ONTWIKKELINGSPSYCHOL
OGIE
MARGAUX VANLERBERGHE
,Ontwikkelingspsychologie
DEEL 1 DE ONTWIKKELING VAN HET KIND (ZELFSTUDIE)
HOOFDSTUK 1
1.1.EEN ORIËNTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Ontwikkelingspsychologie: Wat en waarom?
• Ontwikkelingspsychologie bestudeert groei, verandering en
stabiliteit bij mensen vanaf de conceptie tot aan de dood. Het
vakgebied onderzoekt hoe mensen veranderen in bepaalde
levensfasen én hoe gedrag stabiel kan blijven.
• Verschillende delen van de definitie:
1. Bestuderen van groei, verandering en stabiliteit kent een
wetenschappelijke benadering. Ze komen tot aannames of
hypotheses en toetsen deze met wetenschappelijke methodesop
systematische manier (bepaalde spelregels)
2. Focus op menselijke ontwikkeling (universeel of specifieker), of
richten op unieke aspecten van individu
3. Rekening houden men stabiliteit van kinderen,
adolescenten en volwassenen. Op welke gebieden en welke
perioden mensen veranderen en groeien en hoe hun gedrag
overeenkomt met eerder gedrag
4. Ontwikkelingsproces in elke levensfase, vroeger alleen
kinderen. Nu is er gebleken dat mensen doorheen het leven
blijven veranderen
Levensloopperspectief: meer aandacht hoe volwassenen en
ouderen zich ontwikkelen
Ontwikkelingspsychologen: Mensen blijven groeien in
bepaalde opzichten maar hun gedrag blijft in andere
opzichten stabiel
• Waar vroeger vooral naar kinderen werd gekeken, benadrukt het
levensloopperspectief dat mensen hun hele leven blijven
ontwikkelen. Ontwikkelingspsychologen stellen vragen zoals: Hoe
grijpt een baby? Hoe tekent een peuter? Hoe neemt een
adolescent beslissingen?
1.1.1. DE REIKWIJDTE VAN HET VAKGEBIED
Ontwikkelingsdomeinen
Definitie is groot door uiteenlopende onderwerpen.
Ontwikkelingspsychologen specialiseren zich daarom vaak in een bepaald
ontwikkelingsdomein of in een specifieke ontwikkelingsfase. De
domeinen zijn:
1. Fysieke ontwikkeling
Bestudeert het lichaam: hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen,
eten, drinken, slaap en rijping (blijvende fysieke of psychologische
verandering als gevolg van biologische groeiprocessen).
, Voorbeelden: invloed van ondervoeding op groei, motoriek of
seksuele rijping in de adolescentie.
2. Cognitieve ontwikkeling
Bestudeert intellectuele vermogens: denken, leren, geheugen,
probleemoplossing, intelligentie.
Voorbeelden: hoe denkprocessen veranderen tijdens de kindertijd;
hoe culturele verschillen optreden in schoolsucces.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling
Bestudeert sociale relaties, emoties, interacties en emotionele
regulatie. Voorbeelden: invloed van armoede, racisme, scheiding;
ontwikkeling van vriendschappen.
Morele ontwikkeling kan hierbij horen, karaktereigenschappen
(Persoonlijkheidsontwikkeling) en omgaan met mensen
(Sociaal- emotionele ontwikkeling)
De sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling zijn sterk
verweven en worden dus vaak samen bestudeerd.
4. Persoonlijkheidsontwikkeling
Onderzoekt stabiele karaktereigenschappen, individuele verschillen
Morele ontwikkeling kan speciaal aandachtsgebied zijn (studie naar
invloed van ouderlijk gedrag op ontwikkeling van het besef van goed
en kwaad bij kinderen) dit voorbeeld maakt duidelijk dat sociaal-
emotionele ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling sterk aan
elkaar verbonden zijn
Voorbeelden: ontwikkeling van geweten en moreel gedrag; samenhang
tussen karakter en omgang met anderen.
Ontwikkelingsfasen en individuele verschillen
Ontwikkelingsfasen zijn sociale constructies; de grenzen zijn dus deels
cultureel en maatschappelijk bepaald. In dit boek worden de volgende
fasen onderscheiden:
• prenatale periode (conceptie–geboorte)
• babytijd (0–2 jaar)
• peuter- en kleutertijd (2–6 jaar)
• schooltijd (6–12 jaar)
• adolescentie (12–20
jaar) De grenzen zijn niet
altijd strak:
• Puberteit start bijvoorbeeld bij meisjes gemiddeld vroeger dan bij jongens
• Einde babytijd niet helder, sommigen zeggen 1-1.5 een baby, tussen 1-2
of
2.5 dreumes
, • Ontwikkelingspsychologen kijken ook naar subfasen (ze delen
ontwikkelingsfasen op) zoals puberteit, prepuberteit of
ontluikende volwassenheid.
✓ Puberteit: periode van geslachtsrijping, meisjes (11-12 jaar), jongens
(13-
14 jaar), luidt de adolescentie in
✓ Prepuberteit: periode voorafgaand aan de puberteit met
(hormonale) veranderingen maar zijn nog niet buitenaf
zichtbaar
✓ Ontluikende volwassenheid: van late tienerjaren tot 30 jaar. Focus 18-
25
jaar. Geen adolescenten maar ook geen verantwoordelijkheden
van volwassenheid volledig op zich genomen, focus op ontdekken
identiteit. Periode vol mogelijkheden en opkomende volwassen
kenmerken door mogelijkheden uit te proberen (focus werk en
liefde)
• Overgang schooltijd naar adolescentie hangt af van biologische
veranderingen
die varieert (Puberteit)
Individuele verschillen zijn normaal:
Biologische oorzaak (ene groei rapper)
Omgevingsfactoren (leeftijd van liefde bepaald door cultuur)
Alleen door aanzienlijke afwijkingen van de westerse gemiddelden kunnen we
variatie zien
Koppeling domeinen en fasen
Veel verschillende professionals — psychologen, pedagogen, genetici,
artsen — leveren bijdragen aan de ontwikkelingspsychologie. Hun
inzichten worden gebruikt door o.a. leerkrachten, sociaal werkers,
kinderopvang en beleidsmakers.
1.2. KINDEREN: VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST
OGIE
MARGAUX VANLERBERGHE
,Ontwikkelingspsychologie
DEEL 1 DE ONTWIKKELING VAN HET KIND (ZELFSTUDIE)
HOOFDSTUK 1
1.1.EEN ORIËNTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Ontwikkelingspsychologie: Wat en waarom?
• Ontwikkelingspsychologie bestudeert groei, verandering en
stabiliteit bij mensen vanaf de conceptie tot aan de dood. Het
vakgebied onderzoekt hoe mensen veranderen in bepaalde
levensfasen én hoe gedrag stabiel kan blijven.
• Verschillende delen van de definitie:
1. Bestuderen van groei, verandering en stabiliteit kent een
wetenschappelijke benadering. Ze komen tot aannames of
hypotheses en toetsen deze met wetenschappelijke methodesop
systematische manier (bepaalde spelregels)
2. Focus op menselijke ontwikkeling (universeel of specifieker), of
richten op unieke aspecten van individu
3. Rekening houden men stabiliteit van kinderen,
adolescenten en volwassenen. Op welke gebieden en welke
perioden mensen veranderen en groeien en hoe hun gedrag
overeenkomt met eerder gedrag
4. Ontwikkelingsproces in elke levensfase, vroeger alleen
kinderen. Nu is er gebleken dat mensen doorheen het leven
blijven veranderen
Levensloopperspectief: meer aandacht hoe volwassenen en
ouderen zich ontwikkelen
Ontwikkelingspsychologen: Mensen blijven groeien in
bepaalde opzichten maar hun gedrag blijft in andere
opzichten stabiel
• Waar vroeger vooral naar kinderen werd gekeken, benadrukt het
levensloopperspectief dat mensen hun hele leven blijven
ontwikkelen. Ontwikkelingspsychologen stellen vragen zoals: Hoe
grijpt een baby? Hoe tekent een peuter? Hoe neemt een
adolescent beslissingen?
1.1.1. DE REIKWIJDTE VAN HET VAKGEBIED
Ontwikkelingsdomeinen
Definitie is groot door uiteenlopende onderwerpen.
Ontwikkelingspsychologen specialiseren zich daarom vaak in een bepaald
ontwikkelingsdomein of in een specifieke ontwikkelingsfase. De
domeinen zijn:
1. Fysieke ontwikkeling
Bestudeert het lichaam: hersenen, zenuwstelsel, spieren, zintuigen,
eten, drinken, slaap en rijping (blijvende fysieke of psychologische
verandering als gevolg van biologische groeiprocessen).
, Voorbeelden: invloed van ondervoeding op groei, motoriek of
seksuele rijping in de adolescentie.
2. Cognitieve ontwikkeling
Bestudeert intellectuele vermogens: denken, leren, geheugen,
probleemoplossing, intelligentie.
Voorbeelden: hoe denkprocessen veranderen tijdens de kindertijd;
hoe culturele verschillen optreden in schoolsucces.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling
Bestudeert sociale relaties, emoties, interacties en emotionele
regulatie. Voorbeelden: invloed van armoede, racisme, scheiding;
ontwikkeling van vriendschappen.
Morele ontwikkeling kan hierbij horen, karaktereigenschappen
(Persoonlijkheidsontwikkeling) en omgaan met mensen
(Sociaal- emotionele ontwikkeling)
De sociaal-emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling zijn sterk
verweven en worden dus vaak samen bestudeerd.
4. Persoonlijkheidsontwikkeling
Onderzoekt stabiele karaktereigenschappen, individuele verschillen
Morele ontwikkeling kan speciaal aandachtsgebied zijn (studie naar
invloed van ouderlijk gedrag op ontwikkeling van het besef van goed
en kwaad bij kinderen) dit voorbeeld maakt duidelijk dat sociaal-
emotionele ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling sterk aan
elkaar verbonden zijn
Voorbeelden: ontwikkeling van geweten en moreel gedrag; samenhang
tussen karakter en omgang met anderen.
Ontwikkelingsfasen en individuele verschillen
Ontwikkelingsfasen zijn sociale constructies; de grenzen zijn dus deels
cultureel en maatschappelijk bepaald. In dit boek worden de volgende
fasen onderscheiden:
• prenatale periode (conceptie–geboorte)
• babytijd (0–2 jaar)
• peuter- en kleutertijd (2–6 jaar)
• schooltijd (6–12 jaar)
• adolescentie (12–20
jaar) De grenzen zijn niet
altijd strak:
• Puberteit start bijvoorbeeld bij meisjes gemiddeld vroeger dan bij jongens
• Einde babytijd niet helder, sommigen zeggen 1-1.5 een baby, tussen 1-2
of
2.5 dreumes
, • Ontwikkelingspsychologen kijken ook naar subfasen (ze delen
ontwikkelingsfasen op) zoals puberteit, prepuberteit of
ontluikende volwassenheid.
✓ Puberteit: periode van geslachtsrijping, meisjes (11-12 jaar), jongens
(13-
14 jaar), luidt de adolescentie in
✓ Prepuberteit: periode voorafgaand aan de puberteit met
(hormonale) veranderingen maar zijn nog niet buitenaf
zichtbaar
✓ Ontluikende volwassenheid: van late tienerjaren tot 30 jaar. Focus 18-
25
jaar. Geen adolescenten maar ook geen verantwoordelijkheden
van volwassenheid volledig op zich genomen, focus op ontdekken
identiteit. Periode vol mogelijkheden en opkomende volwassen
kenmerken door mogelijkheden uit te proberen (focus werk en
liefde)
• Overgang schooltijd naar adolescentie hangt af van biologische
veranderingen
die varieert (Puberteit)
Individuele verschillen zijn normaal:
Biologische oorzaak (ene groei rapper)
Omgevingsfactoren (leeftijd van liefde bepaald door cultuur)
Alleen door aanzienlijke afwijkingen van de westerse gemiddelden kunnen we
variatie zien
Koppeling domeinen en fasen
Veel verschillende professionals — psychologen, pedagogen, genetici,
artsen — leveren bijdragen aan de ontwikkelingspsychologie. Hun
inzichten worden gebruikt door o.a. leerkrachten, sociaal werkers,
kinderopvang en beleidsmakers.
1.2. KINDEREN: VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST