HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Fylogenetisch schema: (= hoe planten met elkaar verwant zijn)
Hoe dichter bij elkaar, hoe meer verwant met elkaar.
Ontstaan van levende organismen
Aarde is 4.6 miljard jaar oud.
De eerste levende organismen (= prokaryoten): 3.5 miljard jaar geleden
De eerste landplanten: 450 miljoen jaar geleden
De eerste bloemplanten: 200 miljoen jaar geleden
De eerste mensachtige (homo sp.): 2 miljoen jaar geleden
De eerste mens (homo sapiens): 250 000 jaar
geleden
Systematiek van de levende organismen
Tot 1850 deelde ze de levende organismen in, in 2 rijken: het planten- en
dierenrijk. (= het tweerijkensysteem)
Voor heel wat micro-organismen was deze indeling niet houdbaar.
sommige soorten hebben zowel plantaardige als dierlijke eigenschappen.
Haeckel voerde het drierijkensysteem in: plant, dier en protista
(bacteriën, wieren, gisten). De protista zijn geen dier en geen plant, ze zijn
niet zichtbaar met het blote oog.
1
,Later werd er achter gekomen dat bij de micro-organismen 2 celtypes
aanwezig waren (de prokaryotische en de eukaryotische structuur).
Whittakker voerde het vijfrijkensysteem in: (steunend op
voedingswijze)
Rijk 1: Monera: omvat alle prokaryoten zoals bacteriën en
Cyanobacteria
Rijk 2: Protista: omvat de ééncellige protozoa (bv amoeben) en de
één- en meercellige wieren.
Rijk 3: Animalia: (= dieren) meercellige eukaryoten zonder harde
celwand. Dieren consumeren organische verbindingen (ingestie).
Heterotroof
Rijk 4: Fungi: (= schimmels) meercellig en eukaryotisch. Ze
voeden zich via absorptie. Heterotroof
Rijk 5: plantae: (= planten) meestal autotrofe meercellige
organismen. Haploïde en diploïde cellen komen voor in de
levenscyclus.
De archaea, een groep van ‘bacteriën’ (dachten dat ze alleen voorkomen
in extreme omstandigheden, maar zijn wijdverspreid) deze blijken duidelijk
afwijkende kenmerken te hebben t.o.v. andere Monera.
Er zijn verschillen in lipiden- en celwandsamenstelling.
Meestal worden deze voorgesteld in een zesrijkensysteem:
eu = echt
Alle levende weefsels op aarde worden ingedeeld in 3 domeinen:
Bacteria
Archeae
Eukarya er situeren zich 7 supergroepen (= behalve planten
(plantae), dieren (animalia) en fungi allemaal Protista)
2
, Bovenste waaien = bacteriën
Ribosomen = kleine celorganellen die verantwoordelijk zijn voor de
aanmaak van eiwitten
Hoe dichter de takken bij elkaar liggen, hoe meer verwant met elkaar.
Archaea bacteriën zitten dichter bij de eukaryoten (dier en mens)
Groene zone van vorige figuur: 7 supergroepen binnen de Eukarya (=
behalve planten (plantae), dieren (animalia) en fungi allemaal Protista):
3
Fylogenetisch schema: (= hoe planten met elkaar verwant zijn)
Hoe dichter bij elkaar, hoe meer verwant met elkaar.
Ontstaan van levende organismen
Aarde is 4.6 miljard jaar oud.
De eerste levende organismen (= prokaryoten): 3.5 miljard jaar geleden
De eerste landplanten: 450 miljoen jaar geleden
De eerste bloemplanten: 200 miljoen jaar geleden
De eerste mensachtige (homo sp.): 2 miljoen jaar geleden
De eerste mens (homo sapiens): 250 000 jaar
geleden
Systematiek van de levende organismen
Tot 1850 deelde ze de levende organismen in, in 2 rijken: het planten- en
dierenrijk. (= het tweerijkensysteem)
Voor heel wat micro-organismen was deze indeling niet houdbaar.
sommige soorten hebben zowel plantaardige als dierlijke eigenschappen.
Haeckel voerde het drierijkensysteem in: plant, dier en protista
(bacteriën, wieren, gisten). De protista zijn geen dier en geen plant, ze zijn
niet zichtbaar met het blote oog.
1
,Later werd er achter gekomen dat bij de micro-organismen 2 celtypes
aanwezig waren (de prokaryotische en de eukaryotische structuur).
Whittakker voerde het vijfrijkensysteem in: (steunend op
voedingswijze)
Rijk 1: Monera: omvat alle prokaryoten zoals bacteriën en
Cyanobacteria
Rijk 2: Protista: omvat de ééncellige protozoa (bv amoeben) en de
één- en meercellige wieren.
Rijk 3: Animalia: (= dieren) meercellige eukaryoten zonder harde
celwand. Dieren consumeren organische verbindingen (ingestie).
Heterotroof
Rijk 4: Fungi: (= schimmels) meercellig en eukaryotisch. Ze
voeden zich via absorptie. Heterotroof
Rijk 5: plantae: (= planten) meestal autotrofe meercellige
organismen. Haploïde en diploïde cellen komen voor in de
levenscyclus.
De archaea, een groep van ‘bacteriën’ (dachten dat ze alleen voorkomen
in extreme omstandigheden, maar zijn wijdverspreid) deze blijken duidelijk
afwijkende kenmerken te hebben t.o.v. andere Monera.
Er zijn verschillen in lipiden- en celwandsamenstelling.
Meestal worden deze voorgesteld in een zesrijkensysteem:
eu = echt
Alle levende weefsels op aarde worden ingedeeld in 3 domeinen:
Bacteria
Archeae
Eukarya er situeren zich 7 supergroepen (= behalve planten
(plantae), dieren (animalia) en fungi allemaal Protista)
2
, Bovenste waaien = bacteriën
Ribosomen = kleine celorganellen die verantwoordelijk zijn voor de
aanmaak van eiwitten
Hoe dichter de takken bij elkaar liggen, hoe meer verwant met elkaar.
Archaea bacteriën zitten dichter bij de eukaryoten (dier en mens)
Groene zone van vorige figuur: 7 supergroepen binnen de Eukarya (=
behalve planten (plantae), dieren (animalia) en fungi allemaal Protista):
3