Humane wetenschappen
Ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling van het kind: les 1 - ongeborene- geboorte- pasgeborene
inleiding
Wat is ontwikkeling?
= het veranderen van een aanwezige structuur in lichaam en in geest
-> gebeurt levenslang
- dus zowel winst als verlies van bepaalde vaardigheden
- levenslang proces, niet van vandaag op morgen maar
- met geleidelijke veranderingen
hoe ontstaat ontwikkeling:
- Ontwikkelingsfactor Nature
o Aanleg en erfelijkheid
o (On) zichtbaar
o Vanaf geboorte bepaald
o Persoon heeft geen inbreng
o Fout in DNA (autisme)
- Ontwikkelingsfactor Nurture
o De omgeving, de cultuur, de familie, de geloofsovertuiging
o Veranderlijk (scheiding)
o Persoon heeft geen inbreng
o Opvoeding beïnvloedt ontwikkeling
- Factor zelfbepaling
o Eigen vrije keuze (ik ben 2 en ik zeg nee fase)
o Persoon heeft inbreng
Hoe omgaan met ontwikkeling?
->Vygotsky = Russische leerpsycholoog: Heeft wetenschappelijk bewezen dat je als
ergotherapeut invloed hebt op de ontwikkeling hebt van het kind
=>Zone van naaste ontwikkeling = = het gebied tussen wat een leerling zelfstandig
kan en wat hij of zij kan met hulp van een meer ervaren persoon, zoals een leraar of
medeleerling
1
,Humane wetenschappen
Ontwikkelingspsychologie
werken in zone van naaste ontwikkeling is sleutel tot evolutie bv kind niet
laten lopen vooraleer kan kruipen – werken in stapjes
➔ hoe kunnen we de ontwikkeling en functioneren van kinderen optimaal
simuleren?
= Wanneer aan 3 psychologische basisbehoeften worden voldaan
o autonomie = ik heb medezeggenschap bv kind mag zelf kiezen welke puzzel
hij maakt
o verbondenheid = ik vind het fijn om bij jou te zijn bv meespelen met duplo
o competentie = ik kan iets
= zelf-determinatie theorie
➔ De ontwikkelingsfasen:
- De ongeboren baby, geboorte pasgeborene
- De baby: 0 jaar - 1,5 jaar
- De peuter: 1,5jaar – 3 jaar
- De kleuter: 3 jaar – 6 jaar
- Het basisschoolkind: 6 jaar - 12 jaar
- De adolescent: 12 jaar – 18 jaar
2
, Humane wetenschappen
Ontwikkelingspsychologie
De ongeboren baby (= prenatale fase)
Lichamelijke ontwikkeling
prenatale diagnostiek
Niet-invasieve methoden = niet in baarmoeder van moeder:
- Nekplooimeting
= via echogafie wordt de dikte van de nekplooi gemeten
De nekplooi is een klein laagje vocht onder de huid van de nek dat bij elk
embryo aanwezig is, en dit uitsluitend tussen 11 en 14 weken
Wanneer: tijdens 12-weken echo
Doel: verdikking (>3mm) van nekplooi opsporen -> chromosale of andere
afwijking
- Triple-test via bloedafname
= een bloedonderzoek waarbij in het bloed van de zwangere vrouw drie stoffen
worden gemeten: HCG (humaan gonadotrofine), oestriol en alfa-foetoproteïne
(AFP, een eiwit aangemaakt door de foetus)
Wanneer: tussen de 14de en 20ste week van de zwangerschap
Doel: het zoeken naar chromosomale afwijkingen zoals syndroom van Down of
neurale buisdefecten zoals een open ruggetje, een open schedel
- Gedetailleerde echografie
= een techniek die gebruikmaakt van ultrageluidsgolven die zich door het
lichaam verplaatsen. Zo kan de arts een beeld vormen van het ongeboren
kindje
o Tussen week 11 en 13
• Opsporen van bepaalde anatomische afwijkingen in de
orgaanvorming
• Nekplooimeting
o Tussen week 20 en 22
• Structurele ontwikkeling van de baby opvolgen
• Plaats van de moederkoek = placenta bepalen
o Tussen week 30 en 32
• Groei en ligging van de baby vaststellen
• Meten van de hoeveelheid vruchtwater
• Plaats van de moederkoek bepalen
3
, Humane wetenschappen
Ontwikkelingspsychologie
Invasieve methoden:
- Vlokkentest
= weefsel van de placenta wegnemen
Dit gebeurt via de buikwand of de vagina,afhankelijk van de ligging van de
placenta
Wanneer: Vanaf de 11 de zwangerschapsweek
Doel: Vanaf de 11 de zwangerschapsweek
- Vruchtwaterpunctie
= het afnemen van vruchtwater via de buikwand
Wanneer: Vanaf de 15de zwangerschapsweek
Doel: chromosoomafwijkingen of erfelijke aandoeningen opsporen
Enkel bij verhoogd risico
De geboorte (= perinatale fase)
De bevalling
Complicaties bij de bevalling
- Foetale nood = baby krijgt onvoldoende zuurstof door ontlasting in
vruchtwater, falende placenta, afwijkend hartritme,…
- Na de geboorte geen ademhaling = wordt gevolgd door reanimatie
- Een afwijkende geboortepositie
o Het gezichtje naar de buik gericht (= sterrenkijker (Baby moet met
gezicht voor uitdrijvingsfase naar de rug van mama liggen
o Een voorhoofds- of aangezichtsligging
o Een stuitligging = baby ligt met de billetjes eerst ipv eerst hoofd
4
Ontwikkelingspsychologie
Ontwikkeling van het kind: les 1 - ongeborene- geboorte- pasgeborene
inleiding
Wat is ontwikkeling?
