Samenvatting Ontwerpen met materialen en energiestromen 1
DEEL 1: VENTILATIE
Ventilatie
Een gewenste stroming van lucht door natuurlijk of mechanisch geïnduceerde
drukverschillen.
=> symbool: Dp (drukverschil).
=> eenheid: Pa.
=> vereist goede luchtdichtheid.
=> tijdens winter: te veel ventileren is inefficiënt.
=> tijdens zomer: ventilatie kan overtollige warmte afvoeren (= free cooling).
=> omgekeerde in/exfiltratie: ongewenste stroming van lucht door openingen in
gebouwenveloppen door slechte afwerking van gekoppelde drukverschillen.
=> te veel in/exfiltratie belemmert goede werking van ventilatieprocessen.
Soorten ventilatie
Natuurlijke ventilatie
Natuurlijke ventilatie maakt gebruik van natuurlijke drijvende krachten.
=> wind.
=> weinig controle.
=> comfort problemen (tocht).
=> vrij beschikbaar.
Stapeleffect
Het stapeleffect is het verschijnsel waarbij warme lucht in een gebouw stijgt en koude
lucht van buiten naar binnen wordt gezogen.
=> kan op gebouw- en lokaalniveau (raam).
=> warme kant: lage luchtdruk.
=> koude kant: hoge luchtdruk.
=> behoud van massa (ook bij oneven grootte van openingen).
=> neutral pressure plane of level (NPP of NPL): hoogte in gebouw waar luchtdruk
binnen gelijk is aan buiten.
, => boven NPP of NPL: overdruk.
=> onder NPP of NPL: onderdruk.
=> hoogte aanpassen door grootte openingen aan te passen.
=> kleine opening: NPP of NPL naar boven.
=> grote opening: NPP of NPL naar beneden.
Mechanische ventilatie
Mechanische ventilatie maakt gebruik van elektrische ventilatoren.
=> verbeterde regelbaarheid.
=> inlaatlucht kan gefilterd worden.
=> warmteterugwinning (bv. In zomer).
=> gebruik van hulpenergie.
Indoor Air Quality (IAQ)
Indoor Air Quality beschrijft hoe goed de luchtkwaliteit binnen is.
=> kan bereikt worden door energie-efficiënt te ventileren.
=> zorgt ook voor thermisch comfort.
=> volgens Belgische norm: NBN15251.
=> gedefinieerd door klassen: ODA, IDA & prestaties filter verluchtingsysteem.
=> gaat over gezond binnenklimaat tijdens alle seizoenen.
=> om CO2 balans te verkrijgen moet de invoer evengroot zijn als de uitvoer.
Voordelen
o Oppervlakte condensatie kan weg gefilterd worden in plaats van isolatie bij te
plaatsen
o Remt ontwikkeling van huisstofmijt af
=> lage luchtvochtigheid (RH).
o Vermindering schadelijke uitwasemingen van bouwmaterialen
=> stoffen die in lucht vrijkomen.
, OutDoor Air (ODA)
=> in CO2 (ppm).
=> parts per million.
=> 1 ppm = 0,0001 vol%.
ODA1
Buitengebieden met weinig tot geen verontreinigingsbronnen.
=> 350 ppm.
ODA2
Kleinere dorpen/steden.
=> 400 ppm.
=> deze hoeveelheid gebruiken in berekeningen.
ODA3
Stadskernen.
=> 450 ppm.
InDoor Air (IDA)
Hoe hoger de IDA klasse (IDA1= hoogste), hoe beter de IAQ.
=> uitgedrukt in het verschil tussen de CO2-concentratie binnen en buiten (in CO2 (ppm)).
=> op basis van ventilatievoud (n) en interne CO2
productie.
=> relatief ten opzichte van buitenlucht.
IDA1
≤ 400 ppm.
=> in realiteit bijna niet haalbaar.
, IDA2
400 tot 600 ppm.
IDA3
600 tot 1000 ppm.
IDA4
≥ 1000 ppm.
Formules
CO2 productie mens
GCO2 = 0,16 . M (W/m2) => Metabolisme per m2 lichaamsoppervlakte.
= … l/h per persoon => a5ankelijk van activiteitsniveau (voelbare + latente warmteproductie).
=> 1 MET = 58,2 W/m2.
=> zittende persoon in rust.
=> gemiddelde persoon = 1,8 m2.
1
2
3
4
5
Maximale CO2-concentratie
Cmax = COODA + COIDA (=DC)
= … ppm
Ventilatievoud
Ventilatievoud is de frequentie waarmee lucht wordt ververst per uur.
=> gewenste aantal.
=> symbool: n.
=> eenheid: 1/h of ACH.
DEEL 1: VENTILATIE
Ventilatie
Een gewenste stroming van lucht door natuurlijk of mechanisch geïnduceerde
drukverschillen.
=> symbool: Dp (drukverschil).
=> eenheid: Pa.
=> vereist goede luchtdichtheid.
=> tijdens winter: te veel ventileren is inefficiënt.
=> tijdens zomer: ventilatie kan overtollige warmte afvoeren (= free cooling).
=> omgekeerde in/exfiltratie: ongewenste stroming van lucht door openingen in
gebouwenveloppen door slechte afwerking van gekoppelde drukverschillen.
=> te veel in/exfiltratie belemmert goede werking van ventilatieprocessen.
Soorten ventilatie
Natuurlijke ventilatie
Natuurlijke ventilatie maakt gebruik van natuurlijke drijvende krachten.
=> wind.
=> weinig controle.
=> comfort problemen (tocht).
=> vrij beschikbaar.
Stapeleffect
Het stapeleffect is het verschijnsel waarbij warme lucht in een gebouw stijgt en koude
lucht van buiten naar binnen wordt gezogen.
=> kan op gebouw- en lokaalniveau (raam).
=> warme kant: lage luchtdruk.
=> koude kant: hoge luchtdruk.
=> behoud van massa (ook bij oneven grootte van openingen).
=> neutral pressure plane of level (NPP of NPL): hoogte in gebouw waar luchtdruk
binnen gelijk is aan buiten.
, => boven NPP of NPL: overdruk.
=> onder NPP of NPL: onderdruk.
=> hoogte aanpassen door grootte openingen aan te passen.
=> kleine opening: NPP of NPL naar boven.
=> grote opening: NPP of NPL naar beneden.
Mechanische ventilatie
Mechanische ventilatie maakt gebruik van elektrische ventilatoren.
=> verbeterde regelbaarheid.
=> inlaatlucht kan gefilterd worden.
=> warmteterugwinning (bv. In zomer).
=> gebruik van hulpenergie.
Indoor Air Quality (IAQ)
Indoor Air Quality beschrijft hoe goed de luchtkwaliteit binnen is.
=> kan bereikt worden door energie-efficiënt te ventileren.
=> zorgt ook voor thermisch comfort.
=> volgens Belgische norm: NBN15251.
=> gedefinieerd door klassen: ODA, IDA & prestaties filter verluchtingsysteem.
=> gaat over gezond binnenklimaat tijdens alle seizoenen.
=> om CO2 balans te verkrijgen moet de invoer evengroot zijn als de uitvoer.
Voordelen
o Oppervlakte condensatie kan weg gefilterd worden in plaats van isolatie bij te
plaatsen
o Remt ontwikkeling van huisstofmijt af
=> lage luchtvochtigheid (RH).
o Vermindering schadelijke uitwasemingen van bouwmaterialen
=> stoffen die in lucht vrijkomen.
, OutDoor Air (ODA)
=> in CO2 (ppm).
=> parts per million.
=> 1 ppm = 0,0001 vol%.
ODA1
Buitengebieden met weinig tot geen verontreinigingsbronnen.
=> 350 ppm.
ODA2
Kleinere dorpen/steden.
=> 400 ppm.
=> deze hoeveelheid gebruiken in berekeningen.
ODA3
Stadskernen.
=> 450 ppm.
InDoor Air (IDA)
Hoe hoger de IDA klasse (IDA1= hoogste), hoe beter de IAQ.
=> uitgedrukt in het verschil tussen de CO2-concentratie binnen en buiten (in CO2 (ppm)).
=> op basis van ventilatievoud (n) en interne CO2
productie.
=> relatief ten opzichte van buitenlucht.
IDA1
≤ 400 ppm.
=> in realiteit bijna niet haalbaar.
, IDA2
400 tot 600 ppm.
IDA3
600 tot 1000 ppm.
IDA4
≥ 1000 ppm.
Formules
CO2 productie mens
GCO2 = 0,16 . M (W/m2) => Metabolisme per m2 lichaamsoppervlakte.
= … l/h per persoon => a5ankelijk van activiteitsniveau (voelbare + latente warmteproductie).
=> 1 MET = 58,2 W/m2.
=> zittende persoon in rust.
=> gemiddelde persoon = 1,8 m2.
1
2
3
4
5
Maximale CO2-concentratie
Cmax = COODA + COIDA (=DC)
= … ppm
Ventilatievoud
Ventilatievoud is de frequentie waarmee lucht wordt ververst per uur.
=> gewenste aantal.
=> symbool: n.
=> eenheid: 1/h of ACH.