WEGVERKEERSRECHT
WETGEVING
Wegverkeersrecht is qua juridische bronnen vrij ingewikkeld. Niet één wetboek waar alles in
opgenomen is voor het wegverkeer.
Wegverkeerswet 16 maart 1968 (eigenlijk KB van coördinatie)
o Alle wettelijke bepalingen: misdrijven & sancties
KB Technische eisen 15 maart 1968 & wet Technische eisen 21 juni 1985
o Alle mogelijke technische voorschriften en bv. afmetingen van aanhangwagens
Wegverkeersreglement KB 1 december 1975 (‘Wegcode’)
o KB = Wegcode (omvangrijker dan WVW)
o Bepaalt hoe je je moet gedragen in het verkeer. De verkeersregels zijn hierin terug te
vinden.
Rijbewijs: KB’s 23 maart 1998 en 10 juli 2006
o KB betreffende het rijbewijs: strafbepalingen mbt het rijbewijs zijn terug te vinden in WVW
maar deze KB’s bevatten de reglementering mbt bekomen van een rijbewijs etc.
o Bijlagen KB 1998: nauwkeurig beschreven onder welke voorwaarden men een rijbewijs
kan/mag hebben.
Eenmaal het rijbewijs heeft, is het van onbeperkte geldigheid. Het wordt maar
afgeleverd als men aan bepaalde voorwaarden voldoet (deze staat in het KB).
Voorwaarden verbonden aan de geschiktheid om te rijden (bv. mensen epilepsie).
Bijzondere regelgeving
o Brom- en motorfietsen
o Signalisatie van wegenwerken
o Plaatsing en afmetingen verkeerstekens
Inschrijving voertuigen KB 20 juli 2001
Graadbepaling van de inbreuken: KB 30 september 2005
o Elke inbreuk op de wegcode wordt ingedeeld in een graad 1 tem 4 (laagste > hoogste) =
belangrijk voor de strafmaat
o Minnelijke schikkingen en minnelijke inningen zijn hoger naar gelang iets in een bepaalde
graad ingedeeld wordt
Niet handenvrij telefoneren = grootste stijger = graad 3. De minnelijke schikking is 174
euro.
WAM-wet 21 november 1989 (m.i.v. KB 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst
voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, vervangen door KB van
16 april 2018; modelovereenkomst gewijzigd door KB van 5 februari 2019
o KB 2018: modelovereenkomst – wettelijk verplichte verzekering dus inhoud niet wijzigen
zoals verzekeringsmaatschappijen willen.
Strafwetboek / Wetboek van Strafvordering
o Art. 418 tot 420 (onopzettelijke slagen en verwondingen; onopzettelijke doding) => fout,
schade en oorzakelijk verband
(oud) Burgerlijk Wetboek: burgerlijke afdeling van de politierechtbank
1
, Gerechtelijk Wetboek (bv. inzake bevoegdheid politierechtbank): alles wat bevoegdheid betreft
(ook van strafgerechten) bevindt zich in het gerechtelijk wetboek
DEEL 1. WEGVERKEERSWET
INLEIDING
In werkelijkheid KB van 16 maart 1968 tot coördinatie van bestaande van bestaande wetten => “Wet
betreffende de politie over het wegverkeer”.
Vrij veel aanpassingen, onder andere:
Wetten van 7 februari 2003, 20 juli 2005, 9 maart 2014
o 2003: ‘superboeten’ – hadden niet veel effect
o 2014: alcoholslot ingevoerd
Wet van 6 maart 2018 betreffende de verkeersveiligheid (zie ook wet van 2 september 2018)
o Aantal bepalingen zoals alcoholslot aangescherpt door ze in bepaalde gevallen wettelijk
verplicht te maken (geen vrije keuze voor politierechter)
o Verantwoordelijkheid van de houder van de nummerplaat sterk uitgebreid
Waarom uitgebreid? Identificatie van de verkeersovertreder – als deze staande wordt
gehouden is er geen probleem (ongeacht op wie het voertuig is ingeschreven). In veel
gevallen wordt de inbreuk vastgesteld door automatisch werkende toestellen
(flitspalen en verkeerscamera’s).
WVW heeft een beperkte omvang (70 artikelen) maar wel de principes, m.i.v. de
opsporingsbevoegdheden en -methodes.
Verschillende straffen: geldboeten en bijzondere sanctie van het verval van het recht tot
sturen. De bijkomende straf van het verval bestaat enkel in het wegverkeerrecht maar in het
nieuwe strafwetboek is het verruimd en kan het ook buiten het kader van het wegverkeer.
WVW telt acht titels (titel IIIbis nooit in werking getreden)
Waarom nooit in werking getreden? Het rijbewijs met punten (titel IIIbis): ingevoerd door JL
Dehaene – de datum van inwerkingtreding is nooit bepaald. Er is nooit een KB gekomen dat
de inwerkingtreding van de artikelen regelt.
Nieuw regeerakkoord: men wil ook tot op zekere hoogte het verleden in rekening brengen.
Niet alleen veroordelingen maar ook minnelijke schikkingen.
Basisregels worden uitgewerkt
Bestraffing van overtreding van verkeersreglementen
Snelheidsovertredingen
Bijzondere misdrijven: misdrijven die omschreven worden in de wegverkeerswet. Drie
2
, belangrijkste:
o Vluchtmisdrijf
o Alcoholintoxocatie/dronkenschap (+ drugs)
o Misdrijven mbt het rijbewijs: bv. art. 48 (geen rijbewijs maar rijden toch)
Bijzondere sancties
Prejudiciële vraag aan GwH: kunnen hardleerse overtreders niet beschouwd worden als geestelijk
ongeschikt? Dit opent bepaalde perspectieven als GwH zou beslissen dat men dit hieronder kan
brengen. Onverantwoordelijke bestuurders (maar niet verslaafd zijn) kunnen niet lichamelijk
ongeschikt verklaard worden vandaag.
Verantwoordelijkheid voor verkeersregels: Koning (art. 1, eerste lid WVW)
Deel van bevoegdheden naar gewesten
Rijopleiding: bv. rijscholen, rijexamens
o Federale overheid heeft niets meer over te zeggen.
maximaal toegelaten massa’s van voertuigen
snelheidsbeperkingen met uitzondering van autosnelwegen: de snelheid op de autosnelwegen
is een federale bevoegdheid.
Provincies hebben deze bevoegdheid niet (art. 6 WVW): ze hebben wel bevoegheden met betrekking
tot onderhoud van de wegen.
Gemeenten hebben bevoegdheden op vlak van mobiliteit. Een gemeente mag eigen
politieregelementen uitvaardigen mbt openbare wegen op eht grondgebied van de gemeente (met
uitzondering van de autosnelwegen – artikel 8WVW)
Politieregelementen kunnen enkel een aanvullend karakter hebben bij de federale en regional
reglementen (artikel 3 WVW).
Moeten dit voorleggen aan de regionale minister van mobiliteit omdat moet geverifieerd
worden dat het niet strijdig is met regionale regelementen. De minister heeft 60 dagen om te
reageren indien hij oordeelt dat het strijdig zou zijn (art. 3, §2).
Minister van mobiliteit heeft initiatiefrecht mbt gemeenschappelijk vervoer
3
, SPECIFIEKE MISDRIJVEN
VLUCHTMISDRIJF (ART. 33 WVW)
DEFINITIE
= het vluchten om zich te onttrekken aan de vaststellingen van een ongeval om het achterhalen van
de precieze omstandigheden van een ongeval, alsook de identiteit van de betrokken partijen (daders
en slachtoffers) mogelijk te maken.
+ plicht om ter plaatse te blijven zodat alle nuttige vaststellingen aan de betrokken voertuigen ed te
doen.
Voor 1924 niet strafbaar: waarom? Het kwam minder voor omdat er minder verkeer was. In de logica
verkeerde dat het bestraffen van vluchtmisdrijf neerkwam op het verplichten van zelfincriminatie (=
jezelf aan te geven).
NU strafbaar omdat: niet omwille van het ongeval opzich (want daar wordt men apart voor
bestraft), maar omdat het zeer moeilijk is om de precieze omstandigheden te achterhalen +
nuttige vastellingen mogelijk te maken.
Nuttige vaststellingen: welk voertuig betrokken, identiteit, vaststellingen mbt personen en
staat van de personen.
=> het SO riskeert een tweede maal SO te zijn want heeft niemand om schade op te verhalen
(tenzij gemeenschappelijk waarborgfonds)
Twee vormen van vluchtmisdrijf (art. 33, §1 WVW):
Vluchtmisdrijf waarbij het eigen voertuig aanleiding of oorzaak (men is bestuurder) is van een
ongeval
= men is bestuurder van een voertuig en als bestuurder is men de aanleiding of oorzaak van het
ongeval.
o Moet ongeval te wijten zijn aan de bestuurder? Nee
Persoonlijke betrokkenheid = betrokken als persoon zonder voertuig
o Bv. zonder kijken de straat overlopen waardoor wagen niet kan remmen en botst tegen
een andere wagen. Dan ben je zelf betrokken bij het ongeval, want geen van de andere
bestuurders is schuldig aan het ongeval.
Evolutie inzake bestraffing (nog recent verstrenging met de Wet van 6 maart 2018): altijd maar
meer.
Laatste wijziging met de wet van 6 maart 2018
o Onderscheid tussen verkeersongeval met gekwetsten en een ongeval met dodelijke afloop
Vluchtmisdrijf + alleen gekwetsen = maximumstraf 3 jaar
Vluchtmisdrijf + dodelijke afloop = maximumstraf 4 jaar
o Maximumstraf werd wel verhoogd (van 2 jaar naar respectievelijk 3 en 4 jaar)
4
WETGEVING
Wegverkeersrecht is qua juridische bronnen vrij ingewikkeld. Niet één wetboek waar alles in
opgenomen is voor het wegverkeer.
Wegverkeerswet 16 maart 1968 (eigenlijk KB van coördinatie)
o Alle wettelijke bepalingen: misdrijven & sancties
KB Technische eisen 15 maart 1968 & wet Technische eisen 21 juni 1985
o Alle mogelijke technische voorschriften en bv. afmetingen van aanhangwagens
Wegverkeersreglement KB 1 december 1975 (‘Wegcode’)
o KB = Wegcode (omvangrijker dan WVW)
o Bepaalt hoe je je moet gedragen in het verkeer. De verkeersregels zijn hierin terug te
vinden.
Rijbewijs: KB’s 23 maart 1998 en 10 juli 2006
o KB betreffende het rijbewijs: strafbepalingen mbt het rijbewijs zijn terug te vinden in WVW
maar deze KB’s bevatten de reglementering mbt bekomen van een rijbewijs etc.
o Bijlagen KB 1998: nauwkeurig beschreven onder welke voorwaarden men een rijbewijs
kan/mag hebben.
Eenmaal het rijbewijs heeft, is het van onbeperkte geldigheid. Het wordt maar
afgeleverd als men aan bepaalde voorwaarden voldoet (deze staat in het KB).
Voorwaarden verbonden aan de geschiktheid om te rijden (bv. mensen epilepsie).
Bijzondere regelgeving
o Brom- en motorfietsen
o Signalisatie van wegenwerken
o Plaatsing en afmetingen verkeerstekens
Inschrijving voertuigen KB 20 juli 2001
Graadbepaling van de inbreuken: KB 30 september 2005
o Elke inbreuk op de wegcode wordt ingedeeld in een graad 1 tem 4 (laagste > hoogste) =
belangrijk voor de strafmaat
o Minnelijke schikkingen en minnelijke inningen zijn hoger naar gelang iets in een bepaalde
graad ingedeeld wordt
Niet handenvrij telefoneren = grootste stijger = graad 3. De minnelijke schikking is 174
euro.
