Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Notes de cours

Onderwijssociologie en -beleid: volledige aantekeningen (alle hoorcolleges + slides)

Note
-
Vendu
-
Pages
91
Publié le
16-01-2026
Écrit en
2025/2026

In dit document vind je alle aantekeningen en notities van de hoorcolleges (inclusief gastcollege rond tucht en studievoortgang in onderwijs) terug van het vak onderwijssociologie- en beleid.












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
16 janvier 2026
Nombre de pages
91
Écrit en
2025/2026
Type
Notes de cours
Professeur(s)
Pr. dr. timo van caeneghem
Contient
Toutes les classes

Aperçu du contenu

Onderwijssociologie en -beleid (2025-2026)
Onderwijs: sociale institutie
 onderwijs is een van de vele instituties die ons gedrag gaat reguleren,
gaat ervoor zorgen dat ons gedrag georganiseerd wordt.
Er zijn veel andere instituties, zoals bijvoorbeeld gezin, politie, religie,
economie, rechtsysteem  vormen ook ons gedrag.
Historische oorsprong: gebeurtenissen hebben onderwijs gevormd.
Onderwijssociologie gaat kijken naar de wisselwerking tussen het onderwijs
als institutie en de maatschappij, want onderwijs vervult enkele functies.
Er is een wisselwerking tussen onderwijssociologie als wetenschappelijke
discipline en het onderwijsbeleid  als de wetenschap bepaalde bevindingen
heeft, zal het beleid zich daar aan aanpassen  de wetenschap moet ook
bekijken wat het beleid doet met de maatschappij, wat voor impact dat
heeft.
EXAMEN
De verschillende functies van onderwijs:
1. De kwalificatiefunctie: onderwijs leert een bepaalde set van skills,
vaardigheden, kennis aan om een specifieke functie uit te voeren,
school kwalificeert ons voor een specifieke functie. Sterk gelinkt met
selectie- en allocatiefunctie.

2. De selectie- en allocatiefunctie: het onderwijssysteem gaat mensen
sorteren (soms goed, soms kritiek op geven) in verschillende rollen:
wie wordt hartchirurg, wie specialiseert zich in nieren?
 Het onderwijs selecteert en alloceert mensen in de samenleving aan
specifieke functies.

3. De socialisatiefunctie: onderwijs als sociale institutie 
overkoepelende set van waarden en normen die ervoor zorgt dat we
als samenleving kunnen functioneren  samenwerken om te kunnen
functioneren in de samenleving.

,HF 1: Een kleine geschiedenis van de mens: de totstandkoming van
onderwijs
Belangrijk om te kijken wat ons heeft geleid tot het punt waar we nu zijn.
Mensen hebben altijd geleerd, zelfs in de Oudheid, dit was belangrijk om te
kunnen overleven. Wij groeien op in een specifiek systeem, dat ons aanleert
hoe we moeten gedragen en wat we moeten doen om te overleven.
Het onderwijssysteem is op zich een relatief nieuwe institutie en het is een
van de webben die ons helpt te overleven. Het is een constante geweest
doorheen de geschiedenis: de jonge generatie leert van de oude generatie 
leren om te overleven (school of life).
De economische productiemodus geeft vorm aan sociale organisatie van
leren.
Bijvoorbeeld: tijdens de industrialisatie ontstond “de fabriek” en hierbij
kwamen veel nieuwe zaken in het leven en moesten er nieuwe skills
aangeleerd worden: aan de lopende band werken.
 dit geeft vorm aan sociale organisatie van leren.


Prehistorische samenleving
 periode voorafgaand aan het schrift
We hebben een ongenuanceerd beeld omtrent de prehistorische mens,
terwijl we qua “hardware”, dus ons brein, hetzelfde zijn – maar de context,
de software, is nu natuurlijk anders. Het waren jagerverzamelaars met een
nomadische levensstijl. Ze moesten dus bepaalde skills leren: wat giftig is en
wat niet, de gebieden (her)kennen, waar en wanneer het best een kamp op
te zetten etc.
Dit heet cognitive mapping: dit is een mentale representatie die een individu
gebruikt om informatie te verwerven, coderen, op te slaan, op te roepen en
te decoden over plaatsen en kenmeren van diens ruimtelijke omgeving.
Bijvoorbeeld: ik ga naar de les OSB, ik neem de fiets en deze trein en wandel
dan door deze gangen en dan kom ik in de les OSB.
Dit is best gelimiteerd voor ons, we verplaatsen ons niet overal zoals
nomaden  veel contextspecifieke kennis is voorgoed verloren.
Neolithische revolutie (eerste landbouwrevolutie)
Dit is een evolutie over vele jaren/eeuwen heen, op verschillende plaatsen
over de wereld simultaan en het is waar we langzaamaan de overgang
maken van nomadisme naar sedentarisme: landbouw doen op specifieke

,plekken en daar woonplekken organiseren.
 er ontstaan vestigingen, dorpen en zelfs wereldrijken: men werd
productiever en kon meer monden voeden.
Landbouw is ontstaan door planten te domestificeren, daarna ook
diersoorten (verschillende).
 dit leerproces was van vader op zoon
 lage productiviteit
 weinig arbeidsdeling: iedereen was landbouwer, je moest je plan trekken,
iedereen had dezelfde functie…
Ontstaan van het geschrift kan gelinkt worden aan neolithische revolutie:
heel simpele schrift, om aantallen in landbouwproductie (vee, graan) weer te
geven. Dit is GEEN taal.
 er was een noodzaak om te noteren wie welk stuk grond had 
neerschrijven, dus ook verschillende functies.
 eerste ontdekkingen tonen aan dat Soemeriërs hier als eerste mee waren
begonnen (3.300 vC)
 doel: boekhouding  meer rollen, complexere arbeidsdeling, er onstaan
meer rollen en functies  leersysteem wordt complexer, het is niet zoals
landbouw: vader op zoon
Opnieuw sturen economische noden de leernoden: heel nauw verbonden
met elkaar!
Schrift is heel belangrijk, want het overleeft alles, ook het overlijden van de
schrijvers.
Zo blijft het generaties lang duidelijk wat het grondbezit is, de schulden, de
belastingen… het is kennis die grenzen van leven en dood overschrijft.
Het is ook belangrijk omdat men zo kan werken aan kennisopbouw, wat
belangrijk zal zijn in de eeuwen die volgen.
Dit schrift is geen medium voor massaonderwijs: analfabetisme blijft nog
eeuwenlang de norm
 heel onbegrijpelijk voor de gewone mens in die tijd.
Middeleeuwen: proces van groeiende arbeidsdifferentiatie
Er is een sneeuwbaleffect qua functies en rollen, complexere arbeidsdeling,
samenlevingen worden complexer  meer impact op verschillende facetten
in het leven.
Voor, tijdens en ver na de Middeleeuwen: onderwijs in kleine elitaire kringen.
Bekende namen: Socrates, Plato, Galileo Galilei, Leonardo Da Vinci…
 etymologie: school komt van Griekse woord voor “vrije tijd”.

, Van de vroege naar late Middeleeuwen kwamen er verbeterde
landbouwtechnieken en bleef de kennis daarond groeien. Het schrift heeft
hier een rol in gespeeld: we leerden efficiënter werken, waardoor we meer
produceren, met minder landbouwers, want we konden leren van de fouten
die gemaakt werden  pivotaal moment voor de opbouw van
kennisconstructie.
 hoe complexer de noden van de samenleving, hoe complexer de
leersystemen
Er kwamen dus verschillende rollen in complexer wordende economieën:
selectie- en allocatiefunctie van onderwijs komt hier al aan bod  de
groeiende arbeidsdeling stuwt nood aan diverser wordende vaardigheden:
niet iedereen kon én landbouwer, én boekhouder, én kennisdeler worden.
 sociale organisatie van leren wordt dus stilaan ook complexer: het gaat
niet meer om particuliere initiatief, niet meer om kennisopbouw van vader
tot zoon --> kennisoverdracht was op andere manieren nodig.
Domscholen en kloosterscholen
7e eeuw: onderwijssysteem als we het nu kennen, ontstaat in de regio van
België en Nederlands.
- Domscholen: priesters (armen helpen)
- Kloosterscholen: monniken (assitanten van priesters, zware taken,
dijken bouwen etc)
 vorm van differentiatie
Hoe is dit ontstaan?
- De Franken zochten manieren om de heidene mensen in deze regio’s
te verchristelijken, om ons te laten socialiseren in brave christenen.
- In beide scholen, was Latijn de schooltaal (taal van de kerk)
- Domscholen werden opgezet in Aken, Luik en Utrecht
o Vanaf 7 jaar oud
o Vaardigheden: Bijbel lezen, teksten overschrijven, liederen
aanleren, feestdagen berekenen – soms ook recht, filosofie,
theologie
- Kloosterscholen kwamen meer voor: zette zich in op handarbeid
o Agrarische en ambachtelijke taken: dijken, wegen, akkers
bouwen
o Dienstbaardheid aan God betonen door hard labeur:
monikkenwerk.
Dinstinctie tussen hand en hoofdarbeid zien we nu nog altijd: ASO, TSO, BSO
finaliteiten.
€11,16
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
hanah

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
hanah Vrije Universiteit Brussel
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
Nouveau sur Stuvia
Membre depuis
8 heures
Nombre de followers
0
Documents
1
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions