Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Notes de cours

Staatsrecht 2 hoorcolleges

Note
-
Vendu
-
Pages
29
Publié le
19-01-2026
Écrit en
2024/2025

Hoorcollege aantekeningen week 1 tot 7!

Établissement
Cours










Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
19 janvier 2026
Nombre de pages
29
Écrit en
2024/2025
Type
Notes de cours
Professeur(s)
Karapetian
Contient
Toutes les classes

Sujets

Aperçu du contenu

Staatsrecht 2

Week 1: democratie, rechtstaat en mensenrechten
Staat
Oorsprong: het recht van een door het recht geregeld verband; door Kortmann  gaat over de organisatie van
de staat. Het bijzondere is dat wij de term ‘staat’ nergens zien in onze grondwet. Hoe kan dit?
- De staat zoals wij die nu kennen is 300/400 jaar oud. In deze tijd was er een belangrijke discussie
waarom een staat gezag kan uitvoeren over haar onderdanen. Waarom accepteer je staatsgezag?
Waarom houd ik mij eigenlijk aan het recht?

Jean Bodin
- Volgens hem was ieder mens gehoorzaamheid verschuldigd aan zijn vorst, ongeacht de religie van de
vorst! Waar de vorst is, daar is gezag  de vorst is namelijk soeverein
 Oplossing: er is een neutrale legitimatie voor overheidsgezag
 Probleem: de vorst is almachtig en kan dus eigenlijk zijn macht misbruiken (Hobbes ziet dit
probleem)
 Soeverein is de onaantastbare, onvervreemdbare en ondeelbare overheidsbevoegdheid 
Soeverein heeft de eeuwigdurende macht
 Je bent gehoorzaam aan de vorst, omdat hij de soeverein is
Thomas Hobbes
 Volgens hem ben je gehoorzaamheid verschuldigd aan de vorst, omdat de onderdanen een vorst
in het leven hebben geroepen. Het overheidsgezag ontstaat volgens hem bij de burgers (de
onderdanen) -> oorsprong van het overheidsgezag wordt dus niet neergelegd bij de vorst, maar
de onderdanen hebben een vorst nodig/ iemand die regeert en daarom ben je gehoorzaamheid
verschuldigd aan de vorst!  Onderdanen hebben een vorst nodig/hebben er behoefte aan en
daarom is er een vorst
 Overheidsgezag ontstaat door een convenant; een contract waarin de burgers beloven te
gehoorzamen en bescherming door de overheid daartegenover staat
 Probleem: vorst is hier ook almachtig
 De onderdanen vormen de grondslag voor het staatsgezag  Hobbes verandert de
denkwijze, maar de vorst is nog steeds almachtig. Het probleem is nog steeds dat we te
maken hebben met een heel almachtige instantie
Jean-Jacques Rousseau
 Volgens hem is het gehele volk soeverein. Als het volk wetten uitvaardigt/er is algemene wil over
iets, houd je je hier ook aan. Je bent even vrij als wat je ervoor was! Je bestuurt jezelf en je valt
onder je eigen gezag!
 Je bindt je aan iets wat je zelf tot stand hebt gebracht  als je zelf wetten maakt waar je aan
gebonden bent, dan ben je even vrij als daarvoor want je bent gebonden aan hetgeen wat je zelf
hebt gemaakt; je bent zelf eigenaar van het recht!

In Nederland hebben wij in de grondwet niet aangegeven bij wie de soevereiniteit ligt!
 Nederland heeft de volkssoevereiniteit niet officieel erkend  Nederlands burgers accepteren
wel allerlei verplichtingen, zoals bijv. de leerplicht en de plicht om belasting te betalen, maar
niemand weet de juridische grondslag van die verplichtingen  in de Nederlandse grondwet is
nooit opgeschreven waarom Nederlandse burgers het overheidsgezag moeten aanvaarden
 Blijkt ook wel uit het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden! ‘’Wij Willem-Alexander bij
gratie gods, koning der Nederlanden’’  spoortjes in het Nederlandse recht van koninklijke en
misschien wel goddelijke soevereiniteit
 Er blijkt nergens uit dat het volk soeverein is -> we gaan ervan uit dat dat zo is (nergens expliciet
weergeven)  Nederlandse grondwet kent geen volkssoevereiniteit  wordt in de grondwet
geen antwoord gegeven waar de soevereiniteit ligt
 In Nederland wordt er in de Grondwet dus geen antwoord gegeven op de vraag bij wie de
soevereiniteit ligt

,Democratie kan op twee manieren worden bekeken
1. Formele democratie opvatting: gaat slechts om het principe dat de meerderheid gelijk heeft/beslist 
er wordt alleen gekeken naar de procedure en hoe die zou moeten verlopen (bijv. helft + 1 =
democratie)
2. Materiële democratie opvatting: Deze opvatting gaat verder dan alleen ‘de meerderheid beslist’. Deze
opvatting heeft ook oog voor bescherming van minderheden (meer inhoudelijk) (je kan je bijvoorbeeld
weren tegen de democratie)

Twee verschijningsvormen van een democratie
1. Indirecte democratie: een vertegenwoordigend orgaan besluit namens de burgers
(volksvertegenwoordiging)  je hebt de bevoegdheid weggegeven!
 Je hebt een kleinere groep nodig die de grote groep vertegenwoordigd
2. Directe democratie: burgers besluiten voor zichzelf (bijvoorbeeld referendum & burgerinitiatief).
Referenda is in Nederland geweest
 Rousseau is voorstander van directe democratie. Je bent pas vrij als je zelf gaat over de vraag ben
je nou voor of tegenstander van een voorstel van wet?

Het parlement is volgens Burke een raadpleging waar het algemeen belang voorop staat! Dit volgt ook wel uit
artikel 50 GW!  Het parlement vertegenwoordigd de burgers




 Montesquieu vond indirecte democratie een noodzakelijk kwaad: je geeft op de dag van de verkiezingen
zoiets belangrijks weg. Eigenlijk vind ik dit niet goed, maar dit moet om een staat te kunnen besturen (indirecte
democratie is daarom noodzakelijk volgens hem!)

Democratie gaat over de betrokkenheid van de burgers zelf/de vrijheid van de burger. De rechtstaat gaat over
de onvrijheid van de staat/machtsbeteugeling  wat doe je als de democratie ontspoord?
 Locke, Montesquieu & Rousseau hielden zich bezig met de vraag -> hoe voorkom je
machtsmisbruik?
1. Locke: de staat is niet almachtig. Er bestaan natuurlijke grenzen -> Hoofddoel: de staat moet
‘Life, liberty en property’ beschermen!! (Fundamentele rechten)  staat is er dus om
fundamentele rechten te beschermen + grondrechten zijn belangrijk, deze rechten zijn
onvervreemdbaar (je hebt als mens deze rechten  deze rechten heb jij omdat je mens bent)
2. Montesquieu: de wetgeving moest worden gescheiden in een wetgevende, uitvoerende en
rechtsprekende macht  zo kan geen een van de machten de baas spelen van elkaar
3. Rousseau: Het volk is soeverein. Je moet je houden aan de wetten die je zelf uitvaardigt 
staat en volk zijn gelijk aan elkaar, dit is mogelijk door de algemene wil  het was volgens
hem de bedoeling dat de staat zou doen wat het volk van de staat verwachtte. Dan zou er
geen nadeel voor het volk ontstaan

Elementen van rechtstaat  verschillende manieren om fundamentele onvrijheid van de staat te
bewerkstelligen: doel van rechtsstaat is: hoe voorkom ik machtsmisbruik?
- Legaliteitseis  kan alleen worden gehandeld als er regels zijn. Er moet een bevoegdheid zijn indien
je als overheid wilt overgaan tot optreden
- Machtenscheiding  macht moet enigszins gedeeld/ gescheiden zijn.

, - Democratische wetgevingsprocedure  Er moet sprake zijn van onafhankelijke rechtspraak, omdat
degene die geschillen beslecht over de uitvoering van de wetgeving moet niet de wetgever zelf
zijn/moet niet de uitvoerder zelf zijn
- Vrijheidsrechten  Locke: staat is er ook om bepaalde rechten te garanderen en te beschermen
(onderscheid tussen sociale en klassieke grondrechten waarvan de staat zich afzijdig moet houden)

Nederlandse democratie
- Algemene bepaling + verschillende plekken in de grondwet waar je elementen ziet van de
Nederlandse indirecte democratie art. 4/50/67 lid 3/129 (werkgroep?)
- De grondwet kent geen politieke partijen  wet op de politieke partijen is in de maak; komt misschien

Mensenrechten als motor en maatstaf van democratische rechtsstaat. Bij mensenrechten zijn twee aannames
hoofdzakelijk, die de brug vormen tussen democratie en rechtsstaat:
1. Inherente gelijkheid  omdat je mens bent, heb je van rechtswege grondrechten
2. De staat moet mensenrechten accepteren

Refah Partisi
- Uitspraak gaat over het verbieden van een politieke partij
- Is het verbod van Refah/de politieke partij conform de uitgangspunten van het EVRM?
- Hangt het EHRM een materieel of formeel democratiebegrip aan? Materieel!
 Dreiging dient daadwerkelijk ernstig te zijn; hiermee wordt bedoeld dat niet te snel moet worden
overgegaan op het verbieden van een partij. Een partij moet aantoonbaar bezig zijn met het aantasten
van de genoemde grondbeginselen. Niet alleen woorden, maar ook serieuze
voorbereidingshandelingen vallen hieronder. Bij Rafah was er sprake van daadwerkelijke en ernstige
dreiging. Op het moment dat zij de macht zou krijgen, zouden zij de grondbeginselen van de
democratie aantasten

Wat als we te maken hebben met een politieke partij in Nederland die we willen verbieden?
 Het huidige art. 2:20 BW geldt niet voor politieke partijen  2:20 BW is gewijzigd in 2021 met als
gevolg dat het niet geldt voor politieke partijen. Art. 2:20 BW oud geldt wel voor politieke
partijen!
 Art. 2:20 BW (is in 2021 gewijzigd)  waarom? Motorrijders vallen allemaal onder het BW, net
als politieke partijen. Om deze makkelijker te verbieden, is de grond om bijv. motorbendes te
verbieden verruimd! We willen echter niet dat de politieke partijen onder het nieuwe stelsel van
2:20 vallen:
 De wetswijziging geldt niet voor politieke partijen op grond van art. V wet verruiming
mogelijkheden tot verbieden van rechtspersonen. De politieke partijen (ontbinden etc.) vallen
nog steeds onder de oude regeling van art. 2:20 van het oude BW  hebben namelijk een eigen
rechtspositie (oude stelsel is nog steeds geldend recht!)
 Art. 2:20 oud geldt alleen voor politieke partijen!
Oud
Lid 1: Als de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, kan de partij worden ontbonden en worden
verboden
Lid 2: Als het doel in strijd is met de openbare orde, kan de partij alleen worden ontbonden en niet worden
verboden  Bij ontbinding kun je opnieuw een partij opstarten, zolang het doel maar verandert. Op het
moment dat de partij verboden is, kun je geen doorstart meer maken en ben je strafbaar op het moment dat je
dit wel doet!
Nieuw
Voor alle andere rechtspersonen is nu een ander regime, art. 2:20 nieuw!!
- Is verruimd, zie bijv. lid 2  wordt in uitgelegd wat allemaal in strijd is met openbare orde
- Voor bijv. motor bendes  door de wetswijziging kunnen motorrijders die handelen i.s.m. het doel
worden verboden! Zonder wetswijziging kon je alleen worden ontbonden en niet worden verboden
(i.s.m. het doel).
€11,16
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
timblauw1

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
timblauw1 Rijksuniversiteit Groningen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
1
Membre depuis
4 année
Nombre de followers
0
Documents
2
Dernière vente
1 jours de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions