Experimenten sociale psychologie
Hoofdstuk 1: sociale cognities
1. Experiment configuratiemodel van Asch
Volgens Asch kunnen we veel info over een persoon efficiënt organiseren en samenvatten rond een enkel kenmerk
Hij bood proefpersonen een lijst van kenmerken.
In een lijst was ofwel het woord ‘warm’ of ‘koud’ opgenomen
o de personen die ‘warm’ hadden zagen de persoon als meer gelukkig, genereus,…
o de personen die ‘koud’ hadden zagen de persoon als berekend,…
de kenmerken in beide lijsten waren identiek. Dit suggereert dat ‘warm’ en ‘koud’ centrale kenmerken zijn in onze
persoonsperceptie
2. Dollarexperiment van Festinger
Doel experiment
onderzoeken hoe mensen omgaan met cognitieve dissonantie, het ongemakkelijke gevoel dat ontstaat wanneer gedrag en
overtuigingen niet met elkaar overeenstemmen
Opzet experiment
De proefpersonen moesten een zeer saaie en repetitieve taak uitvoeren (zoals pinnetjes draaien)
Nadien vroeg de proefleider aan sommige deelnemers om tegen de volgende proefpersonen te zeggen dat het experiment leuk was,
terwijl ze wisten dat dit niet waar was
Er waren 3 groepen:
o Groep A: kreeg 1 dollar als beloning om te liegen
o Groep B: kreeg 20 dollar als beloning om te liegen
o Groep C (controlegroep): moest niet liegen
Verloop experiment
Groep B (20 dollar):
o Deze deelnemers hadden een duidelijke externe rechtvaardiging voor
hun leugen (ze kregen veel geld)
o Ze ervoeren weinig cognitieve dissonantie, want ze konden hun
gedrag makkelijk uitleggen: “Ik loog omdat ik er goed voor betaald
werd.”
o Hun attitude tegenover de taak bleef dus negatief: ze vonden ze nog
steeds saai
Groep A (1 dollar):
o Deze deelnemers hadden nauwelijks externe rechtvaardiging (1 dollar
is weinig)
o Ze ervoeren sterke cognitieve dissonantie, want ze hadden gelogen zonder een goede reden
o Om dit onaangename gevoel te verminderen, pasten ze hun attitude aan: ze begonnen zichzelf ervan te overtuigen dat de
taak eigenlijk best wel leuk was. Zo konden ze het idee van “liegen” rechtvaardigen tegenover zichzelf
Conclusie
Hoe kleiner de externe rechtvaardiging, hoe groter de cognitieve dissonantie en dus de kans dat iemand zijn attitude verandert om
het interne conflict te verminderen
De groep die slechts 1 dollar kreeg, veranderde effectief haar mening en beoordeelde het experiment positiever dan de groep die 20
dollar kreeg
3. Experiment rondom aversie voor verlies
2 scenario’s waarover je kunt kiezen:
1. Scenario 1
A. 200 mensen redden
B. alle 600 mensen redden met een kans van 1/3
1
, 2. Scenario 2
A. 400 mensen sterven
B. 1/3 van de mensen sterft
Conclusie
Beide scenario’s zijn gelijk aan elkaar, maar bij scenario 2 wordt bij A gezegd dat 400 mensen sterven en dat is een groot verlies, daar
hebben we een afkeer voor dus stemmen we op B. Als het anders geformuleerd was met een minder groot verlies, zou men meer op
A stemmen
Hoofdstuk 2: attributies
4. Experiment Stuar - het Valins-effect
Dit experiment illustreert hoe mensen hun emoties afleiden uit fysiologische signalen en daar vervolgens hun gevoelens op baseren
Opzet experiment
Mannelijke proefpersonen keken naar 10 foto’s van aantrekkelijke, schaarsgeklede vrouwen in Playboy
Voor het experiment werden ze aangesloten op een apparaat waarmee ze dachten hun eigen hartslag te horen. In werkelijkheid was
dit vooraf opgenomen
Groepen
Groep A: hoorde tijdens het kijken veranderingen in de hartslag (versnelling)
Groep B: hoorde geen verandering in hartslag (constante toon)
Resultaten
Proefpersonen die een verandering in hartslag hoorden, vonden de vrouwen aantrekkelijker dan degenen die geen verandering
hoorden
Dit toont aan dat deelnemers hun emotionele ervaring afleidden uit de vermeende fysiologische reactie. Ze interpreteerden de
hartslag als teken van hun eigen opwinding, waardoor ze de emotie daadwerkelijk beleefden
Conclusie
Het experiment ondersteunt de zelfperceptietheorie: mensen vormen een oordeel over hun gevoelens of voorkeuren door hun
eigen gedragingen en reacties te observeren, zelfs als die observaties op misleidende signalen gebaseerd zijn
5. Experiment Schachter
Wanneer we geen duidelijke verklaring hebben voor hoe ons lichaam voelt (onze lichamelijke arousal), zoeken we een verklaring in de
omgeving.
We zijn dan vatbaar voor invloeden van anderen
Arousal + Cognitieve interpretatie = beleving van emotie
arousal de lichamelijke opwinding, zoals verhoogde hartslag, zweten, trillen
interpretatie de cognitieve duiding van die opwinding. Bv. “ik ben blij”, “ik ben boos”
Doel experiment
Onderzoeken hoe lichamelijke arousal en cognitieve interpretatie samen emoties bepalen
Opzet experiment
Alle proefpersonen kregen een injectie met epinefrine (adrenaline), wat zorgt voor lichamelijke opwinding (hartkloppingen, trillen,
warm gevoel…)
2
Hoofdstuk 1: sociale cognities
1. Experiment configuratiemodel van Asch
Volgens Asch kunnen we veel info over een persoon efficiënt organiseren en samenvatten rond een enkel kenmerk
Hij bood proefpersonen een lijst van kenmerken.
