Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting TAB 4.1 Farmacologie deel Prof. Ceuleers

Note
-
Vendu
-
Pages
13
Publié le
01-02-2026
Écrit en
2025/2026

Een samenvatting omvattend de 4 hoofdstukken gegeven door Prof Ceuleers, zijn gebaseerd op haar powerpoints en extra notities dat genomen werden tijdens de lessen. H1: Farmacologische gegevens, polyfarmacie en generieken H2: Psychofarmaca H3: Hormonaal stelsel H4: Immuniteit

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

TAB 4.1 FARMACOLOGIE
DEEL CEULEERS
HOOFDSTUK 1 – FARMACOLOGISCHE GEGEVENS, POLYFARMACIE EN GENERIEKEN
FARMACODYNAMIEK
• Definitie:
o Beschrijft wat een geneesmiddel met het lichaam doet
o Het beschrijft het aangrijpingspunt en het werkingsmechanisme, inclusief therapeutisch effect én
bijwerkingen
• Aangrijpingspunten:
• Receptoren:
o Zijn eiwitten op cel- of kernmembranen → een ligand bindt → celactiviteit verandert
o Agonisten bootsen lichaamseigen stoffen na: Ventolin (salbutamol) → bronchodilatatie
o Antagonisten blokkeren receptoren: bètablokkers → daling hartritme/bloeddruk
• Ionenkanalen:
o Regelen in- en uitstroom van ionen: Na⁺, Ca²⁺, K⁺ → belangrijk voor zenuwgeleiding en spiercontractie
o Lokale anesthetica blokkeren Na⁺-kanalen → geen impulsgeleiding → verdoving
o Calciumkanaalblokkers → vasodilatatie → behandeling hypertensie
• Enzymen kunnen geneesmiddelen remmen of stimuleren
o Acetylsalicylzuur remt COX → minder prostaglandines → pijnstillend
o Statines remmen HMG-CoA reductase → minder cholesterol
o ACE-remmers blokkeren omzetting angiotensine I → II → bloeddruk daalt
• Transporteiwitten: SSRI’s blokkeren heropname van serotonine → meer serotonine in synaps →
antidepressief effect
FARMACOKINETIEK
Wat het lichaam doet met het geneesmiddel
ADME
• Absorptie: hoe een geneesmiddel het lichaam binnenkomt (= opname van het GM in bloed)
o Voorbeeld: orale inname → opname via maag/darm naar bloed
o Factoren: oplosbaarheid, aanwezigheid van voedsel, interacties met ionen zoals Ca²⁺, Mg²⁺
• Distributie: verdeling van het geneesmiddel door het lichaam
o Afhankelijk van doorbloeding, binding aan plasma-eiwitten: albumine
o Voorbeeld: acetylsalicylzuur kan concurreren met methotrexaat voor albuminebinding
• Metabolisme: omzetting van het geneesmiddel, meestal in de lever via CYP- enzymen
o Remmers: (bv. itraconazol, claritromycine) verhogen concentratie van substraten zoals simvastatine →
risico op toxiciteit
o Inductoren: (bv. rifampicine, sint-janskruid) verlagen concentratie → therapiefalen
o Prodrugs: (bv. codeïne) hebben omzetting nodig om actief te worden
o Substraten = geneesmiddelen die door een enzym worden afgebroken
o Inhibitoren = remmen enzym → hogere plasmaconcentratie
o Inductoren = stimuleren enzym → lagere plasmaconcentratie
• Excretie: uitscheiding van het geneesmiddel uit het lichaam
o Meestal via de nieren (urine), soms via gal of feces
o Voorbeeld: lamotrigine sneller geëlimineerd bij combinatie met ethinylestradiol →
risico op epileptische aanvallen
QT- VERLENGING
• QT-verlenging: is de EKG weergave van de ventriculaire depolarisatie en de daaropvolgende repolarisatie
o Verlengd QT-interval op ECG → risico torsades de pointes
o Risicofactoren: leeftijd >65, vrouwelijk geslacht, hartlijden, elektrolytenstoornissen.
o Voorbeelden: domperidon, antidepressiva, antipsychotica, macroliden, chinolonen, azoolderivaten




