OEFENING GEVELREINIGING
1. chemische reiniging
2. stomen
3. water onder lage druk
4. chemische reiniging
5. rubberpasta
6. persluchtstralen
7. droogijsstralen (je ziet een symbooltje op zijn kleding)
8. zandstralen
9. water onder hoge druk
10.laserstralen (beeld, man heeft bril op, klein toestel)
11.slijpen
12.hydrofoberen
13.korstmossen
14.patina (koper is aan het corroderen)
15.mosgroei
16.biologische aantasting – algen
17.stukvriezen v metselwerk (schilfert eraf)
18.zout uitbloeiing
19.carbonatie, niet genoeg beton bovenop wapening (betonnen gevel)
20.permanent anti-graffiti systeem (heeft enkel spons vast, zachte techniek)
21.semipermanent anti-graffiti systeem (harde techniek)
OEFENINGEN PLATTE DAKEN
, OEF 1
teken een koud, warm en omgekeerd dak in doorsnede. Welke stelling hoort bij
welke dak(en) ?
(koud = K, warm = W, omgekeerd = O)
a) Dakvloer wordt door de isolatie beschermd tegen temperatuurschommelingen,
waardoor het gevaar op bewegingen en scheuren in de dakvloer wordt beperkt.
W&O
b) De waterdichte bekleding is beschermd tegen U.V.-straling, dooi en vriescycli,
temperatuurschokken en mechanische beschadigingen, die tijdens plaatsing of
onderhoud kunnen ontstaan.
O (dakbedekking, blauwe lijn op mijn tekening, kan niet in contact komen met de zon)
c) Er is meer warmteverlies bij dezelfde isolatiedikte, omdat er zich constant een
waterlaagje tussen de afdichting en de isolatieplaten bevindt dat bovendien wil
verdampen, en omdat de voegen tussen de isolatieplaten een constante
koudebrug vormen. Dit warmteverlies moet gecompenseerd worden door de
theoretisch berekende isolatiedikte met 20% te verhogen
O
d) De kans op algengroei is kleiner, omdat de kans op plasvorming bij goede
uitvoering kleiner is. Indien er toch plassen op het dak zouden blijven staan en er
mossen, algen of planten op het dak zouden groeien, kunnen deze eenvoudiger
verwijderd worden.
W&K (dakbedekking komt in contact met zon dus algen vinden het minder interessant)
e) Vochtinfiltraties worden langs binnen later opgemerkt.
W&K (W: water verspreid zich in isolatie totdat het ergens door dampscherm gaat)
f) Er is een dampscherm aanwezig.
W&K&O (O: dakbedekking = dampscherm)
g) De thermische weerstand van een bestaand dak kan gemakkelijk vergroot
worden.
O (extra ballast toevoegen)
h) Het plaatsen van de isolatie in hoeken is eenvoudiger.
W&O
i) Doordat er bijna constant een laagje water aanwezig is tussen de isolatie en de
afdichting is de kans op algengroei groot.
O
j) Kans op mechanische beschadiging, door bijvoorbeeld op het dak te lopen voor
onderhoud is groot.
1. chemische reiniging
2. stomen
3. water onder lage druk
4. chemische reiniging
5. rubberpasta
6. persluchtstralen
7. droogijsstralen (je ziet een symbooltje op zijn kleding)
8. zandstralen
9. water onder hoge druk
10.laserstralen (beeld, man heeft bril op, klein toestel)
11.slijpen
12.hydrofoberen
13.korstmossen
14.patina (koper is aan het corroderen)
15.mosgroei
16.biologische aantasting – algen
17.stukvriezen v metselwerk (schilfert eraf)
18.zout uitbloeiing
19.carbonatie, niet genoeg beton bovenop wapening (betonnen gevel)
20.permanent anti-graffiti systeem (heeft enkel spons vast, zachte techniek)
21.semipermanent anti-graffiti systeem (harde techniek)
OEFENINGEN PLATTE DAKEN
, OEF 1
teken een koud, warm en omgekeerd dak in doorsnede. Welke stelling hoort bij
welke dak(en) ?
(koud = K, warm = W, omgekeerd = O)
a) Dakvloer wordt door de isolatie beschermd tegen temperatuurschommelingen,
waardoor het gevaar op bewegingen en scheuren in de dakvloer wordt beperkt.
W&O
b) De waterdichte bekleding is beschermd tegen U.V.-straling, dooi en vriescycli,
temperatuurschokken en mechanische beschadigingen, die tijdens plaatsing of
onderhoud kunnen ontstaan.
O (dakbedekking, blauwe lijn op mijn tekening, kan niet in contact komen met de zon)
c) Er is meer warmteverlies bij dezelfde isolatiedikte, omdat er zich constant een
waterlaagje tussen de afdichting en de isolatieplaten bevindt dat bovendien wil
verdampen, en omdat de voegen tussen de isolatieplaten een constante
koudebrug vormen. Dit warmteverlies moet gecompenseerd worden door de
theoretisch berekende isolatiedikte met 20% te verhogen
O
d) De kans op algengroei is kleiner, omdat de kans op plasvorming bij goede
uitvoering kleiner is. Indien er toch plassen op het dak zouden blijven staan en er
mossen, algen of planten op het dak zouden groeien, kunnen deze eenvoudiger
verwijderd worden.
W&K (dakbedekking komt in contact met zon dus algen vinden het minder interessant)
e) Vochtinfiltraties worden langs binnen later opgemerkt.
W&K (W: water verspreid zich in isolatie totdat het ergens door dampscherm gaat)
f) Er is een dampscherm aanwezig.
W&K&O (O: dakbedekking = dampscherm)
g) De thermische weerstand van een bestaand dak kan gemakkelijk vergroot
worden.
O (extra ballast toevoegen)
h) Het plaatsen van de isolatie in hoeken is eenvoudiger.
W&O
i) Doordat er bijna constant een laagje water aanwezig is tussen de isolatie en de
afdichting is de kans op algengroei groot.
O
j) Kans op mechanische beschadiging, door bijvoorbeeld op het dak te lopen voor
onderhoud is groot.