(student)
TAALONTWIKKELING
Aantekeningen
1
,Inhoud
Leerdoelen..............................................................................................................................................3
Les 1, leerdoel 1 en 3..............................................................................................................................4
Les 2, leerdoel 6 en 7..............................................................................................................................9
Les 3, leerdoel 6 en 7............................................................................................................................10
Les 4, leerdoel 1 en 6............................................................................................................................11
Les 5, leerdoel 2 en 4............................................................................................................................19
Les 7, leerdoel 5 en 8............................................................................................................................26
2
, Leerdoelen
1 De student beschrijft de normale taalontwikkeling van 0 – 10 jaar en past deze kennis toe in
casuïstiek.
1. De student benoemt tenminste vier kenmerken van de prelinguale periode van de taalontwikkeling
1
1. De student benoemt tenminste vier kenmerken van de vroeglinguale periode van de
2 taalontwikkeling
1. De student benoemt tenminste vier kenmerken van de differentiatiefase van de taalontwikkeling
3
1. De student benoemt tenminste vier kenmerken van de voltooiingsfase van de taalontwikkeling
4
1. De student beschrijft de fonologische ontwikkeling van 0-10 jaar
5
1. De student beschrijf de semantische ontwikkeling van 0-10 jaar
6
1. De student beschrijft de morfosyntactische ontwikkeling van 0-10 jaar
7
1. De student beschrijft de pragmatische ontwikkeling van 0-10 jaar
8
1. De student beredeneert op basis van een taalsample en/of geluidsfragment in welke fase van de
9
2 De student beschrijft de normale meertalige ontwikkeling van 0 – 10 jaar en past deze kennis toe in
casuïstiek.
2. De student legt het verschil uit tussen standaardtaal, dialect en taalvarianten
1
2. De student beschrijft de meertalige ontwikkeling bij successieve meertaligheid
2
2. De student beschrijft de meertalige ontwikkeling bij simultane meertaligheid
3
2. De student herkent op basis van een taalsample en/of geluidsfragment tenminste twee
4 verschijnselen die kunnen voorkomen bij de normale meertalige ontwikkeling
3 De student legt uit welke factoren van invloed zijn op het verloop van de taalontwikkeling.
3. De student legt het LAD-mechanisme uit (Schaerlaekens, 2016)
1
3. De student legt uit wat de invloed van taalaanbod, aangeboren taalverwervingsvermogen, leeftijd,
2 cognitieve ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, sensorische vaardigheid en fijn motorische
ontwikkeling is op de taalverwerving.
4 De student geeft ouders advies over voorlezen en taalstimulering.
4. De student legt uit wat het belang is van voorlezen
1
4. De student geeft tenminste drie adviezen aan ouders ten aanzien van het voorlezen
2
4. De student legt uit wat het doel is van het Hanen Ouderprogramma
3
4. De student legt aan ouders uit hoe zij de VAT-principes kunnen toepassen
4
5 De student legt uit wat een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is.
5. De student benoemt tenminste drie kenmerken van een TOS
1
3