MODULE 1: WAAROM VRAAG
o Waarom vraag (why, how, what van Simon Sinek)
• Waarom is verandering nodig?
o Ons brein
• Working memory: processes new information, short
term memory
• Basale ganglia: gewoontes, routines, long-term
memory, automatische pilot (bv workshop)
• Amygdala: meest primitieive deel (bv nieuw concept)
§ verbindingen maken, nieuwe info =/ bestaande info = amygdala geactiveerd
§ fight, flight, freeze
o Lewin’s change model (change theory 1)
• Unfreeze: bewustwording creëren over waarom, weerstand verminderen + bereidheid
verandering opbouwen
• Change: nieuwe processen, structuren of gedradingen implementeren (bv. belonen)
• Refreeze: verankeren
• Force field analysis
§ Driving forces
• Internal: nieuwe ceo, nieuwe software, structurele veranderingen,
efficiëntiegroei, kostenbesparing
• External: economisch, politiek (bv. wetgeving, oorlog), technologisch (bv
AI), milieuverandering, concurrentie
§ Restraining forces: employee resistance, kosten, herscholen, …
• If driving forces outweigh restraining, change happens
o Types of change
• Radical versus incrementeel (kleine aanpassingen)
• Gepland versus ongepland
• Tijdelijk versus permanent
• Intern versus externe oorzaak
o Communicatie
• Beleidsmiddel
• Informeren, activeren, overtuigen
• Missie -> visie -> waarden -> beleidsplan
• Identiteit -> imago -> tone of voice
• Missie: wie zijn we? Waarvoor staan we? (= identiteit: waarden en normen)
• Visie: blik op de toekomst
• Identiteit (wie je bent) versus imago (hoe mensen je zien)
• Corporate image versus corporate identity
• Groen imago door green marketing = claims: recycleerbaar, bio-aXreekbaar
• 6 sins of greenwashing (schaadt het imago)
1. Fibbing (liegen)
2. No proof
3. Irrelevant
4. Verborgen gebreken
5. Vaagheid
6. Lesser of 2 evils
1
, MODULE 2: INDIVIDUELE IDENTITEIT
• Cultuur/mindset
o Wortels: onderlying assumptions & beliefs
o Korst: waarden & normen
o Kruin: gedrag
• Gedrag kan cultuur/mindset influencen
o Gedrag -> gewoonte -> mindset/cultuur
o Mindset: gevormd over jaren door bepaald gedrag (groeit met ons mee)
• Verandering is makkelijker als het vanbinnen start (intrinsieke motivatie)
• Basale Ganglia beïnvloeden
o Nieuwe inzichten -> nieuwe connecties -> nieuw gedrag -> nieuwe mindset
§ Socrates methode: vragen stellen -> nieuwe inzichten
§ Ervaring: door te doen -> nieuwe inzichten
• Iedereen is anders
o Ocean model
§ Openness to change (score kan veranderen bij elk individu)
• High openness to change: nieuwe uitdagingen zoeken, curious, eager,
flexibel, open-minded, adaptability
• Low opennes to change: prefers routine, stabiliteit, schuw voor
verandering, careful consideration, risicowerend
• Attention density
o Genoeg herhaling van de nieuwe connectie = verankeren
• Weerstand voor verandering: 5 factoren
o De aard van de verandering
o De consequentie van verandering
o De organisatorische geschiedenis
o Het type individu
o De individuele geschiedenis
• Weerstand is persoonsgebonden en dynamisch
• Weerstand vormen
o Geen reactie: negeren
o In discussie gaan
o Alternatieve: ziekteverlof, ontslag nemen
• Bronnen van weerstand
o Individu
§ Gewoonte: oncomfortabel, moeilijk
§ Veiligheid: onzekerheid, jobzekerheid
§ Economische factoren: geld en tijd
§ Angst voor het onbekende: onvoorspelbaar
§ Selectieve informatie: filteren info door overtuigingen (sommige info dus negeren)
o Organisatieniveau
§ Structurele inertie: verandering van status quo = tijdinvestering
§ Beperkte focus van verandering: gevoel van ongelijkheid op aspecten buiten scope
§ Groepsinertie: voelen groepsdruk
§ Bedreiging van expertise: skills en vaardigheden ondergewaardeerd
§ Bedreiging van gevestigde machtsverhouding: bedreight hun posititie of invloed
• Change curve
2