2025 – 2026 AP 1

, INTERACTIES
• Farmacodynamisch: effect verandert zonder dat cocentratie verandert
o Agonist VS antagonist: bètablokker + Ventolin → ventolin werkt minder
o Synergisme: sedativa + alcohol → versterkte sedatie
o NSAID’s + corticosterioïden → meer maagproblemen
• Farmacokinetisch: concentratie verandert door andere geneesmiddel
o Tetracyclines + Ca²⁺ → minder absorptie
o ASA + methotrexaat → competitie voor albumine
o Simvastatine + itraconazol → CYP3A4-remming → risico rabdomyolyse
o Lamotrigine + anticonceptiva → snellere eliminatie
• QT-interacties: combinatie van QT-verlengende middelen, remmers van metabolisme,
elektrolytstoornissen
• Vitamine K-antagonisten: nauwe therapeutische marge → interacties met antibiotica, NSAID’s, SSRI’s,
antifungica
o Warfarine heeft nauwe therapeutische marge
o Versterking van effect (risico op bloeding): antibiotica, azolen, NSAID’s, SSRI’s, corticosteroïden en
statines
o Verzwakking van effect (risico op trombose): rifampicine, carbamazepine, Sint-janskruid en Vitamine K
• Polyfarmacie: ≥5 geneesmiddelen chronisch gedurend het laatste jaar → risico op interacties, therapie en
medicatiefouten, bijwerkingen: valaccidenten, delirium, nierproblemen
o Oplossing: medicatieprofiel evalueren, therapieën afbouwen waar mogelijk, generieken gebruiken voor
therapietrouw
• Generieken: zelfde actieve stof, sterkte, vorm, bio-equivalentie als referentiemiddel
o Biologische beschikbaarheid: hoeveelheid (uitgedrukt in % van toegediende dosis) van het
genesmiddel die de algemene circulatie bereikt en de snelheid waarmee dit gebeurt
o Bio-equivalent: wanneer de biologische beschikbaarheid van 2 geneesmiddelen gelijk is en een
vergelijkbare piekplasmaconcentratie bereikt wordt
o Octrooi = patent
FARMACOLIGIE BIJ OUDEREN
LEEFTIJDSGEBONDEN VERANDERINGEN IN FARMACOKINETIEK
• Absorptie:
o First- pass effect ↓ 30–50%
§ First-pass effect: de eerste metabolisatie van een geneesmiddel door de lever, waardoor de
biologische beschikbaarheid zal dalen
o Biologische beschikbaarheid ↑
o Risico op hogere plasmaconcentraties
o Vooral relevant bij: morfine, propranolol, nitroglycerine
• Distributie:
o Vetmassa ↑ = lipofiele middelen stapelen: benzodiazepines
o Spiermassa ↓ en water ↓ = hogere concentratie hydrofiele middelen: digoxine, theofylline
o Albumine ↓ = meer vrije fractie: warfarine, NSAID’s
• Metabolisme
o Leverdoorbloeding ↓
o CYP-activiteit ↓
o Trager metabolisme → opstapeling
• Excretie
o Nierfunctie ↓
o Renale klaring ↓
§ Renale klaring: de snelheid waarmee een geneesmiddel door lichaam uit het bloed verwijderd
wordt
o Halfwaardetijd ↑
§ Halfwaardetijd: de tijd die nodig is om de plasmaconcentratie met de 50% te doen dalen
o Risico op toxiciteit




2025 – 2026 AP 2

Infos sur le Document

Publié le
1 février 2026
Nombre de pages
13
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME
€7,46
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
unknownVPK

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
unknownVPK Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
-
Membre depuis
5 mois
Nombre de followers
0
Documents
2
Dernière vente
-
VPK student

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions