les 1: Waarom eten wij?
Wat is internaliteit?
Signalen vertrekken vanuit de bloedbaan, maag, darmen, lever en het vetweefsel naar de
hersenen (hypothalamus)
Wat weet je over het verband van de bloedbaan en honger/ verzadiging?
- Laag bloedglucosegehalte = ontstaan hongergevoel
- Bloedglucose daalt na ongeveer 4 uur
- Tussentijds wordt glucosegehalte op peil gehouden door glycogeenvoorraad in de lever
- Glucagon in de lever zorgt voor omzetting van glycogeen naar glucose
Wat weet je over de maag en het verband met het verzadigingsgevoel?
- Hongergevoel wordt gestimuleerd door: zien, ruiken en proeven van voedsel.
- Verzadigingsgevoel wordt ervaren door een volle maag: vezels, vetten en eiwitten
remmen de maagontlediging.
Welke hormonen hebben invloed op de honger of verzadiging en vanuit welk orgaan komen ze
(examenvraag!!)?
0 Gherline vooral geproduceerd in de maag = stimuleert hongergevoel
- Ghrelinespiegel: stijgt wanneer er niet wordt gegeten, daalt na de maaltijd
0 Cholecystokinine (CKK) geproduceerd in de darmen
- Vet stimuleert de afgifte van CKK
- Remt de maaglediging en de eetlust
0 Incretines (glucagon-like-peptide GLP-1) geproduceerd darm en lever
- Stimuleren de insulinesecretie en remmen de glucagonproductie
- Regelt de bloedsuikerspiegel
- GLP remt de maaglediging
0 Hormoon peptide YY (PYY) geproduceerd in laatste deel van de darm
= verzadigingshormoon
0 Leptine: geproduceerd in het vetweefsel
, - Tegenovergestelde van gherline
- = verzadigingshormoon
Wanneer hebben we honger?
Gherline, Cortistol, zien, ruiken en proeven van voedsel, laag bloedglucosegehalte, lege maag,
koolhydraten zonder voedingsvezels
Wanneer zijn we verzadigd?
Leptine, Incretines GLP-1, Peptide- YY, Cholescystokinine, Serotinine, Oiloïden, endorfinen, volle
maag, voedingsvezels, eiwitten en vetten
Wat is hendonistisch gedrag?
Economisch(kostprijs, inkomen), fysisch (bereikbaarheid, opvoeding), sociaal, psychologisch
(stemming, stress, schuldgevoelens), attitude
Welke elementen gaan ons gedrag beïnvloeden (examenvraag)?
Context, competenties, drijfveren, gezondheid
Wat zijn competenties?
De kennis en vaardigheden (fysiek en fysisch) die ervoor zorgen dat je in staat bent om een
bepaalde (gezond) gedrag te stellen.
Fitheidscomponenten = over de nodige fitheid beschikken om een bepaald (gezond) gedrag te
stellen. Fitheid bestaat uit lenigheid, evenwicht, uithouding, kracht en snelheid (afkorting
LEUKS)
Psychische competenties kennis = de late waarin de doelgroep over de nodige informatie
beschikt.
Wat zijn drijfveren?
De reflectieve motieven en automatische processen die een bepaald (gezond/ongezond) gedrag
activeren en richting geven.
Wat is context?
,• = De fysieke, sociaal-culturele, economische en politieke aspecten van de omgeving die het
gewenste gedrag mogelijk maken, ondersteunen en/of stimuleren.
• Invloeden kunnen ontstaan vanuit concrete settings (school, werk, buurt, gezin, …) waarin het
gedrag plaatsvindt (= micro-/mesoniveau) of vanuit ruimere systemen (transport, industrie,
overheid, …) die het gedrag indirect beïnvloeden (macroniveau).
• Daarnaast bestaat er vaak een verschil tussen de objectieve en de gepercipieerde of
subjectieve context (vb. een objectief fietsbare afstand wordt niet als fietsbaar aangevoeld of de
objectieve alcoholconsumptie van medestudenten wordt overschat door de student zelf). Beide
kunnen een effect hebben op gedrag en kunnen de focus vormen van de gedragsverandering.
Geeft enkele voorbeelden van micro-, meso- en macrocontext (examenvraag!!).
Microcontext = gezin, familie, vrienden
Mesocontext = concrete groep of setting zoals school, kinderopvang, buurt, werk, sportclub,
vereniging
Macrocontext = ruimere maatschappij en systemen zoals transport, industrie, overheid
Wanneer eet je bewust?
Zit aan tafel, eet langzaam en kauw goed, zonder afleiding: tv, smartphone, neem kleinere
porties van wat minder gezond is
Wat bevat een gezonde levensstijl nog naast gezond eten?
Een evenwichtige voeding, niet roken, voldoende lichaamsbeweging, coping (omgaan) met
stress, de nodige socialen contacten, gezonde werkomstandigheden, veiligheid in de privé-sfeer
en in het verkeer
Welke ziektes komen kijken bij overvoeding?
Hypertensie (= hoge bloeddruk), obesitas, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, dyslipidemie
(= verstoorde hoeveelheid vet), kanker
Voor welke tekorten zorgt ondervoeding of “wan” voeding?
Voeding die gebrekkig is aan 1 of meerdere macro- of micronutriënten
België: jodium, calcium, ijzer
Belangrijke factor: inkomen
Wat zijn voedingstoffen?
, Dit zijn nutriënten, we hebben er ongeveer 50 verschillende. Opgedeeld in meerdere
categorieën: macronutriënten: brand- en bouwstoffen, micronutriënten: beschermende stoffen,
voedingsvezels en water
Wat zijn energieleverende stoffen (examenvraag!!)?
Eiwitten, vetten, koolhydraten en alcohol
Wat is latente deficiëntie?
Marginale voedingstoestand: nog geen klinische verschijnselen, wel vage klachten
(vermoeidheid, verminderd zicht)
Voorbeelden van deficiëntie.
Scheurbuik door vit C tekort
Beriberi door vit B1 tekort
Wat is intoxicatie?
Vergiftiging door overdosering, onvoldoende afbraak of uitscheiding, opletten vitaminen en
mineralen preparaten.
Wat is ADH en hoe kom je hieraan (examenvraag!!)?
Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (= ADH) ligt vaak hoger dan de gemiddelde behoefte van de
mens, maar onder de intoxicatie grens. Dit is de gemiddelde behoefte + 2 x SD
(standaarddeviatie)
Dekt 97% van de menselijke behoefte, ook al wijkt iemands zijn individuele behoefte hiervan af,
zal deze persoon nog steeds geen klachten ondervinden want er wordt gewerkt met een marge
(standaarddeviatie)
Wat is ADH of PRI examenvraag!!)?