1. Investment environment
Sparen vs beleggen
Beleggen wordt gedefinieerd als het aanwenden van huidige middelen met de verwachting in de
toekomst meer middelen te hebben, oftewel het uitstellen van huidige consumptie voor meer
toekomstige consumptie.
Er zijn cruciale verschillen tussen sparen en beleggen:
Kenmerk Sparen Beleggen
Tijdshorizon Korte termijn (KT) Lange termijn (LT)
Risico Beschermd (tot 100K) Fluctueert meer
Verwacht
Lager dan inflatie Hoger of gelijk aan inflatie
Rendement
Lagere liquiditeit of hogere
Liquiditeit Hoge liquiditeit
kosten
Producten Termijnrekeningen, deposito's, spaarrekening, … Fondsen, ETF's, aandelen
Roerende voorheffing (vrijstelling op Roerende voorheffing en
Belastingen
spaarrekening) meerwaarde
Activa: Real vs. Financial Assets
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten activa:
• Real Assets (Reële activa): Activa die gebruikt worden om goederen en diensten te
produceren (bijv. vastgoed, goud, wijncollecties, machines). Zij genereren het netto-
inkomen van de economie.
• Financial Assets (Financiële activa): Dit zijn claims op de inkomsten gegenereerd door
reële activa of de overheid (bijv. aandelen, obligaties, derivaten). Zij dragen niet direct bij
aan de productiecapaciteit, maar bepalen de allocatie van rijkdom onder investeerders.
Het Portfolio Management Proces
Een beleggingsportefeuille is een combinatie van activa in de hand van één investeerder. Het
beheer is een dynamisch proces met drie fasen:
1. Planningsfase:
• Identificeren van doelstellingen en restricties van de klant.
• Opstellen van het Investment Policy Statement (IPS).
• Vormen van kapitaalmarktverwachtingen en het creëren van de Strategic Asset
Allocation (SAA). SAA blijft hetzelfde, zolang marktverwachtingen en specifieke
belangen van klant hetzelfde blijven
1
,2. Uitvoeringsfase:
• Selecteren van specifieke activa en optimalisatie.
• Beslissen over Tactical Asset Allocation (TAA): het tijdelijk afwijken van de SAA om in te
spelen op korte termijn marktkansen (bijv. een overdreven crash in bankaandelen →
tijdelijk bankensector overwegen in je portfolio).
3. Feedback fase:
• Monitoring en Rebalancing: het herbalanceren van de portefeuille wanneer deze te ver
afwijkt van de strategie. Dit is een trade-off tussen afwijkingsrisico en transactiekosten.
• Evaluatie van de prestaties (Performance measurement & appraisal).
Belang van het Portefeuilleperspectief
Volgens de Modern Portfolio Theory (Markowitz) is het essentieel om activa niet afzonderlijk te
analyseren, maar te kijken naar hun onderlinge samenhang (correlaties). Portfolio’s
samenstellen op basis van verwacht rendement en risico (mean-variance framework).
• Firm-specific risk (bedrijfsspecifiek risico): Kan worden weggefilterd door
diversificatie (bijv. het overlijden van een CEO)
→ er moet geen rendement gegeven worden voor dit risico
• Systematic risk (systematisch risico): Risico dat de hele markt treft en niet weg te
diversifiëren is (bijv. rentestijgingen).
Top-down versus Bottom-up:
• Top-down: Begint met Asset Allocation (bepalen van de verhouding
aandelen/obligaties), daarna sectorselectie en eindigt met Security Selection (in de
gekozen sector, welke bedrijven?). Uit onderzoek blijkt dat circa 90% van de variabiliteit
in rendementen wordt verklaard door de strategische asset allocatie.
• Bottom-up: Begint direct bij het zoeken naar aantrekkelijk geprijsde individuele bedrijven
(securitity selection eerst doen). Dit geeft dan een bepaalde asset allocation dat niet op
voorhand vastlag.
De Rol en Structuur van Financiële Markten
Financiële markten vervullen vier hoofdfuncties:
1. Informatierol: Informatie verschaffen, optimale kapitaal-allocatie bevorderen → Kapitaal
vloeit naar bedrijven met de beste vooruitzichten.
2. Timing van consumptie: Mogelijkheid om consumptie te spreiden over de levenscyclus. Je
gaat consumptie uitstellen als je een rendement krijgt, zodat je meer kan consumeren in de
toekomst.
3. Allocatie van risico: Beleggers die risico zoeken, kunnen dit vinden (en omgekeerd). Dit leidt
tot betere prijzen voor bedrijven.
4. Scheiding van eigendom (ownership) en management: Maakt professioneel beheer
mogelijk, maar kan leiden tot agency problems (belangenconflicten).
2
,Spelers op de markt: Bedrijven (vragers van kapitaal), huishoudens/retail (aanbieders),
institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars), overheden (vragers en aanbieders van
kapitaal) en financiële tussenpersonen (banken → brengt investeerders en vragers van kapitala
samen).
Classificatie van Markten
• Primair (=emissiemarkt) vs. Secundair: De primaire markt is voor nieuwe emissies
(publiek of privaat); de secundaire markt biedt liquiditeit voor bestaande effecten en
zorgt voor prijsontdekking.
o Private uitgifte: uitgifte bij institutionele spelers (professionele partijen) →
minder informatieverplichtingen + sneller (ze weten wat ze doen = minder
bescherming nodig)
o Publieke uitgifte: meer dan 50 verschillende spelers contacteren, reclame
ervoor maken, werken met financiële tussenpersoon → kapitaal bij het grote
publiek halen (veel meer informatie openstellen)
o Seasoned security offers = bijkomende aandelen uitgeven op primaire markt
(die al bestaan op secundaire markt) → door de secundaire markt weet je wat de
faire prijs is om nieuwe aandelen uit te geven
• Geldmarkt (Money Market) vs. Kapitaalmarkt: De geldmarkt is voor kortlopende (<1
jaar), veilige effecten zoals T-bills. De kapitaalmarkt is voor langlopende, risicovollere
effecten zoals aandelen en obligaties.
o De classificatie van het product (in welke markt het behoord) hangt af van de
looptijd bij uitgaven (vb: als obligatie bijna gaat vervallen, wordt die niet opeens
money market)
o We hebben geen Europees equivalent voor T-bill (landen met goeie reputatie
vrezen dat ze meer gaan moeten betalen door slechtere EU landen)
• Cash vs. Future Markt: Bij de cashmarkt is de uitvoering bijna direct (T+0, T+1 of T+2).
T+2 = als je vandaag zou beslissen, gebeurt de verhandeling 2 dagen later
Markteigenschappen en Kwaliteit
Financiële markten zijn zeer competitief, waardoor "free lunches" (risicoloze winst boven de
markt) zeldzaam zijn. Faire vergoedingen voor mogelijke risico’s (meer risico = meer
renendement)
• Efficiënte markten: Prijzen reflecteren alle beschikbare informatie onmiddellijk.
Aandelenprijzen zullen enkel beïnvloed worden door “nieuwe” informatie (vb:
verwachtingen overtroffen)
3
, Kwaliteitsindicatoren:
• Liquidity (Liquiditeit): Snel kunnen handelen zonder grote prijsimpact.
o Tight market & price continuity → Geleidelijk verloop van marktprijs door
evenwichtig vraag en aanbod (geen grote sprongen van prijzen)
o Deep market: Grote orders kunnen verwerken zonder grote
koersschommelingen. Als dit niet is, zal de gemiddelde verkoopprijs lager zijn,
aangezien je niet alles verkocht krijgt aan die prijs (Ice berg order: enkel klein
stukje van de order wordt getoond → je verbergt de grote van je order om de prijs
niet te willen beïnvloeden)
o Resilient market: de markt is resistent en redelijk stabiel bij nieuwe info
• Transparency: Snelle toegang tot koersen en handelsdetails.
• Zekerheid van voltooiing: partijen zullen hun verplichtingen nakomen
2. Stock market indexen
= een aandelenindex = een groep of "mandje" aandelen die de gehele markt of een specifiek
segment daarvan vertegenwoordigt om de prestaties te meten. Er bestaan diverse soorten
indexen, variërend van wereldwijde indexen (zoals de MSCI World) en regionale indexen (zoals
de Stoxx 600) tot zeer specifieke thematische indexen (zoals ESG, robotica of de Islamitische
index). Indexen worden niet alleen gebruikt om de markt te volgen, maar dienen ook als
benchmark voor prestaties en als basis voor afgeleide producten zoals derivaten.
Passieve strategie: intentie is om een rendement te genereren dat gelijk is aan gem. rendement
van de markt → focus ligt op producten met lage kosten (ETF’s)
Markten zijn efficiënt → je hoeft geen moeite te doen om zelf te gaan zoeken
Verschillen in Indexconstructie
Indexen kunnen op vier belangrijke punten van elkaar verschillen:
• Sample (Steekproef): De breedte van het universum dat wordt gedekt (bijv. de brede
markt versus een specifieke niche). Een index moet representatief zijn voor de beoogde
populatie.
• Wegingsmethode (Weighting): De manier waarop elk aandeel bijdraagt aan de totale
indexwaarde.
• Index Design: De herziening kan gebeuren op basis van een vast algoritme (vaker
herbalanceren, hogere kosten) of door een commissie (minder frequente wijzigingen,
maar kan afwijken van de doelstelling).
• Rendementsberekening: Er is een onderscheid tussen een Price Index (kijkt enkel naar
prijswijzigingen) en een Return Index (herinvesteert dividenden en rente, ook wel Total
Return Index genoemd).
4
Sparen vs beleggen
Beleggen wordt gedefinieerd als het aanwenden van huidige middelen met de verwachting in de
toekomst meer middelen te hebben, oftewel het uitstellen van huidige consumptie voor meer
toekomstige consumptie.
Er zijn cruciale verschillen tussen sparen en beleggen:
Kenmerk Sparen Beleggen
Tijdshorizon Korte termijn (KT) Lange termijn (LT)
Risico Beschermd (tot 100K) Fluctueert meer
Verwacht
Lager dan inflatie Hoger of gelijk aan inflatie
Rendement
Lagere liquiditeit of hogere
Liquiditeit Hoge liquiditeit
kosten
Producten Termijnrekeningen, deposito's, spaarrekening, … Fondsen, ETF's, aandelen
Roerende voorheffing (vrijstelling op Roerende voorheffing en
Belastingen
spaarrekening) meerwaarde
Activa: Real vs. Financial Assets
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten activa:
• Real Assets (Reële activa): Activa die gebruikt worden om goederen en diensten te
produceren (bijv. vastgoed, goud, wijncollecties, machines). Zij genereren het netto-
inkomen van de economie.
• Financial Assets (Financiële activa): Dit zijn claims op de inkomsten gegenereerd door
reële activa of de overheid (bijv. aandelen, obligaties, derivaten). Zij dragen niet direct bij
aan de productiecapaciteit, maar bepalen de allocatie van rijkdom onder investeerders.
Het Portfolio Management Proces
Een beleggingsportefeuille is een combinatie van activa in de hand van één investeerder. Het
beheer is een dynamisch proces met drie fasen:
1. Planningsfase:
• Identificeren van doelstellingen en restricties van de klant.
• Opstellen van het Investment Policy Statement (IPS).
• Vormen van kapitaalmarktverwachtingen en het creëren van de Strategic Asset
Allocation (SAA). SAA blijft hetzelfde, zolang marktverwachtingen en specifieke
belangen van klant hetzelfde blijven
1
,2. Uitvoeringsfase:
• Selecteren van specifieke activa en optimalisatie.
• Beslissen over Tactical Asset Allocation (TAA): het tijdelijk afwijken van de SAA om in te
spelen op korte termijn marktkansen (bijv. een overdreven crash in bankaandelen →
tijdelijk bankensector overwegen in je portfolio).
3. Feedback fase:
• Monitoring en Rebalancing: het herbalanceren van de portefeuille wanneer deze te ver
afwijkt van de strategie. Dit is een trade-off tussen afwijkingsrisico en transactiekosten.
• Evaluatie van de prestaties (Performance measurement & appraisal).
Belang van het Portefeuilleperspectief
Volgens de Modern Portfolio Theory (Markowitz) is het essentieel om activa niet afzonderlijk te
analyseren, maar te kijken naar hun onderlinge samenhang (correlaties). Portfolio’s
samenstellen op basis van verwacht rendement en risico (mean-variance framework).
• Firm-specific risk (bedrijfsspecifiek risico): Kan worden weggefilterd door
diversificatie (bijv. het overlijden van een CEO)
→ er moet geen rendement gegeven worden voor dit risico
• Systematic risk (systematisch risico): Risico dat de hele markt treft en niet weg te
diversifiëren is (bijv. rentestijgingen).
Top-down versus Bottom-up:
• Top-down: Begint met Asset Allocation (bepalen van de verhouding
aandelen/obligaties), daarna sectorselectie en eindigt met Security Selection (in de
gekozen sector, welke bedrijven?). Uit onderzoek blijkt dat circa 90% van de variabiliteit
in rendementen wordt verklaard door de strategische asset allocatie.
• Bottom-up: Begint direct bij het zoeken naar aantrekkelijk geprijsde individuele bedrijven
(securitity selection eerst doen). Dit geeft dan een bepaalde asset allocation dat niet op
voorhand vastlag.
De Rol en Structuur van Financiële Markten
Financiële markten vervullen vier hoofdfuncties:
1. Informatierol: Informatie verschaffen, optimale kapitaal-allocatie bevorderen → Kapitaal
vloeit naar bedrijven met de beste vooruitzichten.
2. Timing van consumptie: Mogelijkheid om consumptie te spreiden over de levenscyclus. Je
gaat consumptie uitstellen als je een rendement krijgt, zodat je meer kan consumeren in de
toekomst.
3. Allocatie van risico: Beleggers die risico zoeken, kunnen dit vinden (en omgekeerd). Dit leidt
tot betere prijzen voor bedrijven.
4. Scheiding van eigendom (ownership) en management: Maakt professioneel beheer
mogelijk, maar kan leiden tot agency problems (belangenconflicten).
2
,Spelers op de markt: Bedrijven (vragers van kapitaal), huishoudens/retail (aanbieders),
institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars), overheden (vragers en aanbieders van
kapitaal) en financiële tussenpersonen (banken → brengt investeerders en vragers van kapitala
samen).
Classificatie van Markten
• Primair (=emissiemarkt) vs. Secundair: De primaire markt is voor nieuwe emissies
(publiek of privaat); de secundaire markt biedt liquiditeit voor bestaande effecten en
zorgt voor prijsontdekking.
o Private uitgifte: uitgifte bij institutionele spelers (professionele partijen) →
minder informatieverplichtingen + sneller (ze weten wat ze doen = minder
bescherming nodig)
o Publieke uitgifte: meer dan 50 verschillende spelers contacteren, reclame
ervoor maken, werken met financiële tussenpersoon → kapitaal bij het grote
publiek halen (veel meer informatie openstellen)
o Seasoned security offers = bijkomende aandelen uitgeven op primaire markt
(die al bestaan op secundaire markt) → door de secundaire markt weet je wat de
faire prijs is om nieuwe aandelen uit te geven
• Geldmarkt (Money Market) vs. Kapitaalmarkt: De geldmarkt is voor kortlopende (<1
jaar), veilige effecten zoals T-bills. De kapitaalmarkt is voor langlopende, risicovollere
effecten zoals aandelen en obligaties.
o De classificatie van het product (in welke markt het behoord) hangt af van de
looptijd bij uitgaven (vb: als obligatie bijna gaat vervallen, wordt die niet opeens
money market)
o We hebben geen Europees equivalent voor T-bill (landen met goeie reputatie
vrezen dat ze meer gaan moeten betalen door slechtere EU landen)
• Cash vs. Future Markt: Bij de cashmarkt is de uitvoering bijna direct (T+0, T+1 of T+2).
T+2 = als je vandaag zou beslissen, gebeurt de verhandeling 2 dagen later
Markteigenschappen en Kwaliteit
Financiële markten zijn zeer competitief, waardoor "free lunches" (risicoloze winst boven de
markt) zeldzaam zijn. Faire vergoedingen voor mogelijke risico’s (meer risico = meer
renendement)
• Efficiënte markten: Prijzen reflecteren alle beschikbare informatie onmiddellijk.
Aandelenprijzen zullen enkel beïnvloed worden door “nieuwe” informatie (vb:
verwachtingen overtroffen)
3
, Kwaliteitsindicatoren:
• Liquidity (Liquiditeit): Snel kunnen handelen zonder grote prijsimpact.
o Tight market & price continuity → Geleidelijk verloop van marktprijs door
evenwichtig vraag en aanbod (geen grote sprongen van prijzen)
o Deep market: Grote orders kunnen verwerken zonder grote
koersschommelingen. Als dit niet is, zal de gemiddelde verkoopprijs lager zijn,
aangezien je niet alles verkocht krijgt aan die prijs (Ice berg order: enkel klein
stukje van de order wordt getoond → je verbergt de grote van je order om de prijs
niet te willen beïnvloeden)
o Resilient market: de markt is resistent en redelijk stabiel bij nieuwe info
• Transparency: Snelle toegang tot koersen en handelsdetails.
• Zekerheid van voltooiing: partijen zullen hun verplichtingen nakomen
2. Stock market indexen
= een aandelenindex = een groep of "mandje" aandelen die de gehele markt of een specifiek
segment daarvan vertegenwoordigt om de prestaties te meten. Er bestaan diverse soorten
indexen, variërend van wereldwijde indexen (zoals de MSCI World) en regionale indexen (zoals
de Stoxx 600) tot zeer specifieke thematische indexen (zoals ESG, robotica of de Islamitische
index). Indexen worden niet alleen gebruikt om de markt te volgen, maar dienen ook als
benchmark voor prestaties en als basis voor afgeleide producten zoals derivaten.
Passieve strategie: intentie is om een rendement te genereren dat gelijk is aan gem. rendement
van de markt → focus ligt op producten met lage kosten (ETF’s)
Markten zijn efficiënt → je hoeft geen moeite te doen om zelf te gaan zoeken
Verschillen in Indexconstructie
Indexen kunnen op vier belangrijke punten van elkaar verschillen:
• Sample (Steekproef): De breedte van het universum dat wordt gedekt (bijv. de brede
markt versus een specifieke niche). Een index moet representatief zijn voor de beoogde
populatie.
• Wegingsmethode (Weighting): De manier waarop elk aandeel bijdraagt aan de totale
indexwaarde.
• Index Design: De herziening kan gebeuren op basis van een vast algoritme (vaker
herbalanceren, hogere kosten) of door een commissie (minder frequente wijzigingen,
maar kan afwijken van de doelstelling).
• Rendementsberekening: Er is een onderscheid tussen een Price Index (kijkt enkel naar
prijswijzigingen) en een Return Index (herinvesteert dividenden en rente, ook wel Total
Return Index genoemd).
4