VZC: Bram
Thoraco-vasculaire heelkunde
1. Thoracale chirurgie
1.1. Anatomie
1.2. Ziektebeelden
1.2.1. Van het mediastinum
- Thymomen
• Meest voorkomende oorzaak van zwellingen
• Thymus/zwezerik
- Lymfomen
• Gezwel in lymfestelsel
• Chemotherapie
- Mediastinitis
• Infectie in weefsel
▪ Meestal door perforatie van de oesophagus door hevig braken, vreemd
lichaam of endoscopie
• Hevige pijn en koorts
• AB, chirurgische drainage IN
1.2.2. Van de longen
- Bronchiëchastieën
• Chronische verwijdingen van de brochiaalboom
- Longabces
• Alleen chirurgisch behandelen indien perforeert naar pleuraholte
- Aspergilloom
• Schimmel door breedspectrumAB
• Klomp schimmelweefsel
, - Bronchuscarcinoom
• Kwaadaardige tumor die uitgaat van diepere luchtwegen
- Emfyseem
• Vaak onderdeel van COPD
• Verliezen van alveolen => verminderde gasuitwisseling => vernauwing kleinere
luchtwegen
• Ontstaat door pneumothorax die subcutaan doorbreekt
1.2.3. Van de pleura
- Haemothorax
• Bloed in thorax na trauma zoals ribfactuur, steekwonde, post-op na longresectie,…
- Pneumothorax
• Lucht in pleuraholte door trauma of chirurgische ingreep =>
- Pyothorax
• Etter in pleuraholte (pulmonaal door abces, bacteriële pneumonie,
tuberculeuze pleuritis, fistels…)
- Chylothorax
• Lekkage van chyle of lymfevocht => doorbraak en ophoping in de pleura
1.3. Traumata van de thorax
1.3.1. Thoracale contusie
Ribfracturen (tussen rib 3 en 10)
- Thorax = pijnlijk en pt kan moeilijk doorhoesten
- Soms bijkomend kwetsuur van inwendige organen
- Behandeling
• Pijnstilling, ademhalingsfysiotherapie
• Bij ribfracturen rib 1 en 2 => opletten voor aortascheuren (verbreed mediastinum)
Fladderthorax
- Abnormale beweeglijkheid van de thoraxwand (komt los van de rest)
- Paradoxale ademhaling (bv buik gaat naar binnen bij het inademen ipv naar buiten
=> bewegingen van borstkas en buik verlopen tegengesteld
- Behandeling
• Zuurstoftoediening, pijnstilling, CPAP (ademhalingsondersteuning)
- Aandachtpunten
• Uitvoeren van pijnscore + saturatiemetingen, ademhalingspatroon observeren
1.3.2. Open of penetrerend trauma
Ontstaan door messteek, kogel, enz.
- Thoracaal of thoracaal/abdominaal
- Bij schotwonden => ingang en uitgangspoort
• Letsels aan longen, mediastinale organen, wervelzuil en intra-abdominale
ingewanden
• Steeds onderzoeken in OK!
