Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Ontwikkelingspsychologie 1ste bachelore VUB 2025/2026

Note
-
Vendu
-
Pages
69
Publié le
01-02-2026
Écrit en
2025/2026

Een volledige samenvatting van het vak 'ontwikkelingspsychologie' VUB 2025/2026. Geslaagd in eerste zit met een 16/20 enkel aan de hand van deze samenvatting als enige leermiddel. Stuur SMS via voor een lagere prijs.

Aperçu du contenu

INTRODUCTIE

DEFINITIE
Ontwikkelingspsychologie = de wetenschappelijke studie van de veranderingsprocessen
en stabiliteit bij (een) individu(en) vanaf de conceptie tot aan de dood op verschillende
domeinen in wisselwerking met de omgeving



Wetenschappelijke studie

Wetenschappelijk denkproces gebruiken:
- stellen van vragen zo concreet mogelijk: duidelijk afbakende, duidelijke vraag
- verklaring formuleren vanuit een theorie (hypothese)
- de juiste methode
- data verzamelen
- de vraag kunnen terugkoppelen, ontzettend belangrijk: klopt de hypothese? was
de vraag niet duidelijk?
- onderzoek voeren dat ofwel de verklaring steunt ofwel verwerpt

Twee populaire types van onderzoek:
Correlationeel: bekijkt of er een samenhang is tussen twee variabelen, zonder in te
grijpen. Toont geen oorzaak-gevolg aan, enkel dat A samenhangt met B. Een derde
variabele kan beide verklaren. bv. geweld op tv en agressie

Experimenteel: de onderzoeker grijpt in om een causaal verband te testen. Een doelgroep
wordt opgesplitst in een controlegroep en een experimentele groep, waarbij idealiter
maar één factor verschilt (datgene waar we op ingrijpen, al is dit zelden zo in de praktijk).
bv nature versus nurture: Gedrag wordt beïnvloed door zowel genetica (nature) als
omgeving (nurture). Tweelingenonderzoek toont dit aan, maar roept ethische problemen
op.



Van conceptie tot dood

Verschillende levensfases hangt af van cultuur tot cultuur en begint reeds prenataal die
niet strikt gedefinieerd zijn, de leeftijdsgrenzen vervagen. “Emerging adulthood” is er
nieuw aan toegevoegd in onze maatschappij. Het levenspad ligt veel minder vast dan
vroeger. De economische en sociale factoren spelen hier een grote rol.
- culturele invloeden bv overgangsrite naar volwassenheid, formele educatie
- sociologische invloeden bv meer instroom hoger onderwijs, economische situatie

Prenatale periode conceptie tot geboorte
Babytijd 0 tot 18 maanden
Peutertijd 18 maanden tot 2,5/ 3
jaar
Kleutertijd 2,5/ 3 tot 6 jaar
Kindertijd (lagere 6 tot 12 jaar
school)
Adolescentie 12 tot 18 jaar

Emerging adulthood 18 tot 25 jaar
Vroege volwassenheid 18 tot 30 jaar
Volwassenheid 30 tot 60 jaar
Laat volwassenheid 60+
1

,In wisselwerking met de omgeving: Je wordt beïnvloed door je omgeving (nature-
nurture, bio-ecologisch model)




BASISTHEMA’S
Continu versus discontinu

Zien we de ontwikkeling van het kind meer als hetzelfde of word je 1 jaar en kan je plots
lopen? Zijn dat plotse veranderingen of is het zo dat je elke dag een beetje meer of extra
leert? (kan beetje van beide zijn)

Continu = graduele toename van eenzelfde soort vaardigheid – kwantitatieve verandering

Discontinu = verschillende stadia met verschillende specifieke kenmerken – kwalitatieve
verandering



Universeel versus individueel

Gaat elk individu door dezelfde stappen van de ontwikkeling?

Universeel: iedereen neemt dezelfde ontwikkelingsstappen op ongeveer dezelfde
moment, binnen een kritieke/gevoelige perioden.
Gevoelige periode is het moment van de ontwikkeling die geschikt is om iets te leren bv
taal: 0-6 jaar.
Kritieke periode: een bepaalde vaardigheid leren is enkel mogelijk binnen 1 strikte
periode, als je het dan niet geleerd hebt zul je het niet meer kunnen leren (dit idee is nu
minder relevant) bv leren stappen

Individueel: verschillende genen en omgevingen, verschillende contexten-> individuele
ontwikkelingspaden (uniek verloop) met gemeenschappelijke trends



Nature versus nurture debat door wat wordt de mens bepaald?

Nature = aangeboren, biologische predisposities; gebaseerd op genetische overdracht ->
je wordt geboren met een bepaalde genetica en vanaf dat moment kan men zeggen of je
later bv agressief wordt

Nurture = fysische en sociale wereld; beïnvloedt biologische en psychologische
ontwikkeling -> het maakt niet uit welke biologische bouwstenen er zijn, alles kan
gemaakt worden a.d.h.v. de omgeving

Genetische (nature) en omgevingsinvloeden (nurture) bepalen de levensloop.




2

, THEORETISCHE KADERS

PSYCHOANALYTISCHE THEORIE - Sigmund FREUD (1856-1939)
Goed voorbeeld van hoe theorieën in hun tijdsgeest zijn ontstaan. Theorieën kloppen niet
maar zijn een inspiratiebron voor verdere theorieën.

Onderbewustzijn heeft grote invloed op persoonlijkheid en gedrag. We moeten “under the
surface” kijken. Analogie van de ijsberg: veel onder de oppervlakte. Door cliënt vrij te
laten spreken, komen er associaties en onderbewustzijn naar boven.

Freudiaanse verspreking: moment van zwakte. Door moment van onoplettendheid komt
onderbewustzijn naar boven en beïnvloedt gedrag. Hierin bestaat er geen toeval, dit is
altijd een uiting van wat je echt wilt zeggen.

• biologische driften zijn basis van psychisch leven (lustprincipe);
• eros (bevredigen verlangens, lustdrift) en thanatos (niet hebben
Es (id)
verlangens, doodsdrift)
• onbewust, vanaf geboorte
• bv. baby huilt en stopt pas als het voedsel krijgt
• bewust, rationeel deel van de psyche (realiteitsprincipe)
• ontstaat vroeg in babytijd
Ich (ego)
• kanaliseert impulsen van het Es (zodat het sociaal aanvaardbaar is)
= tegenhanger Es
• baby ziet dat ouders eten klaarmaken
• het geweten (wat is goed en wat is slecht)
Über-ich (super-
• ontwikkelt tussen 3 en 6 jaar, door interacties met ouders
ego)

Psychoseksuele ontwikkeling: als er te weinig/veel bevrediging is tijdens een
bepaalde fase = fixatie

• alles in mond willen steken, voelen en ontdekken met mond
orale fase 0-1 jaar
• orale fixatie kan bijvoorbeeld tot roken leiden
• verwerven en uitoefenen van controle (zindelijkheidstraining)
anale fase 1-3 jaar
• fixatie: iemand met grote controledrang
• verschil tussen geslachten wordt merkbaar
• fixatie: castratieangst, penisnijd
fallische fase 3-6 jaar • Oedipuscomplex (jongens willen trouwen met mama, willen
rol van papa innemen en zien hem als concurrent) en
Electraconflict.
• onder oppervlakte, er gebeurt niets met seksuele driften
latentie fase 6-11 jaar
• über-ich krijgt verder vorm dankzij nieuwe ervaringen
• meer ruimte voor sociale/persoonlijke ontwikkeling
• begin adolescentie/puberteit (einde ontwikkeling volgens
genitale fase 12-.. jaar
Freud)
• uitgroei van de genitaliën, interesse voor andere geslacht



PSYCHOSOCIALE THEORIE - Erik ERIKSON (1902-1994)
Nadruk op sociale interactie: samenleving en cultuur beïnvloeden ons. Verdere
ontwikkeling na de adolescentie. 8 ontwikkelingstaken/conflicten gerelateerd aan
ontwikkelingsfasen die individu moet doorlopen en zo goed mogelijk oplossen om tot
goede ontwikkeling te komen (trapvorm: opeenvolgende stappen).

1) basisvertrouwen <-> basiswantrouwen (baby: 0-1 jaar)




3

, Basisvertrouwen ontstaat door warme zorg, omgeving leren vertrouwen en hechting.
Basiswantrouwen ontstaat door de harde hand.

2) autonomie <-> schaamte en twijfel (peuter: 1-3 jaar)
Naargelang kinderen nieuwe mentale en motorische skills ontwikkelen willen ze meer
dingen zelf doen. Ouders kunnen deze autonomie bevorderen door hen een toelaatbare
hoeveelheid vrije keuze te geven, of ze kunnen dit tegenwerken waardoor er bij het kind
schaamte en twijfel ontstaat.




3) initiatief <-> schuld (kleuter: 3-6 jaar)
Initiatief als een gevoel van ambitie, ze weten dat ze een eigen persoon zijn.
Verantwoordelijkheid ontstaat wanneer ouders zingeving stimuleren. Wanneer
ouders/omgeving niet goed reageert (bv. bord valt en ouders straffen), ontstaat er bij het
kind een schuldgevoel.

4) vlijt <-> minderwaardigheid (kind: 6-11 jaar)
Op school ontstaat er vlijt: het kind leert samenwerken met anderen. o
Minderwaardigheid ontstaat door negatieve ervaringen op school thuis of met
leeftijdsgenoten.

5) identiteit <-> identiteitsverwarring (adolescent: 12-18 jaar)
Door waarden en beroepsgerichte doelen te expoleren vormt de jonge persoon zijn of
haar persoonlijkheid (Waar ben ik goed in, hoe zie ik mezelf…). Wordt dit niet
gestimuleerd ontstaat er mogelijk identiteitsverwarring (= verwarring met betrekking tot
toekomstige ‘volwassen’ rollen).

6) intimiteit <-> isolement (jonge volwassenheid: 18-30 jaar)
De meeste adolescenten brengen intieme relaties tot stand, maar door (eerdere)
negatieve ervaringen kan er een isolement ontstaan.

7) scheppend <-> stagnatie (volwassenheid: 30-60 jaar)
Scheppend = iets opbouwen/doorgeven, kinderen opvoeden, productief werk... De
persoon die hierin niet slaagt, gaat een gebrek aan betekenisvolheid ervaren (stagnatie).

8) ik-integriteit <-> wanhoop (ouderdom: 60+ jaar)
Integriteit ontstaat wanneer men het leven waardevol heeft gevonden (Heb ik goede
keuzes gemaakt? Ben ik gelukkig?). Oudere mensen die niet tevreden zijn met het
verloop van hun leven hebben angst voor de dood.



BEHAVIORISME - John WATSON (1878-1958)
Focus op observeerbaar gedrag. Gaat stellen dat alles een oorzaak heeft in de context.
Omgeving bekeken als soort stimulus. Ik reageer op oorzaak stimulus. Stimulus zorgt voor
reactie.

Inspiratie bij Pavlovs klassieke conditionering: associaties creëren tussen een neutrale
stimulus en een andere stimulus die een respons uitlokt. Door associatie is de neutrale
stimulus voldoende om tot die respons te komen.

Behaviorisme = ontwikkeling kan begrepen worden in termen van observeerbaar gedrag
en externe stimuli die dit gedrag uitlokken. Geen levensfases. Het is geen kwalitatieve
toename, het is vooral kwantitatief. Je gedrag wordt gevormd door allerlei interacties =
kwantitatieve ontwikkeling. (bv. little Albert)

Als persoon ben je blanco blad = nurture gerichte visie (door verschillende ervaringen
word je gevormd).


4

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
1 février 2026
Nombre de pages
69
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME
€9,99
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
lauredevalck

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
lauredevalck Vrije Universiteit Brussel
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
-
Membre depuis
6 mois
Nombre de followers
0
Documents
7
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions