Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting - Biologie hersenen en gedrag

Note
-
Vendu
-
Pages
61
Publié le
19-01-2026
Écrit en
2024/2025

Hiermee haalde ik een 14/20 in eerste zit. Samenvatting les, notities en slides












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
19 janvier 2026
Nombre de pages
61
Écrit en
2024/2025
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

BIOLOGIE
LES 1: EVOLUTIE VAN COGNITIEF ONDERZOEK EN HERSENEN

COGNITIEF ONDERZOEK


ARISTOTELES (300 VC)
- Mentalisme = gedrag wordt veroorzaakt door een niet materiële entiteit -> psyche
 Psyche bestaat autonoom -> los van het lichaam
o Overleeft de dood en kiest een ander lichaam
- Hersenen bepalen niet het gedrag maar zijn er om lichaam af te koelen
- Link tussen gedrag en kennis


DESCARTES (1650)
- Dualisme = immateriële geest + materieel lichaam is verantwoordelijk voor gedrag
 Geest = rationeel gedrag
o Testen op basis van taal en redenering -> dieren en baby’s kunnen dit niet
o Vestigt zich in het orgaan van de hersenen (pijnappelklier = epifyse)
 Lichaam + hersenen = ander gedrag (machinaal)
o Handelen op basis van gewoonte
- Hersenen sturen gedrag via flows van ventrikelvocht naar spier -> door verandering van druk
- Enkel organismen met geest kunnen voelen, denken , bewustzijn, …


DARWIN (1879)
- Materialisme = gedrag komt door werking van het zenuwstelsel
 Wij zijn gelijkaardig aan diersoorten -> niet zoveel cognitieve verschillen
 Maar we kennen teveel vermogens toe aan dieren (antropomorfisme)
o Vb kat doet deur open door te redeneren


SKINNER (1950)
- Behaviorisme = gedrag is een aaneenschakeling van elementen die we geleerd hebben via
conditioneel leren (= beloning bij pos-> gedrag toenemen, straf bij neg -> gedrag afnemen)
 Gedrag alleen op basis van externe stimuli en conditionering
 Negeren aangeboren gedragen en genetische aspecten


TINBERG (1960)
- Ethologie = gedrag bestuderen in de natuurlijke context
 4 vragen
o Fysiologisch -> wat is er in ons lichaam verantwoordelijk ?
o Ontogenetisch -> hoe ontstaat dit gedrag?
o Evolutionair -> hoe ontstaat het binnen soort? Wat is het voordeel?
o Functioneel -> wat is de functie van het gedrag?


COGNITIEVE REVOLUTIE (1970)
- Experimentele psychologie en ethologie

,  Gedrag = venster op cognitieve processen
- Cognitieve ecologie = cognitieve mechanismen geïntegreerd in ethologische modellen
- Perfectionering = gedrag bestaat uit vele cognitieve mechanismen
 Hoe verschillen -> perceptie + geheugen
 Opnieuw antropomorfisme
- Onderscheid
 Perceptueel bewustzijn = interpretatie stimuli
 Reflexief bewustzijn = plannen, beslissen, kennis overdragen
o Geen reden om aan te nemen dat alles zich gedraagt zoals de mens


MORGAN’S CANON
- Specifiek gedrag eerst verklaren a.d.h.v. specifieke leerprocessen i.p.v. redeneren + begrip
- Dierlijk gedrag verklaren op basis van analyses van het dierenrijk
- Clever hans effect
 Paard die zogezegd kon rekenen -> kijkt naar onbewuste aanwijzingen van baasje


GEDRAGSONDERZOEK IN 2 1 S T E EEUW
- Gedrag = patronen in de tijd
 aangeboren en aangeleerd = mix
- hoe kleiner hersenen hoe minder energie er verbruikt word
 vaste gedragingen zijn aangeboren
o voor de kruisbek is eten een vast patroon wordt niet aangeleerd
- hersenen die toelaten gedrag te leren = groter = meer energieverbruik
 flexibel gedrag is aangeleerd
o ratten moeten aanleren om dennenappels te kunnen eten
▪ complexiteit van gedrag maakt verschil tussen diersoorten
• eenvoudig zenuwstelsel = beperkte variatie in gedrag
• complex zenuwstelsel = meer variatie
- vgl. cognitief onderzoek
 homoloog gedrag = lichaamsdeel anders dan mens want andere
functie (gemeen. voorouder)
 analoog gedrag = lichaamsdeel andere bouw maar zelfde functie ( geen
gemeen. voorouder)
o voordeel t.o.v. ander dieren


INTELLIGENTIE
- moeten we meten door verschillende testen omdat ied eigen capaciteiten heeft

EVOLUTIE VAN HERSENEN EN GEDRAG

- zenuwstelsel = sterk geëvolueerd
 zenuwnet = eenvoudig zenuwstelsel met sensorische en motorische neuronen
 gesegmenteerd zenuwstelsel
o bilateraal symmetrisch
o gesegmenteerd = verschillende delen = andere functies
- ganglia (linkse figuur = zee anemoon)
 ganglion = cluster van ganglia
- seefalisatie = clustering zenuwcellen ter hoogte v/d kop -> verbonden via takken => efficiënter

, - verschil tss ganglia en hersenen
 ganglia => lijken en functioneren als hersenen
o encephalisatie => ganglia onderscheid zich van een ander in ons lichaam
 hersenen => wnr ganglia complexer worden
o bij chordata (gewervelde dieren) -> mens = grootste


GEWERVELDEN
- bilateraal symmetrisch + gesegmenteerd
- hersenen en ruggenmerg in (kraak) been
- kruising organisatie => hemisfeer stuurt commando’s naar andere kant van lichaam
- gyrenchephaal = hersenen zijn gekronkeld
 verschijnen complex gedrag bij gewervelde dieren -> nauw verbonden aan evolutie van grote
en kleine hersenen
- cerebellum = hersengebieden voor complexe automatische handelingen
 hersenanatomie is gelinkt aan hoe belangrijk samenhang aspecten zijn voor welke diersoort


EVOLUTIE HUMANE HERSENEN EN GEDRAG
- gemeenschappelijke kenmerken met primaten
 kleurenzicht + ogen vooraan (dieptezicht)
 meestal 1 kind per zwangerschap => meer zorg
 grote hersenen -> complexe bewegingen

AUSTALOPITHECUS

- vroege mensachtige
- lopen al rechtop maar nog geen werktuigen
 shift in de bouw van hersenen -> groter dan huidige aap

HOMO HABILIS

- handige mens = werktuigen (Afrika)
- nog geen verfijnde bewegingen

HOMO ERECTUS

- rechtopstaande mens (EU en Azië)
- meer verfijnde werktuigen

HOMO SAPIENS

- slimme mens/ huidige mens -> laatste 300 000 jaar (Afr)

NEANDERTHALERS

- grotere hersenen dan de homo sapiens -> maar konden zich slechter aanpassen


VERBAND HERSENGROOTTE EN GEDRAG
- jerison = ontwikkelde hersengrootte index => vgl. van dieren
- encephalisatie quotiënt => moet hersengrootte afgeleid
 verhouding hersenvolume t.o.v. verwachte hersenvolume voor dier met die lichaamsgrootte
 mens het hoogst

, - door EQ => alles op 1 hoop niet representatief
 we moeten binnen soorten kijken
 kijken naar ratio van neocartes t.o.v. rest van het brein
o hogere cognitieve functies vb. denken, waarnemen, taal, …


WAAROM IS HERSENVOLUME TOEGENOMEN?
1) Levensstijl van de primaten
 Foerageer gedrag complexer bij andere dieren
o Foerageer = verzamel gedrag van dieren
 Leven in complexe sml
o Social brain hypothesis = groei hersenen is resultaat van complexe sml
▪ Hoe complexer brein hoe complexer de groen
2) Fysiologisch veranderingen
 Radiator hypothesen => hoe actiever hersenen, hoe meer warmte
 Schedel van mens soorten => betere bloedtoevoer = grotere hersenen -> koelen hersenen
3) Genetische veranderingen
A) Mutatie -> kleinere gezichtsspieren en botten -> toename hersenvolume
B) Duplicatie van neuronale ontwikkelingen
o Proces waarbij genen die betrokken zijn bij ontwikkeling neuronen en gekopieerd
binnen het genoom
C) Neotenie = nieuwe soort lijkt op de juvenielen (jongen) v.d. voorouders
o Hoofd van volwassenen lijkt veel op een jonge chimpansee
o Volwassenen behouden infantiele kenmerken
€8,16
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
vdlotte

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
vdlotte Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
0
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
5
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions