Expeditie TP/ Werkveld oriëntatie
Fleur Verdonck – TP1 / werktraject.
Leerstof: Thomas more -toegepaste psychologie
1
,Inhoud:
Module 1 =>
Klinisch psychologisch werkveld:
• Beroepsprofiel KLP
• Politiek en GGZ
• Betaalbare en toegankelijke GGZ-zorg
• Collaborative care
• Rechten van patiënt
• De werksettings
Schoolpsychologie en pedagogisch psychologisch werkveld:
• Schoolpsychologie
• Pedagogisch psychologisch werkveld
• De werksettings
Module 2 =>
Belangrijke figuren bij doorverwijzen
Theoretisch kader om door te verwijzen:
• Doorverwijzen theoretisch kader
• Screeningslijst 1 psychische gezondheid
• Screeningslijst 2 verontrustende opvoedingssituatie
Het leren opstellen van een ecogram
Module 3=> Goed te kennen voor examen!
De psychologisch consulent die zijn afkortingen kent.
2
, Module 1: Klinisch psychologisch werkveld
Het beroepsprofiel van de psychologisch consulent:
Het verschil tussen sociaal werk, orthopedagogie en toegepaste psychologie:
Sociaal agogisch studiegebieden:
• Bachelore sociaal werk
• Bachelor toegepaste psychologie
Meest
• Bachelor orthopedagogie.
bekende
• …..
=> alle drie gemeen dat we mensen willen helpen die het door omstandigheden niet gemakkelijk
hebben. = psychosociale hulpverlening
psychosociale hulpverlening:
= inzicht geven in zijn situatie
= helpen om zelfstandigheid en draagkracht vergroten.
= terugval voorkomen
-> Dit doen we vanuit onze eigen specialiteiten met een eigen kennisbril.
Verschillen tussen de drie:
1. Toegepaste psychologie:
-> Wat maakt dat we bepaald gedrag gaan vertonen?
-> Welke psychologische moeilijkheden kunnen de oorzaak zijn van bepaalde
problemen.
-> psychologische gespreksvoering.
2. Sociaal werk:
-> wetgeving om zo de cliënt te helpen in inzicht van zijn/ haar rechten en plichten.
-> specialist in sociale uitsluitingen
-> naar welke organisaties kan er doorverwezen worden?
-> Ook getraind in gespreksvoering, maar minder specifiek.
3. Orthopedagogie:
-> specialist in het begeleiden van personen met fysiek of mentale handicap
-> veel weet over normale ontwikkeling van het kind en hoe je een opvoeding juist
aanpakt.
-> begeleiden van gezinnen die het moeilijk hebben.
Multidisciplinair werken:
-> Aangezien we alle drie mensen begeleiden worden we vaak voor dezelfde functies ingezet,
maar telkens vanuit onze eigen invalshoek
=multidisciplinair werken.
3
, Politiek en GGZ (gezondheidszorg)
Politieke organisatie België:
=> federale organisatie België:
• 1830 = Ontstaan België -> nog geen moeilijkheden ondanks de drie verschillende
talen.
• 1970= Door spanning opsplitsing tussen Vlaanderen en Wallonië waardoor er ook
verschillende regeringen ontstaan:
- Belgische regering
- Vlaamse regering
- Waalse regering
- Duitstalige regering
- Franstalige regering
- Brusselse regering.
België heeft 6 deelstaten: al deze 6 staten hebben hun eigen regering, eigen parlement en hun
eigen bevoegdheden.
-> 3 gewesten (Wallonië, Vlaanderen en Brussel)
-> 3 gemeenschappen (Vlaams, Frans en Duits)
➢ Gewest= bevoegd voor alles wat met gronden te maken heeft. (economie, landbouw,
mobiliteit)
➢ Gemeenschap = bevoegd voor mensen ( cultuur, media, onderwijs)
=> Doordat er geen hiërarchie is tussen deze regeringen ondervinden we meerdere
moeilijkheden, dit heeft meerdere gevolgen.
-> Bv. voor beslissingen rond energie zijn er 4 ministers: Vlaams, Waals, Duits en Brussel.
Wie is waarvoor verantwoordelijk in de GGZ (geestelijke gezondheidzorg)?
-> beide regeringen hebben bepaalde materie die onder hen valt.
Federale regering -> wie mag wat doen? KB78: gezondheidszorgberoepen.
-> terugbetaling via RIZIV
-> justitie (forensische sector)
-> ziekenhuizen (financiering+ welke soort ziekenhuizen er mogen
bestaan.)
Vlaamse regering -> Financiëring, takenpakket en programmering van:
LOGO, CGG, CAW, beschut en wonen, psychiatrisch
verzorgingstehuis.
-> spreiding en erkenning
PAAZ afdeling, psychiatrische ziekenhuizen.
4
Fleur Verdonck – TP1 / werktraject.
Leerstof: Thomas more -toegepaste psychologie
1
,Inhoud:
Module 1 =>
Klinisch psychologisch werkveld:
• Beroepsprofiel KLP
• Politiek en GGZ
• Betaalbare en toegankelijke GGZ-zorg
• Collaborative care
• Rechten van patiënt
• De werksettings
Schoolpsychologie en pedagogisch psychologisch werkveld:
• Schoolpsychologie
• Pedagogisch psychologisch werkveld
• De werksettings
Module 2 =>
Belangrijke figuren bij doorverwijzen
Theoretisch kader om door te verwijzen:
• Doorverwijzen theoretisch kader
• Screeningslijst 1 psychische gezondheid
• Screeningslijst 2 verontrustende opvoedingssituatie
Het leren opstellen van een ecogram
Module 3=> Goed te kennen voor examen!
De psychologisch consulent die zijn afkortingen kent.
2
, Module 1: Klinisch psychologisch werkveld
Het beroepsprofiel van de psychologisch consulent:
Het verschil tussen sociaal werk, orthopedagogie en toegepaste psychologie:
Sociaal agogisch studiegebieden:
• Bachelore sociaal werk
• Bachelor toegepaste psychologie
Meest
• Bachelor orthopedagogie.
bekende
• …..
=> alle drie gemeen dat we mensen willen helpen die het door omstandigheden niet gemakkelijk
hebben. = psychosociale hulpverlening
psychosociale hulpverlening:
= inzicht geven in zijn situatie
= helpen om zelfstandigheid en draagkracht vergroten.
= terugval voorkomen
-> Dit doen we vanuit onze eigen specialiteiten met een eigen kennisbril.
Verschillen tussen de drie:
1. Toegepaste psychologie:
-> Wat maakt dat we bepaald gedrag gaan vertonen?
-> Welke psychologische moeilijkheden kunnen de oorzaak zijn van bepaalde
problemen.
-> psychologische gespreksvoering.
2. Sociaal werk:
-> wetgeving om zo de cliënt te helpen in inzicht van zijn/ haar rechten en plichten.
-> specialist in sociale uitsluitingen
-> naar welke organisaties kan er doorverwezen worden?
-> Ook getraind in gespreksvoering, maar minder specifiek.
3. Orthopedagogie:
-> specialist in het begeleiden van personen met fysiek of mentale handicap
-> veel weet over normale ontwikkeling van het kind en hoe je een opvoeding juist
aanpakt.
-> begeleiden van gezinnen die het moeilijk hebben.
Multidisciplinair werken:
-> Aangezien we alle drie mensen begeleiden worden we vaak voor dezelfde functies ingezet,
maar telkens vanuit onze eigen invalshoek
=multidisciplinair werken.
3
, Politiek en GGZ (gezondheidszorg)
Politieke organisatie België:
=> federale organisatie België:
• 1830 = Ontstaan België -> nog geen moeilijkheden ondanks de drie verschillende
talen.
• 1970= Door spanning opsplitsing tussen Vlaanderen en Wallonië waardoor er ook
verschillende regeringen ontstaan:
- Belgische regering
- Vlaamse regering
- Waalse regering
- Duitstalige regering
- Franstalige regering
- Brusselse regering.
België heeft 6 deelstaten: al deze 6 staten hebben hun eigen regering, eigen parlement en hun
eigen bevoegdheden.
-> 3 gewesten (Wallonië, Vlaanderen en Brussel)
-> 3 gemeenschappen (Vlaams, Frans en Duits)
➢ Gewest= bevoegd voor alles wat met gronden te maken heeft. (economie, landbouw,
mobiliteit)
➢ Gemeenschap = bevoegd voor mensen ( cultuur, media, onderwijs)
=> Doordat er geen hiërarchie is tussen deze regeringen ondervinden we meerdere
moeilijkheden, dit heeft meerdere gevolgen.
-> Bv. voor beslissingen rond energie zijn er 4 ministers: Vlaams, Waals, Duits en Brussel.
Wie is waarvoor verantwoordelijk in de GGZ (geestelijke gezondheidzorg)?
-> beide regeringen hebben bepaalde materie die onder hen valt.
Federale regering -> wie mag wat doen? KB78: gezondheidszorgberoepen.
-> terugbetaling via RIZIV
-> justitie (forensische sector)
-> ziekenhuizen (financiering+ welke soort ziekenhuizen er mogen
bestaan.)
Vlaamse regering -> Financiëring, takenpakket en programmering van:
LOGO, CGG, CAW, beschut en wonen, psychiatrisch
verzorgingstehuis.
-> spreiding en erkenning
PAAZ afdeling, psychiatrische ziekenhuizen.
4