Samenvatting
Inhoudsopgave
RECHTSGESCHIEDENIS.......................................................................................................................1
WEEK 1: INLEIDING EN HET ROMEINS RECHT.....................................................................................2
WEEK 2: VROEGE MIDDELEEUWEN..................................................................................................10
WEEK 3: LATERE MIDDELEEUWEN 1100-1500..................................................................................16
WEEK 4: VROEGE MODERNE TIJD....................................................................................................25
WEEK 5: DE MODERNE TIJD (18E EEUW)..........................................................................................32
WEEK 6: NEGENTIENDE EEUW.........................................................................................................43
WEEK 7: SAMENVATTING.................................................................................................................53
WEEK 1: INLEIDING ROMEINS RECHT (27 VC-476 NC)...............................................................................55
WEEK 2: VROEGE MIDDELEEUWEN 467 NC-1100 NC................................................................................57
WEEK 3: LATE MIDDELEEUWEN 1100-1500............................................................................................58
WEEK 4: VROEGE MODERNE TIJD 1500-1800..........................................................................................60
WEEK 5: MODERNE TIJD 1800-1900.....................................................................................................61
WEEK 6: 19E EEUW (1900).................................................................................................................63
,Week 1: inleiding en het Romeins recht
Jaartallen overzicht
Jaartal Gebeurtenis Uitleg
750 VC-509 VC Koningstijd
509 VC- 27 VC Republiek
450 VC Wet der Twaalf Bevolking heeft geëist
Tafelen dat het recht wordt
opgeschreven dit is
de wet der 12 tafelen
(451/450 VCHR).
Het geeft een bredere
bekendheid met het
recht. De wet der Twaalf
Tafelen verplicht partijen
te verschijnen.
Procesvoering op grond
van de voorwaarden in
een wet, bv. de Wet der
XII Tafelen (‘legis actio’
= rechtsmiddel op grond
van de wet, zie TH, p.
15)
367 VC Preator belast met Praetor: In 367 VCHR is
rechtsbedeling de praetor ingesteld.
Een praetor is een door
de overheid aangestelde
ambt. Deze persoon
bepaald wanneer je een
procedure kan volgen.
Hij maakt zelf een
formule op basis van
regels. De Praetor wordt
aangesteld voor één
jaar.
Er is een procedure voor
de praetor die kijkt welk
rechtsmiddel die kan
verschaffen en maakt
een formule. Hier gaat
het om het recht. Dit is
de eerste fase.
Praetor verleent toegang
, door rechtsmiddelen
(acties, ‘actiones’) toe te
kennen, rechter (iudex)
beslist inhoudelijk over
het geschil door
getuigen te horen et
cetera
Op een gegeven
moment gaat de praetor
zelf eigen
rechtsmiddelen maken,
gesteld in zogenaamde
‘formules’ (formula)
Opeenvolgende
praetoren kunnen
‘formules’ van
voorgangers overnemen
in hun edict
Na 242 VC Recht gemeen aan Praetor ‘creëert’
alle volkeren (ius “volkenrecht” (ius
gentium) gentium) vanaf 242 voor
Christus
- Van toepassing op
Romeinse burgers en
‘vreemdelingen’
(peregrini) in het
Romeinse rijk en
daarbuiten
- Ius gentium
geconcipieerd als
‘universeel’,’algemeen
geldend’ bv. door Gaius
(Instituten 1,1)
- Gerelateerd aan
‘natuurrecht’ (ius
naturale, in de betekenis
van ‘vanzelfsprekend
recht’) bv. door Gaius en
Ulpianus
27 VC Keizertijd
Vanaf 27 VC De Romeinse Keizer ‘Grootheid van het
Romeinse rijk,
verpersoonlijkt in de
keizerlijke ‘autoriteit’
(auctoritas)
, - Keizer ook aparte
rechtsbron met veel
auctoritas
- Neemt de vorm van
recht van de praetor en
de juristen over
- hij beslist in individuele
gevallen
(rescripten/decreten) =
responsa.
hier paste hij algemene
regels in edicten toe.
101 NC – 200 NC Instituten van Gaius Keizer Gaius maakte
systematische opgezette
leerboeken genaamd
‘instituten’. Deze was
verdeeld in drie delen. 1)
the law of persons 2) the
law of things 3) the law
of actions.
212 NC Edict van Caracalla Elke vrije inwoner van
het RR wordt Romeins
burger middels het edict
van Caracalla.
Ulpianus, Het Edict van
de praetor 22, Digesten
1,5,17: Zij die in het
Romeinse rijk wonen,
zijn uit hoofde van keizer
Antoninus Caracalla
Romeinse burgers
geworden (vert. J.E.
Spruit c.s.).
De verschillen die er zijn
tussen ‘centraal’
Romeins recht en
‘lokaal’ recht van
bijvoorbeeld steden
blijven bestaan als
‘gewoonterecht’.
Vanaf 300 en 400 NC Politieke en
economische crisis
395 NC Splitsing RR Er komt een splitsing in
het RR, die word
onderverdeeld in West