
II. Macro-economie
1. Bbp: definitie en meting
Bruto binnenlands Product= alle goederen die gedurende 1 jaar in
een land geproduceerd worden
2. Afgeleide begrippen bbp