DEEL 1. DEFINITIE
HOOFDSTUK 1. BEGRIP
- Strafprocesrecht = formeel strafrecht = strafrechtspleging = strafvordering
- De praktische toepassing van het materieel strafrecht kan slechts worden gerealiseerd via het
strafprocesrecht.
- Strafprocesrecht = het geheel der rechtsregels betreffende de opsporing, vervolging en
berechting van personen die ervan verdacht worden een misdrijf te hebben gepleegd:
o Scenario’s en vormvoorschriften die moeten worden gevolgd
o Rechtspositie van de verschillende betrokken personen
o Regels m.b.t. organisatie en werking van de strafgerechten
o Regels m.b.t. tenuitvoerlegging van de beslissingen van die gerechten
- In het strafprocesrecht wordt het materieel strafrecht gerealiseerd. Materieel strafrecht bestaat
immers niet zonder het strafprocesrecht, aangezien de praktische toepassing van het materieel
strafrecht, nl. de berechting en de eventuele bestraffing van de dader(s) van een misdrijf, slechts
via het strafprocesrecht kan worden bewerkstelligd.
HOOFDSTUK 2. MATERIEEL VS. FORMEEL STRAFRECHT
AFDELING 1. PERSONEN TOT WIE DE REGELS GERICHT ZIJN
- Regels van materieel strafrecht zijn tot de gehele bevolking gericht, burgers én overheid
inbegrepen.
- Regels van strafprocesrecht richten zich in eerste plaats tot de overheid. Het is slechts
uitzonderlijk dat de gewone burger met de regels van het strafprocesrecht te maken zal krijgen.
- In de eerste plaats de overheid (politie, magistratuur)
o M.a.w. tot de personen die met de toepassing van het strafprocesrecht belast zijn.
o Dit heeft te maken met het inquisitoir karakter van het strafprocesrecht:
§ Strafproces = proces tussen gemeenschap (vertegenwoordigd door het OM) en
verdachte; eerder dan als een proces tussen partijen (slachtoffer vs. verdachte, of
‘staat’ vs. verdachte).
- Uitzonderlijk: de burger
o Bijv. een verdachte, een getuige, degene bij wie een onderzoeksmaatregel wordt
uitgevoerd (bijv. een huiszoeking, een telefoontap…), het slachtoffer.
AFDELING 2. INHOUD VAN DE REGELS
- Hebben niet de ‘vanzelfsprekendheid’ van het materieel strafrecht
o In grote mate bestaat er maatschappelijke consensus over de inhoud van het materieel
strafrecht.
o Dat getuigen ter terechtzitting moeten worden beëdigd, dat de strafvordering verjaart na
verloop van een zekere tijdspanne of dat de huiszoeking in principe nooit ’s nachts kan
worden uitgevoerd, is op zichzelf niet evident.
o >< materieel strafrecht: dat men niet mag doden, slaan of stelen en dat poging of
deelneming aan deze daden op enigerlei wijze moet kunnen worden bestraft, komt als vrij
vanzelfsprekend over.
- ‘Spelregels’ waarover kan gediscussieerd worden
- Berusten vaak op het onderling afwegen van verschillende belangen (waarheidsvinding versus de
bescherming van fundamentele rechten van eenieder)
1
,AFDELING 3. DE SANCTIONERING VAN DE SCHENDING DER REGELS VAN
RESPECTIEVELIJK MATERIEEL EN FORMEEL STRAFRECHT
- Materieel strafrecht: op elk misdrijf staat een straf
- Strafprocesrecht: de precieze processuele sanctie varieert naargelang de norm en is veelal niet
op voorhand bij wet bepaald
o Soms nietigheid
§ Bijv. een niet-gedagtekende dagvaarding is nietig; als deze nietigheid niet tijdig is
opgeworpen en pas blijkt wanneer de procedure zich reeds in een vergevorderd
stadium bevindt, dan is heel de procedure nietig.
o Soms gevolgen op vlak van bewijsvoering
§ Bijv. de rechter mag in sommige gevallen geen acht slaan op een onrechtmatig
verkregen bewijsstuk (bijv. een bekentenis die werd verkregen met miskenning
van de rechten van de verdediging), ook al beantwoordt dit bewijs inhoudelijk aan
de waarheid.
o Soms onontvankelijkheid van de strafvordering
§ Bijv. wanneer het OM er niet in slaagt heel het strafproces binnen de
verjaringstermijn te doen afwikkelen, zal de strafvordering, na verloop van de
verjaringstermijn, vervallen zijn. Dit verval sanctioneert het ‘stilzitten’ van het
parket.
o Soms is er geen sanctie
§ In vele gevallen wordt de niet-naleving van bepaalde procedurevoorschriften
helemaal niet gesanctioneerd, doordat het HvC vandaag met toepassing van art.
32 V.T. Sv. oordeelt dat de betrokken voorschriften niet op straffe van nietigheid
zijn voorgeschreven.
o Dikwijls onzeker
§ Bijv. er bestond lange tijd onzekerheid over het gevolg dat moest worden
vastgeknoopt aan de overschrijding van de ‘redelijke termijn’ van art. 6 EVRM,
krachtens welk eenieder recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van
zijn zaak binnen een redelijke termijn.
Volgens sommigen was bij overschrijding van de redelijke termijn de strafvordering
onontvankelijk, dar waar anderen van oordeel waren dat kon worden volstaan met
strafvermindering.
HOOFDSTUK 3. DOELSTELLINGEN VAN HET STRAFPROCES
In het strafprocesrecht staan verschillende belangen tegenover elkaar: het belang van de gemeenschap
(bestraffing van de criminaliteit), dat van het slachtoffer (schadevergoeding), en dat van de verdachte
(eerlijk proces).
Hoewel het strafproces in principe de ontdekking van de waarheid tot doel heeft, mag deze
waarheidsvinding echter niet tot stand komen met miskenning van de individuele grondrechten.
Hiervoor heeft het strafprocesrecht een dubbele finaliteit: enerzijds de waarheidsvinding, anderzijds de
bescherming van de individuele grondrechten. Het is de taak van het strafprocesrecht deze, vaak
tegenstrijdige belangen met elkaar te verzoenen.
AFDELING 1. WAARHEIDSVINDING
- Strafrecht maakt deel uit van het publiek recht: het conflict dat ontstaat ten gevolge van het
plegen van het strafbaar feit wordt gezien als een conflict tussen de gemeenschap en de dader,
niet als een conflict tussen dader en slachtoffer.
- De regels van het strafprocesrecht zijn in eerste plaats toegeschreven naar de personen die met
de toepassing van deze regels belast zijn, nl. de politie, het parket en de rechters.
- De taak van de advocaat van de verdachte in de strafprocedure bestaat er dan ook vnl. in erop
toe te zien dat deze regels in de praktijk worden gerespecteerd.
2
,AFDELING 2. BESCHERMING VAN DE INDIVIDUELE GRONDRECHTEN
- Niet alleen ten voordele van de verdachte, maar ten voordele van eenieder.
- I.k.v. de waarheidsvinding worden aan de overheid belangrijke bevoegdheden toegekend die een
verregaande beperking van bepaalde grondrechten kunnen inhouden.
o Bijv. schending van privacy (huiszoeking, observatie met technische hulpmiddelen (bijv.
verborgen camera’s, infrarood camera’s), het gebruik van infiltranten, inkijkoperaties),
schending van het briefgeheim, van het telefoongeheim en van het eigendomsrecht
(inbeslagname)
- Deze bevoegdheden bestaan niet enkel t.a.v. personen die ervan verdacht worden een misdrijf
te hebben gepleegd, maar ook t.a.v. derden.
o Omdat elke burger hiermee potentieel kan worden geconfronteerd, is het hier beschermde
belang ruimer dan het loutere ‘rechten van de verdediging’ in strafzaken, nl. de rechten
die specifiek gelden t.a.v. de persoon die vervolgd wordt wegens een misdrijf.
- Wanneer een persoon wordt vervolgd wegens een misdrijf, geniet hij van een complex van
grondrechten dat onder de verzamelnaam ‘rechten van de verdediging’ wordt aangeduid. In het
Belgisch strafprocesrecht komt geen systematische regeling van de rechten voor.
De voornaamste rechtsbron wordt gevormd door art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR, waardoor een
aantal rechten van de verdediging worden gewaarborgd. Deze rechten omvatten o.m. het recht
op toegang tot een onafhankelijk en onpartijdig rechter, het recht op een eerlijke bewijsvoering,
het recht op bijstand van een raadsman…
AFDELING 3. ONDERLINGE AFWEGING VAN WAARHEIDSVINDING EN INDIVIDUELE
GRONDRECHTEN
- Oorspronkelijk: alleen wettelijkheidsvereiste
- Later (met het EVRM): ook inhoudelijke vereisten
o De belangen van de burger en de verdachte wegen meer door
o Concrete afweging moet gebeuren door de rechtspraak
§ Slingerbeweging: waar oorspronkelijk het belang van de waarheidsvinding over het
algemeen scheen te primeren, is sinds de jaren ’60, onder invloed van de
internationale ontwikkeling van de mensenrechten, het belang van de bescherming
van grondrechten meer centraal komen te staan.
- Bijv. het is voor de vrijheidsberoving niet voldoende dat zij op wettelijke basis berust en bevolen
wordt door een rechter; vrijheidsberoving is slechts in welbepaalde gevallen mogelijk en de
persoon die van zijn vrijheid werd beroofd heeft recht op een aantal minimumwaarborgen.
- Bijv. huiszoeking: het feit dat de onderzoeksrechter een huiszoekingsbevel uitvaardigt, volstaat
niet om het recht op privacy aan te tasten. Het EHRM eist dat het huiszoekingsbevel voldoende
is gemotiveerd, zodat politieambtenaren weten welke voorwerpen zij in beslag moeten nemen.
3
, DEEL 2. ACCUSATOIR VS. INQUISITOIR
Principe
è Het gaat over een term die we gebruiken om een bepaalde vorm van poriestructuur te gaan
beschrijven waarbij we een onderscheid maken tussen de accusatoire processtelsels en in grote
lijnen gaat het ook over het onderscheid tussen het common law-systeem en het continentale
rechtssysteem
è Bijv. onderscheid tussen Amerikaanse rechtssysteem en het Belgische rechtssysteem of de
meeste continentale landen in Europa, dan zien we een onderscheid dat min of meer terug te
brengen is tussen eerder typisch accusatoir systeem dan het Amerikaanse in dit geval of een
eerder inquisitoir in dit geval het Belgische.
è Als men zegt continentaal, dan is het niet uitgesloten dat op het continent er landen zijn waar er
accusatoire kenmerken in de procedure terug te vinden zijn of waar we in grote lijnen een
accusatoir systeem hebben (bijv. Italië heeft gekozen voor een accusatoir systeem).
è Nuance: als we spreken over een inquisitoir systeem, is er eigenlijk nergens meer spraken in de
strikte zin van het woord. Inquisitoire, het geheime proces, bestaat als dusdanig niet meer in die
zin dat wij in België en andere Europese landen werken met een gecombineerd systeem.
We hebben een vooronderzoek dat gekenmerkt wordt door inquisitoire kenmerken, maar aan
andere kant hebben we een procedure ten gronde waar de procedure accusatoir verloopt, nl.
openbaar.
è In grote lijnen kan men vaststellen dat die twee processtelsel in hun strikte benadering lijnrecht
t.o.v. elkaar staan. Aan de ene kant heeft men een vrij open processtelsel heeft en aan de andere
kant een vrij gesloten processtelsel. De kenmerken zijn elkaars tegenpolen.
Horizontale vs. Verticale processtructuur
- Accusatoire = horizontale processtructuur
o Aanklager en verdediging op gelijke voet
§ Aan de ene kant heeft men de openbare aanklager (die opkomt voor de belangen
van de maatschappij) en aan de andere kant heeft men de verdediging (want een
strafproces is in wezen een proces tussen de maatschappij en de beklaagde
(verdediging)).
§ Doorheen het volledige proces staan deze procespartijen op gelijke voet.
§ Ze hebben dat proces ook zelf in handen.
o De partijen hebben het proces volledig in handen en bepalen welke
onderzoeksverrichtingen zullen plaatsvinden
§ Alle onderzoeksverrichtingen geschieden tegensprekelijk
§ Bijv. getuigen worden gehoord ter terechtzitting; dus niet het systeem waarbij
getuigen tijdens een vooronderzoek worden gehoord op niet-tegensprekelijke wijze
waarbij de verdediging niet eens op de hoogte is dat een getuige wordt gehoord.
§ Ter terechtzitting, bij het proces voor de rechter, moeten alle bewijzen worden
opgeleverd.
o Passieve rol van de rechter: toezien dat procedure correct verloopt
§ De rechter is een soort scheidsrechter die erop toeziet dat wat de partijen doen
eerlijk gebeurd, dat alles correct verloopt.
§ De rechter zal zelf bijv. geen onderzoekshandelingen bevelen of doen uitvoeren,
hij zal enkel de partijen aanhoren waarbij de beide partijen gelijke kansen krijgen,
zelf onderzoekshandelingen kunnen verrichten en de bewijzen daarvan voorleggen
ter terechtzitting.
§ Strikt genomen zijn de partijen ook zelf verantwoordelijk voor het zoeken van
bewijzen.
o Volledige openbaarheid van het proces
- Inquisitoir = verticale processtructuur
4
HOOFDSTUK 1. BEGRIP
- Strafprocesrecht = formeel strafrecht = strafrechtspleging = strafvordering
- De praktische toepassing van het materieel strafrecht kan slechts worden gerealiseerd via het
strafprocesrecht.
- Strafprocesrecht = het geheel der rechtsregels betreffende de opsporing, vervolging en
berechting van personen die ervan verdacht worden een misdrijf te hebben gepleegd:
o Scenario’s en vormvoorschriften die moeten worden gevolgd
o Rechtspositie van de verschillende betrokken personen
o Regels m.b.t. organisatie en werking van de strafgerechten
o Regels m.b.t. tenuitvoerlegging van de beslissingen van die gerechten
- In het strafprocesrecht wordt het materieel strafrecht gerealiseerd. Materieel strafrecht bestaat
immers niet zonder het strafprocesrecht, aangezien de praktische toepassing van het materieel
strafrecht, nl. de berechting en de eventuele bestraffing van de dader(s) van een misdrijf, slechts
via het strafprocesrecht kan worden bewerkstelligd.
HOOFDSTUK 2. MATERIEEL VS. FORMEEL STRAFRECHT
AFDELING 1. PERSONEN TOT WIE DE REGELS GERICHT ZIJN
- Regels van materieel strafrecht zijn tot de gehele bevolking gericht, burgers én overheid
inbegrepen.
- Regels van strafprocesrecht richten zich in eerste plaats tot de overheid. Het is slechts
uitzonderlijk dat de gewone burger met de regels van het strafprocesrecht te maken zal krijgen.
- In de eerste plaats de overheid (politie, magistratuur)
o M.a.w. tot de personen die met de toepassing van het strafprocesrecht belast zijn.
o Dit heeft te maken met het inquisitoir karakter van het strafprocesrecht:
§ Strafproces = proces tussen gemeenschap (vertegenwoordigd door het OM) en
verdachte; eerder dan als een proces tussen partijen (slachtoffer vs. verdachte, of
‘staat’ vs. verdachte).
- Uitzonderlijk: de burger
o Bijv. een verdachte, een getuige, degene bij wie een onderzoeksmaatregel wordt
uitgevoerd (bijv. een huiszoeking, een telefoontap…), het slachtoffer.
AFDELING 2. INHOUD VAN DE REGELS
- Hebben niet de ‘vanzelfsprekendheid’ van het materieel strafrecht
o In grote mate bestaat er maatschappelijke consensus over de inhoud van het materieel
strafrecht.
o Dat getuigen ter terechtzitting moeten worden beëdigd, dat de strafvordering verjaart na
verloop van een zekere tijdspanne of dat de huiszoeking in principe nooit ’s nachts kan
worden uitgevoerd, is op zichzelf niet evident.
o >< materieel strafrecht: dat men niet mag doden, slaan of stelen en dat poging of
deelneming aan deze daden op enigerlei wijze moet kunnen worden bestraft, komt als vrij
vanzelfsprekend over.
- ‘Spelregels’ waarover kan gediscussieerd worden
- Berusten vaak op het onderling afwegen van verschillende belangen (waarheidsvinding versus de
bescherming van fundamentele rechten van eenieder)
1
,AFDELING 3. DE SANCTIONERING VAN DE SCHENDING DER REGELS VAN
RESPECTIEVELIJK MATERIEEL EN FORMEEL STRAFRECHT
- Materieel strafrecht: op elk misdrijf staat een straf
- Strafprocesrecht: de precieze processuele sanctie varieert naargelang de norm en is veelal niet
op voorhand bij wet bepaald
o Soms nietigheid
§ Bijv. een niet-gedagtekende dagvaarding is nietig; als deze nietigheid niet tijdig is
opgeworpen en pas blijkt wanneer de procedure zich reeds in een vergevorderd
stadium bevindt, dan is heel de procedure nietig.
o Soms gevolgen op vlak van bewijsvoering
§ Bijv. de rechter mag in sommige gevallen geen acht slaan op een onrechtmatig
verkregen bewijsstuk (bijv. een bekentenis die werd verkregen met miskenning
van de rechten van de verdediging), ook al beantwoordt dit bewijs inhoudelijk aan
de waarheid.
o Soms onontvankelijkheid van de strafvordering
§ Bijv. wanneer het OM er niet in slaagt heel het strafproces binnen de
verjaringstermijn te doen afwikkelen, zal de strafvordering, na verloop van de
verjaringstermijn, vervallen zijn. Dit verval sanctioneert het ‘stilzitten’ van het
parket.
o Soms is er geen sanctie
§ In vele gevallen wordt de niet-naleving van bepaalde procedurevoorschriften
helemaal niet gesanctioneerd, doordat het HvC vandaag met toepassing van art.
32 V.T. Sv. oordeelt dat de betrokken voorschriften niet op straffe van nietigheid
zijn voorgeschreven.
o Dikwijls onzeker
§ Bijv. er bestond lange tijd onzekerheid over het gevolg dat moest worden
vastgeknoopt aan de overschrijding van de ‘redelijke termijn’ van art. 6 EVRM,
krachtens welk eenieder recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van
zijn zaak binnen een redelijke termijn.
Volgens sommigen was bij overschrijding van de redelijke termijn de strafvordering
onontvankelijk, dar waar anderen van oordeel waren dat kon worden volstaan met
strafvermindering.
HOOFDSTUK 3. DOELSTELLINGEN VAN HET STRAFPROCES
In het strafprocesrecht staan verschillende belangen tegenover elkaar: het belang van de gemeenschap
(bestraffing van de criminaliteit), dat van het slachtoffer (schadevergoeding), en dat van de verdachte
(eerlijk proces).
Hoewel het strafproces in principe de ontdekking van de waarheid tot doel heeft, mag deze
waarheidsvinding echter niet tot stand komen met miskenning van de individuele grondrechten.
Hiervoor heeft het strafprocesrecht een dubbele finaliteit: enerzijds de waarheidsvinding, anderzijds de
bescherming van de individuele grondrechten. Het is de taak van het strafprocesrecht deze, vaak
tegenstrijdige belangen met elkaar te verzoenen.
AFDELING 1. WAARHEIDSVINDING
- Strafrecht maakt deel uit van het publiek recht: het conflict dat ontstaat ten gevolge van het
plegen van het strafbaar feit wordt gezien als een conflict tussen de gemeenschap en de dader,
niet als een conflict tussen dader en slachtoffer.
- De regels van het strafprocesrecht zijn in eerste plaats toegeschreven naar de personen die met
de toepassing van deze regels belast zijn, nl. de politie, het parket en de rechters.
- De taak van de advocaat van de verdachte in de strafprocedure bestaat er dan ook vnl. in erop
toe te zien dat deze regels in de praktijk worden gerespecteerd.
2
,AFDELING 2. BESCHERMING VAN DE INDIVIDUELE GRONDRECHTEN
- Niet alleen ten voordele van de verdachte, maar ten voordele van eenieder.
- I.k.v. de waarheidsvinding worden aan de overheid belangrijke bevoegdheden toegekend die een
verregaande beperking van bepaalde grondrechten kunnen inhouden.
o Bijv. schending van privacy (huiszoeking, observatie met technische hulpmiddelen (bijv.
verborgen camera’s, infrarood camera’s), het gebruik van infiltranten, inkijkoperaties),
schending van het briefgeheim, van het telefoongeheim en van het eigendomsrecht
(inbeslagname)
- Deze bevoegdheden bestaan niet enkel t.a.v. personen die ervan verdacht worden een misdrijf
te hebben gepleegd, maar ook t.a.v. derden.
o Omdat elke burger hiermee potentieel kan worden geconfronteerd, is het hier beschermde
belang ruimer dan het loutere ‘rechten van de verdediging’ in strafzaken, nl. de rechten
die specifiek gelden t.a.v. de persoon die vervolgd wordt wegens een misdrijf.
- Wanneer een persoon wordt vervolgd wegens een misdrijf, geniet hij van een complex van
grondrechten dat onder de verzamelnaam ‘rechten van de verdediging’ wordt aangeduid. In het
Belgisch strafprocesrecht komt geen systematische regeling van de rechten voor.
De voornaamste rechtsbron wordt gevormd door art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR, waardoor een
aantal rechten van de verdediging worden gewaarborgd. Deze rechten omvatten o.m. het recht
op toegang tot een onafhankelijk en onpartijdig rechter, het recht op een eerlijke bewijsvoering,
het recht op bijstand van een raadsman…
AFDELING 3. ONDERLINGE AFWEGING VAN WAARHEIDSVINDING EN INDIVIDUELE
GRONDRECHTEN
- Oorspronkelijk: alleen wettelijkheidsvereiste
- Later (met het EVRM): ook inhoudelijke vereisten
o De belangen van de burger en de verdachte wegen meer door
o Concrete afweging moet gebeuren door de rechtspraak
§ Slingerbeweging: waar oorspronkelijk het belang van de waarheidsvinding over het
algemeen scheen te primeren, is sinds de jaren ’60, onder invloed van de
internationale ontwikkeling van de mensenrechten, het belang van de bescherming
van grondrechten meer centraal komen te staan.
- Bijv. het is voor de vrijheidsberoving niet voldoende dat zij op wettelijke basis berust en bevolen
wordt door een rechter; vrijheidsberoving is slechts in welbepaalde gevallen mogelijk en de
persoon die van zijn vrijheid werd beroofd heeft recht op een aantal minimumwaarborgen.
- Bijv. huiszoeking: het feit dat de onderzoeksrechter een huiszoekingsbevel uitvaardigt, volstaat
niet om het recht op privacy aan te tasten. Het EHRM eist dat het huiszoekingsbevel voldoende
is gemotiveerd, zodat politieambtenaren weten welke voorwerpen zij in beslag moeten nemen.
3
, DEEL 2. ACCUSATOIR VS. INQUISITOIR
Principe
è Het gaat over een term die we gebruiken om een bepaalde vorm van poriestructuur te gaan
beschrijven waarbij we een onderscheid maken tussen de accusatoire processtelsels en in grote
lijnen gaat het ook over het onderscheid tussen het common law-systeem en het continentale
rechtssysteem
è Bijv. onderscheid tussen Amerikaanse rechtssysteem en het Belgische rechtssysteem of de
meeste continentale landen in Europa, dan zien we een onderscheid dat min of meer terug te
brengen is tussen eerder typisch accusatoir systeem dan het Amerikaanse in dit geval of een
eerder inquisitoir in dit geval het Belgische.
è Als men zegt continentaal, dan is het niet uitgesloten dat op het continent er landen zijn waar er
accusatoire kenmerken in de procedure terug te vinden zijn of waar we in grote lijnen een
accusatoir systeem hebben (bijv. Italië heeft gekozen voor een accusatoir systeem).
è Nuance: als we spreken over een inquisitoir systeem, is er eigenlijk nergens meer spraken in de
strikte zin van het woord. Inquisitoire, het geheime proces, bestaat als dusdanig niet meer in die
zin dat wij in België en andere Europese landen werken met een gecombineerd systeem.
We hebben een vooronderzoek dat gekenmerkt wordt door inquisitoire kenmerken, maar aan
andere kant hebben we een procedure ten gronde waar de procedure accusatoir verloopt, nl.
openbaar.
è In grote lijnen kan men vaststellen dat die twee processtelsel in hun strikte benadering lijnrecht
t.o.v. elkaar staan. Aan de ene kant heeft men een vrij open processtelsel heeft en aan de andere
kant een vrij gesloten processtelsel. De kenmerken zijn elkaars tegenpolen.
Horizontale vs. Verticale processtructuur
- Accusatoire = horizontale processtructuur
o Aanklager en verdediging op gelijke voet
§ Aan de ene kant heeft men de openbare aanklager (die opkomt voor de belangen
van de maatschappij) en aan de andere kant heeft men de verdediging (want een
strafproces is in wezen een proces tussen de maatschappij en de beklaagde
(verdediging)).
§ Doorheen het volledige proces staan deze procespartijen op gelijke voet.
§ Ze hebben dat proces ook zelf in handen.
o De partijen hebben het proces volledig in handen en bepalen welke
onderzoeksverrichtingen zullen plaatsvinden
§ Alle onderzoeksverrichtingen geschieden tegensprekelijk
§ Bijv. getuigen worden gehoord ter terechtzitting; dus niet het systeem waarbij
getuigen tijdens een vooronderzoek worden gehoord op niet-tegensprekelijke wijze
waarbij de verdediging niet eens op de hoogte is dat een getuige wordt gehoord.
§ Ter terechtzitting, bij het proces voor de rechter, moeten alle bewijzen worden
opgeleverd.
o Passieve rol van de rechter: toezien dat procedure correct verloopt
§ De rechter is een soort scheidsrechter die erop toeziet dat wat de partijen doen
eerlijk gebeurd, dat alles correct verloopt.
§ De rechter zal zelf bijv. geen onderzoekshandelingen bevelen of doen uitvoeren,
hij zal enkel de partijen aanhoren waarbij de beide partijen gelijke kansen krijgen,
zelf onderzoekshandelingen kunnen verrichten en de bewijzen daarvan voorleggen
ter terechtzitting.
§ Strikt genomen zijn de partijen ook zelf verantwoordelijk voor het zoeken van
bewijzen.
o Volledige openbaarheid van het proces
- Inquisitoir = verticale processtructuur
4