= het veranderen van een aanwezige structuur in lichaam en in geest
-> gebeurt levenslang
- dus zowel winst als verlies van bepaalde vaardigheden
- levenslang proces, niet van vandaag op morgen maar
- met geleidelijke veranderingen
hoe ontstaat ontwikkeling:
- Ontwikkelingsfactor Nature
o Aanleg en erfelijkheid
o (On) zichtbaar
o Vanaf geboorte bepaald
o Persoon heeft geen inbreng
o Fout in DNA (autisme)
- Ontwikkelingsfactor Nurture
o De omgeving, de cultuur, de familie, de geloofsovertuiging
o Veranderlijk (scheiding)
o Persoon heeft geen inbreng
o Opvoeding beïnvloedt ontwikkeling
- Factor zelfbepaling
o Eigen vrije keuze (ik ben 2 en ik zeg nee fase)
o Persoon heeft inbreng
Hoe omgaan met ontwikkeling?
->Vygotsky = Russische leerpsycholoog: Heeft wetenschappelijk bewezen dat je als
ergotherapeut invloed hebt op de ontwikkeling hebt van het kind
=>Zone van naaste ontwikkeling = = het gebied tussen wat een leerling zelfstandig
kan en wat hij of zij kan met hulp van een meer ervaren persoon, zoals een leraar of
medeleerling
1
,Humane wetenschappen
Ontwikkelingspsychologie
werken in zone van naaste ontwikkeling is sleutel tot evolutie bv kind niet
laten lopen vooraleer kan kruipen – werken in stapjes
➔ hoe kunnen we de ontwikkeling en functioneren van kinderen optimaal
simuleren?
= Wanneer aan 3 psychologische basisbehoeften worden voldaan
o autonomie = ik heb medezeggenschap bv kind mag zelf kiezen welke puzzel
hij maakt
o verbondenheid = ik vind het fijn om bij jou te zijn bv meespelen met duplo
o competentie = ik kan iets
= zelf-determinatie theorie
➔ De ontwikkelingsfasen:
- De ongeboren baby, geboorte pasgeborene
- De baby: 0 jaar - 1,5 jaar
- De peuter: 1,5jaar – 3 jaar
- De kleuter: 3 jaar – 6 jaar
- Het basisschoolkind: 6 jaar - 12 jaar
- De adolescent: 12 jaar – 18 jaar
2
, Humane wetenschappen
Ontwikkelingspsychologie
De ongeboren baby (= prenatale fase)
Lichamelijke ontwikkeling
prenatale diagnostiek
Niet-invasieve methoden = niet in baarmoeder van moeder:
- Nekplooimeting
= via echogafie wordt de dikte van de nekplooi gemeten
De nekplooi is een klein laagje vocht onder de huid van de nek dat bij elk
embryo aanwezig is, en dit uitsluitend tussen 11 en 14 weken
Wanneer: tijdens 12-weken echo
Doel: verdikking (>3mm) van nekplooi opsporen -> chromosale of andere
afwijking
- Triple-test via bloedafname
= een bloedonderzoek waarbij in het bloed van de zwangere vrouw drie stoffen
worden gemeten: HCG (humaan gonadotrofine), oestriol en alfa-foetoproteïne
(AFP, een eiwit aangemaakt door de foetus)
Wanneer: tussen de 14de en 20ste week van de zwangerschap
Doel: het zoeken naar chromosomale afwijkingen zoals syndroom van Down of
neurale buisdefecten zoals een open ruggetje, een open schedel
- Gedetailleerde echografie
= een techniek die gebruikmaakt van ultrageluidsgolven die zich door het
lichaam verplaatsen. Zo kan de arts een beeld vormen van het ongeboren
kindje
o Tussen week 11 en 13
• Opsporen van bepaalde anatomische afwijkingen in de
orgaanvorming
• Nekplooimeting
o Tussen week 20 en 22
• Structurele ontwikkeling van de baby opvolgen
• Plaats van de moederkoek = placenta bepalen
o Tussen week 30 en 32
• Groei en ligging van de baby vaststellen
• Meten van de hoeveelheid vruchtwater
• Plaats van de moederkoek bepalen
3
, Humane wetenschappen
Ontwikkelingspsychologie
Invasieve methoden:
- Vlokkentest
= weefsel van de placenta wegnemen
Dit gebeurt via de buikwand of de vagina,afhankelijk van de ligging van de
placenta
Wanneer: Vanaf de 11 de zwangerschapsweek
Doel: Vanaf de 11 de zwangerschapsweek
- Vruchtwaterpunctie
= het afnemen van vruchtwater via de buikwand
Wanneer: Vanaf de 15de zwangerschapsweek
Doel: chromosoomafwijkingen of erfelijke aandoeningen opsporen
Enkel bij verhoogd risico
De geboorte (= perinatale fase)
De bevalling
Complicaties bij de bevalling
- Foetale nood = baby krijgt onvoldoende zuurstof door ontlasting in
vruchtwater, falende placenta, afwijkend hartritme,…
- Na de geboorte geen ademhaling = wordt gevolgd door reanimatie
- Een afwijkende geboortepositie
o Het gezichtje naar de buik gericht (= sterrenkijker (Baby moet met
gezicht voor uitdrijvingsfase naar de rug van mama liggen
o Een voorhoofds- of aangezichtsligging
o Een stuitligging = baby ligt met de billetjes eerst ipv eerst hoofd
4