In een lijst was ofwel het woord ‘warm’ of ‘koud’ opgenomen
o de personen die ‘warm’ hadden zagen de persoon als meer gelukkig, genereus,…
o de personen die ‘koud’ hadden zagen de persoon als berekend,…
de kenmerken in beide lijsten waren identiek. Dit suggereert dat ‘warm’ en ‘koud’ centrale kenmerken zijn in onze
persoonsperceptie
2. Dollarexperiment van Festinger
Doel experiment
onderzoeken hoe mensen omgaan met cognitieve dissonantie, het ongemakkelijke gevoel dat ontstaat wanneer gedrag en
overtuigingen niet met elkaar overeenstemmen
Opzet experiment
De proefpersonen moesten een zeer saaie en repetitieve taak uitvoeren (zoals pinnetjes draaien)
Nadien vroeg de proefleider aan sommige deelnemers om tegen de volgende proefpersonen te zeggen dat het experiment leuk was,
terwijl ze wisten dat dit niet waar was
Er waren 3 groepen:
o Groep A: kreeg 1 dollar als beloning om te liegen
o Groep B: kreeg 20 dollar als beloning om te liegen
o Groep C (controlegroep): moest niet liegen
Verloop experiment
Groep B (20 dollar):
o Deze deelnemers hadden een duidelijke externe rechtvaardiging voor
hun leugen (ze kregen veel geld)
o Ze ervoeren weinig cognitieve dissonantie, want ze konden hun
gedrag makkelijk uitleggen: “Ik loog omdat ik er goed voor betaald
werd.”
o Hun attitude tegenover de taak bleef dus negatief: ze vonden ze nog
steeds saai
Groep A (1 dollar):
o Deze deelnemers hadden nauwelijks externe rechtvaardiging (1 dollar
is weinig)
o Ze ervoeren sterke cognitieve dissonantie, want ze hadden gelogen zonder een goede reden
o Om dit onaangename gevoel te verminderen, pasten ze hun attitude aan: ze begonnen zichzelf ervan te overtuigen dat de
taak eigenlijk best wel leuk was. Zo konden ze het idee van “liegen” rechtvaardigen tegenover zichzelf
Conclusie
Hoe kleiner de externe rechtvaardiging, hoe groter de cognitieve dissonantie en dus de kans dat iemand zijn attitude verandert om
het interne conflict te verminderen
De groep die slechts 1 dollar kreeg, veranderde effectief haar mening en beoordeelde het experiment positiever dan de groep die 20
dollar kreeg
3. Experiment rondom aversie voor verlies
2 scenario’s waarover je kunt kiezen:
1. Scenario 1
A. 200 mensen redden
B. alle 600 mensen redden met een kans van 1/3
1
, 2. Scenario 2
A. 400 mensen sterven
B. 1/3 van de mensen sterft
Conclusie
Beide scenario’s zijn gelijk aan elkaar, maar bij scenario 2 wordt bij A gezegd dat 400 mensen sterven en dat is een groot verlies, daar
hebben we een afkeer voor dus stemmen we op B. Als het anders geformuleerd was met een minder groot verlies, zou men meer op
A stemmen
Hoofdstuk 2: attributies
4. Experiment Stuar - het Valins-effect
Dit experiment illustreert hoe mensen hun emoties afleiden uit fysiologische signalen en daar vervolgens hun gevoelens op baseren
Opzet experiment
Mannelijke proefpersonen keken naar 10 foto’s van aantrekkelijke, schaarsgeklede vrouwen in Playboy
Voor het experiment werden ze aangesloten op een apparaat waarmee ze dachten hun eigen hartslag te horen. In werkelijkheid was
dit vooraf opgenomen
Groepen
Groep A: hoorde tijdens het kijken veranderingen in de hartslag (versnelling)
Groep B: hoorde geen verandering in hartslag (constante toon)
Resultaten
Proefpersonen die een verandering in hartslag hoorden, vonden de vrouwen aantrekkelijker dan degenen die geen verandering
hoorden
Dit toont aan dat deelnemers hun emotionele ervaring afleidden uit de vermeende fysiologische reactie. Ze interpreteerden de
hartslag als teken van hun eigen opwinding, waardoor ze de emotie daadwerkelijk beleefden
Conclusie
Het experiment ondersteunt de zelfperceptietheorie: mensen vormen een oordeel over hun gevoelens of voorkeuren door hun
eigen gedragingen en reacties te observeren, zelfs als die observaties op misleidende signalen gebaseerd zijn
5. Experiment Schachter
Wanneer we geen duidelijke verklaring hebben voor hoe ons lichaam voelt (onze lichamelijke arousal), zoeken we een verklaring in de
omgeving.
We zijn dan vatbaar voor invloeden van anderen
Arousal + Cognitieve interpretatie = beleving van emotie
arousal de lichamelijke opwinding, zoals verhoogde hartslag, zweten, trillen
interpretatie de cognitieve duiding van die opwinding. Bv. “ik ben blij”, “ik ben boos”
Doel experiment
Onderzoeken hoe lichamelijke arousal en cognitieve interpretatie samen emoties bepalen
Opzet experiment
Alle proefpersonen kregen een injectie met epinefrine (adrenaline), wat zorgt voor lichamelijke opwinding (hartkloppingen, trillen,
warm gevoel…)
2