HET KIND MET EEN BEPERKING
1. Definiëring
1.1. Verstandelijke beperking versus ontwikkelingsachterstand
Een verstandelijke beperking wordt gekenmerkt door
- Een significante beperking in het intellectueel functioneren (IQ<70) én in het adaptief
gedrag (vermogen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden)
- Beperking is ontstaan VOOR de leeftijd van 18j
Bij jonge kinderen wordt vaak gesproken over algemene ontwikkelingsachterstand
Þ beperking in één of meerdere ontwikkelingsdomeinen (bv fijne motoriek en spraak)
1.2. Ernstige meervoudige beperking (EMB)
Een ernstige cognitieve beperking (totaal IQ<30 of ontwikkelingsleeftijd <2j)
+
Motorisch functioneren beperkt zich tot het niet kunnen voortbewegen op zich kunnen
voortbewegen met hulpmiddelen
Oorzaken:
1. Teratogeen: intoxicaties
® foetaal alcoholsyndroom, maternale medicatie,...
2. Perinataal:
® asfyxie, infecties,...
3. Cerebrale aanlegstoornissen
4. Neuromusculaire aandoeningen
5. Genetische oorzaken
® downsyndroom,...
,2. Medische problemen bij kinderen met EMB
2.1. Luchtwegproblemen
Kinderen met EMB hebben vaak te kampen met respiratoire infecties en obstructieve
ademhalingsproblemen.
Þ progressie luchtwegproblematiek bepaalt voor groot deel de mortaliteit
Þ eindstadium: chronische hypoxie en hypercapnie met uiteindelijk van respiratoire insuff.
De meest voorkomende obstructieve slaapstoornis is het Obstructieve Slaapapneu
Syndroom (OSAS).
Þ Onbehandelde OSAS kan leiden tot medische en ontwikkelingsgerelateerde problemen
Bv: groei- en voedingsstoornissen ('failure to thrive')
cardiovasculaire complicaties (pulmonale en arteriële hypertensie)
neurocognitieve problemen (leer- en gedragsstoornissen en ontwikkelingsachterstand).
Lage luchtweginfecties zorgen voor veelvuldige opnames bij kinderen met EMB
Þ meest voorkomende doodsoorzaak is respiratoire insuff. tgv een lagere luchtweginfectie
!! Preventie, diagnostiek en behandeling van luchtwegproblematiek zijn bij deze groep van groot belang maar
vormen een grote uitdaging. Gezien de grote effect op morbiditeit en mortaliteit verdient dit probleem
voldoende aandacht.
Risicofactoren:
1. ineffectieve hoest
2. onveilige slikfunctie
3. GOR
4. andere respiratoire aandoeningen zoals astma, aangeboren longafwijkingen, tracheomalacie en
bronchopulmonale dysplasie
5. andere somatische problemen vb. hypertrofe tonsillen,…
6. hypotonie
7. retrognathie (teruggetrokken onderkaak)
8. wegzakken van de tong in rugligging
9. hypoventilatie bij spierzwakte
10. verminderde compliante thorax
11. apneus bij syndromale ademhalingsstoornissen (vb. Rettsyndroom)
12. epilepsie
13. sederende medicatie
14. obesitas
, Mogelijke behandelingen
1. Voedingsaanpassingen bij onveilige slikfunctie, voor behandeling gastro-oesofageale reflux en
ondervoeding
2. Mobilisatie, zo veel mogelijk rechtop zitten overdag, wisselligging ’s nachts, fysiotherapie en sputum
mobiliserende technieken, zoals gebruik van een PEP-masker (positive expiratory pressure)
3. Vernevelingen met natriumchloride 0,9 %, hypertoon zout, enz.
4. Medicatie vb. acetylcysteïne, anticholinergicum, enz. kunnen overwogen worden, maar kunnen ook extra
problemen in de hand werken vb. obstipatie, droge mond enz.
5. Chirurgische correctie van een scoliose kan, maar is niet altijd de oplossing of mogelijk
neusspoelen, xylometazoline, nasale corticosteroïden en adenotonsillectomie
zuurstof
6. Preventie van luchtweginfecties: hygiëne van de omgeving, eventueel onderhoudsantibiotica en
vaccinaties zoals bijv. griep., preventieve maatregelen kruisinfecties, vermijden negatieve externe
factoren zoals passief roken, optimaliseren voedingstoestand, inzetten op optimale slikfunctie,
behandelen van onderliggende problemen zoals GOR, NKO infecties, scoliose
!! DONTS
1. Neuskapbeademing is contra geïndiceerd vanwege het meestal ontbreken van verbale
en non-verbale communicatieve vaardigheden en het gevaar van aspiratie bij braken
2. Polyfarmacie: opletten nevenwerkingen medicatie en interacties
3. Sommige medicatie vermijden of goed testen wanneer geen of weinig hoestcapaciteit bij
kind aanwezig is, gezien er dan een verhoogd risico is op bronchusobstructie en
verstikking
1. Definiëring
1.1. Verstandelijke beperking versus ontwikkelingsachterstand
Een verstandelijke beperking wordt gekenmerkt door
- Een significante beperking in het intellectueel functioneren (IQ<70) én in het adaptief
gedrag (vermogen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden)
- Beperking is ontstaan VOOR de leeftijd van 18j
Bij jonge kinderen wordt vaak gesproken over algemene ontwikkelingsachterstand
Þ beperking in één of meerdere ontwikkelingsdomeinen (bv fijne motoriek en spraak)
1.2. Ernstige meervoudige beperking (EMB)
Een ernstige cognitieve beperking (totaal IQ<30 of ontwikkelingsleeftijd <2j)
+
Motorisch functioneren beperkt zich tot het niet kunnen voortbewegen op zich kunnen
voortbewegen met hulpmiddelen
Oorzaken:
1. Teratogeen: intoxicaties
® foetaal alcoholsyndroom, maternale medicatie,...
2. Perinataal:
® asfyxie, infecties,...
3. Cerebrale aanlegstoornissen
4. Neuromusculaire aandoeningen
5. Genetische oorzaken
® downsyndroom,...
,2. Medische problemen bij kinderen met EMB
2.1. Luchtwegproblemen
Kinderen met EMB hebben vaak te kampen met respiratoire infecties en obstructieve
ademhalingsproblemen.
Þ progressie luchtwegproblematiek bepaalt voor groot deel de mortaliteit
Þ eindstadium: chronische hypoxie en hypercapnie met uiteindelijk van respiratoire insuff.
De meest voorkomende obstructieve slaapstoornis is het Obstructieve Slaapapneu
Syndroom (OSAS).
Þ Onbehandelde OSAS kan leiden tot medische en ontwikkelingsgerelateerde problemen
Bv: groei- en voedingsstoornissen ('failure to thrive')
cardiovasculaire complicaties (pulmonale en arteriële hypertensie)
neurocognitieve problemen (leer- en gedragsstoornissen en ontwikkelingsachterstand).
Lage luchtweginfecties zorgen voor veelvuldige opnames bij kinderen met EMB
Þ meest voorkomende doodsoorzaak is respiratoire insuff. tgv een lagere luchtweginfectie
!! Preventie, diagnostiek en behandeling van luchtwegproblematiek zijn bij deze groep van groot belang maar
vormen een grote uitdaging. Gezien de grote effect op morbiditeit en mortaliteit verdient dit probleem
voldoende aandacht.
Risicofactoren:
1. ineffectieve hoest
2. onveilige slikfunctie
3. GOR
4. andere respiratoire aandoeningen zoals astma, aangeboren longafwijkingen, tracheomalacie en
bronchopulmonale dysplasie
5. andere somatische problemen vb. hypertrofe tonsillen,…
6. hypotonie
7. retrognathie (teruggetrokken onderkaak)
8. wegzakken van de tong in rugligging
9. hypoventilatie bij spierzwakte
10. verminderde compliante thorax
11. apneus bij syndromale ademhalingsstoornissen (vb. Rettsyndroom)
12. epilepsie
13. sederende medicatie
14. obesitas
, Mogelijke behandelingen
1. Voedingsaanpassingen bij onveilige slikfunctie, voor behandeling gastro-oesofageale reflux en
ondervoeding
2. Mobilisatie, zo veel mogelijk rechtop zitten overdag, wisselligging ’s nachts, fysiotherapie en sputum
mobiliserende technieken, zoals gebruik van een PEP-masker (positive expiratory pressure)
3. Vernevelingen met natriumchloride 0,9 %, hypertoon zout, enz.
4. Medicatie vb. acetylcysteïne, anticholinergicum, enz. kunnen overwogen worden, maar kunnen ook extra
problemen in de hand werken vb. obstipatie, droge mond enz.
5. Chirurgische correctie van een scoliose kan, maar is niet altijd de oplossing of mogelijk
neusspoelen, xylometazoline, nasale corticosteroïden en adenotonsillectomie
zuurstof
6. Preventie van luchtweginfecties: hygiëne van de omgeving, eventueel onderhoudsantibiotica en
vaccinaties zoals bijv. griep., preventieve maatregelen kruisinfecties, vermijden negatieve externe
factoren zoals passief roken, optimaliseren voedingstoestand, inzetten op optimale slikfunctie,
behandelen van onderliggende problemen zoals GOR, NKO infecties, scoliose
!! DONTS
1. Neuskapbeademing is contra geïndiceerd vanwege het meestal ontbreken van verbale
en non-verbale communicatieve vaardigheden en het gevaar van aspiratie bij braken
2. Polyfarmacie: opletten nevenwerkingen medicatie en interacties
3. Sommige medicatie vermijden of goed testen wanneer geen of weinig hoestcapaciteit bij
kind aanwezig is, gezien er dan een verhoogd risico is op bronchusobstructie en
verstikking