WAM-wet 21 november 1989 (m.i.v. KB 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst
voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, vervangen door KB van
16 april 2018; modelovereenkomst gewijzigd door KB van 5 februari 2019
o KB 2018: modelovereenkomst – wettelijk verplichte verzekering dus inhoud niet wijzigen
zoals verzekeringsmaatschappijen willen.
Strafwetboek / Wetboek van Strafvordering
o Art. 418 tot 420 (onopzettelijke slagen en verwondingen; onopzettelijke doding) => fout,
schade en oorzakelijk verband
(oud) Burgerlijk Wetboek: burgerlijke afdeling van de politierechtbank
1
, Gerechtelijk Wetboek (bv. inzake bevoegdheid politierechtbank): alles wat bevoegdheid betreft
(ook van strafgerechten) bevindt zich in het gerechtelijk wetboek
DEEL 1. WEGVERKEERSWET
INLEIDING
In werkelijkheid KB van 16 maart 1968 tot coördinatie van bestaande van bestaande wetten => “Wet
betreffende de politie over het wegverkeer”.
Vrij veel aanpassingen, onder andere:
Wetten van 7 februari 2003, 20 juli 2005, 9 maart 2014
o 2003: ‘superboeten’ – hadden niet veel effect
o 2014: alcoholslot ingevoerd
Wet van 6 maart 2018 betreffende de verkeersveiligheid (zie ook wet van 2 september 2018)
o Aantal bepalingen zoals alcoholslot aangescherpt door ze in bepaalde gevallen wettelijk
verplicht te maken (geen vrije keuze voor politierechter)
o Verantwoordelijkheid van de houder van de nummerplaat sterk uitgebreid
Waarom uitgebreid? Identificatie van de verkeersovertreder – als deze staande wordt
gehouden is er geen probleem (ongeacht op wie het voertuig is ingeschreven). In veel
gevallen wordt de inbreuk vastgesteld door automatisch werkende toestellen
(flitspalen en verkeerscamera’s).
WVW heeft een beperkte omvang (70 artikelen) maar wel de principes, m.i.v. de
opsporingsbevoegdheden en -methodes.
Verschillende straffen: geldboeten en bijzondere sanctie van het verval van het recht tot
sturen. De bijkomende straf van het verval bestaat enkel in het wegverkeerrecht maar in het
nieuwe strafwetboek is het verruimd en kan het ook buiten het kader van het wegverkeer.
WVW telt acht titels (titel IIIbis nooit in werking getreden)
Waarom nooit in werking getreden? Het rijbewijs met punten (titel IIIbis): ingevoerd door JL
Dehaene – de datum van inwerkingtreding is nooit bepaald. Er is nooit een KB gekomen dat
de inwerkingtreding van de artikelen regelt.
Nieuw regeerakkoord: men wil ook tot op zekere hoogte het verleden in rekening brengen.
Niet alleen veroordelingen maar ook minnelijke schikkingen.
Basisregels worden uitgewerkt
Bestraffing van overtreding van verkeersreglementen
Snelheidsovertredingen
Bijzondere misdrijven: misdrijven die omschreven worden in de wegverkeerswet. Drie
2
, belangrijkste:
o Vluchtmisdrijf
o Alcoholintoxocatie/dronkenschap (+ drugs)
o Misdrijven mbt het rijbewijs: bv. art. 48 (geen rijbewijs maar rijden toch)
Bijzondere sancties
Prejudiciële vraag aan GwH: kunnen hardleerse overtreders niet beschouwd worden als geestelijk
ongeschikt? Dit opent bepaalde perspectieven als GwH zou beslissen dat men dit hieronder kan
brengen. Onverantwoordelijke bestuurders (maar niet verslaafd zijn) kunnen niet lichamelijk
ongeschikt verklaard worden vandaag.
