lOMoARcPSD|47729690
Gedragsneurowetenschap samenvatting
Gedragsneurowetenschappen (Thomas More)
Scan to open on Studocu
Studocu is not sponsored or endorsed by any college or university
Downloaded by NasaAli Ali ()
, lOMoARcPSD|47729690
H1
Gedragsneurowetenschap
Wat is het?: Gedragsneurowetenschap bestudeert gedrag (zoals praten, zitten, lopen)
door te kijken naar hoe de hersenen werken. Het probeert te begrijpen hoe onze
hersenen ervoor zorgen dat we dingen doen.
Hersenen en de omgeving: De hersenen staan voortdurend in contact met de
omgeving. Onze zintuigen (zoals ogen, oren, neus) zijn de manier waarop de hersenen
informatie van de buitenwereld ontvangen.
o Zintuigen: Dit zijn eigenlijk de "mond" van de hersenen. Ze sturen informatie
door naar de hersenen, zodat we weten wat er om ons heen gebeurt.
Zenuwen en acties: Zenuwen zijn verbonden met de hersenen. Ze zorgen ervoor dat
we iets doen, zoals bewegen of reageren.
o Voorbeeld: Als je een heet voorwerp aanraakt, sturen je zenuwen een bericht
naar de hersenen om je hand weg te trekken.
2. Info-verwerking van de hersenen is gelimiteerd
Hoofdgedachte: Het menselijk brein verwerkt informatie die we via onze zintuigen
binnenkrijgen.
Info-verwerking v/d brein afhankelijk van wat zich in de omgeving speelt.
Multi-tasking: Dit houdt in dat we soms meerdere taken tegelijk proberen uit te voeren,
maar het brein kan niet onbeperkt informatie verwerken. Hoe meer taken, hoe minder goed de
hersenen functioneren bij elk ervan.
Beperkte verwerkingscapaciteit: Het brein heeft een limiet aan hoeveel informatie het
tegelijkertijd kan verwerken.
Voorbeeld: Als je probeert te studeren terwijl je tv kijkt, is het moeilijk om je volledig op je
studie te concentreren omdat je hersenen verdeelde aandacht hebben
Hiërarchische organisatie van biologische systemen
De systeembiologie verdeelt de natuur in verschillende niveaus. Alles begint bij
kleine deeltjes zoals atomen, die samen moleculen vormen. Moleculen vormen
organellen, die weer deel uitmaken van cellen, en zo verder. Dit gaat door tot de
grootste eenheid: het ecosysteem.
De hersenen zijn een belangrijk onderdeel van dit systeem. Het zenuwstelsel bestaat
uit verschillende niveaus die samen zorgen voor onze gedragsfuncties.
Downloaded by NasaAli Ali ()
, lOMoARcPSD|47729690
Voorbeeld: Denk aan een huis dat is opgebouwd uit bakstenen. Eerst heb je losse
stenen (atomen), dan worden ze samengevoegd tot muren (cellen), en uiteindelijk krijg
je een heel huis (het lichaam).
3. Conceptueel biopsychosociaal kader van hersenen en gedrag
Dit model legt uit hoe verschillende processen samenwerken om gedrag te beïnvloeden.
Endogene processen: Dit zijn processen die van binnen in het lichaam en de hersenen
plaatsvinden.
o Voorbeeld: Je bloeddruk stijgt als je nerveus bent.
Exogene processen: Dit zijn processen die plaatsvinden in de omgeving, buiten het
lichaam.
o Voorbeeld: Het geluid van een auto dat je oren bereikt en je dwingt opzij te
stappen.
Het lichaam als tussenschakel: Het lichaam is de belangrijkste verbinding tussen wat
er in de hersenen gebeurt en wat er in de buitenwereld gebeurt. Het ontvangt
informatie van buitenaf en stuurt die naar de hersenen, en omgekeerd.
Tijd: Gedrag en hersenfuncties veranderen in de loop van de tijd door ervaring,
veroudering of leren.
4. Neuronen en hun functie
Neuronen: Dit zijn de bouwstenen van het zenuwstelsel en vormen de basis van hoe
de hersenen werken. Het menselijk brein bevat ongeveer 100 miljard neuronen.
o Cellulaire neurofysiologie: Neuronen werken op cellulair niveau, waarbij
elektrische signalen worden doorgegeven om informatie te verplaatsen.
Neurale circuits: Neuronen vormen samen een netwerk van verbindingen, die
we neurale circuits noemen. Deze circuits maken communicatie binnen de hersenen
mogelijk.
o Voorbeeld: Een hersenscan (zoals een MRI) kan deze neurale circuits
zichtbaar maken.
5. Hersenen en het zenuwstelsel
Hersenen: Ze sturen informatie naar het zenuwstelsel. Ze geven bijvoorbeeld de
opdracht om te springen, roepen of schrijven.
Zenuwstelsel: Dit is een netwerk van zenuwcellen dat informatie ontvangt, verwerkt
en doorstuurt naar andere delen van het lichaam.
o Voorbeeld: Als je wilt rennen, sturen de hersenen een signaal via het
zenuwstelsel naar je spieren, waardoor je begint te rennen.
6. Gedragsfuncties
Downloaded by NasaAli Ali ()
, lOMoARcPSD|47729690
Gedragsfuncties: Dit zijn functies zoals:
o Beweging (motoriek): Je vermogen om te lopen, rennen of iets te pakken.
o Cognitie: Dit gaat over je denkprocessen, zoals problemen oplossen, plannen
maken en leren.
o Emotie: Hoe je je voelt, zoals blij, verdrietig of boos zijn.
Voorbeeld: Als je een doel hebt om iets te leren, zoals gitaar spelen, zorgen je
gedragsfuncties (beweging om te spelen, cognitie om akkoorden te leren, en emotie
om gemotiveerd te blijven) ervoor dat je dit kunt bereiken.
Viscerale functies: Dit zijn onbewuste processen in het lichaam, zoals ademhalen of
je hartslag. Je hoeft hier niet actief over na te denken, het gebeurt automatisch.
Activiteiten en maatschappelijke participatie
Door gedragsfuncties kunnen we deelnemen aan allerlei dagelijkse activiteiten en aan de
maatschappij. Dit omvat alles van werken, leren, sporten, tot sociale interacties.
Voorbeeld: Als je naar school gaat, gebruik je je cognitieve vaardigheden om te leren,
je motorische vaardigheden om te lopen en schrijven, en je sociale vaardigheden om
met vrienden te praten. Dit alles zorgt ervoor dat je actief kunt deelnemen aan de
samenleving.
5. De rol van tijd in hersenontwikkeling
De hersenen veranderen voortdurend door de tijd heen via drie belangrijke processen:
Fylogenese: Dit beschrijft hoe de hersenen zich door de evolutie heen hebben
ontwikkeld. Hersenen van primitieve organismen zijn veel minder complex dan die
van mensen.
Voorbeeld: De hersenen van een vis zijn eenvoudiger dan die van een mens, omdat ze
zich minder complex hebben ontwikkeld.
Ontogenese: Dit verwijst naar de ontwikkeling van de hersenen gedurende je leven,
van de babyfase tot volwassenheid. Het brein ontwikkelt en groeit voortdurend.
Voorbeeld: Een baby wordt geboren met "feutale" hersenen, die nog verder moeten
ontwikkelen. Door te leren en ervaringen op te doen, groeien en rijpen de hersenen
tijdens je levensloop.
Neuroplasticiteit: Dit betekent dat de hersenen voortdurend veranderen op basis van
ervaring en leren. Elke keer dat je iets nieuws leert of je ergens aanpast, verandert je
brein.
Downloaded by NasaAli Ali ()
Gedragsneurowetenschap samenvatting
Gedragsneurowetenschappen (Thomas More)
Scan to open on Studocu
Studocu is not sponsored or endorsed by any college or university
Downloaded by NasaAli Ali ()
, lOMoARcPSD|47729690
H1
Gedragsneurowetenschap
Wat is het?: Gedragsneurowetenschap bestudeert gedrag (zoals praten, zitten, lopen)
door te kijken naar hoe de hersenen werken. Het probeert te begrijpen hoe onze
hersenen ervoor zorgen dat we dingen doen.
Hersenen en de omgeving: De hersenen staan voortdurend in contact met de
omgeving. Onze zintuigen (zoals ogen, oren, neus) zijn de manier waarop de hersenen
informatie van de buitenwereld ontvangen.
o Zintuigen: Dit zijn eigenlijk de "mond" van de hersenen. Ze sturen informatie
door naar de hersenen, zodat we weten wat er om ons heen gebeurt.
Zenuwen en acties: Zenuwen zijn verbonden met de hersenen. Ze zorgen ervoor dat
we iets doen, zoals bewegen of reageren.
o Voorbeeld: Als je een heet voorwerp aanraakt, sturen je zenuwen een bericht
naar de hersenen om je hand weg te trekken.
2. Info-verwerking van de hersenen is gelimiteerd
Hoofdgedachte: Het menselijk brein verwerkt informatie die we via onze zintuigen
binnenkrijgen.
Info-verwerking v/d brein afhankelijk van wat zich in de omgeving speelt.
Multi-tasking: Dit houdt in dat we soms meerdere taken tegelijk proberen uit te voeren,
maar het brein kan niet onbeperkt informatie verwerken. Hoe meer taken, hoe minder goed de
hersenen functioneren bij elk ervan.
Beperkte verwerkingscapaciteit: Het brein heeft een limiet aan hoeveel informatie het
tegelijkertijd kan verwerken.
Voorbeeld: Als je probeert te studeren terwijl je tv kijkt, is het moeilijk om je volledig op je
studie te concentreren omdat je hersenen verdeelde aandacht hebben
Hiërarchische organisatie van biologische systemen
De systeembiologie verdeelt de natuur in verschillende niveaus. Alles begint bij
kleine deeltjes zoals atomen, die samen moleculen vormen. Moleculen vormen
organellen, die weer deel uitmaken van cellen, en zo verder. Dit gaat door tot de
grootste eenheid: het ecosysteem.
De hersenen zijn een belangrijk onderdeel van dit systeem. Het zenuwstelsel bestaat
uit verschillende niveaus die samen zorgen voor onze gedragsfuncties.
Downloaded by NasaAli Ali ()
, lOMoARcPSD|47729690
Voorbeeld: Denk aan een huis dat is opgebouwd uit bakstenen. Eerst heb je losse
stenen (atomen), dan worden ze samengevoegd tot muren (cellen), en uiteindelijk krijg
je een heel huis (het lichaam).
3. Conceptueel biopsychosociaal kader van hersenen en gedrag
Dit model legt uit hoe verschillende processen samenwerken om gedrag te beïnvloeden.
Endogene processen: Dit zijn processen die van binnen in het lichaam en de hersenen
plaatsvinden.
o Voorbeeld: Je bloeddruk stijgt als je nerveus bent.
Exogene processen: Dit zijn processen die plaatsvinden in de omgeving, buiten het
lichaam.
o Voorbeeld: Het geluid van een auto dat je oren bereikt en je dwingt opzij te
stappen.
Het lichaam als tussenschakel: Het lichaam is de belangrijkste verbinding tussen wat
er in de hersenen gebeurt en wat er in de buitenwereld gebeurt. Het ontvangt
informatie van buitenaf en stuurt die naar de hersenen, en omgekeerd.
Tijd: Gedrag en hersenfuncties veranderen in de loop van de tijd door ervaring,
veroudering of leren.
4. Neuronen en hun functie
Neuronen: Dit zijn de bouwstenen van het zenuwstelsel en vormen de basis van hoe
de hersenen werken. Het menselijk brein bevat ongeveer 100 miljard neuronen.
o Cellulaire neurofysiologie: Neuronen werken op cellulair niveau, waarbij
elektrische signalen worden doorgegeven om informatie te verplaatsen.
Neurale circuits: Neuronen vormen samen een netwerk van verbindingen, die
we neurale circuits noemen. Deze circuits maken communicatie binnen de hersenen
mogelijk.
o Voorbeeld: Een hersenscan (zoals een MRI) kan deze neurale circuits
zichtbaar maken.
5. Hersenen en het zenuwstelsel
Hersenen: Ze sturen informatie naar het zenuwstelsel. Ze geven bijvoorbeeld de
opdracht om te springen, roepen of schrijven.
Zenuwstelsel: Dit is een netwerk van zenuwcellen dat informatie ontvangt, verwerkt
en doorstuurt naar andere delen van het lichaam.
o Voorbeeld: Als je wilt rennen, sturen de hersenen een signaal via het
zenuwstelsel naar je spieren, waardoor je begint te rennen.
6. Gedragsfuncties
Downloaded by NasaAli Ali ()
, lOMoARcPSD|47729690
Gedragsfuncties: Dit zijn functies zoals:
o Beweging (motoriek): Je vermogen om te lopen, rennen of iets te pakken.
o Cognitie: Dit gaat over je denkprocessen, zoals problemen oplossen, plannen
maken en leren.
o Emotie: Hoe je je voelt, zoals blij, verdrietig of boos zijn.
Voorbeeld: Als je een doel hebt om iets te leren, zoals gitaar spelen, zorgen je
gedragsfuncties (beweging om te spelen, cognitie om akkoorden te leren, en emotie
om gemotiveerd te blijven) ervoor dat je dit kunt bereiken.
Viscerale functies: Dit zijn onbewuste processen in het lichaam, zoals ademhalen of
je hartslag. Je hoeft hier niet actief over na te denken, het gebeurt automatisch.
Activiteiten en maatschappelijke participatie
Door gedragsfuncties kunnen we deelnemen aan allerlei dagelijkse activiteiten en aan de
maatschappij. Dit omvat alles van werken, leren, sporten, tot sociale interacties.
Voorbeeld: Als je naar school gaat, gebruik je je cognitieve vaardigheden om te leren,
je motorische vaardigheden om te lopen en schrijven, en je sociale vaardigheden om
met vrienden te praten. Dit alles zorgt ervoor dat je actief kunt deelnemen aan de
samenleving.
5. De rol van tijd in hersenontwikkeling
De hersenen veranderen voortdurend door de tijd heen via drie belangrijke processen:
Fylogenese: Dit beschrijft hoe de hersenen zich door de evolutie heen hebben
ontwikkeld. Hersenen van primitieve organismen zijn veel minder complex dan die
van mensen.
Voorbeeld: De hersenen van een vis zijn eenvoudiger dan die van een mens, omdat ze
zich minder complex hebben ontwikkeld.
Ontogenese: Dit verwijst naar de ontwikkeling van de hersenen gedurende je leven,
van de babyfase tot volwassenheid. Het brein ontwikkelt en groeit voortdurend.
Voorbeeld: Een baby wordt geboren met "feutale" hersenen, die nog verder moeten
ontwikkelen. Door te leren en ervaringen op te doen, groeien en rijpen de hersenen
tijdens je levensloop.
Neuroplasticiteit: Dit betekent dat de hersenen voortdurend veranderen op basis van
ervaring en leren. Elke keer dat je iets nieuws leert of je ergens aanpast, verandert je
brein.
Downloaded by NasaAli Ali ()