1.3.3. Intrathoracaal trauma
Penetrerende als niet-penetrerende letsels
, - Hart en grote bloedvaten
• Harttamponade: ophoping van meer dan 150cc in de pericardiale ruimte =>
compressie van het hart
• Scheuren/contusie van atrium, ventrikel of septum en contusie of afrukking van
kleppen en coronairen mogelijk
▪ 1ste en 2de ribfracturen => diameter mediastinum nakijken => traumatische
aortaruptuur
- Trachea, bronchi en longen
• Volledige of onvolledige rupturen kunnen optreden die kunnen zorgen voor
pneumothorax, emfyseem,…
• Garanderen vrije luchtweg belangrijk (thoraxdrain bij pneumothorax, traceotomie)
- Oesophagus en diafragma
• Posttraumatische hernia diafragmatica => meestal laattijd gediagnosticeerd =>
chirurgie
1.4. Thoracale ingrepen
1.4.1. Ingrepen aan het middenrif wegens hernia diafragmatica
Breuk in middenrif
- Ontstaan doordat de opening in diafragma (voor oesophagus door te laten) te groot is
geworden
• Twee andere openingen: aorta en vena cava => GEEN herniatie
- Buikorganen kunnen vanuit abdomen in thorax komen
1.4.2. Plaatsen van een thoraxdrain
Indicaties
- Bij pneumothorax en spanningspneumothorax
• Lokale verdoving, speciale hechting zodat deze achteraf snel kan gedicht worden (zo
weinig mogelijk lucht in de thorax), tussen 4de en 7de rib, charrière 20-24
- Bij drainage van vocht
• Algemene of lokale verdoving , haemothorax of chylothorax, tussen 5de en 9de rib,
charrière 28-32 => dikke vloeistoffen moeten kunnen aflopen
Plaats van de thoraxdrain
- In de pleuraholte
• Soms 2: lucht en bloed, die via een Y naar eenzelfde recipiënt worden geleid
- Preventief om risico op tamponade te vermijden (drain in mediastinum)
Werking van een thoraxdrainage
- Bestaat uit
• Waterslot
▪ Onderwater-verlening van thoraxdrain
▪ Lucht wordt verwijderd zonder terug te kunnen keren
▪ Wanneer druk stijgt, zal deze door de drain worden gedwongen
▪ Anti-refluxklep, water stijgen tot hoogte => hetzelfde als intrathoracale druk
▪ Uiteinde steeds onder water (2 CM!!)
▪ Onder thoraxniveau => invloed zwaartekracht, minder weerstand
, • Opvangcompartiment
▪ Vocht dat ook verwijderd moet worden zal niveau van waterslot doen stijgen
o Weerstand zal dus vergroten
o Inhoud = vuil
▪ Overtollige pleurale inhoud wordt opgevangen + lucht wordt naar buiten
geleid => niveau waterslot blijft dus constant
• Fles voor regulatie van de zuigkracht
▪ Actieve suctie waardoor pleura-inhoud sneller geëvacueerd wordt
▪ Stop met 3 openingen
o 1ste die fles verbindt met waterslot
o 2de die fles verbindt met actieve suctiebron
o 3de staat open aan de atmosfeer
▪ Maximale zuigkracht wordt bepaald door diepte van leiding atomsfeer onder
water
o Suctie van -20cm waterdruk => buis moet 20 cm onder vloeistof
gebracht worden
o Zacht geborrel moet hoorbaar en zichtbaar zijn.
Multifunctionele systemen voor thoraxdrainage
- Er bestaan ook digitale systemen met 4de fles tegen overdruk in het systeem
De verpleegkundige taak
- Controles en manipulaties
• Steriliteit
• Halfzittende tot zittende houding
• Leiding aangesloten / geen knikken of plooien / boven bedlinnen fixeren
• Juiste vulling vloeistofniveau waterslot (2cm)
• Opvangrecipiënt beneden thoraxniveau pt
• Controle aspect en hoeveelheid vocht, datum op recipiënt om bij te houden
▪ Meer dan 200ml/uur = ALARM
• Waterslot controleren
▪ Intermitterend bubbelen is normaal bij hoesten
▪ Continue => luchtlek
▪ Schommelen is normaal bij open verbinding
▪ Afwezigheid van bubbelen => blokkade
• Observatie ademhaling + saturatie (opletten voor respiratoire insufficiëntie)
• Pijnbehandeling
• Insteekplaats controleren
• NOOIT AFSLUITEN zonder voorschrift => anders spanningspneumothorax
• Arts verwittigen IN
- VPK hulp bij verwijderen van een thoraxdrain
• Meestal wnr er geen lucht- of vochtproductie is
• Clamping trial: drain afklemmen voor periode om te observeren of er recidief van
pneumothorax is
▪ Saturatie en pt opvolgen
▪ Niet elk ziekenhuis
• Halfzittende of zittende houding, afhankelijk van toestand pt
Thoraco-vasculaire heelkunde
1. Thoracale chirurgie
1.1. Anatomie
1.2. Ziektebeelden
1.2.1. Van het mediastinum
- Thymomen
• Meest voorkomende oorzaak van zwellingen
• Thymus/zwezerik
- Lymfomen
• Gezwel in lymfestelsel
• Chemotherapie
- Mediastinitis
• Infectie in weefsel
▪ Meestal door perforatie van de oesophagus door hevig braken, vreemd
lichaam of endoscopie
• Hevige pijn en koorts
• AB, chirurgische drainage IN
1.2.2. Van de longen
- Bronchiëchastieën
• Chronische verwijdingen van de brochiaalboom
- Longabces
• Alleen chirurgisch behandelen indien perforeert naar pleuraholte
- Aspergilloom
• Schimmel door breedspectrumAB
• Klomp schimmelweefsel
, - Bronchuscarcinoom
• Kwaadaardige tumor die uitgaat van diepere luchtwegen
- Emfyseem
• Vaak onderdeel van COPD
• Verliezen van alveolen => verminderde gasuitwisseling => vernauwing kleinere
luchtwegen
• Ontstaat door pneumothorax die subcutaan doorbreekt
1.2.3. Van de pleura
- Haemothorax
• Bloed in thorax na trauma zoals ribfactuur, steekwonde, post-op na longresectie,…
- Pneumothorax
• Lucht in pleuraholte door trauma of chirurgische ingreep =>
- Pyothorax
• Etter in pleuraholte (pulmonaal door abces, bacteriële pneumonie,
tuberculeuze pleuritis, fistels…)
- Chylothorax
• Lekkage van chyle of lymfevocht => doorbraak en ophoping in de pleura
1.3. Traumata van de thorax
1.3.1. Thoracale contusie
Ribfracturen (tussen rib 3 en 10)
- Thorax = pijnlijk en pt kan moeilijk doorhoesten
- Soms bijkomend kwetsuur van inwendige organen
- Behandeling
• Pijnstilling, ademhalingsfysiotherapie
• Bij ribfracturen rib 1 en 2 => opletten voor aortascheuren (verbreed mediastinum)
Fladderthorax
- Abnormale beweeglijkheid van de thoraxwand (komt los van de rest)
- Paradoxale ademhaling (bv buik gaat naar binnen bij het inademen ipv naar buiten
=> bewegingen van borstkas en buik verlopen tegengesteld
- Behandeling
• Zuurstoftoediening, pijnstilling, CPAP (ademhalingsondersteuning)
- Aandachtpunten
• Uitvoeren van pijnscore + saturatiemetingen, ademhalingspatroon observeren
1.3.2. Open of penetrerend trauma
Ontstaan door messteek, kogel, enz.
- Thoracaal of thoracaal/abdominaal
- Bij schotwonden => ingang en uitgangspoort
• Letsels aan longen, mediastinale organen, wervelzuil en intra-abdominale
ingewanden
• Steeds onderzoeken in OK!
1.3.3. Intrathoracaal trauma
Penetrerende als niet-penetrerende letsels
, - Hart en grote bloedvaten
• Harttamponade: ophoping van meer dan 150cc in de pericardiale ruimte =>
compressie van het hart
• Scheuren/contusie van atrium, ventrikel of septum en contusie of afrukking van
kleppen en coronairen mogelijk
▪ 1ste en 2de ribfracturen => diameter mediastinum nakijken => traumatische
aortaruptuur
- Trachea, bronchi en longen
• Volledige of onvolledige rupturen kunnen optreden die kunnen zorgen voor
pneumothorax, emfyseem,…
• Garanderen vrije luchtweg belangrijk (thoraxdrain bij pneumothorax, traceotomie)
- Oesophagus en diafragma
• Posttraumatische hernia diafragmatica => meestal laattijd gediagnosticeerd =>
chirurgie
1.4. Thoracale ingrepen
1.4.1. Ingrepen aan het middenrif wegens hernia diafragmatica
Breuk in middenrif
- Ontstaan doordat de opening in diafragma (voor oesophagus door te laten) te groot is
geworden
• Twee andere openingen: aorta en vena cava => GEEN herniatie
- Buikorganen kunnen vanuit abdomen in thorax komen
1.4.2. Plaatsen van een thoraxdrain
Indicaties
- Bij pneumothorax en spanningspneumothorax
• Lokale verdoving, speciale hechting zodat deze achteraf snel kan gedicht worden (zo
weinig mogelijk lucht in de thorax), tussen 4de en 7de rib, charrière 20-24
- Bij drainage van vocht
• Algemene of lokale verdoving , haemothorax of chylothorax, tussen 5de en 9de rib,
charrière 28-32 => dikke vloeistoffen moeten kunnen aflopen
Plaats van de thoraxdrain
- In de pleuraholte
• Soms 2: lucht en bloed, die via een Y naar eenzelfde recipiënt worden geleid
- Preventief om risico op tamponade te vermijden (drain in mediastinum)
Werking van een thoraxdrainage
- Bestaat uit
• Waterslot
▪ Onderwater-verlening van thoraxdrain
▪ Lucht wordt verwijderd zonder terug te kunnen keren
▪ Wanneer druk stijgt, zal deze door de drain worden gedwongen
▪ Anti-refluxklep, water stijgen tot hoogte => hetzelfde als intrathoracale druk
▪ Uiteinde steeds onder water (2 CM!!)
▪ Onder thoraxniveau => invloed zwaartekracht, minder weerstand
, • Opvangcompartiment
▪ Vocht dat ook verwijderd moet worden zal niveau van waterslot doen stijgen
o Weerstand zal dus vergroten
o Inhoud = vuil
▪ Overtollige pleurale inhoud wordt opgevangen + lucht wordt naar buiten
geleid => niveau waterslot blijft dus constant
• Fles voor regulatie van de zuigkracht
▪ Actieve suctie waardoor pleura-inhoud sneller geëvacueerd wordt
▪ Stop met 3 openingen
o 1ste die fles verbindt met waterslot
o 2de die fles verbindt met actieve suctiebron
o 3de staat open aan de atmosfeer
▪ Maximale zuigkracht wordt bepaald door diepte van leiding atomsfeer onder
water
o Suctie van -20cm waterdruk => buis moet 20 cm onder vloeistof
gebracht worden
o Zacht geborrel moet hoorbaar en zichtbaar zijn.
Multifunctionele systemen voor thoraxdrainage
- Er bestaan ook digitale systemen met 4de fles tegen overdruk in het systeem
De verpleegkundige taak
- Controles en manipulaties
• Steriliteit
• Halfzittende tot zittende houding
• Leiding aangesloten / geen knikken of plooien / boven bedlinnen fixeren
• Juiste vulling vloeistofniveau waterslot (2cm)
• Opvangrecipiënt beneden thoraxniveau pt
• Controle aspect en hoeveelheid vocht, datum op recipiënt om bij te houden
▪ Meer dan 200ml/uur = ALARM
• Waterslot controleren
▪ Intermitterend bubbelen is normaal bij hoesten
▪ Continue => luchtlek
▪ Schommelen is normaal bij open verbinding
▪ Afwezigheid van bubbelen => blokkade
• Observatie ademhaling + saturatie (opletten voor respiratoire insufficiëntie)
• Pijnbehandeling
• Insteekplaats controleren
• NOOIT AFSLUITEN zonder voorschrift => anders spanningspneumothorax
• Arts verwittigen IN
- VPK hulp bij verwijderen van een thoraxdrain
• Meestal wnr er geen lucht- of vochtproductie is
• Clamping trial: drain afklemmen voor periode om te observeren of er recidief van
pneumothorax is
▪ Saturatie en pt opvolgen
▪ Niet elk ziekenhuis
• Halfzittende of zittende houding, afhankelijk van toestand pt