Verantwoordelijkheid voor verkeersregels: Koning (art. 1, eerste lid WVW)
Deel van bevoegdheden naar gewesten
Rijopleiding: bv. rijscholen, rijexamens
o Federale overheid heeft niets meer over te zeggen.
maximaal toegelaten massa’s van voertuigen
snelheidsbeperkingen met uitzondering van autosnelwegen: de snelheid op de autosnelwegen
is een federale bevoegdheid.
Provincies hebben deze bevoegdheid niet (art. 6 WVW): ze hebben wel bevoegheden met betrekking
tot onderhoud van de wegen.
Gemeenten hebben bevoegdheden op vlak van mobiliteit. Een gemeente mag eigen
politieregelementen uitvaardigen mbt openbare wegen op eht grondgebied van de gemeente (met
uitzondering van de autosnelwegen – artikel 8WVW)
Politieregelementen kunnen enkel een aanvullend karakter hebben bij de federale en regional
reglementen (artikel 3 WVW).
Moeten dit voorleggen aan de regionale minister van mobiliteit omdat moet geverifieerd
worden dat het niet strijdig is met regionale regelementen. De minister heeft 60 dagen om te
reageren indien hij oordeelt dat het strijdig zou zijn (art. 3, §2).
Minister van mobiliteit heeft initiatiefrecht mbt gemeenschappelijk vervoer
3
, SPECIFIEKE MISDRIJVEN
VLUCHTMISDRIJF (ART. 33 WVW)
DEFINITIE
= het vluchten om zich te onttrekken aan de vaststellingen van een ongeval om het achterhalen van
de precieze omstandigheden van een ongeval, alsook de identiteit van de betrokken partijen (daders
en slachtoffers) mogelijk te maken.
+ plicht om ter plaatse te blijven zodat alle nuttige vaststellingen aan de betrokken voertuigen ed te
doen.
Voor 1924 niet strafbaar: waarom? Het kwam minder voor omdat er minder verkeer was. In de logica
verkeerde dat het bestraffen van vluchtmisdrijf neerkwam op het verplichten van zelfincriminatie (=
jezelf aan te geven).
NU strafbaar omdat: niet omwille van het ongeval opzich (want daar wordt men apart voor
bestraft), maar omdat het zeer moeilijk is om de precieze omstandigheden te achterhalen +
nuttige vastellingen mogelijk te maken.
Nuttige vaststellingen: welk voertuig betrokken, identiteit, vaststellingen mbt personen en
staat van de personen.
=> het SO riskeert een tweede maal SO te zijn want heeft niemand om schade op te verhalen
(tenzij gemeenschappelijk waarborgfonds)
Twee vormen van vluchtmisdrijf (art. 33, §1 WVW):
Vluchtmisdrijf waarbij het eigen voertuig aanleiding of oorzaak (men is bestuurder) is van een
ongeval
= men is bestuurder van een voertuig en als bestuurder is men de aanleiding of oorzaak van het
ongeval.
o Moet ongeval te wijten zijn aan de bestuurder? Nee
Persoonlijke betrokkenheid = betrokken als persoon zonder voertuig
o Bv. zonder kijken de straat overlopen waardoor wagen niet kan remmen en botst tegen
een andere wagen. Dan ben je zelf betrokken bij het ongeval, want geen van de andere
bestuurders is schuldig aan het ongeval.
Evolutie inzake bestraffing (nog recent verstrenging met de Wet van 6 maart 2018): altijd maar
meer.
Laatste wijziging met de wet van 6 maart 2018
o Onderscheid tussen verkeersongeval met gekwetsten en een ongeval met dodelijke afloop
Vluchtmisdrijf + alleen gekwetsen = maximumstraf 3 jaar
Vluchtmisdrijf + dodelijke afloop = maximumstraf 4 jaar
o Maximumstraf werd wel verhoogd (van 2 jaar naar respectievelijk 3 en 4 jaar)
4