Hoofdstuk 1 Het gezonde kind
Leerdoelen
▪ Uitleg geven aan kind en ouders: wat, waarom, eventuele aanpak, evolutie (WWAE)
▪ Hechting en sensitieve respnsitiviteit observeren en bevorderen
▪ De opeenvolgende stadia van ontwikkeling schetsen met voorbeelden en herkennen bij
het kind
▪ Soorten spelen onderscheiden en bevorderen bij het kind
▪ Advies geven in verband met huilen en andere specifieke gedragingen
▪ De Vlaamse groeicurve uitleggen en gebruiken en de functie van de groeistandaarden van
de WHO aantonen
▪ Advies geven over tandzorg en slaap en de normale ontwikkeling aangeven
▪ Aangeven waaruit moedermelk samengesteld is
▪ Aangeven waaruit kunstvoeding samengesteld is en zuigelingenvoeding bereiden
▪ Vaste voeding introduceren
▪ Aangeven wat normale zindelijkheid inhoudt en advies geven over training
▪ Per leeftijd aspecten van veiligheid aanbrengen
▪ Van de ziektes in het nationale vaccinatieschema de ernst van het ziekteverloop aangeven
1.1 De eerste duizend dagen en hechting
→ is van kapitaal belang voor het latere leven van het kind
In deze periode:
▪ Kinderhersenen maken belangrijke ontwikkelingen
▪ Vooral gebaseerd op een goede hechting van kind en ouder/verzorger
Eerste uur na geboorte → ‘gouden uur’
▪ Eerste duidelijke kennismaking
▪ Na halfuur → zoeken naar borst en zal eerste maal drinken
▪ Belangrijkste eerste stap in hechtingsproces
Goede hechting gaat samen met
→ goede emotionele ontwikeling
→ is nodig om tot ontwikkeling van kennis en vaardigheden te komen
-1-
,1.1.1 Het hechtingsproces – sensitieve responsiviteit
Baby schreeuwt → ouder neemt hem spontaan op → ouder maakt duidelijk dat hij begrijpt wat kind
voelt → ouder troost het kind
▪ Zo leert baby met emoties omgaan en bouwt hij kennis op van de wereld
▪ De ouder is aanwezig en beschikbaar als het kind er nood aan heeft
Baby heeft behoefte om dicht bij de zorgfiguren te zijn
▪ 6 maand → kind hecht zich bewust aan 1 persoon (als deze pers weggaat vind het kind dit
heel eng)
▪ Kind is afhankelijk van de aanwezigheid en reactief van zorgfiguur
▪ Niet eenrichtingsproces
→ veilige hechting komt tot stand door wederzijdse interactie tussen kind en zorgfiguur
(vooral eerste maanden)
1.1.2 Voorwaarden voor een goede hechting
▪ Is het een gewenste/ geplande zwangerschap?
▪ Welke gedachten, gevoelens gaan in de ouders om?
▪ Geven ze de baby al een naam en praten ze met hem?
▪ Maken ze concrete plannen over de opvoeding, welke waarden vinden ze belangrijk
▪ Hebben ze gezonde gewoontes, zoals evenwichtige voeding, niet roken, geen alcohol?
▪ Overleggen ze om borstvoeding te geven?
→ stress gedurende de zwangerschap VERMIJDEN!
Moeders die zelf geen goede hechting hebben gekend → meer schrik om hun baby te verwennen
Verschillende types kinderen met elk een eigen aanpak om zich goed te ontwikkelen
→ het is verkeerd om ieder kind op dezelfde wijze te benaderen
-2-
,1.1.3 Hechtingsstijlen
Veilige hechting
▪ Kind kan vertrouwen op de zorgfiguren
▪ Gezonde balans tussen zelfstandige exploratiedrang (nieuwe taken aangaan) en toenadering
tot de zorgfiguren
Angstig-ambivalente hechting
▪ Zorgfiguren zijn vaak onvoorspelbaar en afwezig op cruciale momenten
▪ Kind ervaart scheidingsangst wanneer zorgfiguren verdwijnen en is rustig wanneer ze
terugkomen
▪ Kind blijft veel toenadering zoeken
Vermijdende hechting
▪ Zorgfiguren zijn vaak afwijzend, afwezig en weinig sensitief
▪ Kind stelt zich vermijdend op ten overstaan van zorgfiguur en is vroegtijdig zelfstandig
Gedesorganiseerde hechting
▪ Zorgfiguren zijn vaak onvoorspelbaar en inconsequent
▪ Kan ook sprake zijn van trauma’s of andere impactvolle gebeurtenissen
▪ Bij kind wisselen bovenstaande hechtingsstijlen met elkaar af
1.1.4 Na de eerste duizend dagen
Schoolleeftijd
▪ Interactie met leeftijdsgenoten wordt belangrijk
▪ Kind heeft behoefte aan privacy (aparte kamer indien mogelijk)
▪ Zelfstandigheid wordt gestimuleerd
→ grenzen en discipline blijft nodig
▪ Educatie over risicovol gedrag is nodig
▪ Goede voorbeelden van ouders werken het best
▪ Kind heeft behoefte aan veilige omgeving (fysiek en emotioneel)
Adolescent
▪ Wordt zelfstandiger
▪ Contact met leeftijdsgenoten is cruciaal → vrienden zijn heel belangrijk
▪ Heeft ook steun nodig van gezin (zorgt vaak voor conflicten)
→ afspraken moeten onderhandeld worden
▪ Wil erbij horen, vraagt aanvaard te worden als unieke persoonlijkheid
→ wil niet vergeleken worden
▪ Ideëen, voorkeuren, wenzen en afkeer verdienen respect
▪ Hij moet keuzes kunnen maken en de consequenties aanvaarden
-3-
, 1.2 Motorische ontwikkeling
Volgorde waarin kinderen bepaalde vaardigheden ontwikkelen altijd dezelfde
→ Ontwikkeling van elk kind gaat van hoofd naar stuit
→ Maar tijdstip waarop het zich die vaardigheden eigen maakt verschilt naargelang het individuele
kind
1.2.1 Primetieve reflexen
→ rond leeftijd van 6 maanden zijn deze reflexen meestal verdwenen en vervangen door hogere
motorische functies
Schrik- of Moro-reflex
▪ Bij plotse verandering van positie van baby
▪ Strekken en abductie van armen en benen, spreiden van vingers, gevolgd door buigen en
adductie (baby kan ook wenen)
Grijpreflex
▪ Vingers en tenen grijpen aanrakende vinger stevig vast
Assymetrische tonische nekreflex
▪ Wanneer hoofd opzij wordt gedraaid
▪ Arm en been aan kijkzijde strekken
Draai- en zuigreflex
▪ Eerste instantie: belangrijk voor voeding
▪ Bij aanraking van wang draait baby hoofd in die richting, bij stimulatie van zone rond zijn
mond begint hij krachtig te zuigen
-4-