WAARNEMINGSPSYCHOLOGIE
1.DE WAARNEMING ALS MENTALE CONSTRUCTIE:
Sensaties = gewaarwording
Geluiden, geuren, kleuren & smaken -> geen eigenschappen van de buitenwereld!
➔ Mentale sensaties -> bestaan alleen in bewustzijn.
Naïeve verklaring: waarneming werkt zoals camera -> je zintuigen kopiëren gewoon de buitenwereld naar je
bewustzijn → klopt niet!
Actieve constructie: je hersenen maken, construeren kleuren, geluid, smaken & geuren.
Zwarte lijn = werkelijkheid
- In werkelijkheid -> geen geuren, geluiden, smaken…
- Recepter = zintuig -> omzetten naar sensaties.
- Sensaties (geuren, kleuren…) kunnen pas ontstaan bij een receptor.
- Gewaarwording = sensatie
- Perceptie = waarneming
- Visuele agnosie = ziekte. Problemen met gewaarwording (perceptie)
Oliver Sacks: Britse neuroloog
Prosopagnosia = aangezichtsblindheid. Onvermogen om gezichten te herkennen.
Zien ≠ herkennen!
- Gewaarwording (sensatie) anders dan perceptie (herkenning)
Elke biologische soort -> eigen zintuigelijke instrumentarium -> ontwerpt eigen waarnemingswereld.
Elke soort eigen zintuigelijke gevoeligheden
- Kat:
o Geen zoet proeven. Wel zout enz.
o Heel goed bewegingen zien maar niet goed kleuren
- Mens:
o Geen Uv-licht zien
Elke soort: 1 dominant zintuig.
- Mens: visuele wereld
- Mol: olfactorische & tactiele wereld
- Spinnen: tactiele wereld (trillingen web
Thomas Nagel: niet-menselijke waarnemingswerelden blijven raadselachtig. (Vleermuis)
Ogen -> biologisch instrument voor overleving & voortplanting
Ontstaan: los van elkaar ontstaan (verschillende diersoorten)
Waarom kleuren: objecten onderscheiden & interpreteren.
Planten: kleurcodes ontwikkeld.
➔ Pit rijp & ontkiemen -> vrucht andere kleur.
, ZIE VOORBEELD!!!
Grijze pijlen bovenaan = ‘wordt omgezet in’
Groene pijltjes naar onder = ‘activeert’, ‘zet in gang’
Rode pijltjes naar boven = ‘zet om’
Ogen: nuttige uitstulping van hersenen (behoren tot hersenen)
Visuele sensaties ontstaan in de visuele cortex.
3 FUNDAMENTELE VOORWAARDEN OM TE KUNNEN ZIEN!
1. LICHT
- Zon= produceert elektromagnetische straling.
- Straling -> beweegt zich voort in golven
- Verschillende straling. Naargelang golflengte.
- Golflengtes (weerkaatste licht) -> bepalen kleur waarin dat voorwerp verschijnt aan de waarnemer.
- Alle licht weerkaatst -> verschijning: wit
- Alle licht geabsorbeerd -> verschijning: zwart
Infrarood-detectie -> warmere voorwerpen weerkaatsen meer infrarood -> voordeel bij jacht
Ultraviolet-detectie -> urinesporen reflecteren uv-licht -> voordeel bij jacht
-> Nectar reflecteert uv-licht -> vlinders & bijen zien dat.
Licht is niet zichtbaar!
Licht wordt alleen zichtbaar als de lichtstraling botst op een object.
- Heeft geen kleur!
- Voorwerpen zelf -> hebben geen kleur.
Lichtstralen die onderweg zijn in de ruimte zijn voor de mens onzichtbaar.
2. OOG: NETVLIES, FOVEA & OOGZENUW
Transductie = omzetting van licht in neutrale impulsen.
Netvlies = retina
Staafjes: zorgen ervoor dat we in het donker kunnen zien.
- Trage werking/ activering
- Niet in fovea! Enkel perifeer
- Kunnen geen kleursensaties voortbrengen
, Kegeltjes: gevoelig kleur & detail
- In fovea & perifeer
- Onmiddellijke werking als ze door licht geactiveerd worden
Fovea = kleine instulping in retina (netvlies) met concentratie van kegeltjes.
➔ Vangt licht op van datgene waar we onze blik op richting.
➔ Scherp, gedetailleerd & gekleurd beeld
Trichromatisch systeem: 3 kegeltjes, reageren maximaal op 1 specifieke golflengte. Minder/ helemaal niet op
andere.
- Blauwgevoelige kegeltjes 440 nm
- Groengevoelige kegeltjes 530 nm
- Roodgevoelige kegeltjes 580 nm
Staafjes & kegeltjes -> soort specifiek.
Mens -> Scherp zicht <-> Kat -> Wazig zicht
Mens -> 3 types kegeltjes <-> Kat -> 2 types kegeltjes (fletser zicht)
Mens -> Lage concentratie <-> Kat -> Hogere concentratie (beter nachtzicht)
Blinde vlek = deel (retina)netvlies zonder staafjes & kegeltjes. (Oogzenuw vertrekt naar hersenen)
- Objecten waarvan weerkaatste licht op blinde vlek valt -> niet zichtbaar.
- GEVOLG: retina achterstevoren in oog geïnstalleerd.
3. HERSENEN
Oogzenuw: neutrale impulsen naar thalamus (sorteercentrum) -> opgesplitst en doorgestuurd naar
diverse regio’s van visuele cortex.
In visuele cortex: kenmerkdetectoren = gespecialiseerd cellen met eigen gevoeligheid.
Neutrale impulsen -> visuele sensaties
We zien met visuele cortex, niet met onze ogen!!
VC verbonden aan andere delen van hersenen via 2 routes
1. Dorsale ‘locatie’-route (bovenaan)
o Waar
o Activeert gedragsreactie: grijpen, ontwijken, oprapen…
2. Ventrale ‘identificatie’-route (zijkant)
o Wat
o Herkennen
o Activeert geheugen
Elke waarneming: resultaat van 2 informatiestromen.
BOTTOM-UP PROCES
= stimulus gestuurde informatiestroom
- Buitenwereld stuurt informatie
- Low level van informatieverwerking
- Pure, ruwe data. Informatie moet nog verwerkt worden
- Sensaties van kleur: vorm, helderheid & beweging.
- Kenmerken: objectief, gebeurt automatisch, snel, geen betekenis
1.DE WAARNEMING ALS MENTALE CONSTRUCTIE:
Sensaties = gewaarwording
Geluiden, geuren, kleuren & smaken -> geen eigenschappen van de buitenwereld!
➔ Mentale sensaties -> bestaan alleen in bewustzijn.
Naïeve verklaring: waarneming werkt zoals camera -> je zintuigen kopiëren gewoon de buitenwereld naar je
bewustzijn → klopt niet!
Actieve constructie: je hersenen maken, construeren kleuren, geluid, smaken & geuren.
Zwarte lijn = werkelijkheid
- In werkelijkheid -> geen geuren, geluiden, smaken…
- Recepter = zintuig -> omzetten naar sensaties.
- Sensaties (geuren, kleuren…) kunnen pas ontstaan bij een receptor.
- Gewaarwording = sensatie
- Perceptie = waarneming
- Visuele agnosie = ziekte. Problemen met gewaarwording (perceptie)
Oliver Sacks: Britse neuroloog
Prosopagnosia = aangezichtsblindheid. Onvermogen om gezichten te herkennen.
Zien ≠ herkennen!
- Gewaarwording (sensatie) anders dan perceptie (herkenning)
Elke biologische soort -> eigen zintuigelijke instrumentarium -> ontwerpt eigen waarnemingswereld.
Elke soort eigen zintuigelijke gevoeligheden
- Kat:
o Geen zoet proeven. Wel zout enz.
o Heel goed bewegingen zien maar niet goed kleuren
- Mens:
o Geen Uv-licht zien
Elke soort: 1 dominant zintuig.
- Mens: visuele wereld
- Mol: olfactorische & tactiele wereld
- Spinnen: tactiele wereld (trillingen web
Thomas Nagel: niet-menselijke waarnemingswerelden blijven raadselachtig. (Vleermuis)
Ogen -> biologisch instrument voor overleving & voortplanting
Ontstaan: los van elkaar ontstaan (verschillende diersoorten)
Waarom kleuren: objecten onderscheiden & interpreteren.
Planten: kleurcodes ontwikkeld.
➔ Pit rijp & ontkiemen -> vrucht andere kleur.
, ZIE VOORBEELD!!!
Grijze pijlen bovenaan = ‘wordt omgezet in’
Groene pijltjes naar onder = ‘activeert’, ‘zet in gang’
Rode pijltjes naar boven = ‘zet om’
Ogen: nuttige uitstulping van hersenen (behoren tot hersenen)
Visuele sensaties ontstaan in de visuele cortex.
3 FUNDAMENTELE VOORWAARDEN OM TE KUNNEN ZIEN!
1. LICHT
- Zon= produceert elektromagnetische straling.
- Straling -> beweegt zich voort in golven
- Verschillende straling. Naargelang golflengte.
- Golflengtes (weerkaatste licht) -> bepalen kleur waarin dat voorwerp verschijnt aan de waarnemer.
- Alle licht weerkaatst -> verschijning: wit
- Alle licht geabsorbeerd -> verschijning: zwart
Infrarood-detectie -> warmere voorwerpen weerkaatsen meer infrarood -> voordeel bij jacht
Ultraviolet-detectie -> urinesporen reflecteren uv-licht -> voordeel bij jacht
-> Nectar reflecteert uv-licht -> vlinders & bijen zien dat.
Licht is niet zichtbaar!
Licht wordt alleen zichtbaar als de lichtstraling botst op een object.
- Heeft geen kleur!
- Voorwerpen zelf -> hebben geen kleur.
Lichtstralen die onderweg zijn in de ruimte zijn voor de mens onzichtbaar.
2. OOG: NETVLIES, FOVEA & OOGZENUW
Transductie = omzetting van licht in neutrale impulsen.
Netvlies = retina
Staafjes: zorgen ervoor dat we in het donker kunnen zien.
- Trage werking/ activering
- Niet in fovea! Enkel perifeer
- Kunnen geen kleursensaties voortbrengen
, Kegeltjes: gevoelig kleur & detail
- In fovea & perifeer
- Onmiddellijke werking als ze door licht geactiveerd worden
Fovea = kleine instulping in retina (netvlies) met concentratie van kegeltjes.
➔ Vangt licht op van datgene waar we onze blik op richting.
➔ Scherp, gedetailleerd & gekleurd beeld
Trichromatisch systeem: 3 kegeltjes, reageren maximaal op 1 specifieke golflengte. Minder/ helemaal niet op
andere.
- Blauwgevoelige kegeltjes 440 nm
- Groengevoelige kegeltjes 530 nm
- Roodgevoelige kegeltjes 580 nm
Staafjes & kegeltjes -> soort specifiek.
Mens -> Scherp zicht <-> Kat -> Wazig zicht
Mens -> 3 types kegeltjes <-> Kat -> 2 types kegeltjes (fletser zicht)
Mens -> Lage concentratie <-> Kat -> Hogere concentratie (beter nachtzicht)
Blinde vlek = deel (retina)netvlies zonder staafjes & kegeltjes. (Oogzenuw vertrekt naar hersenen)
- Objecten waarvan weerkaatste licht op blinde vlek valt -> niet zichtbaar.
- GEVOLG: retina achterstevoren in oog geïnstalleerd.
3. HERSENEN
Oogzenuw: neutrale impulsen naar thalamus (sorteercentrum) -> opgesplitst en doorgestuurd naar
diverse regio’s van visuele cortex.
In visuele cortex: kenmerkdetectoren = gespecialiseerd cellen met eigen gevoeligheid.
Neutrale impulsen -> visuele sensaties
We zien met visuele cortex, niet met onze ogen!!
VC verbonden aan andere delen van hersenen via 2 routes
1. Dorsale ‘locatie’-route (bovenaan)
o Waar
o Activeert gedragsreactie: grijpen, ontwijken, oprapen…
2. Ventrale ‘identificatie’-route (zijkant)
o Wat
o Herkennen
o Activeert geheugen
Elke waarneming: resultaat van 2 informatiestromen.
BOTTOM-UP PROCES
= stimulus gestuurde informatiestroom
- Buitenwereld stuurt informatie
- Low level van informatieverwerking
- Pure, ruwe data. Informatie moet nog verwerkt worden
- Sensaties van kleur: vorm, helderheid & beweging.
- Kenmerken: objectief, gebeurt automatisch, snel, geen betekenis