OVERZICHT BEGRIPPEN
DEEL 1 HOOFDSTUK 1: ABBB
- Wederkerig bestuursrecht = optreden van het bestuur wordt gezien en
beoordeeld in het licht van het gedrag van de burger (algemene beginselen
behoorlijk burgerschap)
- Actief bestuur = besturen die beslissingen nemen of beleid uitvoeren en handelen
als overheid
- Procedurele ABBB = (syn.: vormelijke ABBB) gaat over de
besluitvormingsprocedure, hoe de beslissing wordt genomen en een correct
verloop van de procedure. Indien er een vormgebrek of procedurefout is die
vernietigd wordt, heeft dit niet noodzakelijk invloed op de beslissing.
o Hoorplicht
o Formele motiveringsplicht
o Onpartijdigheidsbeginsel
o Fairplay-beginsel
o zorgvuldigheidsbeginsel
- Inhoudelijke ABBB = (syn.: materiële ABBB) gaat over de inhoud van de bestuur
beslissing. Indien daar een fout zit, heeft dit noodzakelijk wel invloed op de
beslissing.
o Gelijkheidsbeginsel
o Rechtsekerheidsbeginsel en vertrouwenbeginsel
o Materiële motiveringsplicht
o Rechtzekerheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel en zuinigheidsbeginsel
o Zorgvuldigheidsbeginsel
- Hoorplicht = de persoon tegen wie de overheid een ernstige maatregel
overweegt, die gebaseerd zijn op het persoonlijk gedrag en die van aard is om de
belangen zwaar aan te tasten, moet vooraf de kans krijgen om zijn standpunt
nuttig te laten kennen aan de overheid
- Normatieve hoorplicht = hoorplicht die is vastgelegd in de regelgeving. Deze is
duidelijk omschreven, strenge toepassing, bij schending meestal automatisch
onwettig.
- Formele motivering: het uitdrukkelijk verwoorden van de motieven, bij eenzijdige
administratieve bestuur beslissingen met individuele draagwijdte
o Enkel bij individuele beslissingen
, - Materiële motivering : inhoudelijke motiveren, welke motieven of beweegredenen
liggen ten grondslag van de beslissing
o Bij alle beslissingen
o Deugdelijke motivering: gerechtvaardigd door feitelijke en juridische
motieven (beweegredenen) die de beslissing naar redelijkheid dragen
o Motieven moeten bestaan op tijdstip vd beslissing en blijken uit de
bewoordingen van de beslissing/administratief dossier
- Onpartijdigheidsbeginsel:
o Subjectieve partijdigheid: objectief beoordelen, zonder beïnvloeding van
buitenaf of vooringenomenheid
o Objectieve partijdigheid: biedt het orgaan voldoende waarborgen tegen
partijdigheid van haar eigen organen? Bestuur kan niet tegelijk partij en
rechter zijn.
- Fairplay-beginsel = behoorlijkheidsvereiste
o Overheid mag geen unfaire middelen aanwenden om burger te
bemoeilijken:
Achterhouden van gegevens
Vertragingsmanoevres
Overdreven spoed
- Zorgvuldigheidsbeginsel =
o Procedureel: overheid moet met kennis van zaken beslissen
o Inhoudelijk: overheid moet alle betrokken belangen zorgvuldig beoordelen
zodat particuliere belangen niet onnodig worden geschaad
- Gelijkheidsbeginsel = gelijke situaties gelijk behandelen
o Individuele beslissingen:
Gebonden bevoegdheid (wet of interpretatie)
Discretionaire bevoegdheid: rechtsregels gelijk toepassen voor
personen die zich in gelijkaardige situatie bevinden
o Reglementaire beslissingen: enkel afwijkende regelgeving bij voldoen van
4 vw:
Objectief criterium
Redelijk verantwoord (wettig doel)
Nagestreefde doel wordt bereikt met beslissing
Nagestreefde doel staat in redelijke verhouding met ongelijke
behandeling
- Rechtszekerheidsbeginsel:
o Burger rechtszekerheid geven over zijn rechtspositie
Bescherming tegen onduidelijke regels, onvoorspelbaar bestuur en
willekeurige wijzigingen
o Van toepassing bij individuele en reglementaire beslissingen
o Rechtsregels moeten kenbaar, duidelijk en voorzienbaar zijn
o Standvastigheid bestuur (consistent handelen)
- Vertrouwensbeginsel = enger begrip vh rechtszekerheidsbeginsel
o Bescherming vd verwachtingen die de overheid zelf wekt
o Enkel van toepassing bij individuele beslissingen
o Het beschermt de burger tegen intrekking van een voordeel dat het
bestuur hem toekende bij vergissing, indien het vetrouwen redelijk was.
De intrekking kan slechts gebeuren met een gewichtige