Virale ziekte, prionziekte en zoönosen
H1: paard
A. Equine influenza virus
• Orthomyxoviridiae
• -ssRNA, gesegmenteerd genoom
• Envelop
• H3N8 (H7N7)
• Pathogenese:
- Respiratoire infectie
- Korte incubatieperiode, snelle vermenigvuldiging, uitscheiding en symptomen
- Vermeerdering in het AHS: zowel bovenste als onderste luchtwegen
- Destructie van trilhaarepitheel
- Gevoelig voor secundaire bacteriële infecties
• Immuniteit:
- sIgA: hele ademhalingsstelsel (long tot neus)
- IgG: long tot keel
- Cytotoxische T-cellen
• Symptomen:
- Hevige koorts
- Anorexie
- Sereuze neusuitvloei
- Droge krachtige hoest
- Hyperpnee
• Diagnose:
- Nasopharyngeale swab-> RT-qPCR
- Bloed-> seroconversie
• Behandeling:
- Ondersteunend + AB
- Rust
• Preventie:
- Goede colostrum opname -> IgG’s
- Vaccinatie: 5/6 maanden, herhalen 4 weken later, booster elk jaar (IgG= voldoende)
B. Equine herpes virus type 1 en 4
• Herpesviridae
• dsDNA
• Envelop
• Pathogenese:
- Respiratoire infectie. Via neusvloei, vaginale secreties, foetus, placenta
- Vermeerdering in de bovenste luchtwegen: mucus + tight-junctions -> naar virale
receptor basolateraal
- Viremie in diapederende leukocyten (EHV-1)
- T-cel (late eiwit) en monocyten (immediate early eiwit)-> geen virus assemblage
(EHV-1)
1
, - Lytische replicatiecyclus in endotheel (uterus, foetus of CZS) en leukocyten na
contact met endotheel (EHV-1)
- Latentie in neuronen (trigeminaal ganglion) en leukocyten
• Immuniteit:
- sIgA: hele ademhalingsstelsel (long tot neus)
- IgG: long tot keel
- Cytotoxische T-cellen
- Immunoevasie: geen virusassemblage + downregulatie MHC-1
• Symptomen:
- Koorts
- Anorexie
- Sereuze neusuitvloei
- Lichte hoest
- Centraal zenuwstelsel stoornissen (EHM)
- Abortus laatste trimester (necrosehaarden in de lever van foetus, plots, verse foetus)
• Diagnose:
- Virusisolatie
- qPCR
• Behandeling:
- Symptomatisch
- AH stoornis: NSAID
- CZS stoornis: DMSO
- Paarden scheiden + temperaturen
- Hygiëne
- Vaccinatie, systemisch geïnactiveerd (niet ideaal) 5/6 m – 4 w – jaarlijkse her +
drachtige merries. (geattenueerd IN zou ideaal zijn)
C. Equine herpesvirus type 2 en 5
• Herpesviridae (gamma)
• dsDNA
• Envelop
• Pathogenese:
- Oraal/aerogeen
- Vermeerdering in longen (EHV-5) of T/B-cellen
• Symptomen:
- Algemene vermoeidheid
- Verminderde prestaties
- Faryngitis
- EHV-5: EMPF
• Diagnose:
- Virusisolatie
- qPCR
- Seroconversie
- RX (EMPF)
• Behandeling:
- Symptomatisch
- NSAID’s
2
, D. Equine herpesvirus type 3
• Herpesviridae (alfa)
• dsDNA
• Envelop
• Overdracht tijdens coïtus of rectaal/vaginaal onderzoek
• Pathogenese:
- Via wondvocht
- Vrouwelijk dier: thv vagina, uier en perianaal regio
- Mannelijk dier: thv penis, preputium en perianaal regio
- Ook vermenigvuldiging thv lippen en mucosa bovenste luchtwegen
• Symptomen:
- Kleine rode verhevenheden
- Pustulaire lesies
• Diagnose:
- Kliniek + anamnese
- Virusisolatie
- qPCR
• Behandeling:
- Lokale reiniging
- Zalven
- Onderbreking dekactiviteit
E. Papillomavirus en sarcoïd
• Papovaviridae
• dsDNA
• Geen envelop -> 03% povidone-jood
• Infectie langs beschadigde huid
• Zelflimiterend
• Boviene papillomavirus type 1 en 2
• Onvolledige replicatiecyclus met vorming van tumoren
• Pathogenese:
- Via runderen
- Recidiveert makkelijk
- Verruceus: droog verhoornd
- Fibroblastisch: intact/beschadigd epidermis
- Occult: ruwe, kale plekjes
- Gemengd
- Kwaadaardig: meer invasief
• Diagnose:
- Swab of dunne naad aspiraat -> qPCR
• Behandeling:
- Conventionele excisie
- Laser chirurgie
- Cryochirurgie
- Immunotherapie
- Chemotherapie
- Elektrochemotherapie
- Radiotherapie
3
H1: paard
A. Equine influenza virus
• Orthomyxoviridiae
• -ssRNA, gesegmenteerd genoom
• Envelop
• H3N8 (H7N7)
• Pathogenese:
- Respiratoire infectie
- Korte incubatieperiode, snelle vermenigvuldiging, uitscheiding en symptomen
- Vermeerdering in het AHS: zowel bovenste als onderste luchtwegen
- Destructie van trilhaarepitheel
- Gevoelig voor secundaire bacteriële infecties
• Immuniteit:
- sIgA: hele ademhalingsstelsel (long tot neus)
- IgG: long tot keel
- Cytotoxische T-cellen
• Symptomen:
- Hevige koorts
- Anorexie
- Sereuze neusuitvloei
- Droge krachtige hoest
- Hyperpnee
• Diagnose:
- Nasopharyngeale swab-> RT-qPCR
- Bloed-> seroconversie
• Behandeling:
- Ondersteunend + AB
- Rust
• Preventie:
- Goede colostrum opname -> IgG’s
- Vaccinatie: 5/6 maanden, herhalen 4 weken later, booster elk jaar (IgG= voldoende)
B. Equine herpes virus type 1 en 4
• Herpesviridae
• dsDNA
• Envelop
• Pathogenese:
- Respiratoire infectie. Via neusvloei, vaginale secreties, foetus, placenta
- Vermeerdering in de bovenste luchtwegen: mucus + tight-junctions -> naar virale
receptor basolateraal
- Viremie in diapederende leukocyten (EHV-1)
- T-cel (late eiwit) en monocyten (immediate early eiwit)-> geen virus assemblage
(EHV-1)
1
, - Lytische replicatiecyclus in endotheel (uterus, foetus of CZS) en leukocyten na
contact met endotheel (EHV-1)
- Latentie in neuronen (trigeminaal ganglion) en leukocyten
• Immuniteit:
- sIgA: hele ademhalingsstelsel (long tot neus)
- IgG: long tot keel
- Cytotoxische T-cellen
- Immunoevasie: geen virusassemblage + downregulatie MHC-1
• Symptomen:
- Koorts
- Anorexie
- Sereuze neusuitvloei
- Lichte hoest
- Centraal zenuwstelsel stoornissen (EHM)
- Abortus laatste trimester (necrosehaarden in de lever van foetus, plots, verse foetus)
• Diagnose:
- Virusisolatie
- qPCR
• Behandeling:
- Symptomatisch
- AH stoornis: NSAID
- CZS stoornis: DMSO
- Paarden scheiden + temperaturen
- Hygiëne
- Vaccinatie, systemisch geïnactiveerd (niet ideaal) 5/6 m – 4 w – jaarlijkse her +
drachtige merries. (geattenueerd IN zou ideaal zijn)
C. Equine herpesvirus type 2 en 5
• Herpesviridae (gamma)
• dsDNA
• Envelop
• Pathogenese:
- Oraal/aerogeen
- Vermeerdering in longen (EHV-5) of T/B-cellen
• Symptomen:
- Algemene vermoeidheid
- Verminderde prestaties
- Faryngitis
- EHV-5: EMPF
• Diagnose:
- Virusisolatie
- qPCR
- Seroconversie
- RX (EMPF)
• Behandeling:
- Symptomatisch
- NSAID’s
2
, D. Equine herpesvirus type 3
• Herpesviridae (alfa)
• dsDNA
• Envelop
• Overdracht tijdens coïtus of rectaal/vaginaal onderzoek
• Pathogenese:
- Via wondvocht
- Vrouwelijk dier: thv vagina, uier en perianaal regio
- Mannelijk dier: thv penis, preputium en perianaal regio
- Ook vermenigvuldiging thv lippen en mucosa bovenste luchtwegen
• Symptomen:
- Kleine rode verhevenheden
- Pustulaire lesies
• Diagnose:
- Kliniek + anamnese
- Virusisolatie
- qPCR
• Behandeling:
- Lokale reiniging
- Zalven
- Onderbreking dekactiviteit
E. Papillomavirus en sarcoïd
• Papovaviridae
• dsDNA
• Geen envelop -> 03% povidone-jood
• Infectie langs beschadigde huid
• Zelflimiterend
• Boviene papillomavirus type 1 en 2
• Onvolledige replicatiecyclus met vorming van tumoren
• Pathogenese:
- Via runderen
- Recidiveert makkelijk
- Verruceus: droog verhoornd
- Fibroblastisch: intact/beschadigd epidermis
- Occult: ruwe, kale plekjes
- Gemengd
- Kwaadaardig: meer invasief
• Diagnose:
- Swab of dunne naad aspiraat -> qPCR
• Behandeling:
- Conventionele excisie
- Laser chirurgie
- Cryochirurgie
- Immunotherapie
- Chemotherapie
- Elektrochemotherapie
- Radiotherapie
3